Gezondheidszorg

LS&R 1534

Huisarts mist bij diverse diagnoses belangrijke signalen uit voorgaande consulten

31 okt 2017, LS&R 1534; ECLI:NL:TGZRSGR:2017:150 (Klaagster tegen huisarts), http://www.lsenr.nl/artikelen/huisarts-mist-bij-diverse-diagnoses-belangrijke-signalen-uit-voorgaande-consulten
Tuchtrecht

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 31 oktober 2017, LS&R 1534; ECLI:NL:TGZRSGR:2017:150 (Klaagster tegen huisarts). Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts had, op basis van de verhoogde infectie parameters, in combinatie met de duur van de benauwdheidsklachten, het feit dat de prednison kuur de klachten had moeten verminderen, en het feit dat patiënte bekend stond als rookster, een doorverwijzing voor verder onderzoek moeten realiseren. De huisarts heeft steeds op geleide van de klachten een andere diagnose gesteld zonder de diagnose longkanker te overwegen en in de differentiaal diagnose mee te nemen. Het College overweegt daarbij dat de huisarts bij het stellen van de diverse diagnoses belangrijke signalen uit voorgaande consulten niet heeft meegenomen. Klacht gegrond. Waarschuwing.

LS&R 1533

Verpleegster gaat professionele grenzen te buiten door seksuele relatie met patiënt

31 okt 2017, LS&R 1533; ECLI:NL:TGZRSGR:2017:149 (Inspectie voor de Gezondheidszorg tegen verpleegkundige), http://www.lsenr.nl/artikelen/verpleegster-gaat-professionele-grenzen-te-buiten-door-seksuele-relatie-met-pati-nt
Tuchtrecht

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 31 oktober 2017, LS&R 1533; ECLI:NL:TGZRSGR:2017:149 (Inspectie voor de Gezondheidszorg tegen verpleegkundige). Gegronde klacht van de IGZ tegen een verpleegkundige wegens grensoverschrijdend gedrag. De verpleegkundige heeft door het grensoverschrijdend gedrag de professionele grenzen die zij als verpleegkundige in acht behoorde te nemen, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de Nationale beroepscode van Verpleegkundigen en Verzorgenden 2007 en 2015, overschreden. Klacht gegrond. Schorsing voor de duur van twaalf maanden.

LS&R 1530

Huisarts had patiënt op kortere termijn naar neuroloog moeten sturen

31 okt 2017, LS&R 1530; ECLI:NL:TGZRSGR:2017:152 (Klaagster tegen huisarts), http://www.lsenr.nl/artikelen/huisarts-had-pati-nt-op-kortere-termijn-naar-neuroloog-moeten-sturen

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 31 oktober 2017, LS&R 15 ; ECLI:NL:TGZRSGR:2017:152 (Klaagster tegen huisarts). Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft bij haar beoordeling ten onrechte geen acht geslagen op wat onder andere de dochter van klaagster heeft gezegd. De huisarts had hieruit kunnen afleiden dat de woordvindstoornissen al vier weken speelden. De huisarts heeft de subtiele signalen die ook gerelateerd kunnen worden aan neurologische problemen, niet opgepikt. Zij had gezien de voormelde signalen van klaagster in de differentiaal diagnose een mogelijke TIA moeten overwegen. Er waren voldoende signalen voor een niet-pluisgevoel. Dat de huisarts niet direct een duidelijke diagnose had, valt haar niet te verwijten, maar er had wel verwacht mogen worden een ander beleid te volgen, namelijk verwijzing naar neuroloog op korte termijn. Klacht gegrond. Waarschuwing.

LS&R 1528

Zwaarwegende belangen rechtvaardigen doorbreken medische geheimhoudingsplicht

Rechtbank Noord-Nederland 27 sep 2017, LS&R 1528; ECLI:NL:RBNNE:2017:4099 (Doorbreking geheimhoudingsplicht), http://www.lsenr.nl/artikelen/zwaarwegende-belangen-rechtvaardigen-doorbreken-medische-geheimhoudingsplicht

Vzr. Rechtbank Noord-Nederland 27 september 2017, LS&R 1528; ECLI:NL:RBNNE:2017:4099 (doorbreking geheimhoudingsplicht) Medisch beroepsgeheim. De moeder van een gezin heeft in 2013 bij testament over haar nalatenschap beschikt. Eisers hebben verzocht om een voorlopig deskundigenbericht te gelasten, waarbij een prof. dr. verbonden aan het VUmc tot deskundige is benoemd. De huisarts van de, inmiddels overleden, moeder is met pensioen, maar heeft zijn praktijk, en het medisch dossier van moeder, ondergebracht in een maatschap. De deskundige heeft om het volledig medisch dossier verzocht bij de maatschap, maar zij stelt dat het medisch beroepsgeheim in de weg staat aan afgifte van het medisch dossier aan de deskundige. De deskundige stelt daartegenover dat de belangen van eisers zodanig zwaarwegend zijn dat de geheimhoudingsplicht van de maatschap doorbroken dient te worden. Met het belang van geheimhouding mag inderdaad niet lichtvaardig worden omgesprongen. Een concrete aanwijzing dat een inbreuk op de geheimhouding gerechtvaardigd kan worden is indien er sprake is van een (recente) wijziging van het testament waardoor betrokkenen zijn onterfd. Hiervan is sprake en er zijn tevens voldoende concrete aanwijzingen voor een vermoeden van wilsonbekwaamheid bij de moeder. Het is voldoende aannemelijk dat het medisch dossier meer opheldering verschaft over de wilsbekwaamheid van de moeder en dat deze opheldering niet op andere wijze kan worden verkregen. De doorbraak van de geheimhoudingsplicht mag echter niet verder gaan dan de belangen van eisers rechtvaardigen.

LS&R 1526

Arts krijgt waarschuwing omdat zij patiënte in verslechterde toestand had moeten insturen naar het ziekenhuis

24 okt 2017, LS&R 1526; ECLI:NL:TGZRSGR:2017:148 (Klaagster tegen arts), http://www.lsenr.nl/artikelen/arts-krijgt-waarschuwing-omdat-zij-pati-nte-in-verslechterde-toestand-had-moeten-insturen-naar-het-z

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 24 oktober 2017, LS&R 1526; ECLI:NL:TGZRSGR:2017:148 (Klaagster tegen arts) Gegronde klacht tegen een arts. Op het moment dat sprake was van een de verslechterde toestand van patiënte, namelijk de toenemende temperatuur, de hoge pols en de lage tensie had de arts het oordeel moeten vellen dat de situatie op dat moment alarmerend was en had moeten besluiten om naar patiënte te gaan voor een medische beoordeling, waarbij zij zelf ook een inspectie van de buik had moeten doen. De werkdiagnose urineweginfectie was niet meer passend bij de medische toestand van patiënte, de toestand was zodanig slecht dat zij patiënte had moeten insturen naar het ziekenhuis. De klacht wordt gegrond verklaard, er wordt een waarschuwing opgelegd.  

LS&R 1525

Verpleegkundige handelt tuchtrechtelijk verwijtbaar door alarmsignalen van beginnende sepsis niet te herkennen

24 okt 2017, LS&R 1525; ECLI:NL:TGZRSGR:2017:145 (klaagster tegen verpleegkundige), http://www.lsenr.nl/artikelen/verpleegkundige-handelt-tuchtrechtelijk-verwijtbaar-door-alarmsignalen-van-beginnende-sepsis-niet-te

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 24 oktober 2017, LS&R 1525; ECLI:NL:TGZRSGR:2017:145 (klaagster tegen verpleegkundige) Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de alarmsignalen van een beginnende sepsis niet te herkennen. Dit geldt temeer daar zij patiënte (moeder van klaagster) en de medische voorgeschiedenis niet kende. Daarnaast was er het uitdrukkelijke signaal van klaagster over verandering in de toestand van haar moeder. De verpleegkundige had meer actie moeten ondernemen en had op dat moment de dienstdoende arts moeten inschakelen. De klacht wordt gegrond verklaard, er wordt een waarschuwing opgelegd.

LS&R 1517

12 klachten tegen artsen & verpleegkundigen bij behandeling echtgenoot

10 okt 2017, LS&R 1517; ECLI:NL:TGZRZWO:2017:154 (Klachten tegen artsen/verpleegkundigen), http://www.lsenr.nl/artikelen/12-klachten-tegen-artsen-verpleegkundigen-bij-behandeling-echtgenoot

Regionaal Tuchtcollege Zwolle 10 oktober 2017, LS&R 1517; nr. 267/2015; ECLI:NL:TGZRZWO:2017:154 (Klachten tegen artsen/verpleegkundigen) - Afwijzing II 272 - Afwijzing III 268 - Afwijzing IV 269 - Afwijzing V 270 - Klaagster heeft 12 klachten tegen artsen en verpleegkundigen ingediend. De klacht betreft de behandeling van de echtgenoot van klaagster, geboren in 1929 en overleden in 2014. Het college heeft een klachtonderdeel in de zaak 264/2015 gegrond bevonden en de maatregel van waarschuwing opgelegd. De overige klachten heeft het college afgewezen. De belangrijkste klachtonderdelen tegen verweerster luiden: dat zij geen eerlijke informatie heeft gegeven, dat zij heeft gelachen om de blaasontsteking en deze te laat heeft onderkend, de beslissing niet-reanimeerbeleid, terwijl patiënt wel gereanimeerd wilde worden, onvoldoende en onjuiste pijnmedicatie, het versterfbeleid, dat zij zei dat patiënt in het verpleeghuis thuishoorde en niet in het ziekenhuis, dat zij geen zorg heeft verleend aan de afstervende voet, dat zij vergeten is de benodigde medicatie toe te dienen. De klachten worden afgewezen.

LS&R 1516

Doorhaling van inschrijving basisarts in het BIG-register

10 okt 2017, LS&R 1516; ECLI:NL:TGZRAMS:2017:110 (klacht tegen basisarts), http://www.lsenr.nl/artikelen/doorhaling-van-inschrijving-basisarts-in-het-big-register

Regionaal Tuchtcollege voor de gezondheidszorg Amsterdam 10 oktober 2017, LS&R 1516; ECLI:NL:TGZRAMS:2017:110 (klacht tegen basisarts) IGZ verwijt verweerster dat zij zich in de brede zin op het terrein van de huisartsgeneeskundige zorg begeeft, terwijl zij enkel basisarts is en niet als huisarts geregistreerd staat. Ook verleent zij als basisarts zorg die niet voldoet aan de daarvoor geldende normen en volgt zij amper geaccrediteerde bij- en nascholing, is de continuïteit van de spoedzorg niet goed geborgd en is er geen adequate informatie-uitwisseling tussen de basisarts en andere behandelaren van de patiënten. Ten slotte voldoet de dossiervorming van de basisarts niet volgens de inspectie. De klacht wordt gegrond verklaard. Het Tuchtcollege legt aan verweerster de maatregel op van doorhaling van verweersters inschrijving in het BIG-register en legt tevens bij wijze van voorlopige voorziening, een schorsing van verweersters inschrijving in het BIG-register.