LS&R 2459
3 september 2026
Uitspraak

Raad van State stelt prejudiciële vragen over kwalificatie van voedingssupplementen als geneesmiddel naar aandiening

 
LS&R 2458
3 september 2026
Uitspraak

Contractuele vrijwaring verplicht teler tot vergoeding € 45 miljoen teruggevorderde GMO-subsidie’

 
LS&R 2457
3 september 2026
Uitspraak

LUMC mocht namen van onderzoekers in contracten met leveranciers van medische hulpmiddelen afschermen

 
LS&R 2459

Raad van State stelt prejudiciële vragen over kwalificatie van voedingssupplementen als geneesmiddel naar aandiening

Raad van State 25 mrt 2026,, LS&R 2459; ECLI:NL:RVS:2026:1651 (Minister van VWS e.a. tegen online verkopers van voedingssupplementen), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/raad-van-state-stelt-prejudiciele-vragen-over-kwalificatie-van-voedingssupplementen-als-geneesmiddel-naar-aandiening

RvS 25 maart 2026, RB 4126; ECLI:NL:RVS:2026:1651 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport e.a. tegen online verkopers van voedingssupplementen). De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt zes zaken waarin online verkopers bestuurlijke boetes zijn opgelegd wegens vermeende overtreding van artikel 40 lid 2 en artikel 84 lid 1 Geneesmiddelenwet. De verkopers bieden producten aan die volgens hen voedingssupplementen zijn. Volgens de minister zijn deze producten op de betreffende websites echter zodanig gepresenteerd dat zij als geneesmiddelen naar aandiening moeten worden aangemerkt, onder meer door uitingen over pijn, verkoudheid, gewrichten en bescherming tegen het coronavirus. Omdat voor de producten geen handelsvergunning is verleend, stelt de minister dat zowel het verbod op het te koop aanbieden van een geneesmiddel zonder handelsvergunning als het verbod op reclame voor een dergelijk geneesmiddel is overtreden. In de eerdere procedures hebben de betrokken rechtbanken verschillend geoordeeld over de verhouding tussen de geneesmiddelenregelgeving en de regels voor voedingssupplementen. De Afdeling acht daarom uitleg van het Unierecht noodzakelijk, in het bijzonder van artikel 2 lid 2 Geneesmiddelenrichtlijn in samenhang met de Voedingssupplementenrichtlijn en overweging 7 van Richtlijn 2004/27/EG. Centraal staat de vraag of, wanneer een product duidelijk als voedingssupplement kwalificeert, de Geneesmiddelenrichtlijn buiten toepassing blijft of dat de wijze waarop het product wordt aangediend er toch toe kan leiden dat het als geneesmiddel naar aandiening kwalificeert.

LS&R 2458

Contractuele vrijwaring verplicht teler tot vergoeding € 45 miljoen teruggevorderde GMO-subsidie’

Rechtbank Den Haag 22 jul 2026,, LS&R 2458; ECLI:NL:RBDHA:2026:21091 (Curatoren tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/contractuele-vrijwaring-verplicht-teler-tot-vergoeding-45-miljoen-teruggevorderde-gmo-subsidie

Rb. Den Haag 22 juli 2026, LS&R 2458; ECLI:NL:RBDHA:2026:21091 (Curatoren tegen [gedaagde]). In deze zaak tussen de curatoren van Telerscoöperatie FresQ en [gedaagde], een voormalig lid van de coöperatie, staat de terugvordering van Europese landbouwsubsidies centraal. FresQ ontving als erkende producentenorganisatie subsidie voor haar operationele programma. Die erkenning werd later met terugwerkende kracht ingetrokken, omdat FresQ niet voldeed aan de Europese erkenningscriteria. RVO heeft daardoor een vordering op de failliete boedel van FresQ wegens ten onrechte ontvangen subsidies. Voor producentenorganisaties geldt onder meer dat zij daadwerkelijk de regie moeten voeren over de verkoop van de producten van hun leden. Na eerdere kritiek van de Europese Commissie had FresQ een plan opgesteld waarin de verkoopdochters meer zelfstandig zouden opereren. Ook het zogenoemde Red Star-segment, waarin [gedaagde] actief was, moest worden omgevormd van een eenmanssegment naar een meermanssegment.

LS&R 2457

LUMC mocht namen van onderzoekers in contracten met leveranciers van medische hulpmiddelen afschermen

Raad van State 15 apr 2026,, LS&R 2457; ECLI:NL:RVS:2026:2096 (Het LUMC tegen [appellanten]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/lumc-mocht-namen-van-onderzoekers-in-contracten-met-leveranciers-van-medische-hulpmiddelen-afschermen

ABRvS 15 april 2026, IT 5495; LS&R 2457; ECLI:NL:RVS:2026:2096 (LUMC tegen [appellant sub 2]). In deze zaak tussen het LUMC en [appellant sub 2] staat een Wob-verzoek centraal over overeenkomsten tussen het ziekenhuis of daar werkzame zorgprofessionals en ondernemingen die medische hulpmiddelen produceren, verhandelen of daaraan gerelateerde diensten verrichten. Het verzoek ziet onder meer op consultancy-, dienstverlenings-, sprekers- en sponsorovereenkomsten en contracten zoals bedoeld in de Gedragscode Medische Hulpmiddelen. Het LUMC heeft twintig documenten gevonden en deze gedeeltelijk openbaar gemaakt. De rechtbank Midden-Nederland oordeelde eerder dat het LUMC onvoldoende had gemotiveerd waarom namen en specialisaties van medewerkers waren weggelakt. Volgens de rechtbank kon bij hoogleraren en gerenommeerde onderzoekers of wetenschappers ervan worden uitgegaan dat zij uit hoofde van hun functie naar buiten treden. Ook vond de rechtbank dat het LUMC verschillende andere passages te generiek had afgeschermd. Voor gegevens over specifiek te onderzoeken of ontwikkelen producten, onderzoeksmethoden en financiële gegevens achtte de rechtbank geheimhouding wel gerechtvaardigd. In hoger beroep voert het LUMC aan dat niet iedere hoogleraar of onderzoeker vanwege zijn functie in de openbaarheid treedt. Volgens het LUMC moet worden gekeken naar de concrete situatie en naar de vraag of een medewerker daadwerkelijk als vertegenwoordiger van het ziekenhuis optreedt. De Afdeling volgt dit standpunt.

LS&R 2456

Onvoldoende bewezen dat coquilles onverwerkt waren; boete voor gebruik van additief vervalt

Rechtbank Rotterdam 10 jul 2026,, LS&R 2456; ECLI:NL:RBROT:2026:8857 ([eiseres] tegen staatssecretaris van VWS), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/onvoldoende-bewezen-dat-coquilles-onverwerkt-waren-boete-voor-gebruik-van-additief-vervalt

Rb. Rotterdam 10 juli 2026, LS&R 2456; ECLI:NL:RBROT:2026:8857 ([eiseres] tegen staatssecretaris van VWS). In deze zaak tussen [eiseres], een groothandel in visserijproducten, en de staatssecretaris van VWS staat een bestuurlijke boete centraal wegens het toevoegen van het levensmiddelenadditief E500 aan coquilles. E500 is niet toegestaan in onverwerkte schaal- en weekdieren, maar mag wel worden gebruikt in verwerkte visserijproducten. De vraag is daarom of de coquilles van [eiseres] als verwerkt of onverwerkt product moeten worden aangemerkt. De staatssecretaris baseert de boete op een rapport van een NVWA-toezichthouder. Volgens de toezichthouder waren de coquilles door het productieproces niet ingrijpend gewijzigd en moesten zij daarom als onverwerkt worden beschouwd. [eiseres] betwist dit en voert aan dat haar productieproces onder meer leidt tot wijzigingen in volume, structuur, smaak, geur, mondgevoel, pH-waarde, vochtgehalte, zoutgehalte en eiwitstructuur. Zij onderbouwt dit met verschillende onderzoeksrapporten.

LS&R 2455

Afslankbeugel kwalificeert als medisch hulpmiddel en had CE-certificering nodig

Rechtbank Den Haag 14 jan 2026,, LS&R 2455; ECLI:NL:RBDHA:2026:598 ([eiseres] tegen [gedaagden]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/afslankbeugel-kwalificeert-als-medisch-hulpmiddel-en-had-ce-certificering-nodig

Rb. Den Haag 14 januari 2026, LS&R 2455; ECLI:NL:RBDHA:2026:598 ([eiseres] tegen [gedaagden]). In deze schadestaatprocedure tussen [eiseres] en [gedaagden] staat de vraag centraal of [eiseres] schade heeft geleden als gevolg van een eerder vastgestelde tekortkoming en onrechtmatige daad rond de ontwikkeling en exploitatie van een afslankbeugel. In de hoofdprocedure was al vastgesteld dat [gedaagden sub 2] tekort was geschoten in de samenwerkingsovereenkomst en dat [gedaagden sub 1] de samenwerking onrechtmatig had gefrustreerd. In deze procedure moet worden vastgesteld of daaruit daadwerkelijk voor vergoeding in aanmerking komende schade is voortgevloeid. De rechtbank volgt het oordeel van de benoemde deskundigen dat [eiseres] geen schade heeft geleden. Volgens de deskundigen zou de onderneming ook in de hypothetische situatie waarin de vastgestelde tekortkoming en onrechtmatige daad worden weggedacht geen winst hebben behaald. Een belangrijke reden daarvoor is dat de afslankbeugel als geheel eerst CE-gecertificeerd had moeten worden voordat deze commercieel op de markt mocht worden gebracht. [eiseres] betoogt dat de deskundigen bij hun schadeberekening ervan hadden moeten uitgaan dat de afslankbeugel bij aanvang van de samenwerking al aan alle wettelijke eisen voldeed, waaronder een eventuele CE-certificering. De rechtbank volgt dat standpunt niet. In een schadestaatprocedure kunnen uitsluitend schadeposten aan de orde komen die voortvloeien uit een tekortkoming die in de hoofdprocedure daadwerkelijk is vastgesteld. Die tekortkoming zag uitsluitend op het feit dat het materiaal Dyneema Purity niet mocht worden gebruikt voor de spaken van de afslankbeugel. In de hoofdprocedure was niet vastgesteld dat [gedaagden sub 2] ook verplicht was ervoor te zorgen dat de afslankbeugel als geheel vanaf het begin CE-gecertificeerd was.

LS&R 2454

Staat hoeft onderhandelingen met Novartis over vergoeding Pluvicto niet te hervatten

Rechtbank Den Haag 30 jul 2026,, LS&R 2454; ECLI:NL:RBDHA:2026:21300 (Novartis tegen de Staat), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/staat-hoeft-onderhandelingen-met-novartis-over-vergoeding-pluvicto-niet-te-hervatten

Rb. Den Haag 30 juli 2026, LS&R 2454; ECLI:NL:RBDHA:2026:21300 (Novartis tegen de Staat). In deze zaak tussen Novartis en de Staat staat de vergoeding van het geneesmiddel Pluvicto centraal. Pluvicto is een radiofarmaceuticum voor de behandeling van bepaalde patiënten met uitgezaaide, castratieresistente prostaatkanker. Het geneesmiddel is sinds december 2022 in de zogenoemde sluis geplaatst en maakt daardoor nog geen onderdeel uit van het verzekerde basispakket. Het Zorginstituut Nederland (ZIN) adviseerde om Pluvicto tot het basispakket toe te laten, mits de nettoprijs na prijsonderhandelingen voldoende zou dalen. De Minister van VWS en Novartis hebben vervolgens onderhandeld over een financieel arrangement. Nadat partijen geen overeenstemming bereikten over de prijs, beëindigde de Minister de onderhandelingen. Pluvicto bleef daardoor in de sluis. Novartis vordert in kort geding dat de Staat wordt bevolen de onderhandelingen onmiddellijk te hervatten en binnen vier weken af te ronden. Volgens Novartis heeft de Minister het pakketadvies van ZIN niet juist toegepast en zijn de onderhandelingen ten onrechte afgebroken.

LS&R 2411

deLex zoekt redactioneel stagiair

Ben jij rechtenstudent en nieuwsgierig naar de wereld van intellectueel eigendom? Van bekende merken, muziek, mode en social media tot AI, reclamecampagnes, design en grote sportevenementen: binnen het intellectuele eigendomsrecht, ICT-recht en privacyrecht komen voortdurend actuele en herkenbare onderwerpen voorbij. Bij deLex krijg je de kans om je hierin te verdiepen en mee te werken aan juridische nieuwsvoorziening voor professionals in deze specialistische rechtsgebieden.

Vanaf nu zoeken wij een redactioneel stagiair voor drie dagen per week. De exacte startdatum is in overleg. Als juridische uitgeverij bieden wij je de mogelijkheid om drie maanden lang mee te werken binnen een dynamische en gespecialiseerde praktijk. 

Tijdens je stage houd je je onder meer bezig met het beheren van online databases, het meewerken aan vakbladen en het bijwonen van congressen en opleidingen. Je ontwikkelt je in het verzamelen en analyseren van juridische bronnen, scherpt je redactionele vaardigheden aan en krijgt volop gelegenheid om je netwerk binnen het juridische werkveld uit te breiden.

Ben je in de afrondende fase van je bachelor of volg je een master Rechtsgeleerdheid, en heb je bijzondere interesse in IE-, ICT- en privacyrecht? Stuur dan je cv en motivatiebrief naar rdolman@delex.nl.

LS&R 2453

Pluripharm krijgt in kort geding geen betaling van miljoenenachterstand

Rechtbank Amsterdam 2 jul 2026,, LS&R 2453; ECLI:NL:RBAMS:2026:6725 (Pluripharm tegen de apotheken), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/pluripharm-krijgt-in-kort-geding-geen-betaling-van-miljoenenachterstand

Rb. Amsterdam 2 juli 2026, LS&R2453; ECLI:NL:RBAMS:2026:6725 (Pluripharm tegen de apotheken). In deze zaak tussen Pluripharm en een aantal apotheken uit de Apotheekgroep Noordplein staat een omvangrijke betalingsachterstand voor geleverde genees- en hulpmiddelen centraal. Pluripharm levert sinds 2019 dagelijks farmaceutische producten aan de apotheken. De bestellingen werden op basis van vooruitbetaling geplaatst, waarna eventuele restbedragen moesten worden voldaan. Vanaf 2023 waren de vooruitbetalingen steeds vaker ontoereikend en liepen de betalingsachterstanden op. Pluripharm vordert in kort geding betaling van de openstaande facturen en verlangt daarnaast dat de apotheken zekerheid stellen door middel van pandrechten op onder meer vorderingen en aandelen.

LS&R 2451

Zwaarwegend belang rechtvaardigt inzage vader in medisch dossier overleden dochter

Rechtbank Gelderland 12 jun 2026,, LS&R 2451; ECLI:NL:RBGEL:2026:5964 ([de verzoeker] tegen de huisartsenpraktijk), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/zwaarwegend-belang-rechtvaardigt-inzage-vader-in-medisch-dossier-overleden-dochter

Rb. Gelderland 12 juni 2026, LS&R 2451; ECLI:NL:RBGEL:2026:5964 ([de verzoeker] tegen de huisartsenpraktijk). De rechtbank oordeelt dat de vader van een in 2022 door suïcide overleden 17-jarige op grond van artikel 7:458a lid 1 onder c BW recht heeft op inzage in een deel van haar medisch dossier. Hoewel het medisch beroepsgeheim ook na het overlijden van een patiënt blijft gelden, kan dit worden doorbroken wanneer de verzoeker een zwaarwegend belang heeft, aannemelijk maakt dat dit belang door geheimhouding mogelijk wordt geschaad en inzage noodzakelijk is voor de behartiging daarvan. Volgens de rechtbank heeft de vader voldoende aannemelijk gemaakt dat er concrete aanknopingspunten bestaan voor een mogelijk tekortschieten van de huisartsenpraktijk. Daarbij betrekt de rechtbank onder meer dat de dochter kampte met complexe psychische en verslavingsproblematiek, in de periode voorafgaand aan haar overlijden herhaaldelijk samen met jongerenwerkers de huisarts bezocht en dat het uiteindelijk vijf maanden duurde voordat een afspraak met de praktijkondersteuner jeugd plaatsvond. Ook het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd laat volgens de rechtbank reële vragen open over de verleende zorg, waaronder de samenwerking en regie, de dossiervoering, de inschatting van de psychische problematiek en het voortbouwen op reeds bekende informatie. In deze procedure hoeft niet vast te staan dat de huisartsenpraktijk daadwerkelijk is tekortgeschoten; beslissend is dat het vermoeden van een mogelijk tekortschieten voldoende aannemelijk is gemaakt. Het medisch dossier is noodzakelijk om duidelijkheid te verkrijgen over welke signalen wanneer met de huisartsenpraktijk zijn gedeeld en hoe daarop vervolgens is gereageerd.

LS&R 2452

Deze UPC-rechters en -experts zijn aanwezig tijdens het BIE-symposium op 30 september

Woensdag 30 september organiseren we samen met het tijdschrift Berichten Industriële Eigendom (BIE) het BIE-symposium 2026. Tijdens dit symposium bespreken we de recente ontwikkelingen van het Unified Patent Court (UPC). Het symposium vindt plaats in het Auditorium van De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam en staat onder leiding van de voorzitter van de redactie van de BIE, Prof.mr. C.J.J.C. (Constant) van Nispen.

Tijdens het symposium introduceren verschillende sprekers actuele onderwerpen rond het UPC, waarna UPC-rechters en andere deskundigen vanuit hun eigen praktijk en ervaring op deze onderwerpen reageren. Tijdens het symposium zijn namelijk Rian Kalden, Margot Kokke, Peter Blok, Robert van Peursem, Bart van den Broek, Edger Brinkman én Willem Hoyng aanwezig om commentaar te leveren vanuit UPC perspectief.