LS&R 1837

Recht op privacy wijkt voor recht op informatievrijheid

23 jun 2020, LS&R 1837; ECLI:NL:GHAMS:2020:1802 (Google tegen Geïntimeerde), http://www.lsenr.nl/artikelen/recht-op-privacy-wijkt-voor-recht-op-informatievrijheid

Hof Amsterdam 23 juni 2020 IT 3182; ECLI:NL:GHAMS:2020:1802 (Google tegen Geïntimeerde) Privacyrecht. Bij het googelen van de naam van geïntimeerde (plastisch chirurg), verschenen tussen de zoekresultaten koppelingen naar onder meer www.zwartelijstartsen.nl en www.drimble.nl met vermelding van de naam van geïntimeerde, haar BIG-nummer, haar specialisme en de uitspraak van het Tuchtcollege. Geïntimeerde verzocht Google de koppelingen te verwijderen. Google wees dit verzoek af en stelde dat de URL’s in de zoekresultaten gerechtvaardigd worden door het wezenlijk belang van het grote publiek hier toegang tot te hebben. Het Hof oordeelt - in tegenstelling tot de rechtbank - dat het recht op informatievrijheid van Google en derden hier zwaarder weegt dan het recht op privacy en bescherming van persoonsgegevens van geïntimeerde. Hoewel uit vaste rechtspraak (HR X/Google en HvJEU Costeja) volgt dat in beginsel het recht op informatievrijheid van het publiek moet wijken voor het recht op privacy en bescherming van persoonsgegevens, zijn er volgens het Hof in deze zaak bijzondere omstandigheden die ervoor zorgen dat in dit geval het recht op informatievoorziening wint. Allereerst omdat de arts een kwetsbare groep patiënten behandelt met weinig behandelopties, die eenvoudig en online toegang moeten hebben tot informatie over de voor- en nadelen van hun arts. Ten tweede wordt het BIG-register, met daarin aantekening van aan een arts opgelegde maatregelen, in de praktijk nauwelijks door patiënten geraadpleegd. Daarnaast behelst de Wet BIG geen regels over wat derden mogen publiceren of vindbaar maken over tuchtrechtelijke maatregelen. Tot slot is de vermelding van de arts op de ‘zwarte lijst’ van SIN-NL, waarnaar de zoekresultaten verwijzen, volgens het Hof recent, relevant, feitelijk, niet onnodig grievend en actueel. Derhalve hoeft Google de zoekresultaten niet te verwijderen.

LS&R 1836

Observatoire studie als wetenschappelijke onderbouwing vergelijkende claim

College Geneesmiddelen Reclame 30 jun 2020, LS&R 1836; (Janssen tegen Astellas), http://www.lsenr.nl/artikelen/observatoire-studie-als-wetenschappelijke-onderbouwing-vergelijkende-claim

CGR 30 juni 2020, RB 3428, LS&R 1836; B20.01 (Janssen tegen Astellas) Reclamerecht. Beslissing van de Commissie van Beroep van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame. De Codecommissie heeft op verzoek van Astellas, Janssen bevolen de vergelijkende reclame - De uitkomsten van de interim analyse tonen voor de AQUARiUS studie betere resultaten aan op vlak van cognitieve & vermoeidheidsgerelateerde eindpunten voor abiraterone + prednison in vergelijking met enzalutamide - in de toekomst niet meer te gebruiken. Janssen gaat hiertegen in beroep. Geen van de door Janssen aangevoerde gronden slaagt. Interessant aan deze uitspraak is dat de Commissie van Beroep overweegt dat vergelijkbare claims in beginsel gebaseerd dienen te zijn op onderzoek naar de effectiviteit van de vergeleken geneesmiddelen en dat een observatoire studie in beginsel kan dienen als wetenschappelijke onderbouwing van een vergelijkende claim.

LS&R 1834

Beantwoording prejudiciële vragen over schade door inbrengen PIP-implantaat

Hoge Raad 19 jun 2020, LS&R 1834; ECLI:NL:HR:2020:1090 (PIP-implantaat), http://www.lsenr.nl/artikelen/beantwoording-prejudici-le-vragen-over-schade-door-inbrengen-pip-implantaat

HR 19 juni 2020, LS&R 1834; ECLI:NL:HR:2020:1090 (PIP-implantaat) Beantwoording van prejudiciële vragen in een PIP-zaak. Silliconenimplantaten zorgen voor pijnklachten bij een patiënte. De aansprakelijkheid van de zorgverlener voor het gebruik van een ongeschikte hulpzaak werd eerder door de rechtbank afgewezen. Het hof stelde de volgende prejudiciële vragen [LS&R 1732]:

1. Is een ziekenhuis aansprakelijk voor de schade die het gevolg is (geweest) van het inbrengen van een gebrekkig PIP-implantaat en dient het gebrek aan dat ziekenhuis te worden toegerekend? Welke van de in het tussenarrest van16 april 2019 genoemde feiten en/of omstandigheden zijn voor de beoordeling van belang? Zijn nog andere, niet benoemde feiten en/of omstandigheden van belang?
 
2. Is voor de beantwoording relevant of het gebrek bestaat uit de kans op voortijdig lekken van het implantaat of dat het gebrek is gelegen in het feit dat in plaats van medicinale siliconen industriële siliconen zijn gebruikt bij de vervaardiging ervan?
LS&R 1833

HR: verwerping beroep Sandoz tegen AstraZeneca

Hoge Raad 26 jun 2020, LS&R 1833; ECLI:NL:HR:2020:1141 (Sandoz tegen AstraZeneca), http://www.lsenr.nl/artikelen/hr-verwerping-beroep-sandoz-tegen-astrazeneca

HR 26 juni 2020, IEF 19298, LS&R 1833; ECLI:NL:HR:2020:1141 (Sandoz tegen AstraZeneca) In cassatie op [IEF 18122]. AstraZeneca en Sandoz zijn internationale farmaceutische ondernemingen. AstraZeneca brengt een geneesmiddel op de markt en heeft hier octrooi op. De generieke fulvestrant-formulering van Sandoz zou inbreuk maken op, in ieder geval, conclusie 1 van het octrooi. Astrazeneca vordert Sandoz inbreuk op haar octrooi te staken. Het hof oordeelde dat Europese octrooien EP 138 en EP 537 voor een “fulvestrant formulation” (voor behandeling van borstkanker) geldig zijn. In deze uitspraak worden het principale en incidentele beroep verworpen, zie ook de conclusie van A-G Van Peursem [IEF 19125].

LS&R 1832

Afslagenbeleid van zorgverzekeraar niet onrechtmatig

Rechtbank Midden-Nederland , LS&R 1832; ECLI:NL:RBMNE:2020:2117 (Eureco-Pharma tegen Zilveren Kruis), http://www.lsenr.nl/artikelen/afslagenbeleid-van-zorgverzekeraar-niet-onrechtmatig

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 8 juni 2020, LS&R 1832; ECLI:NL:RBMNE:2020:2117 (Eureco-Pharma tegen Zilveren Kruis) Mededingingsrecht. Kort geding. Verschillende ziekenhuizen kochten bij Eureco-Pharma het geneesmiddel Imbruvica. Zorgverzekeraar Zilveren Kruis vergoedde het gehele bedrag van Imbruvica, terwijl ziekenhuizen soms (achteraf) een korting ontvingen van Eureca-Pharma. De korting kwam dan ten goede aan de ziekenhuizen. Zilveren Kruis vond dit onwenselijk en ging daarom deelnemen aan een ‘gezamenlijk inkoopverband’ met andere zorgverzekeraars. Het inkoopverband heeft een overeenkomst met Janssen-Cilag, een aanbieder die rechtstreeks verkoopt en levert aan de ziekenhuizen. Hierbij wordt de korting uitgekeerd aan de zorgverzekeraars in plaats van aan de ziekenhuizen. Zilveren Kruis wil bereiken dat ziekenhuizen Imbruvica alleen bij Janssen-Cilag afnemen en niet bij andere aanbieders. Daarom past Zilveren Kruis een verschil in afslagen toe: in 2020 geldt geen afslag als Imbruvica wordt aangeschaft bij Janssen-Cilag en een afslag van 49% als Imbruvica wordt aangeschaft bij een andere leverancier. Eureco-Pharma stelt dat Zilveren Kruis met dit afslagenbeleid onrechtmatig handelt en vordert een verbod op dit afslagenbeleid. Hiertoe voert Eureco-Pharma aan dat het afslagenbeleid van Zilveren Kruis zijn grondslag heeft in de overeenkomst die het inkoopverband met Janssen-Cilag heeft gesloten. Dit betoog gaat niet op, omdat uit de stellingen en stukken moet worden afleid dat Zilveren Kruis de afslag op Imbruvica vaststelt met het doel om feitelijk altijd de laagste prijs te betalen. Die ruimte moet een concurrerende onderneming worden gegund. Daarnaast voert Eureco-Pharma aan dat het inkoopverband als zodanig een verboden overeenkomst of feitelijk afgestemde gedraging is op grond van artikel 101 lid 1 VWEU. Dit bezwaar stuit af op een gebrek aan belang. De vorderingen van Eureco-Pharma strekken immers tot het verbieden van het afslagenbeleid en niet tot het verbieden van het inkoopverband. Ook voert Eureco-Pharma aan dat Zilveren Kruis en de ziekenhuizen hebben afgestemd dat het afslagenbeleid geldt en dat deze onderling afgestemde feitelijke gedragingen verboden zijn, omdat Eureco-Pharma hierdoor van mededinging wordt buitengesloten. Een onderling afgestemde gedraging is alleen verboden als het gaat om een welbewuste afstemming. Dat heeft Eureco-Pharma niet aannemelijk gemaakt, dus het verweer wordt verworpen. Het verweer dat Zilveren Kruis in strijd met artikel 34 VWEU zou handelen, omdat zij de paralleldistributie van Imbruvica in Nederland belemmert, wordt eveneens verworpen. Artikel 34 VWEU is namelijk niet van toepassing. Er is dus geen sprake van onrechtmatig handelen door Zilveren Kruis.

LS&R 1830

Uitzendingen EenVandaag over onveilige injectienaalden niet onrechtmatig

Hof Amsterdam 23 jun 2020, LS&R 1830; ECLI:NL:GHAMS:2020:1637 (AVROTROS tegen Terumo), http://www.lsenr.nl/artikelen/uitzendingen-eenvandaag-over-onveilige-injectienaalden-niet-onrechtmatig

Hof Amsterdam 23 juni 2020, IEF 19291, LS&R 1830; ECLI:NL:GHAMS:2020:1637 (AVROTROS tegen Terumo)  Hoger beroep op de uitspraken [IEF 16172] en [IEF 15860]. AVROTROS heeft niet onrechtmatig gehandeld jegens Terumo met haar uitzendingen van 23 maart en 15 april 2015 over problemen met de productie van injectienaalden bij Terumo alsmede de controle binnen het distributiecentrum. De kern van de eerste uitzending vindt voldoende steun in het feitenmateriaal ten tijde van de uitzending. AVROTROS heeft waarde mogen hechten aan de beweringen van klokkenluiders en beschikte over een grote hoeveelheid interne stukken van Terumo waaruit zij in redelijkheid heeft mogen afleiden dat er injectienaalden met lijmresten op de markt kwamen. Er is daarnaast voldoende gelegenheid geweest voor een weerwoord.

LS&R 1829

Beoordelingsruimte voor het College ter beoordeling van geneesmiddelen

Rechtbank Amsterdam 14 mei 2020, LS&R 1829; ECLI:NL:RBAMS:2020:2976 (Handelsvergunning melatonineproducten), http://www.lsenr.nl/artikelen/beoordelingsruimte-voor-het-college-ter-beoordeling-van-geneesmiddelen-1

Rechtbank Amsterdam 14 mei 2020, IEF 19281, LS&R 1829; ECLI:NL:RBAMS:2020:2976 (Handelsvergunning melatonineproducten) Eiseres heeft op 28 augustus 2015 een handelsvergunning voor haar melatonineproducten aangevraagd bij verweerder, omdat de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ) het standpunt heeft ingenomen dat melatonineproducten met een dosering van 0.3 mg of meer geneesmiddelen zijn en dat voor de verhandeling van deze producten een handelsvergunning noodzakelijk is. Het College ter beoordeling van geneesmiddelen (verweerder) heeft de aanvraag primair geweigerd, omdat na onderzoek niet is gebleken dat de melatonineproducten van eiseres de gestelde therapeutische werking bezitten. Hierbij is verweerder uitgegaan van de Guideline voor insomniapatiënten met een volledige DSM-diagose. Eiseres bestrijdt dat zij om een handelsvergunning heeft verzocht voor insomniapatiënten met een volledige DSM-diagose en stelt dat het weigeren van de aanvraag en het weigeren de aanvraag buiten het beoordelingskader van de Guideline te beoordelen, grote financiële gevolgen voor haar heeft. Verweerder blijft bij zijn standpunt dat het gehanteerde insomnia-kader moet worden toegepast. Er wordt overwogen dat verweerder bij de vervulling van zijn taak beschikt over beoordelingsruimte die ervoor zorgt dat verweerder ook in dit geval de Guideline als uitgangspunt van zijn beoordeling mocht nemen.

LS&R 1828

Dubbel sluiten exclusieve licentieovereenkomst

Hof Den Haag 28 jan 2020, LS&R 1828; ECLI:NL:GHDHA:2020:1005 (Silife tegen Roka), http://www.lsenr.nl/artikelen/dubbel-sluiten-exclusieve-licentieovereenkomst

Hof Den Haag 28 januari 2020, IEF 19277, LS&R 1828; ECLI:NL:GHDHA:2020:1005 (Silife tegen Roka) Liquistone is rechthebbende van een octrooi van onder meer een octrooi dat de techniek voor het stabiliseren van siliciumzuur en de voortbrengselen van het stabiliseren van het siliciumzuur onder bescherming stelt. Liquistone en Silife Ltd. sloten op 29 mei 2010 een exclusieve licentieovereenkomst (Silife-licentieovereenkomst). Op 6 april 2013 sloten Liquistone en Roka een exclusieve licentieovereenkomst met betrekking tot hetzelfde octrooi (Roka-licentieovereenkomst). Het hof oordeelt dat de Silife-licentieovereenkomst niet rechtsgeldig ontbonden was.

LS&R 1827

HvJ EU genuanceerd over gratis verstrekking medicijnmonsters aan apothekers

11 jun 2020, LS&R 1827; ECLI:EU:C:2020:459 (Ratiopharm tegen Novartis), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-genuanceerd-over-gratis-verstrekking-medicijnmonsters-aan-apothekers

HvJ EU 11 juni 2020, IEF 19269, LS&R 1827, IEFbe 3084; ECLI:EU:C:2020:459 (Ratiopharm tegen Novartis) Het Europees Hof van Justitie beantwoordt in deze zaak prejudiciële vragen van het Bundesgerichthof over de uitleg van artikel 96 lid 1 en 2 van Richtlijn 2001/83/EG. De vraag wordt gesteld in het kader van een geding tussen Ratiopharm en Novartis, waarin Novartis verzoekt om Ratiopharm te verbieden gratis monsters van geneesmiddelen aan apothekers te verstrekken. Novartis produceert en verkoopt het geneesmiddel Voltaren Schmerzgel, dat de werkzame stof Diclofenac bevat. Ratiopharm brengt het geneesmiddel Diclo-ratiopharm-Schmerzgel in de handel, dat eveneens de stof Diclofenac bevat. Ratiopharm heeft “voor demonstratiedoeleinden” gratis verkoopverpakkingen met dat geneesmiddel verstrekt aan Duitse apotheken. Het Bundesgerichthof stelt het Hof van Justitie de vraag of artikel 96 lid 1 van de Richtlijn zo moet worden uitgelegd dat het, onder bepaalde voorwaarden, farmaceutische ondernemingen toestaat gratis monsters van geneesmiddelen ook aan apothekers te verstrekken. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord. Artikel 96 lid 1 van de Richtlijn moet zo worden uitgelegd, dat het de mogelijkheid van verstrekking van gratis monsters aan apothekers toestaat, mits dit geen geneesmiddelen zijn die zijn onderworpen aan een medisch recept. Dergelijke geneesmiddelen mogen namelijk niet worden gebruikt zonder medisch toezicht.

LS&R 1826

Cassatieberoep Fresenius verworpen

12 jun 2020, LS&R 1826; ECLI:NL:HR:2020:1036 (Fresenius tegen Eli Lilly), http://www.lsenr.nl/artikelen/cassatieberoep-fresenius-verworpen

HR 12 juni 2020, IEF 19261, LS&R 1826; ECLI:NL:HR:2020:1036 (Fresenius tegen Eli Lilly) Zie [IEF 19082], [IEF 17690] en [IEF 18534]. Zaak ziet op de (equivalente) beschermingsomvang van Europees octrooi EP (NL) 1 313 508, waarvan Lilly de houdster is. Het tweede medische indicatie octrooi speelt een rol bij een combinatietherapie gehanteerd bij de behandeling van bepaalde longkankers. Het is de vraag of het claimen van het dinatrium zout van de werkzame stof pemetrexed (in anion-vorm), een antifolaat (tegen vorming van kankercellen), ook bescherming geeft tegen een generieke producent die met pemetrexed dizuur met thromethamine komt in de betreffende combinatietherapie tegen longkanker met vitamine B12 en optioneel foliumzuur. Die combinatie vermindert de toxische bijwerkingen van het antifolaat, zonder afbreuk te doen aan de werking van de werkzame stof.
Het cassatieberoep van Fresenius wordt verworpen.

LS&R 1825

Doorgeven van meldingen bij medicatiebewakingssyteem niet onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 2 jun 2020, LS&R 1825; ECLI:NL:RBDHA:2020:4860 (Novartis tegen Teva), http://www.lsenr.nl/artikelen/doorgeven-van-meldingen-bij-medicatiebewakingssyteem-niet-onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 2 juni 2020, IEF 19245,LS&R 1825; ECLI:NL:RBDHA:2020:4860 (Novartis tegen Teva) Kort geding. Verbodsvordering gebaseerd op het (faciliteren) van (in)directe octrooi inbreuk in Oostenrijk door de Nederlandse handelsvergunninghouder. De Nederlandse handelsvergunninghouder heeft hangende de kort geding-procedure de handelsvergunning overgedragen aan de Oostenrijkse farmaceutische vergunninghouder (Rathiopharm). Heeft overdracht van de handelsvergunningen plaatsgevonden en zo ja, is de overdracht nietig? Het toepasselijk recht is o.b.v. artikel 4 Rome I Oostenrijks recht.

LS&R 1823

Het Nederlands Octrooicongres online op 9 juni - Aanmelden nog mogelijk!

Wat goed is, komt snel, zo ook het Nederlands Octrooicongres 2020! Binnenkort gaan we alweer van start, met een gesplitst programma deze keer: op dinsdag 9 juni vindt het eerste deel plaats, online. Bij deel 2 op dinsdag 8 september hopen we u, samen met dagvoorzitters Gertjan Kuipers en Peter Blok weer ‘in het echt’ te ontmoeten.

De onderwerpen op 9 juni:

  • Jurisprudentie 2019/2020, door Gertjan Kuipers
  • De voorgenomen wijzigingen in de Rijksoctrooiwet, door Marc van der Burg (Nederlands Octrooibureau)
  • Het derde onderwerp “Wat goed is komt snel - liefde en kort geding in tijden van corona”, wordt gepresenteerd door Constant van Nispen en Anne Marie Verschuur. Daarin komen in ieder geval de afstemmingsregel, het spoedeisend belang en de belangenafweging aan de orde.

We zorgen voor een interactieve en persoonlijk gerichte online sessie. Het volledige programma van beide dagen staat op de website. Kunt u niet op één van deze dagen? Geen probleem: het is ook mogelijk om alleen in juni of september deel te nemen. Neem daarvoor rechtstreeks contact op via info@delex.nl

We kijken uit naar twee inspirerende middagen en verwelkomen u graag!

LS&R 1824

MedQ Consultants maakt geen inbreuk op merkrechten van Mediq

20 mei 2020, LS&R 1824; ECLI:NL:RBDHA:2020:4542 (Mediq tegen MedQ), http://www.lsenr.nl/artikelen/medq-consultants-maakt-geen-inbreuk-op-merkrechten-van-mediq

Rechtbank Den Haag 20 mei 2020; IEF 19224, LS&R 1824; ECLI:NL:RBDHA:2020:4542 (Mediq tegen MedQ Consultants) Mediq is als onderneming actief in de medische industrie in Nederland en een aantal andere landen. MedQ Consultants adviseert bedrijven die medische hulpmiddelen (zoals implantaten, protheses en dialyse-apparaten) produceren en binnen de Europese Unie op de markt willen brengen, op het gebied van kwaliteitsnormen en het voldoen aan Europese wet- en regelgeving. Mediq stelt dat het gebruik van de tekens ‘MedQ’, ‘MedQ Consultants’ en ‘MedQ Consultants B.V.’ zoals te zien op de website van MedQ Consultants, merkinbreuk oplevert op grond van (thans) artikel 2.20 lid 2 sub b en/of c BVIE en op grond van artikel 9 lid 2 sub b en/of c UMVo. Daarnaast stelt Mediq dat MedQ Consultants met het voeren van de handelsnaam ‘MedQ’ dan wel ‘MedQ Consultants B.V.’ jegens haar in strijd handelt met artikel 5 en 5a van de Handelsnaamwet (Hnw).
De vorderingen worden afgewezen. MedQ Consultants maakt geen inbreuk op de merkrechten van Mediq. De door MedQ Consultants gevoerde handelsnaam is niet in strijd met het verbod van artikel 5 Hnw.

LS&R 1822

Actualiteitenlunch Reclamerecht - Aanmelden nog mogelijk!

Zet lunch en laptop klaar en schuif aan tijdens de Actualiteitenlunch Reclamerecht van deLex op woensdag 27 mei! Bram Duivenvoorde (Universiteit Utrecht) en Ebba Hoogenraad (Hoogenraad & Haak) loodsen u in hoog tempo door de relevante rechtspraak en nieuwe Europese regelgeving.

De onderwerpen zijn onder meer: reclame en misleiding in games en apps, prijspersonalisering in Europa, duurzaamheidsclaims, reclame versus de vrijheid van meningsuiting, reclame in coronatijd, en nog veel meer....

Ook online zorgen we voor een persoonlijk gerichte, interactieve sessie, met ruimte voor vragen. Let op: het aantal plaatsen is beperkt.


Accreditatie: 2 opleidingspunten
Tijd: 12.15 – 14.30 uur

LS&R 1820

Nederlands Octrooicongres in twee delen

Actueel, volledig en praktijkgericht: het Nederlands Octrooicongres! Met paneldiscussies, uitgebreide jurisprudentieoverzichten, uitspraken van het EOB en diverse actuele onderwerpen.

Dit jaar verdelen we het programma over twee dagen: een online sessie op dinsdag 9 juni, gevolgd door een tweede deel op dinsdag 8 september, op een locatie in Amsterdam. Dagvoorzitters Gertjan Kuipers (De Brauw Blackstone Westbroek) en Peter Blok (Gerechtshof Den Haag, CIER) zorgen, samen met experts uit binnen- en buitenland, voor twee inspirerende middagen!

 

LS&R 1821

Webinar over het Transparantieregister Zorg

Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) organiseert in samenwerking met Axon een online training over alle aspecten van het Transparantieregister Zorg (TRZ), specifiek gericht op farmaceutische bedrijven.

Voor verdere informatie en aanmelding kijk hier.

LS&R 1819

Benelux Merkencongres op 11 juni en 6 oktober

Op 11 juni staat het Benelux Merkencongres 2020 gepland. Natuurlijk gaat dat gewoon door. Maar we pakken het dit jaar iets anders aan.
We verdelen het programma over 2 dagen: op 11 juni organiseren we een online sessie. Op 6 oktober volgt deel 2, hopelijk offline, op een locatie in Amsterdam.
Dagvoorzitters Martin Senftleben en Tobias Cohen Jehoram staan garant voor boeiende en inspirerende dagen met experts uit binnen- en buitenland. De sessies zijn interactief. We zorgen voor pauzes en natuurlijk krijgt u ruimte om vragen te stellen. U bent na afloop weer helemaal bij. 

LS&R 1816

Farmaceutische huidproducten vallen niet onder verlaagd btw-tarief

Rechtbank Den Haag 15 apr 2020, LS&R 1816; ECLI:NL:RBDHA:2020:4015 (Eiser tegen de inspecteur van de Belastingdienst), http://www.lsenr.nl/artikelen/farmaceutische-huidproducten-vallen-niet-onder-verlaagd-btw-tarief

Rechtbank Den Haag 15 april 2020, LS&R 1816; ECLI:NL:RBDHA:2020:4015 (Eiser tegen de inspecteur van de Belastingdienst)  X bv verkoopt (farmaceutische) producten, die worden toegepast in geval van huidaandoeningen zoals eczeem, acne, rosacea en andere huidirritaties zoals jeuk en roodheid waarbij de aanwezigheid van de Staphylococcus aureus-bacterie een rol speelt. X bv verzoekt om toepassing van het verlaagde btw-tarief van Tabel I, post a.6 bij de Wet OB. Er wordt geoordeeld dat de producten niet onder Tabel I, post a.6 bij de Wet OB vallen. Het is evenmin in strijd met het fiscale neutraliteitsbeginsel door niet het verlaagde tarief toe te passen. Het beroep is ongegrond.