LS&R 1501

Verpleegkundige geschorst na aangaan seksuele relatie patiënt

5 sep 2017, LS&R 1501; (Klacht tegen verpleegkundige), http://www.lsenr.nl/artikelen/verpleegkundige-geschorst-na-aangaan-seksuele-relatie-pati-nt

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam 5 september 2017, LS&R 1501 (Klacht tegen verpleegkundige) De Inspectie verwijt verweerster, verpleegkundige bij een instelling, dat zij zich gedurende drie jaren (seksueel) grensoverschrijdend heeft gedragen jegens een aan haar zorg toevertrouwde patiënt. Verpleegkundige heeft ter zitting erkend dat sprake is geweest van een persoonlijke en seksuele relatie met de patiënt. Het college is van oordeel dat verpleegkundige hiermee de professionele grenzen die zij als verpleegkundige in acht behoorde te nemen, heeft overschreden. Verpleegkundige werkt met (kwetsbare) psychiatrische patiënten. Haar handelswijze is tuchtrechtelijk dan ook zeer verwijtbaar. De klacht wordt gegrond verklaard. De verpleegkundige wordt geschorst voor de duur van een jaar.

LS&R 1500

Hoger beroep mag tussentijds ingesteld worden tegen afwijzing oppositie VSY tegen octrooi intra-oculaire lens

Rechtbank Den Haag 6 sep 2017, LS&R 1500; ECLI:NL:RBDHA:2017:10121 (Carl Zeiss Meditec tegen VSY), http://www.lsenr.nl/artikelen/hoger-beroep-mag-tussentijds-ingesteld-worden-tegen-afwijzing-oppositie-vsy-tegen-octrooi-intra-ocul

Rechtbank Den Haag 6 september 2017, IEF 17091; LS&R 1500; ECLI:NL:RBDHA:2017:10121 (Carl Zeiss Meditec tegen VSY) Octrooirecht. Carl Zeiss is houder van het Europese octrooi EP2377493 op een intra-oculaire lens. Door VSY wordt een intra-oculaire lens op de markt gebracht onder de naam Tri-ED 611. Rechtbank Den Haag [IEF 16848] oordeelt dat de lens van gedaagden valt onder de beschermingsomvang van het octrooi van Carl Zeiss. Het Nederlandse deel is geldig: nawerkbaar, nieuw en inventief. Provisioneel inbreukverbod in afwachting nietigheidsoordeel van de buitenlandse delen. De rechtbank bepaalt dat er tussentijds hoger beroep zal kunnen worden ingesteld tegen de beslissing in het tussenvonnis. Er is sprake van een bijzondere omstandigheid: provisionele maatregel gelast in zelfde tussenvonnis waartegen hoger beroep wordt ingesteld. 

LS&R 1499

Geen inbreuk op tweede hulpverzoek 'Gebruiksklaar urinekathetersamenstel'

Rechtbank Den Haag 6 sep 2017, LS&R 1499; ECLI:NL:RBDHA:2017:10120 (Coloplast tegen Hollister), http://www.lsenr.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-tweede-hulpverzoek-gebruiksklaar-urinekathetersamenstel

Rechtbank Den Haag 6 september 2017, IEF 17085; LS&R 1499; ECLI:NL:RBDHA:2017:10120 (Coloplast tegen Hollister) Octrooirecht. Tweede hulpverzoek. Coloplast is houdster van EP 1 145 729 'Gebruiksklaar urinekathetersamenstel'. Eerder heeft deze rechtbank het octrooi vernietigd op basis van het hoofdverzoek en eerste hulpverzoek, daartegen is hoger beroep ingesteld. Coloplast vordert nu inbreuk op basis van het tweede hulpverzoek EP 729 B2. Coloplast heeft nog aangevoerd dat de VaPro reeds inbreuk maakt op deelkenmerk 2.1 omdat het water in de hydrofiele oppervlaktelaag moet worden aangemerkt als vloeibaar. Deze stelling, wat daar ook van zij, kan haar niet baten omdat dit ziet op de toestand van het water na activatie en niet op de (fysische) toestand van de activatiestof tijdens de activatie. Hollister maakt geen inbreuk. De vorderingen worden afgewezen.

LS&R 1497

Octrooi naaldbeschermingsamenstel niet inventief en wordt nietig verklaard

Rechtbank Den Haag 6 sep 2017, LS&R 1497; ECLI:NL:RBDHA:2017:9997 (Becton Dickinson tegen Braun Melsungen), http://www.lsenr.nl/artikelen/octrooi-naaldbeschermingsamenstel-niet-inventief-en-wordt-nietig-verklaard

Rechtbank Den Haag 6 september 2017, IEF 17083, LS&R 1497; ECLI:NL:RBDHA:2017:9997 (Becton Dickinson tegen Braun Melsungen) Europees octrooi. Braun is houdster van het Europese octrooi EP 2 319 556 B1: 'Needle tip guard for hypodermic needles', een naaldbeschermingsamenstel. Becton Dickinson vordert vernietiging van het Nederlandse deel van EP 556, dan wel een verklaring voor recht dat de VPS oud en VPS nieuw niet onder de beschermingsomvang van het octrooi vallen. De rechter oordeelt dat er sprake is van toegevoegde materie voor zover de 'recess (32)' een 'outer recess' of 'a recess on the outside of the catheter hub' omvat. Conclusie 1 van het octrooi bevat zonder de plaats van de 'recess' te duiden niet alleen toegevoegde materie, maar is ook niet inventief. Braun heeft niet aangevoerd dat volgconclusies 2 t/m 12 iets inventiefs aan conclusie 1 toevoegen. Het gehele octrooi wordt nietig verklaard.

LS&R 1496

Voornemen prejudiciële vraag over de uitleg van artikel 11 van richtlijn 2001/83

Hof Den Haag 14 mrt 2017, LS&R 1496; ECLI:NL:GHDHA:2017:567 (Warner-Lambert Company tegen CtBG), http://www.lsenr.nl/artikelen/voornemen-prejudici-le-vraag-over-de-uitleg-van-artikel-11-van-richtlijn-2001-83

Hof Den Haag 14 maart 2017, IEF 17080; LS&R 1496; ECLI:NL:GHDHA:2017:567 (Warner-Lambert Company tegen CtBG) Tussenarrest, prejudiciële vragen zijn reeds gesteld, zie IEF 16935. Octrooirecht. Geneesmiddelenrecht. Tweede medische indicatie octrooi; beleid van het CBG om de SmPC en bijsluiter zonder carve out te publiceren; voornemen prejudiciële vraag over de uitleg van artikel 11 van richtlijn 2001/83.

LS&R 1495

Psychiater valt geen tuchtrechtelijk verwijt te maken

22 aug 2017, LS&R 1495; ECLI:NL:TGZCTG:2017:240 (Klacht tegen psychiater), http://www.lsenr.nl/artikelen/psychiater-valt-geen-tuchtrechtelijk-verwijt-te-maken

Het Centraal Tuchtcollege voor de voor de Gezondheidszorg 22 augustus 2017, LS&R 1495; ECLI:NL:TGZCTG:2017:240 (Klacht tegen psychiater) Klacht tegen psychiater. In 2003 is bij klager de diagnose schizofrenie, paranoïde type gesteld. Verweerder heeft deze diagnose in 2014 onderschreven. Klager verwijt verweerder het stellen van een foute diagnose. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Verweerder heeft in eerste aanleg bij het Regionaal Tuchtcollege te Den Haag het volgende aangegeven: Verweerder heeft zich bereid verklaard mee te wegen dat klager heeft verklaard dat hij tijdens zijn werkzame periode bij H. meermalen aan chemische gassen en dampen is blootgesteld en dat bij hem eenmaal leverontsteking is geconstateerd. Verweerder heeft daaraan evenwel toegevoegd dat dit geen invloed heeft op de gestelde diagnose, gezien het tijdverloop en het feit dat er bij klager sprake is van alcohol (mis)gebruik. Het College kan verweerder in die redenering volgen en ziet niet in welk opzicht hem een tuchtrechtelijk verwijt te maken valt. Het beroep van klager wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.
 

LS&R 1493

Vragen aan het HvJEU over definitie pruimstabakproducten in het licht van richtlijn 2014/40/EU

Hof van Justitie EU 11 jul 2017, LS&R 1493; C-425/17 (Pruimtabaksproducten), http://www.lsenr.nl/artikelen/vragen-aan-het-hvjeu-over-definitie-pruimstabakproducten-in-het-licht-van-richtlijn-2014-40-eu

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ 11 juli 2017, LS&R 1493; C-425/17 (pruimtabaksproducten) Volksgezondheid. Via Minbuza: Verzoekster (Günter Hartmann Tabakvertrieb) komt op tegen de door verweerster (Stadt Kempen) ingestelde verkoopverboden voor twee door haar op de Duitse markt verkochte tabaksproducten. De Beierse overheidsinstantie voor gezondheid en voedselveiligheid (hierna: LGL) heeft monsters van deze beide producten afgekeurd. In zijn advies kwam LGL tot de conclusie dat het op grond van de structuur, consistentie en wijze van gebruik een verboden tabaksproduct betreft, aangezien het bestemd is voor een andere oraal gebruik dan roken of pruimen. Bij beschikkingen van respectievelijk 13 oktober 2014 en 15 januari 2015 heeft verweerster verzoekster verplicht de litigieuze tabaksproducten niet langer in de handel te brengen. De bestuursrechter in eerste aanleg waarbij hiertegen beroep was ingesteld, heeft de beschikking met betrekking tot het eerste product ‘Thunder Chewing Tobacco’ – waarbij het gaat om een pasta-achtige massa op basis van fijngemalen tabak – nietig verklaard, op grond dat het product bestemd is om te worden gepruimd en derhalve in de handel mag worden gebracht. Met betrekking tot het tweede product ‘Thunder Frosted Chewing Bags’ – waarbij in kleine, poreuze builtjes van cellulose verpakte fijngesneden tabak wordt gepruimd, heeft de bestuursrechter dat beroep daarentegen afgewezen. Of een product is bestemd om te worden gepruimd, moet uit het product zelf blijken. Het volstaat niet dat het pas geschikt is om te worden gepruimd door een aanbiedingsvorm – namelijk in builtjes verpakt – die losstaat van het eigenlijke tabaksproduct. Tegen deze beslissingen heeft verzoekster respectievelijk verweerster hoger beroep ingesteld bij de hoogste bestuursrechter van de deelstaat Beieren. 

LS&R 1492

EPO's Unitary Patent Guide

, LS&R 1492; http://www.lsenr.nl/artikelen/epo-s-unitary-patent-guide
unitary patent guide

EPO Unitary Patent Guide. Obtaining, maintaining and managing Unitary Patents. August 2017, 1st edition. 1 This guide outlines the provisions relevant to obtaining, maintaining and managing Unitary Patents and , in particular , offer s practical advice to smooth the way to them. It cannot, however, go into the details or specific issues of all the procedures relat ing to Unitary Patents, and it does not constitute an official commentary on the applicable legislation . 2 In this guide, you will find references to various provisions of the two EU r egulations relat ing to Unitary Patent s , the European Patent Convention (hereinafter " EPC "), the secondary legislation (Rules relating to Unitary Patent Protection and Rules relating to Fees for Unitary Patent Protection), the EPO's Official Journal (hereinafter "OJ") and the Agreement on a Unified Patent Court (hereinafter "UPCA") . You are strongly advised to consult the legislation or the relevant legal commentaries before t aking any decisions in practice . Lees verder

LS&R 1491

Maker van module alternatieve geneeswijzen slaagt niet in bewijsopdracht omtrent onrechtmatig profiteren van wanprestatie

Hof Amsterdam 30 mei 2017, LS&R 1491; ECLI:NL:GHAMS:2017:2039 (Module alternatieve geneeswijze), http://www.lsenr.nl/artikelen/maker-van-module-alternatieve-geneeswijzen-slaagt-niet-in-bewijsopdracht-omtrent-onrechtmatig-profit

Hof Amsterdam 30 mei 2017, IEF 17047; LS&R 1491; ECLI:NL:GHAMS:2017:2039 (module alternatieve geneeswijze) Auteursrecht. Zie eerder [IEF 16240]. Er komt geen auteursrechtelijke bescherming toe aan de module van alternatieve geneeswijzen, bestaande uit een ordening van aandoeningen, therapieën en toe te passen middelen inzake alternatieve geneeswijzen. Bewijsopdracht voor appellante omtrent het onrechtmatig profiteren van wanprestatie door geïntimeerden. Afgelegde getuigenverklaringen, waaronder verklaringen van horen zeggen, vormen geen geslaagd bewijs. Er is onvoldoende bewijs geleverd dat de importeur van Asyra de onjuiste indruk heeft gewekt dat de IDT-module bij het Asyra apparaat gratis beschikbaar is en aldus gebruik heeft gemaakt van de populariteit van de IDT-module. Bekrachtiging vonnis. 

LS&R 1490

HvJ EU: Cosmeticaproduct waarvoor dierproeven in derde landen zijn verricht, mag in de EU worden geweigerd

Hof van Justitie EU 21 sep 2017, LS&R 1490; ECLI:EU:C:2016:703 (EFCI tegen Secretary of State for Business, Innovation and Skills), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-cosmeticaproduct-waarvoor-dierproeven-in-derde-landen-zijn-verricht-mag-in-de-eu-worden-gewei

HvJ EU 21 september 2016, LS&R 1490; ECLI:EU:C:2016:703; C-592/14 (EFCI tegen Secretary of State for Business, Innovation and Skills) Cosmetische producten die ingrediënten of combinaties van ingrediënten bevatten waarvoor, om aan de voorschriften van deze verordening te voldoen’, een dierproef is verricht. Uit het persbericht: Het Unierecht schermt de Europese markt af voor cosmetica met ingrediënten waarvoor dierproeven zijn verricht. Wanneer die proeven buiten de Unie zijn verricht om het product in derde landen op de markt te brengen en het resultaat van die proeven wordt gebruikt om de veiligheid van het product aan te tonen, mag dit product de toegang tot de markt van de Unie worden geweigerd. Antwoord HvJ EU:

Artikel 18, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten moet aldus worden uitgelegd dat het een verbod kan inhouden om in de Europese Unie cosmetische producten op de markt te brengen met bepaalde ingrediënten waarvoor dierproeven buiten de Unie zijn verricht met het oog op het in de handel brengen van cosmetische producten in derde landen, indien de daaruit voortvloeiende resultaten worden gebruikt om de veiligheid van deze producten te bewijzen om ze in de Unie op de markt te kunnen brengen.

LS&R 1488

Vragen aan HvJ EU: Verbod op het gebruik van elementen of kenmerken – inclusief merken – die verwijzen naar een smaak, geur- of smaakstoffen bij tabaksproducten

Hof van Justitie EU 21 apr 2017, LS&R 1488; (Planta Tabak), http://www.lsenr.nl/artikelen/vragen-aan-hvj-eu-verbod-op-het-gebruik-van-elementen-of-kenmerken-inclusief-merken-die-verwijzen-na

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 21 april 2017, IEF 17031; RB 2941; LS&R 1488; IEFbe 2307; C-220/17-verwijzingsbeschikking (Planta Tabak) Merkenrecht. Tabak. Reclame. Het verbod op het gebruik van elementen of kenmerken – inclusief merken – die verwijzen naar een smaak, naar geur- of smaakstoffen of naar andere additieven, dan wel naar het ontbreken daarvan in artikel 13, lid 1, onder c), van de richtlijn. Na Philip Morris Brands [IEF 15923; IEFbe 1787, LS&R 1312; RB 2710] moet nog verduidelijkt worden of de etiketteringsverboden moeten worden opgevat als een „verbod om de smaakstof als reclame te gebruiken” dan wel als een „verbod om de smaakstof te vermelden. Via Minbuza: De prejudiciële vragen hebben betrekking op drie vraagcomplexen:

LS&R 1489

Gestelde vragen aan HvJ EU: leidt de verplichting van neutrale sigarettenpakjes tot inbreuk op het eigendomsrecht, de vrijheden van meningsuiting en ondernemerschap en het evenredigheidsbeginsel? 

Hof van Justitie EU 19 mei 2017, LS&R 1489; (neutraal sigarettenpakje), http://www.lsenr.nl/artikelen/gestelde-vragen-aan-hvj-eu-leidt-de-verplichting-van-neutrale-sigarettenpakjes-tot-inbreuk-op-het-ei

HvJ EU 19 mei 2017, RB 2942; LS&R 1489; C-288/17 (neutraal sigarettenpakje) Via Minbuza: Bij de Conseil d’État (hoogste bestuursrechter) zijn vijf beroepen ingesteld tot nietigverklaring van het besluit van 19 mei 2016 tot omzetting van richtlijn 2014/40/EU (hierna: de richtlijn). Dit besluit herschikt bepalingen van de Franse wetboek volksgezondheid met betrekking tot het vereiste van het “neutrale pakje”. Daarnaast zet dat besluit artikel 13 van de richtlijn in nationaal recht om waar het met name het gebruik verbiedt van merken die tabak aanprijzen/aanmoedigen. In een uitvoeringsbesluit moet worden vastgesteld welke elementen of kenmerken verboden zijn. Twee verzoeksters (SEITA en BAT France) stellen dat de wetgever inbreuk maakt op hun merkrechten, die zij op één lijn stellen met eigendomsrechten, en op de vrijheden van ondernemerschap en van meningsuiting. De Conseil d’État stelt het Hof bijgevolg vragen over de draagwijdte van de betrokken bepalingen van richtlijn 2014/40 en over hun geldigheid in het licht van bepaalde grondrechten. 

LS&R 1487

Minister mocht maximumprijs van Lyrica niet baseren op prijzen van generieke kopieën

College van Beroep voor het Bedrijfsleven 7 jul 2017, LS&R 1487; ECLI:NL:CBB:2017:249 (Pfizer tegen Minister VWS), http://www.lsenr.nl/artikelen/minister-mocht-maximumprijs-van-lyrica-niet-baseren-op-prijzen-van-generieke-kopie-n

CBB 7 juli 2017, LS&R 1487; ECLI:NL:CBB:2017:249 (Pfizer tegen Minister VWS) Zie eerder ECLI:NL:CBB:2016:62. Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp). Vaststelling maximumprijs voor Lyrica. Appellanten hebben terecht aangevoerd dat de Wgp gebaseerd is op het respecteren van octrooirechten en dat is beoogd om alleen de prijzen van generieke producten in aanmerking te nemen die (na het verstrijken van het octrooi) in de referentielanden rechtmatig in de handel zijn gebracht. Verweerder heeft zich bij het nemen van het bestreden besluit geen rekenschap gegeven van de bijzondere situatie die zich in het onderhavige geval voordoet, waarbij de generieke kopieën voor Lyrica die in de referentielanden zijn verschenen slechts mogen worden verhandeld voor de indicatie epilepsie en gegeneraliseerde angststoornis (eerste indicaties), maar niet voor de indicatie neuropatische pijn (pijnindicatie). Het College is van oordeel dat verweerster de maximumprijs voor (de pijnindicatie van) Lyrica niet heeft mogen baseren op de prijzen van de generieke kopieën die in de referentielanden alleen voor de eerste indicaties mogen worden verhandeld. Het beroep is gegrond. Het besluit wordt vernietigd voor zover daarbij maximumprijzen voor Lyrica zijn vastgesteld.

LS&R 1486

Gegevensregistratie GGZ valt niet onder Wbp nu individuele personen niet herleidbaar zijn

Rechtbank Midden-Nederland 2 aug 2017, LS&R 1486; ECLI:NL:RBMNE:2017:4011 (Gegevensregistratie GGZ), http://www.lsenr.nl/artikelen/gegevensregistratie-ggz-valt-niet-onder-wbp-nu-individuele-personen-niet-herleidbaar-zijn

Rechtbank Midden-Nederland 2 augustus 2017, LS&R 1486; IT 2328; ECLI:NL:RBMNE:2017:4011 (Gegevensregistratie GGZ) Wbp en zorg. Privacy. Rechtspraak.nl: Twee belangenorganisaties in de geestelijke gezondheidszorg en twee zorgcliënten spanden een kort geding aan omdat zij willen dat de Stichting Benchmark GGZ stopt met de huidige vorm van gegevensregistratie. Die stichting registreert gegevens van zorgtrajecten om de kwaliteit in de branche te verhogen. De eisende partijen vinden dat niet wordt voldaan aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Stichting Benchmark GGZ vindt dat de gegevens die zij verwerkt (waar geen namen in staan) niet onder die wet vallen, omdat ze niet op individuele personen herleidbaar zijn. Dat is wel het geval als geregistreerde gegevens toch op individuen herleidbaar zijn door de gegevens met andere informatie te combineren. In een kort geding moet de rechter vaststellen of de eis van de belangenorganisaties en zorgcliënten hoogstwaarschijnlijk ook in een bodemprocedure toewijsbaar zal zijn. De voorzieningenrechter oordeelt dat in deze zaak niet vastgesteld kon worden dat de gegevens wel onder de wet vielen. Voor een definitief oordeel op dat punt is een diepgaander onderzoek nodig.

LS&R 1485

Internetconsultatie wetswijziging btw-tarief voor geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en cosmetica

Op 11 november 2016 deed de Hoge Raad een uitspraak die voor veel onduidelijkheid zorgde over het toepasselijke btw-tarief voor veel producten zoals medische hulpmiddelen en cosmetica. De problemen die ik signaleerde in mijn artikel over deze uitspraak [LS&R 1466] worden nu opgelost door middel van een wetswijziging. De betreffende btw-regelgeving zal vooraan niet langer verwijzen naar de definitie van 'geneesmiddel' (waar het soms lastig toe te passen begrip 'aandieningscriterium' deel van uitmaakt) maar aansluiten bij geneesmiddelen waarvoor een (parallel)handelsvergunning is verleend. Reageren op de internetconsultatie die voor deze wetswijziging is geopend kan nog tot 14 augustus 2017: https://www.internetconsultatie.nl/geneesmiddelenbtw
LS&R 1484

Basisoctrooi voor ABC Bortezomib blijft overeind, verwijdering uit G-standaard bevolen

Rechtbank Den Haag 25 jul 2017, LS&R 1484; ECLI:NL:RBDHA:2017:8259 (Millenium Pharmaceuticals tegen Teva - Pharmachemie), http://www.lsenr.nl/artikelen/basisoctrooi-voor-abc-bortezomib-blijft-overeind-verwijdering-uit-g-standaard-bevolen

Vzr. Rechtbank Den Haag 25 juli 2017, IEF 16989; LS&R 1484; ECLI:NL:RBDHA:2017:8259 (Millenium Pharmaceuticals tegen Teva - Pharmachemie) Octrooirecht. Geneesmiddel Bortezomib werd tot 26 oktober 2015 beschermd door EP 0 788 360 B31, ‘Boronic ester and acid compouds, synthesis and uses’ op naam van Millennium. EP 360 is het basisoctrooi voor ABC (NL) 300151 voor ‘Bortezomib of een farmaceutisch aanvaardbare ester daarvan, desgewenst in de vorm van een farmaceutisch aanvaardbaar zout daarvan’ (hierna: het ABC). Het ABC is van kracht tot en met 27 april 2019. Pharmachemie heeft Bortezomib Teva laten opnemen in de G-standaard. Het basisoctrooi voor het ABC bortezomib wordt aangevallen, maar is voorshands inventief. Verbod en bevel tot verwijdering uit G-standaard.

LS&R 1483

"Chiropractor" geen beschermde titel en niet in strijd met wet BIG

Hof Den Haag 31 jan 2017, LS&R 1483; ECLI:NL:GHDHA:2017:2103 (Chiropractor), http://www.lsenr.nl/artikelen/chiropractor-geen-beschermde-titel-en-niet-in-strijd-met-wet-big

Hof Den Haag 31 januari 2017, LS&R 1483; ECLI:NL:GHDHA:2017:2103 (Chiropractor) Titel chiropractor. Wet BIG. SNRC vordert geïntimeerde te verbieden om zich als werkzoekende chiropraktor aan te bieden, deze benaming in zijn KvK-inschrijving te verwijderen en hem te verbieden om zich op welke manier dan ook aan te duiden als chiropractor. Volgens het hof is geen sprake van onrechtmatig handelen van geïntimeerde. Het enkele feit dat een deel van in Nederland werkende chiropractoren zich bij SNRC heeft laten registreren en SNRC zelf normen heeft opgesteld, betekent niet dat sprake is van een professionele standaard. Daarbij stelt de wet BIG ook geen opleidingseisen aan chiropractoren.

LS&R 1482

Inzage medisch dossier door ouders van overleden dochter afgewezen

Rechtbank Limburg 19 jul 2017, LS&R 1482; ECLI:NL:RBLIM:2017:6887 (Medisch dossier dochter), http://www.lsenr.nl/artikelen/inzage-medisch-dossier-door-ouders-van-overleden-dochter-afgewezen

Rechtbank Limburg 19 juli 2017, LS&R 1482; ECLI:NL:RBLIM:2017:6887 (Medisch dossier dochter) Beroepsgeheim. Inzage medisch dossier. Ouders van door zelfdoding overleden dochter willen inzage in haar medisch dossier. Met ggz heeft dit geweigerd omdat de dochter bij leven geen toestemming heeft verleend. Zij heeft meermalen uitdrukkelijk gezegd dat zij haar ouders niet bij de behandeling wilde betrekken. In dit geval mag geen veronderstelde toestemming worden aangenomen. Opheffing van het beroepsgeheim betekent bovendien niet zonder meer een verplichting tot inzageverlening.

LS&R 1481

MS-octrooi nietig vanwege Conference Abstract

Rechtbank Den Haag 12 jul 2017, LS&R 1481; ECLI:NL:RBDHA:2017:7628 (Swiss pharma tegen Biogen), http://www.lsenr.nl/artikelen/ms-octrooi-nietig-vanwege-conference-abstract
natalizumab

Vzr. Rechtbank Den Haag 12 juli 2017, IEF 16959; LS&R 1481; ECLI:NL:RBDHA:2017:7628 (Swiss pharma tegen Biogen)
Octrooirecht. Biogen houdt zich bezig met geneesmiddelen en therapieën voor de behandeling van serieuze neurologische, zeldzame ziekten en auto-immuunziekten. Eind jaren '90 onderzocht zij natalizumag als behandelwijze voor MS; zij houdt het octrooi EP1485127. Uitleg conclusies in het licht van de beschrijving en de tekeningen. De gemiddelde vakman begrijpt ‘chronic pathological inflammation’ in conclusie 1 als een chronische pathologische ontsteking veroorzaakt door MS, in de zin van een steeds terugkerende/voortdurende ontsteking die typerend is voor een chronische aandoening als MS en leidt tot demyelinisatie en dus niet als een specifieke soort ontsteking binnen MS. Conclusies 1, 3 en 4 zijn niet nieuw door abstract van wetenschappelijk congres. Conclusie 2 niet inventief. Het wordt niet in het Conference Abstract wordt geopenbaard, maar het ligt voor de vakman voor de hand om bij de chronische, ongeneeslijke ziekte MS de behandeling te verleng van 6 tot 12 maanden.