DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op vrijdag 22 mei 2026
LS&R 2384
||
23 mrt 2026
23 mrt 2026, LS&R 2384; ECLI:NL:RBROT:2026:3605 ([verzoeker] tegen Velthuis Kliniek), https://www.lsenr.nl/artikelen/afgifte-medisch-dossier-vereist-dagvaardingsprocedure-niet-verzoekschrift

Afgifte medisch dossier vereist dagvaardingsprocedure, niet verzoekschrift

Rb. Rotterdam 23 maart 2026, IT 5276; LS&R 2384; ECLI:NL:RBROT:2026:3605 ([verzoeker] tegen Velthuis Kliniek). [verzoeker] verzoekt de voorzieningenrechter om afgifte van haar volledige medisch dossier, onder verwijzing naar zowel artikel 7:456 BW als het inzagerecht uit artikel 15 AVG. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een dergelijke vordering tot afgifte niet via een verzoekschrift kan worden ingesteld, maar via een dagvaardingsprocedure. Dat geldt ook in spoedeisende gevallen, waarbij bovendien bijstand van een advocaat vereist is. Voor zover [verzoeker] zich beroept op de AVG, geldt dat een verzoekschriftprocedure alleen openstaat in een bodemprocedure op grond van artikel 35 UAVG en niet in kort geding.

Hoewel de wet in beginsel de mogelijkheid biedt om een verkeerd ingeleide procedure te herstellen (de spoorwissel), ziet de voorzieningenrechter daarvan in dit geval af. Doorslaggevend is dat geen sprake (meer) is van een spoedeisend belang. De door [verzoeker] aangevoerde reden, het gebruik van het dossier in een tuchtprocedure, is komen te vervallen nu die zitting al heeft plaatsgevonden. Het gestelde belang bij beëindiging van het geschil is onvoldoende om een kort geding te rechtvaardigen, mede gelet op het langdurige verloop van de kwestie en eerdere afwijzingen van haar standpunt in andere procedures. De voorzieningenrechter verklaart [verzoeker] daarom niet-ontvankelijk in haar verzoek en wijst geen herstelmogelijkheid toe. [verzoeker] wordt veroordeeld in de proceskosten.

4.8 [verzoeker] heeft ter onderbouwing van haar spoedeisend belang in haar verzoekschrift aangegeven dat zij het medisch dossier nodig heeft in het kader van de mondelinge behandeling van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg op 26 januari 2026. Deze mondelinge behandeling heeft reeds plaatsgevonden, zodat dit geen spoedeisend belang aan de zijde van [verzoeker] meer oplevert. Velthuis Kliniek heeft bovendien onbetwist aangevoerd dat de onderhavige procedure tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege aan de orde is gekomen en dat dit college niettemin geen aanleiding heeft gezien om de behandeling van de tuchtprocedure aan te houden. [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij desondanks nog steeds een spoedeisend belang heeft, omdat zij in grote mate ongemak ervaart van het voortslepen van het geschil rondom de afgifte van het medisch dossier. Hoewel dit een vervelende situatie betreft voor [verzoeker] , betekent dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat niet van haar kan worden gevergd een bodemprocedure te doorlopen. Daarbij speelt een rol dat [verzoeker] al lange tijd discussie voert met Velthuis Kliniek over de afgifte van haar dossier, dat Velthuis Kliniek al in 2022 naar eigen zeggen het volledige dossier inclusief de logging-gegevens ter beschikking heeft gesteld en dat zowel de Geschillencommissie Zelfstandige klinieken (in 2023) als het Regionaal Tuchtcollege (in 2025) het standpunt van [verzoeker] over de onvolledigheid van het dossier hebben afgewezen. Dit alles brengt met zich dat een spoorwissel niet zal leiden tot toewijzing van de vorderingen, maar enkel tot nadere kosten voor partijen.