LS&R 1773

Open het jaar met het IE diner op 30 januari

Onderhoudend, uniek en sfeervol: het jaarlijkse IE-diner van deLex vindt binnenkort weer plaats in de Kapel van Hotel Arena. Vier de start van 2020 met uw collega's en vakgenoten, onder de bezielende leiding van ceremoniemeester Bernt Hugenholtz.

Ook deze editie belooft speciaal te worden, met een lijst van uitzonderlijke - internationale - sprekers. Meld u tijdig aan!

Waar en wanneer?
Donderdag 30 januari 2020, Hotel Arena, Amsterdam
Ontvangst vanaf 1800 uur

Dresscode: feestelijk

Inschrijven of meer informatie? Mail naar info@delex.nl, of schrijf je direct in.

LS&R 1772

Geen beperkte aanspraak op Enbrel door voorkeursbeleid

Rechtbank Den Haag 24 dec 2019, LS&R 1772; ECLI:NL:RBDHA:2019:14242 (Pfizer tegen Zilveren Kruis), http://www.lsenr.nl/artikelen/geen-beperkte-aanspraak-op-enbrel-door-voorkeursbeleid

Vzr. Rechtbank Den Haag 24 december 2019, LS&R 1772; ECLI:NL:RBDHA:2019:14242 (Pfizer tegen Zilveren Kruis) Pfizer stelt in deze zaak de voorgenomen afspraken tussen zorgverzekeraar Zilveren Kruis en zorgaanbieders over de vergoeding voor het geneesmiddel Enbrel en de biosimilars ter discussie. Hoewel het Zilveren Kruis in beginsel vrij staat om met zorgaanbieders de vergoedingen overeen te komen die haar goeddunken, kunnen de afspraken daarover onder omstandigheden jegens derden, zoals Pfizer, in strijd zijn met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Pfizer beroept zich op het Nutricia-arrest en betoogt dat de aanspraak van verzekerden op Enbrel wordt beperkt door het voorkeursbeleid van Zilveren Kruis. Anders dan in het Nutricia-arrest gaat het in deze zaak om onderlinge uitwisselbare geneesmiddelen. Enbrel en de biosimilars bevatten dezelfde werkzame stof, namelijk etanercept. De aanspraak op etanercept wordt niet beperkt door het voorkeursbeleid van Zilveren Kruis, nu deze aanspraak ook bij het voorschrijven van de biosimilars blijft bestaan.

LS&R 1771

Alexander Tsoutsanis: desire 20.20 – van minder naar meer evenwicht in octrooidebat

1. Onlangs verscheen een reactie van mijn hand [IEF 18805] op het in BIE verschenen commentaar van Kleemans en Drok op een vonnis van de rechtbank Den Haag tussen Eli Lilly en Fresenius Kabi (ECLI:NL:RBDHA:2019:6107) [IEF 18534]. Kleemans c.s. [IEF 18824] en Hoyng [IEF 18547] hebben daar onlangs op gereageerd.

2. De zaak gaat over een geschil tussen twee farmaceuten, waarbij de vraag is of een generiek geneesmiddel tegen kanker inbreuk maakt op een octrooi. Meer specifiek gaat het om de vraag of de beschermingsomvang van het octrooi, mede gelet op de uitvindingsgedachte, verder strekt dan de bewoordingen van de octrooiconclusies, gelezen in het licht van de beschrijving, die
uitsluitend op één specifieke toedieningsvorm zien.

3. Al sinds de jaren ’70 is krachtens het Protocol bij de bepaling van beschermingsomvang een ‘redelijk’ evenwicht het  uitgangspunt, waarbij het ‘midden’ wordt gehouden tussen een billijke bescherming van de octrooiaanvrager en een redelijke mate van rechtszekerheid voor derden.

Lees hier het gehele artikel van Alexander Tsoutsanis.

LS&R 1770

Wim Maas: reactie op AD-artikel 'Studenten TU/e moeten rechten van uitvinding afstaan'

, LS&R 1770; http://www.lsenr.nl/artikelen/wim-maas-reactie-op-ad-artikel-studenten-tu-e-moeten-rechten-van-uitvinding-afstaan

De artikelen Studenten TU/e moeten rechten van uitvinding afstaan en TU/e wil uitvindingen claimen, gepubliceerd in het Algemeen Dagblad resp. het Eindhovens Dagblad vragen om een reactie. De teneur van zowel deze bijdragen als van het tv-programma 'NOS op 3' geeft blijk van een miskenning van de publieke taken van een universiteit. Ook de (in de artikelen aangehaalde) masterscriptie van Frank Rutgers getuigt van een beperkte kijk op wat de taak van een universiteit is.

Laten we in de eerste plaats vaststellen dat universiteiten grotendeels worden gefinancierd met ons belastinggeld (de  Rijksbijdrage). Het collegegeld dat de studenten moeten betalen is – zeker vergeleken met het publieke geld dat jaarlijks naar universiteiten gaat – maar een beperkte bron van inkomsten. Kortom, wij betalen met zijn allen voor wetenschappelijk onderwijs. Ik denk dat iedereen het erover eens is dat goed wetenschappelijk onderwijs voor onze maatschappij van groot belang is, en dat we daar dus graag voor zouden moeten willen betalen via de belastingen. Het maakt echter wel extra duidelijk dat de universiteit publieke taken heeft.

Lees hier het gehele artikel van Wim Maas.

LS&R 1769

Open het jaar met het IE diner op 30 januari!

Niets mis met tradities, en zeker niet met deze: het jaarlijkse IE diner van deLex! De prachtige kapel van Hotel Arena staat op 30 januari voor u klaar om het nieuwe jaar in te luiden. Geen betere tijd en plaats om - all dressed up - met vakgenoten terug te kijken op mooie en minder mooie momenten uit 2019 en te anticiperen op een nog beter 2020!

De ceremoniemeester en de sprekers? Die houden we nog even voor onszelf.

Waar en wanneer?
Donderdag 30 januari 2020, Hotel Arena, Amsterdam

Dresscode: feestelijk

LS&R 1768

Internetconsultatie: naar een mkb-vriendelijke Rijksoctrooiwet 1995

Op 18 december 2019 is de consultatie gestart over beleid in voorbereiding met betrekking tot modernisering van de Rijksoctrooiwet 1995. De voorstellen die ter consultatie worden aangeboden zijn een eerste stap om de Rijksoctrooiwet 1995 toegankelijker te maken voor met name het mkb. Daarmee wordt opvolging gegeven aan aanbevelingen uit de Evaluatie va het Intellectuele Eigendomsbeleid uit 2018. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat beoogt met de voorstellen de drempel te verlagen om te kiezen voor octrooi-bescherming in het nationale systeem. Dat kan bijvoorbeeld door procedures te vereenvoudigen, de waarde van een rijksoctrooi te vergroten en de mogelijkheden voor handhaving te verbeteren. Tegelijkertijd wordt gekeken waar administratieve lasten kunnen worden verlaagd door bijvoorbeeld onnodige vormvoorschriften te schrappen.

LS&R 1762

Laatste plaatsen Nationaal Reclamerechtcongres

Klagers en influencers, purposewashing, rebranding, online reclame en het Nationaal Preventie-akkoord: allemaal onderwerpen die aan de orde komen tijdens het Nationaal Reclamerechtcongres van deLex!

Met het jaarlijkse overzicht van rechterlijke hits and misses door Ebba Hoogenraad, een terugblik van Anne-Jel Hoelen (ACM), Madeleine de Cock Buning (UU) over online en de huidige stand van de regelgeving, en de volgende onderwerpen en sprekers:

  • Waarom is klagen leuk?  Otto van der Harst (Stichting Reclame Code) licht toe, en vertelt over het nut van klagen.
  • De #Ad campagne Nationale betutteling of niet: het Nationaal Preventieakkoord bestaat nu een jaar. Sarah Arayess licht de juridische kaders toe, en neemt samen met Otto van der Harst, Theo Heere (VBZ), Eva Knipscheer (Albert Heijn) en Peter de Wolf (Stiva) deel aan de paneldiscussie.
  • Van Nuon naar Vattenfall: Melle van Diepen (Vattenfall) schetst de praktische ervaringen bij dit rebrandingtraject.
  • Commercie en duurzaamheid: een goede combinatie? Willem van der Schoot, CEO bij Havas Lemz, kiest voor de positieve invalshoek en geeft aan hoe creativiteit ten goede kan worden ingezet in een commerciële omgeving.

Ebba Hoogenraad (Hoogenraad & Haak) en Willem Leppink (Ploum) staan garant voor een inspirerend en nieuw programma. Waar en wanneer? Op donderdag 12 december 2019 in het West-Indisch Huis. Het volledige programma is hier bijgevoegd. Meteen inschrijven kan ook.

We zien u graag tegemoet op 12 december!

LS&R 1767

Klachten omtrent medisch advies arbeidsongeschiktheid falen

3 dec 2019, LS&R 1767; (Accountant tegen verzekeringsarts), http://www.lsenr.nl/artikelen/klachten-omtrent-medisch-advies-arbeidsongeschiktheid-falen

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 3 december 2019, IT 2964, LS&R 1767; (Accountant tegen verzekeringsarts) Klaagster is accountant en heeft sinds juli 2015 diverse artsen bezocht vanwege maag-, darm-, gewrichts- en spierklachten. Zij was/is werkzaam als zelfstandig ondernemer, maar was arbeidsongeschikt. Om deze reden is er een claim bij haar arbeidsongeschiktheidsverzekeraar ingediend. Die verzekeraar heeft een medisch adviesbureau ingeschakeld voor de medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheidsclaim. Verweerder is werkzaam voor dit medisch adviesbureau. Uit het schriftelijke advies, uitgebracht door de verzekeringsarts en zijn collega onder wiens verantwoordelijkheid hij werkte en tegen wie eveneens klachten aanhangig zijn, blijkt dat er volgens verweerder geen aanleiding bestaat om de arbeidsongeschiktheid vanaf de claimdatum niet kan worden vastgesteld. Klaagster heeft vervolgens haar klacht aanhangig gemaakt, inhoudende onder andere dat verweerder een onjuiste rapportage heeft uitgebracht, die gebaseerd is op onjuiste feiten en die verweerder weigert te corrigeren. De verwijten die klaagster verweerder maakt, zijn volgens het college ongegrond. De conclusies die verweerder heeft getrokken, zijn onderbouwd en de gegevens die deze aannames steunen, zijn vermeld in het rapport van het adviesbureau.

LS&R 1766

Laatste plaatsen beschikbaar voor Jurisprudentielunch Octrooirecht

Weer volledig op de hoogte na de jaarlijkse Jurisprudentielunch Octrooirecht van deLex, op woensdag 11 december 2019. Bart van den Broek en Willem Hoyng presenteren tijdens de lunch het complete overzicht van actuele uitspraken die relevant zijn voor uw praktijk.

Aanmelden is nog mogelijk, via info@delex.nl, of via de website. Let op: er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar!

LS&R 1763

HvJ EU over verlenging van vergunning voor parallelimport

Hof van Justitie EU 14 nov 2019, LS&R 1763; ECLI:EU:C:2019:968 (Vaselife en Chrysal tegen Ctgb), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-over-verlenging-van-vergunning-voor-parallelimport

HvJ EU 14 november 2019, IEF 18859, LS&R 1763, IEFbe 3001; ECLI:EU:C:2019:968 (Vaselife en Chrysal tegen Ctgb) Aan Vaselife is een vergunning verleend voor de parallelimport van gewasbeschermingsmiddel Vaselife UB. Het Ctgb heeft het verzoek om de aan Vaselife toegekende vergunning te verlengen, geweigerd. Vervolgens is de toelating overgeschreven op Chrysal. Chrysal heeft bezwaar ingediend tegen het besluit over de verlenging van de vergunning. Dit bezwaar van Chrysal is door het Ctgb gedeeltelijk gegrond verklaard. Tegelijkertijd heeft het Ctgb het verzoek tot verlenging van de vergunning afgewezen. Vaselife heeft hiertegen beroep ingesteld bij het CBb, zie [LS&R 1626]. Het Ctgb heeft het verzoek van Chrysal om de naam van het middel te veranderen in Chrysal BVB, ingewilligd, en de respijtperiode verruimd waardoor ook de bestaande voorraad van het middel Vaselife UB mocht worden afgeleverd en opgebruikt. Hiertegen heeft Chrysal beroep ingesteld bij het CBb. Het CBb heeft vervolgens het HvJ EU verzocht om beantwoording van enkele prejudiciële vragen.

LS&R 1764

Inbreukverbod afgewezen wegens gebrek aan inventiviteit

Hof Den Haag , LS&R 1764; ECLI:NL:GHDHA:2019:3155 (Icos tegen Teva), http://www.lsenr.nl/artikelen/inbreukverbod-afgewezen-wegens-gebrek-aan-inventiviteit

Hof Den Haag 27 augustus 2019, IEF 18862, LS&R 1764; ECLI:NL:GHDHA:2019:3155 (Icos tegen Teva) Teva en Icos zijn twee ondernemingen die zich bezighouden met de productie, distributie en verhandeling van geneesmiddelen. Icos is houdster van een octrooirecht van een geneesmiddel voor de behandeling van seksuele disfuncties. De verbinding is 'tadalafil', als opvolger van Viagra, onder de naam Cialis op de markt gebracht voor de behandeling van erectiestoornissen. Op de stof tadalafil rust eveneens octrooirecht waarvan Icos houdster is, voor de behandeling van impotentie. Tijdens de ontwikkeling van tadalafil als geneesmiddel zijn klinische studies uitgevoerd, waarin diverse doseringen zijn getest. Teva heeft vervolgens eveneens een geneesmiddel met tadalafil op de markt gebracht. Icos vordert een inbreukverbod ten aanzien van haar octrooi op de stof tadalafil. Conclusie 10 van het octrooi is niet inventief. Omdat de inventiviteit van de overige conclusies los van conclusie 10 onvoldoende zijn gemotiveerd, volgen deze het lot van conclusie 10 en heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat alle conclusies niet inventief zijn. De vorderingen worden afgewezen.

LS&R 1761

Benelux- en Uniemerk nietig vanwege beschrijvend karakter

31 okt 2019, LS&R 1761; A/18/02147 (Omega Pharma tegen Ceres Pharma), http://www.lsenr.nl/artikelen/benelux-en-uniemerk-nietig-vanwege-beschrijvend-karakter

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 31 oktober 2019, IEFbe 2998, IEF 18852; A/18/02147 (Omega Pharma tegen Ceres Pharma) Vonnis inzake Benelux- en Uniemerken. Omega Pharma, het bedrijf achter XL-S Medical, verwijt als eisende partij dat Ceres Pharma inbreuk pleegt op haar merken door het gebruiken van het teken X-Slim en XSlim. Ceres Pharma stelt op haar beurt dat het woord- en beeldmerk XL>S nietig verklaard moet worden vanwege het beschrijvende karakter ervan. Deze tegenvordering van Ceres Pharma wordt gegrond verklaard en heeft tot gevolg dat het woord- en beeldmerk van Omega Pharma “XL>S” nietig is. Omega Pharma heeft naar het oordeel van de rechtbank niet kunnen bewijzen dat er een voldoende mate van bekendheid of inburgering was voor het betreffende merk.

LS&R 1760

Desinformatie en de democratische rechtsstaat

Op 2 december wordt in Utrecht een paneldiscussie gehouden over 'Desinformatie en de democratische rechtsstaat' geleid door prof. dr. Madeleine de Cock Buning van de Universiteit Utrecht. Wetenschappers, wetgevers en professionals uit de praktijk gaan in discussie.
Onderwerpen die aan bod komen zijn onder meer: vertrouwen in de media en journalistiek, hate speech, content moderatie en vrije meningsuiting en het vertrouwen in de rechtsstaat. Deelname is open voor iedereen en gratis. Wel graag even aanmelden via deze link.

LS&R 1759

Motiveringsklachten Coloplast leiden niet tot cassatie

22 nov 2019, LS&R 1759; ECLI:NL:HR:2019:1833 (Coloplast tegen Medical4You), http://www.lsenr.nl/artikelen/motiveringsklachten-coloplast-leiden-niet-tot-cassatie

HR 22 november 2019; IEF 18844, IT 1759; ECLI:NL:HR:2019:1833 (Coloplast tegen Medical4You) Coloplast EP 1 145 729 is een gebruiksklaar urinekathersamenstel. De geldigheid van het octrooi is bij het Hof gesneuveld, op grond van gebrek aan inventiviteit [IEF 16484]. Door het Hof is er getoetst aan de ‘problem solution approach’ en de daarmee samenhangende ‘could-would’ regel (benadering van het objectief technische probleem waar het octrooi een oplossing voor zou bieden). Coloplast is in het ongelijk gesteld en gaat in cassatie. De grieven omvatten voornamelijk motiveringsklachten. De conclusie van de A-G strekt tot verwerping van het cassatieberoep. Het arrest gaat hierin mee. De aangevoerde klachten worden verworpen zonder nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 

LS&R 1757

Reactie op ‘Tous les mêmes – Vredo, octrooien, equivalentie en verleningsdossier’

Het artikel Tous les mêmes – Vredo, octrooien, equivalentie en verleningsdossier, geschreven door Alexander Tsoutsanis, [IEF 18805], is een reactie op onze noot onder Rb Den Haag 19 juni 2019, Lilly/Fresenius – Pemetrexed 2, [IEF 18534] die vandaag gepubliceerd is in de Berichten IE 2019/5 en waarin het geannoteerde vonnis direct boven de noot integraal is opgenomen. Online werd de noot voorgepubliceerd op: www.berichtenie.nl.
Zonder op alle slakken zout te zullen leggen, is een aantal correcties op zijn plaats. De auteur stelt dat wij aan de feiten van de zaak – zoals opgenomen in het vonnis - voorbij zouden gaan, omdat wij onvermeld laten dat octrooihouder Lilly in de procedure veel stellingen van gedaagde Fresenius niet of onvoldoende heeft betwist of onweersproken heeft gelaten.

LS&R 1756

Nietigheid ABC wegens niet-dienstbaarheid aan basisoctrooi

Buitenlandse gerechten 26 feb 2019, LS&R 1756; (Gilhead Sciences tegen Sandoz), http://www.lsenr.nl/artikelen/nietigheid-abc-wegens-niet-dienstbaarheid-aan-basisoctrooi

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 26 februari 2019, IEFbe 2987, LS&R 1756; A/17/02864 (Gilead Sciences tegen Sandoz) Gilead Sciences is een biofarmaceutisch bedrijf dat tenofovir disoproxil en emtricitabine gecombineerd commercialiseert onder de naam Truvada. Dit geneesmiddel wordt gebruikt ter behandeling van HIV. Gilead Sciences is houdster van een octrooirecht ten aanzien van Truvada. Tevens bezit Gilead Sciences een aanvullend beschermingscertificaat dat ziet op Truvada. Sandoz is een Belgische onderneming die generieke geneesmiddelen commercialiseert. Sandoz is voornemens een generiek combinatieproduct met de actieve bestanddelen tenofovir disoproxil en emtricitabine op de Belgische markt te brengen. Gilead Sciences is het hiermee niet eens en eist staking van de distributie en elke andere verspreiding of inbreuken op het octrooi en het aanvullende beschermingscertificaat door Sandoz. Gilead wordt in dit geschil in het ongelijk gesteld, gezien met betrekking van Truvada niet is voldaan aan de tweeledige voorwaarde, voortvloeiende uit het Teva-arrest. De combinatie van werkzame stoffen (emtricitabine en tenofovir disoproxil) valt in het licht van de beschrijving noch noodzakelijkerwijs onder de uitvinding waarvoor het octrooi geldt, noch kunnen emtricitabine en tenofovir disoproxil worden geïdentificeerd in het licht van alle door het basisoctrooi bekendgemaakte gegevens.

LS&R 1755

Productcombinatie valt niet noodzakelijkerwijs onder de uitvinding

Buitenlandse gerechten 27 jun 2019, LS&R 1755; (Gilhead Sciences tegen Kyrka), http://www.lsenr.nl/artikelen/productcombinatie-valt-niet-noodzakelijkerwijs-onder-de-uitvinding

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 27 juni 2019, LS&R 1755, IEFbe 2986, A/17/02715 (Gilead Sciences tegen Kyrka) Gilead Sciences is een biofarmaceutisch bedrijf dat tenofovir disoproxil en emtricitabine gecombineerd commercialiseert onder de naam Truvada. Dit geneesmiddel wordt gebruikt ter behandeling van HIV. Gilead Sciences is houdster van een octrooirecht ten aanzien van Truvada. Tevens bezit Gilead Sciences een aanvullend beschermingscertificaat dat ziet op Truvada. Kyrka is een Belgische onderneming die generieke geneesmiddelen commercialiseert. Kyrka is voornemens een generiek combinatieproduct met de actieve bestanddelen tenofovir disoproxil en emtricitabine op de Belgische markt te brengen. Gilead Sciences is het hiermee niet eens en eist, nadat een briefwisseling tussen partijen heeft plaatsgevonden, staking van de distributie en elke andere verspreiding door Kyrka. Kyrka is van mening dat het aanvullend beschermingscertificaat van Gilead Sciences nietig is wegens niet-vervulling van de voorwaarden. Kyrka krijgt gelijk, omdat de vakman de combinatie van tenofovir disoproxil en emtricitabine niet zomaar uit het octrooi kan afleiden en de productcombinatie aldus niet noodzakelijkerwijs onder het basisoctrooi valt. Dit leidt ertoe dat het aanvullend beschermingscertificaat niet dienstig is aan het basisoctrooi van de uitvinding.

LS&R 1754

Aanvulling ex artikel 31/32 Rv afgewezen

Rechtbank Den Haag 6 nov 2019, LS&R 1754; (Medical Workshop tegen Sharpsight), http://www.lsenr.nl/artikelen/aanvulling-ex-artikel-31-32-rv-afgewezen

Vzr. Rechtbank Den Haag 6 november 2019, IEF 18810, LS&R 1754; (Medical Workshop tegen Sharpsight) Kort geding. Aanvullend vonnis. Medical Workshop is een totaalleverancier in oogheelkunde. De heer Gonçalves, bestuurder van Sharpsight, is oogarts en houder van een aantal octrooien waaronder het Europees octrooi EP 2 109 425 B1. Dit octrooi ziet op een hulpmiddel voor het vereenvoudigen van intra-vitreale injecties. Eind 2009 hebben Medical Workshop en Sharpsight een licentieovereenkomst gesloten m.b.t. Invitria, een product voortgekomen uit het octrooi. Eerder werd geoordeeld [IEF 18761 en LS&R 1745] dat men kon verwachten dat de naam Invitria aan het product verbonden zou blijven. Dit leidt ertoe dat (Sharpsight via Gonçalves, omdat hij de octrooihouder is en hij na afloop van de Licentieovereenkomst als enige recht heeft het product te (doen) produceren en verhandelen, ook het recht heeft de naam Invitria voor het product te gebruiken. Volgens Medical Workshop dient het vonnis op twee punten te worden aangevuld ex artikel 31/32 Rv. Dit verzoek wordt afgewezen. Er is o.a. niet verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde. Ook bevat het vonnis geen fouten die hersteld moeten worden.

LS&R 1753

ABC niet dienstig aan basisoctrooi

26 feb 2019, LS&R 1753; (Gilhead Sciences tegen Mylan), http://www.lsenr.nl/artikelen/abc-niet-dienstig-aan-basisoctrooi

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 26 februari 2019, IEFbe 2984, LS&R 1753, A/17/02947 (Gilead Sciences tegen Mylan) Gilead commercialiseert tenofovir disoprocxil en emtricitabine gecombineerd onder de naam Truvada. Mylan is een Belgische onderneming die generieke geneesmiddelen commercialiseert. Gilead is houdster van het Europese octrooi en heeft een marktvergunning voor dit octrooi. Gilead is tevens houdster van een aanvullend beschermingscertificaat dat werd toegekend voor het combinatieproduct 'Emtricitabine/tenefovir disoproxil'. Mylan is voornemens het generiek combinatieproduct met de bestanddelen tenofovir disoproxil en emtricitabine op de Belgische markt te brengen. Dit geneesmiddel zal worden gecommercialiseerd onder de naam 'Emtricitabine/Tenofovir disoproxil Mylan'. Gilead beweert dat Mylan hiermee inbreuk maakt op haar octrooi en aanvullend beschermingscertificaat. Gilead wordt in dit geschil in het ongelijk gesteld. Met betrekking tot Truvada is niet voldaan aan de tweeledige voorwaarde, voortvloeiende uit het Teva-arrest. De combinatie van werkzame stoffen (emtricitabine en tenofovir disoproxil) valt in het licht van de beschrijving niet noodzakelijkerwijs onder de uitvinding waarvoor het octrooi geldt. Ook kunnen emtricitabine en tenofovir disoproxil niet worden geïdentificeerd in het licht van alle door het basisoctrooi bekendgemaakte gegevens. Het aanvullende beschermingscertificaat is niet dienstig aan het basisoctrooi en is om deze reden nietig verklaard. 

LS&R 1751

Alexander Tsoutsanis: Tous les mêmes – Vredo, octrooien, equivalentie en verleningsdossier

1. Op 19 juni jl. wees de rechtbank Den Haag een interessant vonnis in de octrooizaak Eli Lilly v. Fresenius Kabi [IEF 18534]. De zaak gaat over de vraag of een farmaceut een generiek, en dus doorgaans goedkoper, geneesmiddel kon verbieden omdat dit inbreuk zou maken op haar octrooi. Die vraag staat ook maatschappelijk in de belangstelling. De belangentegenstellingen tussen producenten van nieuwe resp. generieke medicijnen haalden in 2019 herhaaldelijk het nieuws. De zaak is in de octrooipraktijk niet onopgemerkt gebleven. De zaak is eerder besproken op diverse blogs door o.a. Hoyng en Lambers, [IEF 18547].(1)

Afgelopen week verscheen ook een commentaar van Kleemans en Drok.(2) Het is natuurlijk mooi dat auteurs een bijdrage leveren aan juridisch debat. Punt is echter dat bepaalde commentaren tamelijk onevenwichtig zijn. Zo suggereert Hoyng dat de rechtbank de ‘weg kwijt zou zijn’ en stelt Kleemans dat equivalentie in Nederland weer ‘weg’ zou zijn. Dergelijk onevenwichtig commentaar is een punt van zorg: het doet geen recht aan de afgewogen oordeelsvorming van de rechtbank in kwestie en doet ook afbreuk aan de aanvaardbaarheid van rechterlijke beslissingen in het algemeen. En dat is des te belangrijker bij thema’s die in de maatschappelijke belangstelling staan. Bij de vorige week verschenen bijdrage van Kleemans en Drok zijn in dit verband enkele kanttekeningen te plaatsen. Ik beperk me daarbij tot vier algemene thema’s: feiten, maatstaf, harmonisatie en aanvaardbaarheid.