Food

LS&R 1641

Niet bewezen dat lage viscositeit satésaus komt door geleverde xanthaangom met amylase

Rechtbank Midden-Nederland 11 jul 2018, LS&R 1641; ECLI:NL:RBMNE:2018:3817 (Bindmiddel satésaus), http://www.lsenr.nl/artikelen/niet-bewezen-dat-lage-viscositeit-sat-saus-komt-door-geleverde-xanthaangom-met-amylase

Rechtbank Midden-Nederland 11 juli 2018, LS&R 1641; ECLI:NL:RBMNE:2018:3817 (Bindmiddel satésaus) Productaansprakelijkheid. Non-conformiteit. Eiseres is een Nederlands familiebedrijf dat zich heeft toegelegd op de productie van sauzen zoals satésaus. Gedaagde levert ingrediënten op het gebied van food. Eisers koopt xanthaangom (bindmiddel) bij gedaagde voor de productie van haar satésaus. Er is satésaus geproduceerd waarvan de viscositeit veel te laag was. Deze satésaus was daardoor niet verkoopbaar. Eiseres vordert een schadevergoeding van € 100.956,20 (schadepost a t/m e) voor de geleden schade door het onrechtmatig handelen dan wel de toerekenbare tekortkoming. In dit tussenarrest is bepaald dat de gedaagde slechts de leverancier van de xanthaangom is en niet de producent. De vordering gebaseerd op productaansprakelijkheid wordt afgewezen. Gedaagde wist dat zij xanthaangom leverde die amylase bevatte, en dat dit product niet in combinatie met zetmeel zou kunnen worden gebruikt. Het staat echter niet vast dat de geleden schade het gevolg is van de geleverde xanthaangom. Als dit het geval is, had de gedaagde dit kenbaar moeten maken aan de eiseres. Schadeposten a, b en d zijn onvoldoende onderbouwd en niet van bewijsstukken voorzien. De rechtbank draagt eiseres op te bewijzen of de xanthaangom het probleem van de satésaus heeft veroorzaakt en de omvang van schadeposten a, b en d.

LS&R 1631

Recall voor fris- en energiedranken met hoog percentage arseen wegens schade voor volksgezondheid

College van Beroep voor het Bedrijfsleven 3 jul 2018, LS&R 1631; ECLI:NL:CBB:2018:326 (DIS tegen NVWA), http://www.lsenr.nl/artikelen/recall-voor-fris-en-energiedranken-met-hoog-percentage-arseen-wegens-schade-voor-volksgezondheid

CBb 3 juli 2018, LS&R 1631; ECLI:NL:CBB:2018:326 (DIS tegen minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport alsmede NVWA) Bescherming volksgezondheid. Voedingsmiddelen. DIS produceert, verpakt en distribueert diverse dranken in blik en fles. Op 27 mei 2014, 19 juni 2014 en 3 juli 2014 heeft Brenntag aan appellante het additief trinatriumcitraat (E 331) met lotnummers THN 140260 en THN 140226 geleverd. Brenntag heeft een melding bij de NVWA gedaan dat ze een additief met een te hoog gehalte arseen hebben ontvangen en uitgegeven. Naar aanleiding van deze melding heeft de NVWA per e-mail van 17 juli 2014 Brenntag meegedeeld dat zij de producten waarin voornoemd additief is toegepast niet verder mag uitleveren en dat de producten met dit additief evenmin mogen worden verhandeld of verwerkt. De NVWA heeft onderzoek gedaan bij DIS en geconstateerd dat er producten zijn waarin het betreffende additief is verwerkt. Ze hebben verzocht om de verkoop te stoppen en een recall in de lasten. DIS vordert dat niet de volledige bewijslast op haar rust om aan te tonen dat de producten veilig zijn en de recall moet worden teruggenomen. Er is sprake van een zwaarwegend belang van bescherming van de volksgezondheid. DIS slaagt er niet in om aan te tonen dat het vermoeden onjuist is. De vordering wordt afgewezen.

 

LS&R 1583

Verzoek om ​​nieuw onderzoek vergunning voor in handel brengen van producten die genetisch gemodificeerde sojabonen bevatten onterecht afgewezen

Gerecht EU 14 mrt 2018, LS&R 1583; T-33/16 (TestBio tegen De Commissie), http://www.lsenr.nl/artikelen/verzoek-om-nieuw-onderzoek-vergunning-voor-in-handel-brengen-van-producten-die-genetisch-gemodifice

Gerecht EU 14 maart 2018, LSenR 1583; IEFbe 2501; T-33/16 (TestBio Tech tegen De Commissie) Genetisch gemodificeerde producten. Uit het persbericht: Het Gerecht vernietigt het besluit waarbij de Commissie een verzoek om een ​​nieuw onderzoek van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die genetisch gemodificeerde sojabonen bevatten, heeft afgewezen.

LS&R 1514

Vragen aan HvJEU: Geldt rituale slachting zonder voorafgaande bedwelming als 'biologische' productie?

Hof van Justitie EU 6 jul 2017, LS&R 1514; C-497-17 (Oeuvre d’assistance aux bêtes d’abattoirs), http://www.lsenr.nl/artikelen/vragen-aan-hvjeu-geldt-rituale-slachting-zonder-voorafgaande-bedwelming-als-biologische-productie

Prejudiceel gestelde vragen aan HvJEU 6 juli 2017, RB 3001; IEFbe 2375; LS&R 1514; C-497-17 (Oeuvre d’assistance aux bêtes d’abattoirs).Voedselveiligheid. Via MinBuZa: Verzoeker (vereniging Oeuvre d’assistance aux bêtes d’abattoirs; OABA) heeft met haar verzoek van 24.09.2012 een van de verwerende partijen (Ecocert France, certificeringsinstelling) verzocht om op grond van verordening 834/2007 een eind te maken aan de reclame voor en het in de handel brengen van ‘halal’-gecertificeerde en van de vermelding ‘biologische landbouw’ voorziene gehakte biefstukken, die door de vennootschap Bionoor (tevens een van de verwerende partijen) in de handel worden gebracht. Door het stilzwijgen van de certificeringsinstelling werd dit verzoek impliciet afgewezen. Verzoeker heeft de Conseil d’État om nietigverklaring van het impliciete afwijzingsbesluit verzocht. Volgens verzoeker is de vermelding van ‘biologische landbouw’ onverenigbaar met producten afkomstig van zonder voorafgaande bedwelming geslachte dieren; deze slachtmethode zou niet voldoen aan de vereisten van verordening 834/2007. De verwerende partijen (Bionoor, Ecocert France, het ministerie van landbouw en voedsel, en het Nationaal Instituut voor Oorsprong en Kwaliteit) concluderen tot afwijzing van het verzoek. Verweerders stellen dat noch verordening 834/2007, noch uitvoeringsverordening nr. 889/2008 zich ertegen verzetten dat de regel van voorafgaande bedwelming niet wordt geëerbiedigd in het specifieke kader van rituele slachtingen. Verordening 1099/2009 staat een uitzondering toe op het beginsel van voorafgaande bedwelming indien religieuze riten dit vereisen. Bovendien sluit verordening 889/2008 uitdrukkelijk bepaalde praktijken uit, zoals dwangvoedering van dieren, doch niet rituele slachting.

LS&R 1464

HvJ EU: Zuiver plantaardige producten mogen in beginsel niet worden afgezet onder benamingen zoals melk, room, boter, kaas of yoghurt

Hof van Justitie EU 14 jun 2017, LS&R 1464; ECLI:EU:C:2017:458 (TofuTown), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-zuiver-plantaardige-producten-mogen-in-beginsel-niet-worden-afgezet-onder-benamingen-zoals-me

HvJ EU 14 juni 2017, IEF 16863; IEFbe 2202; LS&R 1464; ECLI:EU:C:2017:458; C-422/16 (TofuTown) Merknamen. Verkoopbenaming. Verzoekster is een vennootschap die vegetarische/vegane levensmiddelen produceert en distribueert onder benamingen als Tofubutter, pflanzenkäse, veggie-cheese e.d.. Uit het persbericht: Zuiver plantaardige producten mogen in beginsel niet worden afgezet onder benamingen zoals „melk”, „room”, „boter”, „kaas” of „yoghurt”, die door het Unierecht worden voorbehouden aan producten van dierlijke oorsprong Dit geldt ook wanneer die benamingen worden vervolledigd door verduidelijkende of beschrijvende aanvullingen die wijzen op de plantaardige oorsprong van het betrokken product. Er bestaat echter een lijst met uitzonderingen. HvJ EU (Duits):

LS&R 1394

HvJ EU Levensmiddel dat voor 2015 als geneesmiddel werd verkocht, voorzien van (handels)merk, mag als levensmiddel worden blijven verkocht

Hof van Justitie EU 23 nov 2016, LS&R 1394; ECLI:EU:C:2016:888 (Bachbloesemproducten), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-levensmiddel-dat-voor-2015-als-geneesmiddel-werd-verkocht-voorzien-van-handels-merk-mag-als-l

HvJ EU 23 november 2016, IEF 16391; IEFbe 2000, RB 2796; LS&R 1394; ECLI:EU:C:2016:888; C-177/15(Bachbloesemproducten) Consumentenvoorlichting- en bescherming. Voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen. Producten voorzien van handelsmerken of merknamen die bestonden vóór 1 januari 2005. Bachbloesempreparaten. Uniemerk RESCUE. Producten die vóór 1 januari 2005 als geneesmiddelen werden verkocht en die sindsdien als levensmiddelen worden verkocht. HvJ EU:

Artikel 28, lid 2, eerste zinsdeel* [red. artikel 27] claimsVo moet aldus worden uitgelegd dat deze bepaling van toepassing is wanneer een van een handelsmerk of merknaam voorzien levensmiddel vóór 1 januari 2005 als geneesmiddel werd verkocht en sindsdien als levensmiddel wordt verkocht.

LS&R 1391

Sprake van onrechtmatige uitlatingen nu niet is voldaan aan de voorwaarden van vergelijkende reclame

Rechtbank Den Haag 8 nov 2016, LS&R 1391; ECLI:NL:RBDHA:2016:13311 (Natuurlijk Beter Leven en Aliter Curari tegen DR. Rath Health Programs), http://www.lsenr.nl/artikelen/sprake-van-onrechtmatige-uitlatingen-nu-niet-is-voldaan-aan-de-voorwaarden-van-vergelijkende-reclame
DR. Rath Health Programs

Vzr. Rechtbank Den Haag 8 november 2016, IEF 16365; LS&R 1391; RB 2792; ECLI:NL:RBDHA:2016:13311 (Natuurlijk Beter Leven en Aliter Curari tegen DR. Rath Health Programs) Onrechtmatige uitlatingen. Vergelijkende reclame. Voedingssuplement. Health Programs is distributeur van voedingssuplementen en heeft met Aliter Curari is een distributieovereenkomst gesloten. Volgens Aliter doet Health Programs in een informatiebrief uitlatingen tegen derden dat Aliter imitatieproducten aanbiedt. Aliter stelt dat de informatiebrief verschillende mededelingen bevat die onrechtmatig zijn omdat sprake is van ongeoorloofde vergelijkende reclame, aantasting van de eer en goede naam en handelen met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. De voorzieningenrechter stelt dat de informatiebrief van Health Programs een aantal passages bevat die voorhands onrechtmatig moeten worden geacht jegens Aliter Curari en Natuurlijk Beter Leven, omdat niet is voldaan aan art. 6:194a lid 2 BW en omdat de reputatie wordt aangetast.

LS&R 1389

HvJ EU: Begrip voedingsmiddel of voedselingrediënt met een nieuwe molecuulstructuur

Hof van Justitie EU 9 nov 2016, LS&R 1389; ECLI:EU:C:2016:839 (Davitas GmbH tegen Stadt Aschaffenburg), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-begrip-voedingsmiddel-of-voedselingredi-nt-met-een-nieuwe-molecuulstructuur
davitas

HvJ EU 9 november 2016, LS&R 1389; C-448/14 (Davitas GmbH tegen Stadt Aschaffenburg) Bescherming volksgezondheid. Voedingsmiddelen. Verzoekster Davitas GmbH krijgt bij beschikking van 8 juni 2013 door verweerster (Stad Aschaffenburg) een verbod opgelegd voor distributie van haar product ‘De Tox Forte’ dat een ingrediënt ‘Klinoptiloloth’ bevat dat nog geen EU-toelating als nieuw voedingsmiddel zou hebben verkregen. Het Bayerische Landesamt für Gesundheit und Lebensmittelsicherheit oordeelt dat Klinoptilolith in de EU moet worden beschouwd als een nieuw voedingsmiddel, omdat tot nog toe geen voldoende bewijzen konden worden voorgelegd voor een significante consumptie in de EU vóór 15 mei 1997. Verzoekster bestrijdt het standpunt van de rechter in beroep dat Klinoptilolith alleen al onder Vo. 258/97 valt omdat het in zijn bestaande molecuulstructuur tot dusver nog niet als voedingsmiddel werd gebruikt. Nu beantwoord het HvJ onder andere vraag of het bij het door verzoekster gedistribueerde product gaat om „De Tox Forte” om een voedingsmiddel of voedselingrediënt met een nieuwe molecuulstructuur.

HvJ EU: Art. 1 par. 2 letterlijk. C van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten moet aldus worden uitgelegd dat de term "nieuwe primaire moleculaire structuur" op voedingsmiddelen of voedselingrediënten zorgen dat die niet werden gebruikt voor menselijke consumptie.