LS&R 1589

Het nat verpakken en de niet-gasdoorlatende verpakking dragen gezamenlijk bij aan de oplossing van hetzelfde probleem

Hof Den Haag 27 maart 2018, IEF 17591; LS&R 1589; ECLI:NL:GHDHA:2018:513 (Coloplast tegen Medical4You) Coloplast is houdster van EP1145729B1 voor een gebruiksklaar urinekathetersamenstel (dochter van EP398). EP729 is gewijzigd in stand gelaten bij de EOB oppositiedivisie, maar in beroep bij de TKB zijn het (ook in de Nederlandse procedure voorliggende) hoofd- en hulpverzoek herroepen [zie eerder IEF 16484]. Het Hof komt tot een ander oordeel over de geldigheid van de aangepaste conclusies van EP729 dan de TKB. De TKB achtte het nat verpakken van een van coating voorziene katheter inventief aangezien D1 juist het gebruik van een hydrofiele coating afraadt. Zoals Medical4You terecht stelt: "Eenmaal op het spoor van het 'nat verpakken' is het vervolgens een one way street om te kiezen voor een dampdichte (gas impermeable) verpakking". Conclusie 1, alsmede de volgconclusies 2 t/m 6 en 11 van het octrooi - waarvan Coloplast niet heeft onderbouwd waarin de inventiviteit daarvan gelegen zou zijn, ontberen inventiviteit.

4.24 Overigens is – anders dan Coloplast stelt – ook de inventiviteitsaanval van Medical4You hierop gebaseerd en niet op een ‘partial problems’ benadering, zoals bijvoorbeeld blijkt uit paragraaf 226 Conclusie van Antwoord / Conclusie van Eis in Reconventie en de gelijkluidende paragraaf 34 Memorie van Grieven, onder d.: “eenmaal op het spoor van het ‘nat verpakken’ is het vervolgens een one way street om te kiezen voor een dampdichte (gas impermeable) verpakking”, alsmede expliciet onder verwijzing naar het hiervoor weergegeven citaat uit Case Law, paragrafen 270-271 van de Conclusie van Antwoord / Conclusie van Eis in Reconventie.

4.25 Het hof komt daarmee tot een ander oordeel over de geldigheid van de aangepaste conclusies van EP 729 dan de TKB. De opposanten hebben zich in (dat onderdeel van) de oppositieprocedure op het standpunt gesteld dat D1 (of D34) moest worden aangemerkt als de meest nabije stand van de techniek, waarin de TKB opposanten heeft gevolgd door uit te gaan van D1. Kort gezegd achtte de TKB het nat verpakken van een van coating voorziene katheter inventief aangezien D1 juist het gebruik van een hydrofiele coating afraadt (vgl. 2.6). In de onderhavige procedure hebben partijen zich echter beroepen op de – naar het oordeel van het hof meer nabij gelegen – katheter volgens LoFric en/of Rødsten, hetgeen het verschil in uitkomst verklaart.