LS&R 1822

Actualiteitenlunch Reclamerecht - Aanmelden nog mogelijk!

Zet lunch en laptop klaar en schuif aan tijdens de Actualiteitenlunch Reclamerecht van deLex op woensdag 27 mei! Bram Duivenvoorde (Universiteit Utrecht) en Ebba Hoogenraad (Hoogenraad & Haak) loodsen u in hoog tempo door de relevante rechtspraak en nieuwe Europese regelgeving.

De onderwerpen zijn onder meer: reclame en misleiding in games en apps, prijspersonalisering in Europa, duurzaamheidsclaims, reclame versus de vrijheid van meningsuiting, reclame in coronatijd, en nog veel meer....

Ook online zorgen we voor een persoonlijk gerichte, interactieve sessie, met ruimte voor vragen. Let op: het aantal plaatsen is beperkt.


Accreditatie: 2 opleidingspunten
Tijd: 12.15 – 14.30 uur

LS&R 1820

Nederlands Octrooicongres in twee delen

Actueel, volledig en praktijkgericht: het Nederlands Octrooicongres! Met paneldiscussies, uitgebreide jurisprudentieoverzichten, uitspraken van het EOB en diverse actuele onderwerpen.

Dit jaar verdelen we het programma over twee dagen: een online sessie op dinsdag 9 juni, gevolgd door een tweede deel op dinsdag 8 september, op een locatie in Amsterdam. Dagvoorzitters Gertjan Kuipers (De Brauw Blackstone Westbroek) en Peter Blok (Gerechtshof Den Haag, CIER) zorgen, samen met experts uit binnen- en buitenland, voor twee inspirerende middagen!

 

LS&R 1821

Webinar over het Transparantieregister Zorg

Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) organiseert in samenwerking met Axon een online training over alle aspecten van het Transparantieregister Zorg (TRZ), specifiek gericht op farmaceutische bedrijven.

Voor verdere informatie en aanmelding kijk hier.

LS&R 1819

Benelux Merkencongres op 11 juni en 6 oktober

Op 11 juni staat het Benelux Merkencongres 2020 gepland. Natuurlijk gaat dat gewoon door. Maar we pakken het dit jaar iets anders aan.
We verdelen het programma over 2 dagen: op 11 juni organiseren we een online sessie. Op 6 oktober volgt deel 2, hopelijk offline, op een locatie in Amsterdam.
Dagvoorzitters Martin Senftleben en Tobias Cohen Jehoram staan garant voor boeiende en inspirerende dagen met experts uit binnen- en buitenland. De sessies zijn interactief. We zorgen voor pauzes en natuurlijk krijgt u ruimte om vragen te stellen. U bent na afloop weer helemaal bij. 

LS&R 1816

Farmaceutische huidproducten vallen niet onder verlaagd btw-tarief

Rechtbank Den Haag 15 apr 2020, LS&R 1816; ECLI:NL:RBDHA:2020:4015 (Eiser tegen de inspecteur van de Belastingdienst), http://www.lsenr.nl/artikelen/farmaceutische-huidproducten-vallen-niet-onder-verlaagd-btw-tarief

Rechtbank Den Haag 15 april 2020, LS&R 1816; ECLI:NL:RBDHA:2020:4015 (Eiser tegen de inspecteur van de Belastingdienst)  X bv verkoopt (farmaceutische) producten, die worden toegepast in geval van huidaandoeningen zoals eczeem, acne, rosacea en andere huidirritaties zoals jeuk en roodheid waarbij de aanwezigheid van de Staphylococcus aureus-bacterie een rol speelt. X bv verzoekt om toepassing van het verlaagde btw-tarief van Tabel I, post a.6 bij de Wet OB. Er wordt geoordeeld dat de producten niet onder Tabel I, post a.6 bij de Wet OB vallen. Het is evenmin in strijd met het fiscale neutraliteitsbeginsel door niet het verlaagde tarief toe te passen. Het beroep is ongegrond.

LS&R 1814

HR: geen aanleiding tot toekenning van een proceskostenveroordeling

Hoge Raad 1 mei 2020, LS&R 1814; ECLI:NL:HR:2020:830 (Heraeus tegen Biomet), http://www.lsenr.nl/artikelen/hr-geen-aanleiding-tot-toekenning-van-een-proceskostenveroordeling

HR 1 mei 2020, IEF 19179, LS&R 1814; ECLI:NL:HR:2020:830 (Heraeus tegen Biomet) Twee producenten van botcement hadden een geschil over onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen, [LS&R 1779]. Biomet c.s. vorderen veroordeling van Heraeus in de proceskosten, te begroten op de voet van art. 1019ie Rv, tot een bedrag van € 19.980,50. Heraeus verzet zich tegen toepassing van art. 1019ie Rv.
Art. 1019ie Rv  geeft de rechter de bevoegdheid geen proceskostenveroordeling uit te spreken, maar het artikel verplicht hem niet daartoe. Daarom kan in het midden blijven of het artikel van toepassing is op een vordering of verzoek op grond van artikel 843a Rv van een partij die haar wederpartij beticht van het schenden van bedrijfsgeheimen. Er is geen aanleiding tot toekenning proceskostenveroordeling op grond van dit artikel.

LS&R 1815

HvJ EU geeft uitleg over 'van kracht zijnd basisoctrooi'

Hof van Justitie EU 30 apr 2020, LS&R 1815; ECLI:EU:C:2020:327 (Royalty Pharma tegen DPMA), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-geeft-uitleg-over-van-kracht-zijnd-basisoctrooi

HvJ EU 30 april 2020, IEF 19178, LS&R 1815, IEFbe 3071; ECLI:EU:C:2020:327 (Royalty Pharma tegen DPMA) Royalty Pharma Collection Trust (hierna: Royalty Pharma) is houder van een aangevraagde Europees octrooi. Deutsches Patent- und Markenamt (hierna: DPMA) is het Duits octrooi- en merkenbureau. Royalty Pharma en DPMA hebben een geschil over de weigering van een aanvullend beschermingscertificaat voor sitagliptine, een stof die wordt gebruikt voor de behandeling van diabetes mellitus. De werkzame stof was als klasse stoffen in de vorm van een functionele formule in het basisoctrooi opgenomen. De verwijzende rechter, het Bundespatentgericht, stelde daarom de vraag of (1) een product slechts beschermd is door een van kracht zijnde basisoctrooi als deze onder de beschermingsomvang van de octrooiconclusies valt in de vorm van een specifiek aan de vakman geopenbaarde vorm ("embodiment") van de stof, of dat het (2) ook beschermd kan worden als de stof onder een in de octrooiconclusies beschermde functionele formule voor een klasse van stoffen valt, maar niet individueel geclaimd is in een van de conclusies; en (3) of een product wordt beschermd door een van kracht zijnde basisoctrooi als een stof onder de in een conclusie geclaimde functionele formule valt, maar deze stof later als een eigen inventieve ontwikkeling ("independent inventive step") is ontwikkeld.

Royalty Pharma verzoekt om heropening van de mondelinge behandeling en voert twee argumenten aan. Ten eerste heeft de A-G  het verkeerde octrooi genoemd in zijn conclusie en ten tweede zou hij zijn afgeweken van het Teva-arrest. Zie [IEF 18685]. Er wordt geoordeeld dat de te herstellen feitelijke onjuistheden niet van dien aard zijn dat zij een beslissende invloed hebben op de beslissing van het HvJ EU en daarom de heropening van de mondelinge fase van de procedure rechtvaardigen. Er wordt tevens opgemerkt dat Royalty Pharma wenst te reageren op de conclusie van de A-G, terwijl dat niet mogelijk is. Volgens het Hof is er voldoende voorgelicht om de vragen van de verwijzende rechter te beantwoorden en dat partijen hun standpunten over alle argumenten op basis waarvan de onderhavige zaak moet worden beslecht, voldoende hebben kunnen uitwisselen.

De prejudiciële vragen worden als volgt beantwoord:

LS&R 1813

Octrooi op medisch hulpmiddel vernietigbaar bij gebrek aan inventiviteit

Rechtbank Den Haag 23 okt 2019, LS&R 1813; ECLI:NL:RBDHA:2019:11142 (Biolitec tegen Tobrix), http://www.lsenr.nl/artikelen/octrooi-op-medisch-hulpmiddel-vernietigbaar-bij-gebrek-aan-inventiviteit

Rechtbank Den Haag 23 oktober 2019, IEF 19163, LS&R 1813; ECLI:NL:RBDHA:2019:11142 (Biolitec tegen Tobrix) Tussenvonnis. Biolitec legt zich toe op de ontwikkeling en productie van medische lasersystemen en optische vezels. Tobrix exploiteert een groothandel in medische instrumenten en laboratoriumbenodigdheden.Tobrix produceert en verhandelt – onder meer – twee soorten radiaal fibers (radiaal vezels), de TXMF600R en de TXMF400R. Biolitec is houdster van octrooi EP 2 620 119 B1 (EP 119), dat betrekking heeft op een ‘Endoluminal laser ablation device for treating veins’. Het octrooi van Biolitic is vernietigbaar bij gebrek aan inventiviteit. Biolitic mag nog reageren op het verweer tegen subsidiaire hulpverzoeken. Een provisioneel inbreukverbod is niet toewijsbaar want die hulpverzoeken slagen voorshands niet. Zie ook [LS&R 1810].

LS&R 1812

Bevel tot vernietiging van de geretourneerde medische producten

Rechtbank Rotterdam 22 apr 2020, LS&R 1812; ECLI:NL:RBROT:2020:3961 (J&J tegen Fengh), http://www.lsenr.nl/artikelen/bevel-tot-vernietiging-van-de-geretourneerde-medische-producten

Rechtbank Rotterdam 22 april 2020, IEF 19159, LS&R 1812; ECLI:NL:RBROT:2020:3961 (J&J tegen Fengh) J&J ontwikkelt en verhandelt wereldwijd medische hulpmiddelen, waaronder hulpmiddelen voor wondhechting bij chirurgische ingrepen. Zij brengt deze hulpmiddelen via haar Ethicon-divisie op de markt. Fengh vervaardigt en verhandelt eveneens medische hulpmiddelen. Deze zaak betreft een internationaal geschil, J&J is gevestigd in Nederland en Fengh China in China. J&J stelt onder meer dat Fengh haar (Ethicon)producten nabootst en verhandelt. Fengh wordt veroordeeld tot terugroeping van alle Fengh-producten bij haar afnemers en vernietiging van de geretourneerde producten en van haar eigen voorraad. Fengh heeft door de Fengh-producten aan te bieden en te verkopen onrechtmatig gehandeld jegens J&J. Wat betreft de cartridges handelt Fengh in strijd met de wetgeving over medische hulpmiddelen.

LS&R 1810

Hoofdconclusie was niet inventief

15 apr 2020, LS&R 1810; ECLI:NL:RBDHA:2020:3414 (Biolitec tegen Tobrix), http://www.lsenr.nl/artikelen/hoofdconclusie-was-niet-inventief

Rechtbank Den Haag 15 april 2020, IEF 19145, LS&R 1810; ECLI:NL:RBDHA:2020:3414 (Biolitec tegen Tobrix) Inrichting voor laserbehandeling aderen. Biolititec benadrukt dat zij, anders dan de rechtbank in het tussenvonnis had overwogen, vasthoudt aan de geldigheid van de afhankelijke conclusies van EP 119 zoals verleend. Dat brengt de rechtbank bij de vraag of de afhankelijke conclusies van EP 119 inventief zijn. Daarnaast heeft Biolititec subsidiair nog gesteld dat de rechtbank, indien conclusie 1 volgens haar hulpverzoeken geen stand houdt en de afhankelijke conclusies van EP 119 waarop Tobrix inbreuk maakt ook niet inventief zijn, de geldigheid van de onderconclusies van de hulpverzoeken dient te beoordelen. De hoofdconclusie was niet inventief. De hulpverzoeken en afhankelijke conclusies waarop inbreuk zou zijn gemaakt, zijn ook niet inventief. De rechtbank zal de conclusies 1, 2, 3, 7, 12, 13, 14 en 15 in reconventie vernietigen omdat zij niet inventief zijn en de conclusies 4 tot en met 6 en 8 tot en met 11 in stand laten.

LS&R 1811

Rechtbank onbevoegd te kennisneming van vorderingen ten aanzien van Teva

Rechtbank Amsterdam 25 mrt 2020, LS&R 1811; ECLI:NL:RBAMS:2020:1881 (Synthon tegen Teva), http://www.lsenr.nl/artikelen/rechtbank-onbevoegd-te-kennisneming-van-vorderingen-ten-aanzien-van-teva

Rechtbank Amsterdam 25 maart 2020, IEF 19148, LS&R 1811; ECLI:NL:RBAMS:2020:1881 (Synthon tegen Teva) De zaak gaat over de handhaving van octrooien die betrekking hadden op Teva’s Copaxone® (glatirameeracetaat), een middel dat gebruikt wordt voor de behandeling van MS. Synthon wilde haar eigen glatirameeracetaat-product op de Europese markt brengen. In Tsjechië, Kroatië, Slovenië, Estland, Letland en Slowakije had Teva verboden gekregen op basis van nationale delen van Europese octrooien die achteraf door de Kamers van Beroep van het EOB vernietigd zijn.
De octrooihouder (en tevens de partij die de octrooien in die landen handhaafde) was het Israëlisch bedrijf Teva Pharmaceuticals International Ltd (Teva Ltd). TPI Ltd is door Synthon samen met de Nederlandse Teva entiteit (Teva Pharmaceuticals Europe BV; hier: Teva B.V.) bij de rechtbank in Amsterdam gedagvaard. Teva B.V. was verantwoordelijk voor het op de markt brengen van Teva’s producten op de Europese markt.

LS&R 1809

Actualiteitenlunch Reclamerecht - 27 mei 2020

Reserveer woensdag 27 mei in uw agenda voor de Actualiteitenlunch Reclamerecht online. Tijdens de lunchpauze loodsen Bram Duivenvoorde en Ebba Hoogenraad u door recente rechtspraak en nieuwe – Europese – regelgeving. U werkt daarna weer helemaal up-to-date verder.  

Bram Duivenvoorde licht de Europese actualiteiten toe, met onder meer:

  •     Belangrijke Europese wetswijzigingen, onder andere met betrekking tot prijspersonalisatie en prijsaanbiedingen
  •     De Leidraad bescherming online consument van de ACM, met daarin richtlijnen voor online reclame en beïnvloedingstechnieken
  •     De prejudiciële vragen van de Hoge Raad aan het Europees Hof in de Waternet-zaak.


Ebba Hoogenraad bespreekt onder andere:

  •     Wanneer wordt reclame misleiding?
  •     Hoe duurzaam moet duurzaam zijn?
  •     Reclame voor een denkbeeld: hoe zit het met vrijheid van meningsuiting?
  •     Corona-perikelen in reclame - en nog veel meer!

Omdat we nu niet fysiek bij elkaar kunnen komen, zorgen we voor een interactieve, online sessie. U krijgt daarvoor natuurlijk een heldere instructie. Tijdens de online-sessie ziet u de sprekers én de andere deelnemers.

Accreditatie: 2 opleidingspunten
Tijd: 12.15 – 14.30 uur

Meer informatie of inschrijven? Mail naar info@delex.nl of kijk op onze website. Graag tot 27 mei!

LS&R 1808

Conclusie P-G in Sandoz tegen AstraZeneca

Hoge Raad 3 apr 2020, LS&R 1808; ECLI:NL:PHR:2020:317 (Sandoz tegen AstraZeneca), http://www.lsenr.nl/artikelen/conclusie-p-g-in-sandoz-tegen-astrazeneca

HR Conclusie P-G 3 april 2020, IEF 19123, LS&R 1808; ECLI:NL:PHR:2020:317 (Sandoz tegen Astrazeneca) AstraZeneca is een internationale farmaceutische onderneming die zich richt op onder andere onderzoek en het op de markt brengen van farmaceutische producten. AstraZeneca brengt een geneesmiddel op de markt en heeft hier octrooi op. Sandoz is ook actief op de geneesmiddelenmarkt. De generieke fulvestrant-formulering van Sandoz zou inbreuk maken op, in ieder geval, conclusie 1 van het octrooi. Astrazeneca vordert Sandoz inbreuk op haar octrooi te staken. Het hof oordeelde dat Europese octrooien EP 138 en EP 537 voor een “fulvestrant formulation” (voor behandeling van borstkanker) geldig zijn. Van Peursem concludeert in zowel het principaal als het incidenteel cassatieberoep tot verwerping. Zie ook [IEF 17615], [IEF 16152], [IEF 17231], [IEF 18602] en [IEF 18122].

LS&R 1807

Delen patiëntgegevens bij wetenschappelijk onderzoek in spoedsituaties

In Nederland is het uitgangspunt dat de patiënt eerst toestemming moet geven voordat patiëntgegevens voor wetenschappelijk onderzoek mogen worden gebruikt. Op dat uitgangspunt bestaat van oudsher een aantal uitzonderingen. Die uitzonderingen zijn neergelegd in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO, artikel 7:458 BW) en artikel 24 en 28 van de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming. Zorg in spoedsituaties, indien de patiënt niet of nauwelijks aanspreekbaar is en vaak in existentiële nood, is een van die uitzonderingen.
Wanneer geen toestemming kan worden gevraagd, vereist de WGBO dat de patiënt geen bezwaar heeft gemaakt tegen gebruik van de patiëntgegevens voor wetenschappelijk onderzoek. Dat betekent dat elke patiënt duidelijk moet worden geïnformeerd dat in bepaalde situaties patiëntgegevens zonder toestemming voor wetenschappelijk onderzoek kunnen worden gebruikt, tenzij de patiënt daartegen bezwaar maakt.

Lees verder op Medlaw.nl.

LS&R 1806

Televisiecommercial voor Strepsils niet misleidend

25 feb 2020, LS&R 1806; (Televisiecommercial Strepsils), http://www.lsenr.nl/artikelen/televisiecommercial-voor-strepsils-niet-misleidend

SRC VAF 25 februari 2020, RB 3396, LS&R 1806; 2020/00076 – VAF (Televisiecommercial Strepsils) Klacht gericht tegen een televisiecommercial voor Strepsils. De inleidende klacht komt er op neer dat de reclame onjuist is omdat in de televisiecommercial wordt gezegd dat Strepsils bacteriën en virussen doodt. Het product heeft deze werking niet. De adverteerder verwijst naar de informatie van de Keuringsraad KOAG/KAG en wijst erop dat de samenvatting van de productkenmerken (hierna: SmPC) van Strepsils is goedgekeurd door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. Uit de informatie van de Keuringsraad KOAG/KAG blijkt dat Strepsils een geneesmiddel is en dat de in de televisiecommercial gebruikte claim dat Strepsils bacteriën en virussen doodt in overeenstemming is met de door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen goedgekeurde SmPC van Strepsils. In de SmPC wordt de werking van Strepsils beschreven. Deze werking is voldoende aannemelijk geacht. De voorzitter ziet geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de Keuringsraad KOAG/KAG dat de televisiecommercial om die reden toelaatbaar is. De voorzitter wijst de klacht af.

LS&R 1805

Meer flexibiliteit voor EU-lidstaten bij controles op levensmiddelen

De Europese Commissie heeft een maatregel gepubliceerd die het de lidstaten mogelijk maakt de officiële controles op de agrovoedingsketen op een flexibelere basis uit te voeren, om zo de specifieke uitdagingen van de situatie als gevolg van COVID-19 aan te pakken. De maatregel helpt de verspreiding van de ziekte door verplaatsingen van controlepersoneel te voorkomen en de verplaatsing van dieren, planten, levensmiddelen en diervoeders naar en binnen de EU te vergemakkelijken, ondanks de huidige omstandigheden. Tegelijkertijd wijzigt de maatregel geen wezenlijke regels van het EU-recht die de volksgezondheid en de diergezondheid, de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders en het dierenwelzijn regelen.

LS&R 1804

Raoul Soullié: dwanglicentie in het octrooirecht

In het octrooirecht is de dwanglicentie een maatregel die in elke academische cursus wordt besproken, maar die discussie wordt meestal afgesloten met de opmerking: "In de praktijk wordt deze maatregel nooit uitgevoerd". Zal de huidige pandemie daar verandering in brengen?

Lees hier het hele (Engelstalige) artikel In case of a cure: A compulsory licence as the last resort van Raoul Soullié op Leidenlawblog.nl.

LS&R 1803

Rudi Holzhauer: octrooirecht en corona-bestrijdingsmiddelen

Af en aan lezen we berichten over de beperkte beschikbaarheid van corona-bestrijdingsmiddelen. Waar dat om fysieke beperkingen gaat zullen die moeten worden aangesproken door “extra productie”. Een beetje oorlogsindustrie kan in deze tijd geen kwaad, natuurlijk.

"Het ontbreekt momenteel echter aan de essentiële ondersteuning waarin alleen de staat kan voorzien: tijdelijke dwanglicenties op intellectueel eigendom zijn nodig om uit het keurslijf van de standaardisatie te breken. Er moet ontheffing komen van aanbestedingsregels. Er is een ‘oorlogskas’ nodig om aanbetalingen te doen. 
NRC, 25 maart 2020, Rosanne Hertzberger en Cees Dekker.

Waar het gaat om door octrooien afgeschermde producten is het inderdaad goed om te wijzen op de weg van de zgn. dwanglicentie in het algemeen belang en wegens onvoldoende toepassing.

Lees hier de hele column van Rudi Holzhauer.

LS&R 1802

Werkwijze van de Rechtspraak na 6 april

In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de Rechtspraak besloten vanaf dinsdag 17 maart alle rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges te sluiten. Deze situatie zal ook na 6 april worden voortgezet. Urgente zaken gaan wel door. De Rechtspraak heeft een overzicht gepubliceerd van urgente zaken.