LS&R 1461

Oppositie VSY tegen octrooi intra-oculaire lens Carls Zeiss afgewezen

Rechtbank Den Haag 7 jun 2017, LS&R 1461; ECLI:NL:RBDHA:2017:6136 (Carl Zeiss Meditec tegen VSY), http://www.lsenr.nl/artikelen/oppositie-vsy-tegen-octrooi-intra-oculaire-lens-carls-zeiss-afgewezen

Rechtbank Den Haag 7 juni 2017, IEF 16848; LS&R 1461; ECLI:NL:RBDHA:2017:6136 (Carl Zeiss Meditec tegen VSY) Carl Zeiss houdt zich bezig met het ontwikkelen en verhandelen van lenzen, waaronder zogenaamde intra-oculaire lenzen. Dit is een kunstlens die in het menselijk oog wordt geïmplanteerd. Carl Zeiss is houder van het Europese octrooi EP2377493 op een intra-oculaire lens.
Tegen het octrooi is oppositie ingesteld door VSY. Door VSY wordt een intra-oculaire lens op de markt gebracht onder de naam Tri-ED 611. Rechtbank oordeelt dat de lens van gedaagden valt onder de beschermingsomvang van het octrooi van Carl Zeiss. Het Nederlandse deel is geldig: nawerkbaar, nieuw en inventief. Provisioneel inbreukverbod in afwachting nietigheidsoordeel van de buitenlandse delen.

LS&R 1460

Executeur moet medewerking verlenen aan dna-onderzoek overleden fertiliteitsarts door afgifte goederen

Rechtbank Rotterdam 2 jun 2017, LS&R 1460; ECLI:NL:RBROT:2017:4250 (Fertiliteitsarts), http://www.lsenr.nl/artikelen/executeur-moet-medewerking-verlenen-aan-dna-onderzoek-overleden-fertiliteitsarts-door-afgifte-goeder

Vzr. Rechtbank Rotterdam 2 juni 2017, LS&R 1460; ECLI:NL:RBROT:2017:4250 (Fertiliteitsarts) Kort geding. Vermoeden ontstaan dat de (inmiddels overleden) arts zijn eigen sperma heeft gebruikt als donor. Eisers vorderen afgifte van persoonlijke voorwerpen ten behoeve van dna onderzoek naar de overleden fertiliteitsarts. Sprake van spoedeisend belang wordt aangenomen evenals een begin van bewijs dat fertiliteitsarts zijn eigen sperma heeft gebruikt. Niet uit te sluiten valt dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat eisers, na een in hun voordeel uitvallende belangenafweging, een succesvol beroep op artikel 7 IVRK en/of artikel 8 EVRM zal kunnen doen, al dan niet gekoppeld aan het leerstuk van de onrechtmatige daad en de wanprestatie. Er is dus een juridische grondslag voor de vordering die beperkt en onder voorwaarden wordt toegewezen. De executeur zal daarom worden veroordeeld om volledige medewerking te verlenen aan een dna-onderzoek, voor zover dat ziet op afgifte van de beslagen goederen ten behoeve het laten nemen van dna-monsters en het laten testen daarvan.

LS&R 1459

Oogarts aansprakelijk wegens onzorgvuldige behandeling

Rechtbank Amsterdam 19 apr 2017, LS&R 1459; ECLI:NL:RBAMS:2017:3782 (Implantlenzen), http://www.lsenr.nl/artikelen/oogarts-aansprakelijk-wegens-onzorgvuldige-behandeling

Rechtbank Amsterdam 19 april 2017, LS&R 1459; ECLI:NL:RBAMS:2017:3782 (Implantlenzen) Gezondheidsrecht. Onzorgvuldig handelen oogarts. Eiseres heeft bij Stichting Oogzorg Amstelveen een behandelovereenkomst gesloten tot het plaatsen van implantlenzen. Stichting dreef de kliniek Eye-Q-Vision B.V. Eiseres heeft gedaagden aansprakelijk gesteld voor de vervolgens opgelopen schade aan haar ogen. De lenzen zijn uiteindelijk weer verwijderd. Nu er geen overeenkomst is gesloten met de gedaagden maar met de stichting kan geen sprake zijn van een toerekenbare tekortkoming. Er is wel sprake van onrechtmatig handelen van gedaagde jegens eiseres. Op grond van de onzorgvuldige geneeskundige behandeling is gedaagde aansprakelijk voor de schade.

LS&R 1458

Geen aansprakelijkheid ziekenhuis door gebrekkige implantaten

Rechtbank Limburg 31 mei 2017, LS&R 1458; ECLI:NL:RBLIM:2017:4981 (PIP-implantaten II), http://www.lsenr.nl/artikelen/geen-aansprakelijkheid-ziekenhuis-door-gebrekkige-implantaten

Rechtbank Limburg 31 mei 2017, LS&R 1458; ECLI:NL:RBLIM:2017:4981 (PIP-implantaten II) Zie ook vgl. LS&R 1456. PIP-borstimplantaten. Tevens geen aansprakelijkheid ziekenhuis voor gebrekkige hulpzaken (artikel 6:77 BW). De rechtbank acht, daargelaten of de gebruikte implantaten de door eiseres gestelde gebreken hebben en of deze de door eiseres gestelde gezondheidsklachten hebben veroorzaakt, het ziekenhuis niet aansprakelijk voor het gebruik van de PIP-borstimplantaten. Naar het oordeel van de rechtbank zou het onredelijk zijn de beweerde gebrekkigheid aan het ziekenhuis toe te rekenen.

LS&R 1457

Medische aansprakelijkheid ziekenhuis na overlijden patiënt na operatie ileus

Rechtbank Den Haag 17 mei 2017, LS&R 1457; ECLI:NL:RBDHA:2017:5685 (X tegen Stichting Reinier Hagagroep), http://www.lsenr.nl/artikelen/medische-aansprakelijkheid-ziekenhuis-na-overlijden-pati-nt-na-operatie-ileus

Rechtbank Den Haag 17 mei 2017, LS&R 1457; ECLI:NL:RBDHA:2017:5685 (X tegen Stichting Reinier Hagagroep) Verbintenissenrecht. Medische aansprakelijkheid ziekenhuis jegens erfgenamen na overlijden patiënt na operatie aan een ileus. Er was sprake van een beroepsfout preoperatief van de arts door de patiënt niet eerder op te nemen ter onderzoek en behandeling en postoperatief van chirurg door na te laten, na bekend raken met uitslag CT-scan, intensivist te raadplegen en patiënt te laten opnemen op de IC-afdeling. Verhouding beoordeling civiele rechter op grond van artikel 7:453 BW en uitspraken tuchtrechter. Proportionele aansprakelijkheid ziekenhuis. Attributief risico van 60%.

LS&R 1456

Gebrekkige implantaten kunnen niet worden toegerekend aan hulpverlener

Rechtbank Amsterdam 24 mei 2017, LS&R 1456; ECLI:NL:RBAMS:2017:3491 (PIP-implantaten), http://www.lsenr.nl/artikelen/gebrekkige-implantaten-kunnen-niet-worden-toegerekend-aan-hulpverlener

Rechtbank Amsterdam 24 mei 2017, LS&R 1456; ECLI:NL:RBAMS:2017:3491 (PIP-implantaten) Verbintenissenrecht. Eiseres heeft borstimplantaten laten plaatsen van ht merk M-implants. Gebruik van de ongeschikte hulpzaak (PIP-implantaten) en de daardoor ontstane tekortkoming kan niet worden toegerekend aan de hulpverlener omdat de arts dit gebrek niet had kunnen kennen. Informed consent: niet is onderbouwd dat aan de informatieplicht niet is voldaan. De vorderingen van eiseres worden afgewezen.

LS&R 1455

Dat het Medisch centrum over octrooi-revenuen gaat, is geen besluit van Universiteit Leiden

Centrale Raad van Beroep 20 apr 2016, LS&R 1455; ECLI:NL:CRVB:2017:1534 (Medisch centrum octrooi-revenuen), http://www.lsenr.nl/artikelen/dat-het-medisch-centrum-over-octrooi-revenuen-gaat-is-geen-besluit-van-universiteit-leiden

Centrale Raad van Beroep 20 april 2017, IEF 16831; LS&R 1455; ECLI:NL:CRVB:2017:1534 (Medisch centrum octrooi-revenuen) Als randvermelding. Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. Bij brief heeft appellante het college van bestuur van de Universiteit Leiden te kennen gegeven in overleg te willen treden over de mogelijkheden om de Uitvindersregeling. De kwestie is overgedragen aan het Medisch centrum en het college wijst appellante erop dat zij, als zij meent aanspraak te kunnen maken op revenuen van het gevestigde octrooi, zich tot haar (voormalige) werkgever, het [Medisch centrum], dient te wenden. De Raad is met de rechtbank en het college van oordeel dat de mededelingen in de brief van 30 oktober 2014 niet kunnen worden aangemerkt als (publiekrechtelijke) rechtshandelingen, nu zij niet op enig rechtsgevolg zijn gericht.

LS&R 1454

Prejudiciële vraag of Zweedse zuigtabak in het Verenigd Koninkrijk in de handel mag worden gebracht

Hof van Justitie EU 9 mrt 2017, LS&R 1454; (Zuigtabak), http://www.lsenr.nl/artikelen/prejudici-le-vraag-of-zweedse-zuigtabak-in-het-verenigd-koninkrijk-in-de-handel-mag-worden-gebracht

Prejudiciële vragen gesteld aan HvJ EU 9 maart 2017, LS&R 1454; RB 2869; C-151/17(Zuigtabak) Verzoekster is een ZWE NV die haar omzet haalt uit ‘rookloze tabaksproducten’ waaronder ‘snus’ (zuigtabak). Verweerder is VK MinVWS en interveniënte in de zaak is de New Nicotine Alliance (NNA). In een nieuwe VK-regeling (in werking 20-05-2016, de uitvoering van RL 2014/40) is het produceren of leveren van tabak voor oraal gebruik verboden. Van dit verbod is ZWE uitgezonderd. Verzoekster stelt 30-06-2016 een vordering in waarmee zij tegen de VK-regeling opkomt. NNA is een geregistreerde liefdadigheidsinstelling die zich inzet voor de volksgezondheid. Zij tracht tabaksschade te beperken, dat wil zeggen de beperking van schade als gevolg van het roken van sigaretten zonder noodzakelijkerwijs het gebruik van nicotine op te geven. Zij richt zich op de consument, heeft geen commercieel belang.

LS&R 1453

Aanprijzing Rain Core voor kankerpatiënten in strijd met Claimsverordening

Reclame Code Commissie 11 apr 2017, LS&R 1453; Dossiernr: 2016/00873 (Rain Core), http://www.lsenr.nl/artikelen/aanprijzing-rain-core-voor-kankerpati-nten-in-strijd-met-claimsverordening

Vz. RCC 11 april 2017, LS&R 1453; RB 2861; dossiernr. 2016/00873 en dossiernr. 2016/00871 en dossiernr. 2016/00875 (Rain Core) Uit dossiernr. 2016/00873: VT. Gezondheidsclaims. Uiting: Het betreft de website http://www.myrainlife.com/rainsoul.nl voor zover het gaat om de hierna (onder de weergave van de klacht) te citeren aanprijzing van het product Rain Core. Klacht: Klaagster maakt bezwaar tegen het feit dat op de website van adverteerder diverse claims worden gebruikt in verband met de verkoop van Rain Core en dat voor die verkoop wordt doorverwezen naar www.agebodyskin.com en www.soulcoresupplementen.nl. Klaagster noemt de volgende claims: “Benefits Core’s formula promotes healthy function within the body’s organs. (…) Aloe Vera benefits digestive health, Chloropyllin improves the function of detoxification pathways, Wheatgrass is a powerful antioxidant that benefits the entire body, and Chlorella is a potent source of vitamins, minerals, fiber and protein.* Many of our customers have already seen and felt the benefits of Core.” Klaagster acht het een ‘doorn in het oog’ dat over de rug van kankerpatiënten dit soort producten worden aangeprezen die zouden zijn ontwikkeld door artsen om kankerpatiëntjes snel te laten herstellen van hun chemokuur. Klaagster is thuis in de orthomoleculaire wereld en weet dat het onderhavige product, dat voornamelijk water, rietsuiker en een paar zaden bevat, er niet voor kan zorgen dat iemand zich beter voelt.

LS&R 1451

Producten drs. Leenarts worden gepresenteerd als geneesmiddelen

Reclame Code Commissie 27 mrt 2017, LS&R 1451; Dossiernr: 2017/00076 (Bayer tegen drs. Leenarts), http://www.lsenr.nl/artikelen/producten-drs-leenarts-worden-gepresenteerd-als-geneesmiddelen

RCC 27 maart 2017, LS&R 1451; RB 2853; dossiernr. 2017/00076 (Drs. Leenarts/Bayer) Aanbeveling (voor zover nodig). Uiting: Het betreft een filmpje te zien op www.etos.nl/mama-en-kind/drsleenarts en via Youtube, waarin dermatoloog drs. Marjolein Leenarts onder meer het volgende zegt: “Ik ben Marjolein Leenarts, medisch specialiste in huidziektes oftewel dermatoloog. Ik werk in het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk en bij veel mensen beter bekend als het brandwondencentrum. Het is mijn vak om te weten wat werkt bij bepaalde huidproblemen, welke ingrediënten kunnen de oplossing bieden, en welke kunnen juist schadelijk zijn. Toen ik zelf moeder werd, merkte ik dat er geen goede producten voor kinderen op de markt waren. Ik bedoel producten om simpele huidproblemen te behandelen of te voorkomen. Daarom besloot ik mijn kennis te delen met andere moeders en een eigen lijn voor huidproducten op de markt te zetten. Mijn lijn was eigenlijk meteen succesvol. Er is echt vraag naar goede veilige producten voor de behandeling van waterpokken en geïrriteerde droge huid bij eczeem of het voorkomen van luieruitslag. (…). Mijn producten bevatten natuurlijk geen enkel irriterend ingrediënt, zoals parfum, parabenen of wol-alcoholen.” Klacht: producten van mevrouw Leenarts zijn naar eigen zeggen cosmetica, maar de claims die zij “primair” gebruikt zijn geen cosmetische, maar medische claims. Daarmee positioneert mevrouw Leenarts haar producten als geneesmiddelen. Klager vindt dit misleidend als bedoeld in artikel 8 van de van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Verder vindt klager de uiting in strijd met artikel 6 NRC (appelleren aan gevoelens van angst), artikel 13 NRC (zich negatief uitlaten over andere producten) en de artikelen 2 en 5 van de Reclamecode Cosmetische Producten (RCP)

LS&R 1450

Rondzwervende gevaarlijke pilletjes

21 mrt 2017, LS&R 1450; Dossiernr: 2017/00153 (Sjabbens Sports en Health - Gevaarlijke pilletjes), http://www.lsenr.nl/artikelen/rondzwervende-gevaarlijke-pilletjes

Vz. RCC 21 maart 2017, LS&R 1450; RB 2852; dossiernr. 2017/00153 (Sjabbens Sports en Health) VT zonder aanbeveling. Uiting: Het betreft een folder met aan de voorzijde een rond tablet in een gele kleur en daaromheen de tekst: “Voor altijd slank” en “Neem deze wonderpil meteen in voor direct resultaat!”. Daarbij wordt naar de informatie op de achterzijde verwezen. Daar staat onder meer: “Jij gelooft toch niet in sprookjes ?! Wat wel blijvend resultaat heeft, is deelnemen aan de myline voedingscursus bij Sjabbens Sports & Health.” Klacht: Klager maakt bezwaar tegen de uiting omdat deze een “echt pilletje” bevat dat huis-aan-huis verspreid wordt. Daarbij wordt de indruk gewekt dat het pilletje direct helpt. Klager acht dit onacceptabel gelet op kinderen en huisdieren en het feit dat volgens hem in deze tijd veel gevaarlijke pilletjes overal rondzwerven.

LS&R 1449

Prescans "Darmkanker eist jaarlijks de meeste doden" is misleidend en dus oneerlijk

Reclame Code Commissie 26 jan 2017, LS&R 1449; Dossiernr: 2016/00929 (Prescan darmkanker), http://www.lsenr.nl/artikelen/prescans-darmkanker-eist-jaarlijks-de-meeste-doden-is-misleidend-en-dus-oneerlijk

RCC 26 januari 2017, RB 2848; LS&R 1449; Dossiernr: 2016/00929 (Prescan darmkanker) Aanbeveling. Het betreft de advertentie van Prescan in dagblad Trouw van 26 november 2016. In de advertentie staat, voor zover hier van belang: “ Darmkanker eist jaarlijks meeste doden. Darmkanker wordt elk jaar bij ruim 15.000 nieuwe gevallen vastgesteld. Hiermee is het de  meest voorkomende kankersoort. Ook eist darmkanker jaarlijks de meeste doden. Hoe eerder darmkanker ontdekt wordt, hoe groter de kans op genezing is. Een preventief darmonderzoek kan afwijkingen aan darmwand en slijmvlies opsporen. Zo krijg je direct inzicht in je gezondheid.” Prescan erkent dat de mededeling “Darmkanker eist jaarlijks de meeste doden” niet juist is, nu darmkanker bij mannen de tweede meest dodelijke kankersoort is en bij vrouwen de derde. De fout is volgens Prescan het gevolg van een onjuiste interpretatie van de cijfers van het IKNL voor wat betreft sterfte bij kanker. Prescan deelt mee de advertentie direct na ontvangst van de klacht te hebben stopgezet en de fout met de betrokkenen te hebben besproken om deze in de toekomst te voorkomen.

 

LS&R 1448

Richtlijn OHP verzet zich niet, maar richtlijn elektronische handel en VWEU verzet zich wel tegen reclameverbod voor tandartsen

Hof van Justitie EU 4 mei 2017, LS&R 1448; ECLI:EU:C:2017:335 (VVT vzw tegen Vanderborght), http://www.lsenr.nl/artikelen/richtlijn-ohp-verzet-zich-niet-maar-richtlijn-elektronische-handel-en-vweu-verzet-zich-wel-tegen-rec

HvJ EU 4 mei 2017, IEFbe 2154; LS&R 1448; RB 2844; ECLI:EU:C:2017:335; C‑339/15 (VVT vzw tegen Vanderborght) Reclamerecht. Oneerlijke handelspraktijk. Verzoeker Luc Vanderborght is sinds 1985 gevestigd als erkend tandarts en gespecialiseerd in cosmetische en implantaatbehandelingen. Hij wordt ervan verdacht tussen 1 maart 2003 en 24 januari 2014 reclame te hebben gemaakt voor zijn praktijk door middel van een reclamezuil ‘van onbescheiden afmeting’ en andere verboden reclamepraktijken. HvJ EU:

1) [Richtlijn oneerlijke handelspraktijken] moet aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen een nationale wettelijke regeling zoals die in het hoofdgeding, die de volksgezondheid en de waardigheid van het beroep van tandarts beschermt door alle reclame voor mond- en tandverzorging op algemene en absolute wijze te verbieden en door bepaalde vereisten van bescheidenheid voor uithangborden van tandartspraktijken vast te stellen.

LS&R 1446

HvJ EU: EU-recht verzet zich tegen regeling die gehalte nutriënten die dagelijkse maximumdoses overschrijd verbiedt

27 apr 2017, LS&R 1446; ECLI:EU:C:2017:310 (Noria), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-eu-recht-verzet-zich-tegen-regeling-die-gehalte-nutri-nten-die-dagelijkse-maximumdoses-oversc

HvJ EU 27 april 2017, C-672/15; ECLI:EU:C:2017:310 (Noria) Onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen – Vitaminen en mineralen die voor de vervaardiging van voedingssupplementen mogen worden gebruikt – Maximumhoeveelheden – Bevoegdheid van de lidstaten – Nationale regeling waarbij die hoeveelheden worden vastgesteld – Wederzijdse erkenning – Geen – Voorwaarden en criteria die in acht moeten worden genomen bij de vaststelling van die hoeveelheden.

1)      De bepalingen van [richtlijn voedingssupplementen], en die van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie inzake het vrij verkeer van goederen moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een regeling van een lidstaat als die in de hoofdzaak, die niet voorziet in een procedure voor het in die lidstaat op de markt brengen van voedingssupplementen waarvan het gehalte nutriënten de bij die regeling vastgestelde dagelijkse maximumdoses overschrijdt en die in een andere lidstaat rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel gebracht.

LS&R 1445

Directe inbreuk op tweede medische indicatie voor osteoporose

Rechtbank Den Haag 5 apr 2017, LS&R 1445; ECLI:NL:RBDHA:2017:3430 (Sun Pharmaceutical tegen Novartis), http://www.lsenr.nl/artikelen/directe-inbreuk-op-tweede-medische-indicatie-voor-osteoporose

Rechtbank Den Haag 5 april 2017, IEF 16729; LS&R 1445; ECLI:NL:RBDHA:2017:3430 (Sun Pharmaceutical tegen Novartis) Octrooirecht. Eindvonnis. Tweede medische indicatie. Vgl. HR-uitspraak 14 april, IEF 16723. Swiss type claim. Sun laat haar zoledroninezuur bereiden door Sun, gevestigd in India (hierna: Sun India). Verhandeling in Nederland van rechtstreeks verkregen product van in buitenland toegepaste werkwijze door gelieerde concernonderneming is een directe inbreuk op EP 689 B3. Sun dient de schade te vergoeden en alle verzekeringsmaatschappijen die een tender hebben uitgeschreven waaraan Sun heeft meegedaan en alle partijen waarmee Sun een overeenkomst heeft, te informeren. Sun kan uitsluitend deelnemen in een tenderprocedure/leveren volgens een overeenkomst die voldoende garandeert dat de levering van 5mg/100ml zoledroninezuur voor de behandeling van osteoporose wordt voorkomen.

LS&R 1444

HR: Sun heeft het niet in haar macht indirecte octrooiinbreuken in de distributieketen volledig te verhinderen

Hoge Raad 14 apr 2017, LS&R 1444; ECLI:NL:HR:2017:692 (Sun Pharmaceutical tegen Novartis), http://www.lsenr.nl/artikelen/hr-sun-heeft-het-niet-in-haar-macht-indirecte-octrooiinbreuken-in-de-distributieketen-volledig-te-ve

HR 14 april 2017, IEF 16723; LS&R 1444; ECLI:NL:HR:2017:692 (Sun Pharmaceutical tegen Novartis) Octrooirecht. Kort geding-cassatie na IEF 14599 en IEF 13841. Octrooi voor tweede medische indicatie. Swiss-type claim. Het beroep op een prioriteitsdocument dient te worden onderzocht of in dat document, in zijn geheel beschouwd, de geclaimde uitvinding direct en ondubbelzinnig aan de gemiddelde vakman, die gebruik maakt van zijn algemene vakkennis, wordt geopenbaard. Het hof heeft die juiste maatstaf vooropgesteld.

Het hof heeft terecht geoordeeld dat – ervan uitgaande dat indirecte inbreuk op een ‘Swiss-made claim’ rechtens mogelijk is – onder die omstandigheden aan de vereisten van indirecte octrooi-inbreuk als bedoeld in art. 73 lid 1 ROW 1995 is voldaan. Indirecte inbreuk. Van producent zijn er te verlangen inspanningen om te voorkomen dat zijn product voor de geoctrooieerde indicatie wordt voorgeschreven. Het is niet in de macht van Sun om inbreuk in de distributieketen en bij het gebruik van haar product steeds en volledig te verhinderen.

Geen strijd met het mededingingsrecht (r.o. 3.6.3 en .4). Verbod is te algemeen, waardoor executieproblemen mogelijk zijn.  In kort-gedingcassatie behoeft geen afstemming met oordeel bodemrechter aan de orde [IEF 16729]. Het verwijzingshof dient zich wel ernaar te richten. Beroep wordt verworpen.

LS&R 1443

Ontbreken verwijzing naar JAK-remmers of naderend geneesmiddel

College Geneesmiddelen Reclame 12 apr 2017, LS&R 1443; K17.001 (Eli Lilly tegen Pfizer), http://www.lsenr.nl/artikelen/ontbreken-verwijzing-naar-jak-remmers-of-naderend-geneesmiddel
JAK pathways

CGR 12 april 2017, LS&R 1443; RB 2838 (Eli Lilly tegen Pfizer) Geen reclame. Beide partijen wachten de verlening van een EU-handelsvergunning af voor een nieuw geneesmiddel voor de behandeling van reumatoïde artritis. Lilly voor haar Olumiant, Pfizer voor Xeljanz, het zijn janus kinase (JAK)ontstekingsremmers.

Pfizer heeft de aandacht van Nederlandse beroepsbeoefenaren gevestigd op de rol die JAK spelen bij het ontstaan van ontstekingen. Deze uitingen kunnen volgens Lilly niet kwalificeren als zuivere informatie ex 5.1.2 en 5.1.3 van de Gedragscode en stelt dat er sprake is van een verkapte vorm van reclame voor haar nog niet geregistreerde JAK-remmer Xeljanz. Alhoewel de Commissie inziet dat er een commercieel belang is om vooruitlopend op de naderende introductie van haar geneesmiddel bij beroepsbeoefenaar de aandacht te vestigen op de rol van JAK pathways, acht de Codecommissie vanwege ontbreken van verwijzingen naar tofacitinib of Xejanz of JAK-remmers in het algemeen het verband tussen de uiting te verwijderd om aan de uitingen een aanprijzend karakter toe te kennen. Ook uitingen die voor publiek toegankelijk waren, zijn geen publieksreclame.

LS&R 1442

Mailing 'samen met de Maag Lever Darm stichting' met logo Thiosix is overtreding Code Publieksreclame Geneesmiddel

College Geneesmiddelen Reclame 9 mrt 2017, LS&R 1442; K17.002 ((CGR/Teva) - ingetrokken), http://www.lsenr.nl/artikelen/mailing-samen-met-de-maag-lever-darm-stichting-met-logo-thiosix-is-overtreding-code-publieksreclame
thiosix

CGR 9 maart 2017, LS&R 1442; RB 2837, K17.002 (CGR/Teva) - ingetrokken De CGR heeft een melding ontvangen over een mogelijke overtreding van de regels inzake geneesmiddelenreclame door Teva Nederland. De melding ziet op een mailing/insert bij VOZ Magazine december 2016 – ‘Samen met de Maag Lever Darm Stichting de toekomst in’ waarop het logo van Thiosix® is vermeld. Serieus signaal over reclame voor receptgeneesmiddel richting publiek. Beklaagde berust in oordeel – klacht afgedaan met publicatie van de feiten en betaling kosten secretariaat.

 

LS&R 1441

Ziekenhuis aansprakelijk voorschrijven van Prednison zonder botversterkende middelen

Rechtbank Midden-Nederland 19 okt 2016, LS&R 1441; ECLI:NL:RBMNE:2016:7641 (verzoeker tegen Stichting Alrijne Zorggroep, Medirisk), http://www.lsenr.nl/artikelen/ziekenhuis-aansprakelijk-voorschrijven-van-prednison-zonder-botversterkende-middelen

Rechtbank Midden-Nederland 19 oktober 2016, LS&R ; ECLI:NL:RBMNE:2016:7641 (verzoeker tegen Stichting Alrijne Zorggroep, Medirisk) [verzoeker] , geboren op [1945] , lijdt aan Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD), een chronische longziekte. [verzoeker] is vanaf 1993 bekend met COPD. Zij heeft fracturen in rugwervels opgelopen en stelt het ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor het onzorgvuldig behandelen van COPD, meer in het bijzonder voor het voorschrijven van Prednison en zonder daarnaast botversterkende middelen. De rechtbank verklaart voor recht dat er causaal verband (6:98 BW) is tussen de gemaakte medische fouten ex artikel 6:162 BW van het ziekenhuis en de artsen en de bij verzoeker ontwikkelde rugfracturen.

4.28.

De rechtbank overweegt het volgende. [verzoeker] heeft het verzoek tot het tweede deelgeschil ingesteld omdat tussen partijen een discussie is ontstaan bij de uitvoering van de medische expertise door [B] . Zij zijn in de gelegenheid gesteld om nadere vragen te stellen, maar niet tot overeenstemming konden komen over de (nader) te stellen vragen, meer in het bijzonder over de vraag of de door [verzoeker] voorgestelde vragen wel passend waren gelet op de oorspronkelijke vraagstelling. Met name de vraag of de Prednisonmedicatie gedurende de periode 2007 – 2009 door [B] in zijn onderzoek moest worden betrokken vormde de aanleiding voor de discussie tussen partijen. Uiteindelijk is het rapport van [B] , zonder deze gegevens, tot uitgangspunt genomen voor de beoordeling van de causaliteit. Dit neemt naar het oordeel van de rechtbank niet weg dat kan worden aangenomen dat er voor [verzoeker] voldoende aanleiding was om de vraag te willen voorleggen. [verzoeker] had immers door de royale afgifte van Prednison, zonder gebruik van botschermende medicatie, letsel opgelopen, en mocht er in redelijkheid van uitgaan dat de aanvullende gegevens over de duur en omvang van de Prednisonmedicatie mogelijk van belang zouden zijn. Geoordeeld wordt dat Alrijne ten onrechte heeft geweigerd haar instemming te verlenen met de vraagstelling van [verzoeker] op dit onderdeel, zodat het in overwegende mate aan Alrijne is te wijten dat de onderhandelingen zijn vastgelopen. Dit betekent dat de kosten die [verzoeker] heeft gemaakt om de onderhandelingen vlot te trekken, en om te trachten om alle medische gegevens en de apothekerslijsten te verkrijgen, als redelijke kosten worden aangemerkt.

Dat [verzoeker] aanleiding heeft gezien om geen medewerking te verlenen aan de expertise totdat er duidelijk zou bestaan over de nader te stellen vragen, doet daaraan niet af. Naar het oordeel van de rechtbank dient het beroep van [verzoeker] op het blokkeringsrecht ook aldus te worden begrepen en niet als een beroep op het blokkeringsrecht.