LS&R 1623

Voeging afgewezen, het gaat om andere partijen, andere octrooiaanvragen op andere technische gebieden

Hof Den Haag 20 juni 2018, IEF 17782; LS&R 1623; ECLI:NL:GHDHA:2018:1516 (Boston ter voeging bij Ono tegen Pfeizer) Procesrecht. Boston Scientific heeft ex art. 217 Rv toelating als gevoegde partij aan de zijde van Ono c.s. gevorderd [IEF 17530; LS&R 1581]. De rechtbank wijst de incidentele vordering af. In de zaak van Boston Scientific/Edwards gaat het om andere partijen en andere octrooiaanvragen op andere technische gebieden.

8. Ter onderbouwing van haar belang bij voeging stelt Boston Scientific dat zij op 23 februari 20172 de Amerikaanse onderneming Edwards Lifesciences Corporation (hierna: Edwards) in kort geding heeft gedagvaard voor de voorzieningenrechter te Den Haag. Die zaak vertoont grote gelijkenissen met de onderhavige zaak: de vorderingen in beide zaken kennen grote overeenstemming, en in beide zaken ligt dezelfde bevoegdheidsvraag voor over art. 6 sub e en art. 13 Rv. In beide zaken heeft de voorzieningenrechter zich internationaal onbevoegd verklaard, aldus Boston Scientific.3

9. Het hof merkt hierbij op dat het in de zaak Boston Scientific/Edwards gaat om andere partijen en andere octrooiaanvragen op andere technische gebieden – Boston Scientific heeft ook niet anders gesteld. In de zaak Boston Scientific/Edwards gaat het om Boston Scientific’s octrooiaanvrage EP 2 985 006, getiteld ‘Repositionable heart valve’; in de onderhavige zaak Ono/Pfizer gaat het om de octrooiaanvrage van Ono c.s. EP 2 206 517, getiteld ‘Immunopetentiating compositions comprosing anti-PD-L1 antibodies’.