LS&R 1495

Psychiater valt geen tuchtrechtelijk verwijt te maken

Het Centraal Tuchtcollege voor de voor de Gezondheidszorg 22 augustus 2017, LS&R 1495; ECLI:NL:TGZCTG:2017:240 (Klacht tegen psychiater) Klacht tegen psychiater. In 2003 is bij klager de diagnose schizofrenie, paranoïde type gesteld. Verweerder heeft deze diagnose in 2014 onderschreven. Klager verwijt verweerder het stellen van een foute diagnose. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Verweerder heeft in eerste aanleg bij het Regionaal Tuchtcollege te Den Haag het volgende aangegeven: Verweerder heeft zich bereid verklaard mee te wegen dat klager heeft verklaard dat hij tijdens zijn werkzame periode bij H. meermalen aan chemische gassen en dampen is blootgesteld en dat bij hem eenmaal leverontsteking is geconstateerd. Verweerder heeft daaraan evenwel toegevoegd dat dit geen invloed heeft op de gestelde diagnose, gezien het tijdverloop en het feit dat er bij klager sprake is van alcohol (mis)gebruik. Het College kan verweerder in die redenering volgen en ziet niet in welk opzicht hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken valt. Het beroep van klager wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.
 

2. Beslissing in eerste aanleg 

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd. 

2.1 Bij klager is in 2003 (of eerder) de diagnose schizofrenie, paranoïde type gesteld, waarvoor hij onder meer bij het toenmalige Psychomedisch Centrum D., thans E., onder behandeling is geweest.

2.2 Sinds 1 juli 2014 is klager bij verweerder onder behandeling. Verweerder is werkzaam in een FACT team (flexible assertive community treatment) in F./G. te B.. Verweerder onderschrijft de eerder gestelde diagnose. 

3. De klacht

Klager verwijt verweerder:
- het stellen van een foutieve diagnose.

4. Het standpunt van verweerder

Verweerder heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5. De beoordeling

5.1 Verweerder heeft aangegeven dat hij de reeds eerder gestelde diagnose schizofrenie, paranoïde type, onderschrijft omdat klager voldoet aan de gestelde criteria volgens de DSM IV-TR (diagnostic and statistical manual of mental disorders). Verweerder heeft zich bereid verklaard mee te wegen dat klager heeft verklaard dat hij tijdens zijn werkzame periode bij H. meermalen aan chemische gassen en dampen is blootgesteld en dat bij hem eenmaal leverontsteking is geconstateerd. Verweerder heeft daaraan evenwel toegevoegd dat dit geen invloed heeft op de gestelde diagnose, gezien het tijdverloop en het feit dat er bij klager sprake is van alcohol (mis)gebruik. Het College kan verweerder in die redenering volgen en ziet niet in welk opzicht hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken valt.

De klacht is kennelijk ongegrond.