LS&R 1367

Reclame-uiting zonder toelatingsnummer en ongeregistreerd geneesmiddel

Reclame Code Commissie 27 jul 2016, LS&R 1367; Dossier: 2016/00451 (Reclame zonder toelatingsnummer en ongeregistreerd geneesmiddel), http://www.lsenr.nl/artikelen/reclame-uiting-zonder-toelatingsnummer-en-ongeregistreerd-geneesmiddel

Vz. RCC 27 juli 2016, RB 2760 en LS&R 1367; Dossiernr: 2016/00451 (reclame-uiting zonder toelatingsnummer en ongeregistreerd geneesmiddel)
Toewijzing. Reclame. Gezondheid. Toelatingsnummer. Ongeregistreerd geneesmiddel. Het betreft de verpakking van het product “Lucovitaal Puur en Groen Lactose Gluten Intolerantie” voor zover op deze verpakking de volgende mededelingen staan: “Lactose Gluten Intolerantie.” “Verbetert de vertering van voeding met gluten en lactose.”
De klacht: De claim op de verpakking is misleidend en ronduit gevaarlijk. Mensen met een Coeliakie die het product gebruiken kunnen hiervan ernstige darmschade oplopen en ziek worden. De uiting valt onder de competentie van de Keuringsraad Aanprijzing Gezondheidsproducten. De uiting is niet ter preventieve toetsing aan de Keuringsraad voorgelegd en derhalve niet van een toelatingsnummer voorzien. Derhalve is sprake van een ongeregistreerd geneesmiddel volgens het aandieningscriterium, dat wil zeggen dat door het gebruik van medische claims het product wordt gepositioneerd als een geneesmiddel waarvoor de wettelijk vereiste handelsvergunning niet is afgegeven. De uiting is daarom in strijd met artikel 3c en 4 Code Publieksreclame voor Geneesmiddelen (CPG) 2015 alsmede in strijd met artikel 84 lid 2 Geneesmiddelenwet. De voorzitter oordeelt, in navolging van de Keuringsraad KOAG/KAG, dat het onderhavige product door de hiervoor weergegeven mededelingen volgens het aandieningscriterium (als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder b Geneesmiddelenwet) als een geneesmiddel dient te worden gekwalificeerd. Daarnaast kan het doen van dergelijke mededelingen in reclame misleidend en gevaarlijk zijn.

 

 

LS&R 1366

Aanbeveling bij reclame voor 'allergeenvrije' tomatensoep

Reclame Code Commissie 21 jul 2016, LS&R 1366; Dossiernr: 2016/00430 (bestreden reclame-uiting over allergeenvrij product), http://www.lsenr.nl/artikelen/aanbeveling-bij-reclame-voor-allergeenvrije-tomatensoep

RCC 21 juli 2016, RB 2759; LS&R 1366; Dossiernr: 2016/00430 (bestreden reclame-uiting over allergeenvrij product) Aanbeveling. Reclame. Voeding. Het betreft een reclame voor tomatensoep waarin gezegd wordt dat dit 100% allergeenvrij is. Klacht: In de uiting wordt vermeld dat de tomaten- en groentesoep (100%) allergeenvrij zijn. Volgens klager is dit misleidend. Klager vermoedt dat adverteerder hiermee wellicht bedoelt dat deze producten vrij zijn van de 14 in de EU wetgeving genoemde declareerbare allergenen. Maar (100%) allergeenvrij is niet hetzelfde als vrij van declareerbare allergenen. In deze producten zitten diverse kruiden, waaronder knoflook en peper waartegen allergie bekend is bij 2% van de bevolking. Ook zitten in deze producten gistextracten, groenten en tomaten waartegen allergieën bekend zijn. De Commissie  beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

LS&R 1365

Reclame 'allergeenvrij' rundvleesproduct

Reclame Code Commissie 21 jul 2016, LS&R 1365; Dossiernr: 2016/00432 (Reclame over allergeenvrij product), http://www.lsenr.nl/artikelen/reclame-allergeenvrij-rundvleesproduct

RCC 21 juli 2016, RB 2758, LS&R 1365; Dossiernr: 2016/00432 (reclame over allergeenvrij product) Aanbeveling. Reclame. Voedsel. Het betreft een reclame voor een braadstuk waarin wordt gezegd dat deze allergeenvrij is. Klacht: Rundvlees is volgens klager een bekende allergeen. Volgens de EU allergenenwetgeving hoeft deze allergeen niet vermeld te worden, maar ongeveer 10% van de mensen met een koemelkeiwitallergie hebben ook een rundvleesallergie. De in de uiting genoemde producten zijn derhalve niet allergeenvrij, zodat de uiting volgens klager misleidend is. De Commissie beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

LS&R 1364

Zienswijze ACM voorwaarden voor declareren voor paramedici

ACM 22 januari 2016, LS&R 1364; Zaaknummer: 15.1255.53 (zienswijze declaratievoorwaarde paramedische specialisaties) Uit het persbericht: De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft aan Autoriteit Consument & Markt (ACM) gevraagd of een voorwaarde om te mogen declareren bij een zorgverzekeraar verenigbaar is met de mededingingsregels. Het gaat om behandelingen in de paramedische zorg, zoals fysiotherapie en logopedie.

Paramedici mochten bepaalde behandelingen pas bij de zorgverzekeraar declareren als zij in een register staan dat door Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en de brancheorganisatie was aangewezen. In haar zienswijze concludeert ACM dat deze voorwaarde risico’s voor de concurrentie oplevert, onder andere omdat bracheorganisaties en ZN door de declaratievoorwaarde als poortwachter fungeerden voor andere organisaties die een register willen aanbieden. De NZa had daarbij geen normen gesteld. De NZa heeft de declaratievoorwaarde inmiddels geschrapt.

 

LS&R 1361

Tandarts is onbevoegd, onbekwaam en past upcoding toe

Rechtbank Rotterdam 13 jul 2016, LS&R 1361; ECLI:NL:RBROT:2016:5812 (Declaratie onbevoegde tandarts), http://www.lsenr.nl/artikelen/tandarts-is-onbevoegd-onbekwaam-en-past-upcoding-toe

Rechtbank Rotterdam 13-07-2016, LS&R 1361; ECLI:NL:RBROT:2016:5812 (declareren tandheelkundige behandeling bij onbekwame en onverantwoorde zorg) Tandarts. Declaratie. Het gaat om het vaststellen van fraude met betrekking tot een tandheelkundige behandeling door een onbevoegde en onbekwame tandarts. Richting DSW de schijn is gewekt dat ingediende declaraties verband hielden met door of onder verantwoordelijkheid van een bevoegde tandarts verrichte behandelingen. Gebleken is dat de betrokken verzekerden zijn behandeld door een niet bevoegde en niet bekwame “tandarts.” Bovendien is gebleken dat in veel gevallen niet de feitelijk door gedaagde verrichte behandelingen zijn geadministreerd en gedeclareerd, maar dat stelselmatig andere, duurdere, behandelingen in rekening zijn gebracht (“upcoding”).

 

LS&R 1359

Thuiszorg Evean en verstrekken medisch dossier

Gerechtshoven 5 jul 2016, LS&R 1359; ECLI:NL:GHAMS:2016:2698 (Verstrekken medisch dossier thuiszorg), http://www.lsenr.nl/artikelen/thuiszorg-evean-en-verstrekken-medisch-dossier

Gerechtshof Amsterdam 5 juli 2016, LS&R 1359; ECLI:NL:GHAMS:2016:2698 (Verstrekken medisch dossier thuiszorg) Medisch dossier. Vrouw leed aan de spierziekte ALS en werd verpleegd en verzorgd door Evean Thuiszorg. De zoon van de overleden vrouw heeft verzocht om een afschrift van het medisch dossier van zijn moeder. Ondanks de schriftelijke machtiging aan de zoon om alle medische informatie over haar op de vragen, weigert geïntimeerde dit. De zoon verwijt thuiszorg van onzorgvuldige behandeling en verpleging. Voor het indienen en formuleren van een klacht tegen de thuiszorginstelling is het niet redelijkerwijs noodzakelijk dat appellant de beschikking krijgt over het door geïntimeerde aangelegde medisch dossier. Er bestaan niet voldoende concrete aanwijzingen dat aan de zijde van appellant een zodanig zwaarwegend belang geschaad zou kunnen worden dat inbreuk gemaakt kan worden op het belang van geheimhouding.

LS&R 1358

"Bewezen oplossing voor uw prostaatproblemen" en in strijd met Geneesmiddelenwet

Reclame Code Commissie 7 jun 2016, LS&R 1358; Dossiernr: 2016/00368 (Reclame prostaatproblemen), http://www.lsenr.nl/artikelen/bewezen-oplossing-voor-uw-prostaatproblemen-en-in-strijd-met-geneesmiddelenwet

RCC 7 juni 2016, RB 2752; LS&R 1358; Dossiernr: 2016/00368 (reclame prostaatproblemen) Toewijzing. Garantie. Klacht: In de mailing staat dat het product Prostate Support Formula mannen bewezen en gegarandeerd bevrijdt van prostaatproblemen en dat het betere en snellere resultaten geeft dan welk middel dan ook. Nu de mailing aan klager persoonlijk is gericht, wekken zinsneden als “De oplossing voor uw prostaatproblemen” en “Ik garandeer dat ons product ook u kan helpen!” de verwachting dat het product specifiek klager van de problemen afhelpt. Tijdens het gebruik van Prostate Support Formula bleken klagers klachten echter te verergeren. Het door de huisarts in plaats daarvan aan klager voorgeschreven middel blijkt veel betere en snellere resultaten te geven. Klager vindt de reclame daarom misleidend en bovendien levensbedreigend, omdat mannen hierdoor te lang met prostaatproblemen kunnen blijven rondlopen met kwaadaardige kanker tot gevolg. De reclame met de daarin voorkomende gezondheidsclaims is volgens klager verboden.

LS&R 1357

Homeopathie en misleidende reclame

Reclame Code Commissie 20 jul 2016, LS&R 1357; Dossiernr: 2016/00371 (Homeopathie en misleidende reclame), http://www.lsenr.nl/artikelen/homeopathie-en-misleidende-reclame
homeopathieschipper

Vz. RCC 20 juli 2016, RB 2751; Dossiernr: 2016/00371 (Homeopathische behandeling)  Toewijzing. Klacht: Het betreft de volgende (mededelingen op) subpagina’s van de website www.homeopathieschipper.nl: 1. “Kinkhoest en kinkhoestachtige klachten zijn homeopathisch vaak goed te behandelen. Het genezingsproces bij kinkhoest wordt door het homeopathisch middel versneld door het stimuleren van het afweersysteem van het kind. Bij elk kind en type hoest kan weer een ander middel passen. Homeopathie is het gelijkende met het gelijkende genezen. Door een passend middel te geven wordt het immuunsysteem van het kind extra geprikkeld en geneest het kind veel sneller. Een ander voordeel is dat het kind na de kinkhoest minder vatbaar blijft. Normaal blijven kinderen na een kinkhoest-episode maanden tot een jaar vatbaarder voor allerlei virussen en bacteriën.” Er is geen bewijs dat kinkhoest 'vaak goed homeopathisch te behandelen is', noch dat het genezingsproces door een homeopathisch middel versneld wordt. Het is verder onjuist dat een kind na een homeopathische behandeling of toediening van een homeopathisch middel minder vatbaar zou zijn voor virussen en bacteriën. In de klacht wordt ook aandacht besteed aan andere homeopathische behandelingen, waaronder de ziekte van Lyme en de ziekte van Pfeiffer.

LS&R 1356

Misleidende reclame Chinese geneeskunde bij behandeling kankerpatiënt

Reclame Code Commissie 28 jul 2016, LS&R 1356; Dossiernr 2016/00416 Dossiernr: 2016/00548 (Chinese geneeskunde bij behandeling kankerpatiënt), http://www.lsenr.nl/artikelen/misleidende-reclame-chinese-geneeskunde-bij-behandeling-kankerpati-nt

Vz. RCC 28 juli 2016, RB 2750; Dossiernr 2016/00416 en Dossiernr: 2016/00548 (Chinese geneeskunde bij behandeling kankerpatiënt). Uit: Dossiernr 2016/00416: Toewijzing. Klacht: Dit betreft een getuigenis van een darmkankerpatiënt. Hoewel de titel rept van 'kanker te lijf' gaan met Chinese geneeskunde en de patiënt verklaart "Volgens de diagnose van Dhr. Song is de kanker al veel beter", wordt helemaal aan het einde opgemerkt dat de patiënt inmiddels is overleden. Het op deze wijze adverteren “over de rug van een overleden patiënt” is in strijd met de goede smaak en het fatsoen als bedoeld in artikel 2 van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Dat geldt ook en vooral voor de bewering dat de patiënt vanwege financiële redenen de behandeling bij adverteerder niet heeft kunnen voorzetten. Daarvan gaat de suggestie uit dat de patiënt nog had geleefd als hij de behandeling had kunnen betalen. Dat is smakeloos, want uit alles blijkt dat de diagnose van het ziekenhuis correct was en de patiënt niet meer te redden viel. Adverteerder is al eens eerder op de vingers getikt voor een advertentie die in strijd was met de goede smaak en het fatsoen (dossiernr. 2015/00550) en heeft daar kennelijk geen lering uit getrokken. De reclame is verder in strijd met artikel 7 NRC. Adverteerder wekt de indruk dat hij kanker kan behandelen en zelfs genezen met acupunctuur, Chinese kruiden en massage. De kop zegt immers “kanker te lijf met Chinese geneeskunde” en in de advertentie wordt beweerd dat de kanker van de patiënt al veel beter was.

LS&R 1355

Vraag aan HvJ EU: Kan software waarin invoer van persoonlijke gegevens mogelijk is, medisch hulpmiddel zijn?

8 jun 2016, LS&R 1355; (SNITEM et Philips France), http://www.lsenr.nl/artikelen/vraag-aan-hvj-eu-kan-software-waarin-invoer-van-persoonlijke-gegevens-mogelijk-is-medisch-hulpmiddel

Prejudiciële vragen gestelde aan HvJ EU 8 juni 2016, LS&R 1355, IT 2109, IEFbe 1895; C-329/16 (SNITEM et Philips France)
Via minbuza.nl: Verzoekers in deze door de verwijzende rechter gevoegde zaken komen op tegen een decreet wegens vermeende bevoegdheidsovertreding van verweerder (MinSZW). Het bezwaar betreft de in artikel L. 161-38 van het wetboek van sociale zekerheid bepaalde verplichting tot certificering van software dienende ter ondersteuning bij het voorschrijven en verstrekken van geneesmiddelen. Zij stellen dat het decreet strijdig is met RL 93/42 aangezien het tot gevolg heeft dat het in de handel brengen of de ingebruikneming van software waarop de voor medische hulpmiddelen bedoelde CE-markering is aangebracht, wordt verhinderd of beperkt en de in dit decreet bepaalde certificeringsplicht niet kan worden beschouwd als een vrijwaringsmaatregel in de zin van dat artikel. Verweerder verwerpt het beroep.

LS&R 1354

HvJ EU: Is einde van erkenningsprocedure onder 28 lid 4 Geneesmiddelenverordening hetzelfde als handelscertificaat

Hof van Justitie EU 28 jul 2016, LS&R 1354; (MSD tegen Comptroller-General), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-is-einde-van-erkenningsprocedure-onder-28-lid-4-geneesmiddelenverordening-hetzelfde-als-hand

Prejudiciële vraag gesteld aan HvJ EU 29 juli 2016, IEF 16169; IEFbe 1893; RB 2746; LS&R 1354 (MSD tegen Comptroller-General)
ABC. Octrooi. Erkenning handelsvergunning .

(1) Is an end of procedure notice issued by the reference member state under Article 28(4) of the Medicinal Products Directive equivalent to a granted marketing authorisation for the purposes of Article 3(b) of the SPC Regulation?
(2) If the answer to question (1) is no, is the absence of a granted marketing authorisation at the date of the application for a certificate an irregularity which can be cured under Article 10(3) of the SPC Regulation once the marketing authorisation has been granted?

LS&R 1353

Financiële afwikkeling uittredende specialist

Hof Arnhem-Leeuwarden 21 jun 2016, LS&R 1353; ECLI:NL:GHARL:2016:5034 (maatschap Chirurgen Maatschap Groningen tegen chirurg), http://www.lsenr.nl/artikelen/financi-le-afwikkeling-uittredende-specialist

Hof Arnhem-Leeuwarden 21 juni 2016, LS&R 1353; ECLI:NL:GHARL:2016:5034 (maatschap Chirurgen Maatschap Groningen tegen chirurg)
Financiële afwikkeling rond het uittreden door een van de leden van een maatschap van medisch specialisten. Aan orde komen de vraag of de maatschap heeft gecontracteerd met de uittredende arts persoonlijk dan wel met zijn praktijkvennootschap en de waardering van het onderhanden werk in het kader van de veranderende regelgeving en vergoedingensystematiek (DBC’s) bij het ontbreken van een specifieke bepaling dienaangaande in het maatschapscontract.

LS&R 1352

Conclusie AG: Royalties en licentierechten niet opnemen in douanewaarde

Hof van Justitie EU 27 jul 2016, LS&R 1352; ECLI:EU:C:2016:62 (GE Healthcare tegen Hauptzollamt Düsseldorf), http://www.lsenr.nl/artikelen/conclusie-ag-royalties-en-licentierechten-niet-opnemen-in-douanewaarde

Conclusie AG HvJ EU 27 juli 2016, IEF 16157; LS&R 1352; IEFbe 1886; C-173/15; ECLI:EU:C:2016:621 (GE Healthcare tegen Hauptzollamt Düsseldorf)
Royalties en licentierechten moeten niet worden opgenomen in de douanewaarde als niet vaststaat dat licentierechten voor merken verschuldigd zijn. Conclusie AG:

1)      Artikel 32, lid 1, onder c) [DouaneVo], moet aldus worden uitgelegd dat het niet verlangt dat het bedrag van de royalty’s of de merklicentierechten reeds wordt bepaald op het tijdstip waarop de douaneschuld ontstaat opdat de in dit artikel voorziene aanpassing van de douanewaarde van de ingevoerde goederen waarop dit merk is aangebracht, zou kunnen worden verricht.

LS&R 1351

HvJ EU: Claimsverordening ook van toepassing wanneer uiting zich uitsluitend tot vakkring richt

Hof van Justitie EU 14 jul 2016, LS&R 1351; ECLI:EU:C:2016:563 (Verband Sozialer Wettbewerb tegen Innova Vital), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-claimsverordening-ook-van-toepassing-wanneer-uiting-zich-uitsluitend-tot-vakkring-richt

HvJ EU 14 juli 2016, LS&R ; RB 2743; ECLI:EU:C:2016:563; C-19/15 (Verband Sozialer Wettbewerb tegen Innova Vital)
Voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen – Artikel 1, lid 2 – Toepassingsgebied – Levensmiddelen die bestemd zijn om als zodanig aan de eindverbruiker te worden geleverd – Claims in commerciële mededelingen die uitsluitend aan beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg zijn gericht. HvJ EU:

Artikel 1, lid 2, van [claimsverordening], moet aldus worden uitgelegd dat de voedings- of gezondheidsclaims die worden gedaan in een commerciële mededeling betreffende een levensmiddel dat bestemd is om als zodanig aan de eindgebruiker te worden geleverd, binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen wanneer deze mededeling niet aan de eindgebruiker maar uitsluitend aan beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg is gericht.

LS&R 1350

Inbreuk door voorgevulde spuit en gebod tot verwijdering uit G-standaard

Rechtbank Den Haag 27 jul 2016, LS&R 1350; ECLI:NL:RBDHA:2016:8700 (AstraZeneca tegen Sandoz), http://www.lsenr.nl/artikelen/inbreuk-door-voorgevulde-spuit-en-gebod-tot-verwijdering-uit-g-standaard

Vzr. Rechtbank Den Haag 27 juli 2016, IEF 16152; LS&R 1350; ECLI:NL:RBDHA:2016:8700 (AstraZeneca tegen Sandoz)
Octrooirecht. AstraZeneca brengt FASLODEX op de markt, een geneesmiddel voor toepassing op oestrogeenafhankelijke typen borstkanker met actieve stof fulvestrant die voorkomt dat oestrogeen de kankercellen bereikt. Ze is houdster van EP1250138B2. Het generieke product Fulvestrant Sandoz 50 mg/ml, is een oplossing voor injectie in een voorgevulde spuit. De Sandoz fulvestrant is opgenomen in de zogenaamde G-Standaard. Er bestaat teveel twijfel dat de materie van conclusie 1 van het octrooi in een bodemprocedure niet-inventief zal worden geoordeeld, wanneer wordt uitgegaan van de meest nabije stand van de techniek uit destukken van Howell in combinatie met McLeskey. Er volgt een inbreukverbod en een plicht om de voorgevulde spuit per eerstvolgende keer dat dit redelijkerwijs mogelijk is, om uit de G-standaard te verwijderen.

LS&R 1349

De vakman zou zonder inventieve denkarbeid tot verhoging van de concentratie van MTX-oplossing komen

Rechtbank Den Haag 27 jul 2016, LS&R 1349; ECLI:NL:RBDHA:2016:8596 (Accord tegen Medac), http://www.lsenr.nl/artikelen/de-vakman-zou-zonder-inventieve-denkarbeid-tot-verhoging-van-de-concentratie-van-mtx-oplossing-komen

Rechtbank Den Haag 27 juli 2016, IEF 16148; LS&R 1349; ECLI:NL:RBDHA:2016:8596 (Accord tegen Medac)
VRO. Verschilmaatregel en het technische effect. Accord is producent generieke geneesmiddelen, en heeft een vergunning voor methotrexaat 50mg/ml. Medac is houdster van EP2046332 voor geconcentreerde methotrexaatoplossingen). Het objectieve technische probleem waar de rechtbank in het navolgende dan ook van uit zal gaan, is dati te formuleren als ‘het ontwikkelen van een subcutaan toe te dienen formulering van MTX die de pijn veroorzaakt door het inspuiten van relatief grote volumes vermindert’. Naar het oordeel van de rechtbank zou de vakman (een 'skilled team' van een auto-immuunziektenarts en een formuleringsdeskundige) zonder inventieve denkarbeid (‘would’) komen tot een verhoging van de concentratie van de MTX-oplossing. De rechtbank vernietigt het Nederlandse deel van het octrooi omdat het niet inventief is. De reconventionele vorderingen worden afgewezen.

LS&R 1347

HvJ EU over het begrip communautaire veredelaars bij passieve veredeling en vermenging met tijdelijk uitgevoerde goederen

Hof van Justitie EU 21 jul 2016, LS&R 1347; ECLI:EU:C:2016:580 (Staatssecretaris van Financiën tegen Argos), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-over-het-begrip-communautaire-veredelaars-bij-passieve-veredeling-en-vermenging-met-tijdelijk

HvJ EU 21 juli 2016, IEF 16128; IEFbe 1347; LS&R 1874; C‑4/15;  ECLI:EU:C:2016:580 (Staatssecretaris van Financiën tegen Argos)
Douanerecht. Veredelingsproducten (brandstof). De Hoge Raad wenst met name verduidelijking van het begrip „communautaire veredelaars” aangezien die economische voorwaarden betrekking hebben op het ontbreken van een ernstige schade voor de wezenlijke belangen van deze veredelaars.  HvJ EU:

Artikel 148, onder c), van [Douaneverordening], moet aldus worden uitgelegd dat, om in het kader van een verzoek om een vergunning voor gebruikmaking van de regeling passieve veredeling te beoordelen of is voldaan aan de economische voorwaarden voor gebruikmaking van die regeling, niet alleen rekening moet worden gehouden met de wezenlijke belangen van communautaire producenten van soortgelijke producten als het eindproduct dat uit de voorgenomen veredelingshandelingen zou ontstaan, maar ook met die van communautaire producenten van soortgelijke producten als de niet-communautaire grondstoffen of halffabricaten die bestemd zijn om tijdens deze handelingen te worden vermengd met tijdelijk uitgevoerde communautaire goederen.

LS&R 1348

Conclusie AG: Nationaal verbod voor voedingssupplement met aminozuren is niet in strijd met levensmiddelenwetgeving

Hof van Justitie EU 21 jul 2016, LS&R 1348; ECLI:EU:C:2016:589 (Queisser Pharma tegen Deutschland), http://www.lsenr.nl/artikelen/conclusie-ag-nationaal-verbod-voor-voedingssupplement-met-aminozuren-is-niet-in-strijd-met-levensmid

Conclusie AG HvJ EU 21 juli 2016, LS&R 1348; C-282/15 ; ECLI:EU:C:2016:589 (Queisser Pharma tegen Deutschland)
Voedselveiligheid – Wetgeving van lidstaten waarbij de vervaardiging en verhandeling van voedingssupplementen met aminozuren worden verboden – Discretionaire ontheffingsmogelijkheden. Conclusie AG: Vraag 1

De artikelen 34, 35 en 36 VWEU, gelezen in samenhang met artikel 14 van verordening nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, verzetten zich niet tegen een nationale wettelijke regeling waarbij de vervaardiging of verwerking respectievelijk het in de handel brengen van een voedingssupplement met aminozuren wordt verboden, voor zover daarvoor niet onder bepaalde nadere feitelijke voorwaarden een tijdelijke ontheffing is verleend door de bevoegde nationale autoriteit, die ter zake over een discretionaire bevoegdheid beschikt.

 

LS&R 1346

In brief aan ziekenhuisinkopers een concurrerend product als onveilig bestempelen

Rechtbank Den Haag 18 jul 2016, LS&R 1346; (Becton Dickinson tegen B. Braun), http://www.lsenr.nl/artikelen/in-brief-aan-ziekenhuisinkopers-een-concurrerend-product-als-onveilig-bestempelen
VPS

Vzr. Rechtbank Amsterdam 18 juli 2016, IEF 16116; LS&R 1346 (Becton Dickinson tegen B. Braun)
Reclame. Onrechtmatige uiting. Braun heeft aan inkopers van verschillende ziekenhuizen een brief gezonden met de strekking dat haar productontwerp is aangepast, naar aanleiding van een aanhangige octrooirechtprocedure, dat de VPS van Becton onveilig is, althans onveiliger dan haar VPS oud. Braun citeert daarbij tekst uit de procedure, deze dient zij te rectificeren.

LS&R 1345

Scheidslijn van octrooilicenties functional foods en medische toepassing

Hof Den Haag 7 jun 2016, LS&R 1345; (Ablynx tegen Unilever), http://www.lsenr.nl/artikelen/scheidslijn-van-octrooilicenties-functional-foods-en-medische-toepassing

Hof Den Haag 7 juni 2016, IEF 16106; IEFbe 1866; LS&R 1345 (Abylynx tegen Unilever)
Zie eerder IEF 14519 en IEF 13316. Octrooirecht. Licenties. Uitleg 'gereserveerde sector'. Toepassing Belgisch/Nederlands recht. Unilever kreeg een licentie voor exploitatie van de Hamers-octrooien voor o.a. verpakte functional foods, Ablynx voor medische toepassingen. Het gaat over de scheidslijn van die twee gebieden. Het hof verklaart voor recht dat Unilever inbreuk maakt voor zover VHH Product een therapeutische of profylactische werking heeft ten aanzien van specifieke pathogenen. Het opleggen van een moratorium is te beschouwen als een vorm van schadevergoeding, het hof is van oordeel dat de verklaring voor recht voldoende is.