LS&R 1733

Geen wettelijke grond voor verstrekken medische persoonsgegevens aan minister van VWS

Rechtbank Midden-Nederland 23 jul 2019, LS&R 1733; ECLI:NL:RBMNE:2019:3442 (X tegen Autoriteit Persoonsgegevens en NZA, CPB en Staat der Nederlanden), http://www.lsenr.nl/artikelen/geen-wettelijke-grond-voor-verstrekken-medische-persoonsgegevens-aan-minister-van-vws

Rechtbank Midden-Nederland 23 juli 2019, IT 2856, LS&R 1733; ECLI:NL:RBMNE:2019:3442 ( X tegen Autoriteit Persoonsgegevens en NZA, CPB en Staat der Nederlanden) Einduitspraak na bestuurlijke lus. Eiseres heeft verzocht om op te treden tegen de verzameling, verwerking, en verstrekking aan derden van persoonsgegevens in het Diagnose-behandelcombinatie-informatiesysteem (DIS). NZa is als beheerder van DIS derde partij. Verweerster moest nader onderzoeken of de gegevens die de NZa verzamelt en zelf verwerkt noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn wettelijke taken. Ook moest worden onderzocht of het verstrekken van gegevens aan de ACM, het CBS en ZiNL noodzakelijk is voor de uitoefening van hun wettelijke taak of taken. Tot slot moest verweerster onderzoeken en motiveren waarom zij niet handhavend heeft opgetreden in de richting van de NZa vanwege de onrechtmatige verstrekking van bijzondere persoonsgegevens aan de minister van VWS en het CPB.

LS&R 1732

Prejudiciële vragen over schade door inbrengen PIP-implantaat

Hof 's-Hertogenbosch 27 aug 2019, LS&R 1732; ECLI:NL:GHSHE:2019:3188 (PIP-implantaat), http://www.lsenr.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-schade-door-inbrengen-pip-implantaat

Hof 's-Hertogenbosch 27 augustus 2019, LS&R 1732; ECLI:NL:GHSHE:2019:3188 (PIP-implantaat) Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in een PIP-zaak. Silliconenimplantaten zorgen voor pijnklachten bij een patiënte. De aansprakelijkheid van de zorgverlener voor het gebruik van een ongeschikte hulpzaak werd eerder door de rechtbank afgewezen.

LS&R 1730

Nadere verpakkingseisen Cubaanse sigaren rechtmatig

Rechtbank Den Haag 24 jul 2019, LS&R 1730; ECLI:NL:RBDHA:2019:8534 (Cubacigar tegen de Staat), http://www.lsenr.nl/artikelen/nadere-verpakkingseisen-cubaanse-sigaren-rechtmatig

Rechtbank Den Haag 24 juli 2019, IEF 18665, RB 3339, LS&R 1730; ECLI:NL:RBDHA:2019:8534 (Cubacigar tegen de Staat) Overheidsaansprakelijkheid. Cubacigar is de distributeur in de Benelux van handgemaakte Cubaanse sigaren. Het geschil betreft de rechtmatigheid van nadere verpakkingseisen voor sigaren op de Nederlandse markt. De nadere verpakkingseisen in de Tabaks- en rookwarenregeling zijn naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met de Tabaksproductenrichtlijn en het recht betreffende het vrije verkeer van goederen. De verpakkingseisen zijn gerechtvaardigd uit het oogpunt van de volksgezondheid en ook aan de eisen van het evenredigheidsbeginsel is voldaan. De vorderingen van Cubacigar worden afgewezen.

LS&R 1729

Verstrekking medisch dossier van erflater op grond van zwaarwegend belang

Rechtbank Midden-Nederland 2 jul 2019, LS&R 1729; ECLI:NL:RBMNE:2019:3621http://www.lsenr.nl/artikelen/verstrekking-medisch-dossier-van-erflater-op-grond-van-zwaarwegend-belang

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 2 augustus 2019, IT 2853, LS&R 1729,  ECLI:NL:RBMNE:2019:3621 (Neef tegen Inovum) De heer A. is in 2016 op 84-jarige leeftijd overleden. Vanaf 2015 tot de dag van zijn overlijden woonde hij in een zorginstelling, geëxploiteerd door Inovum. Zijn neef, eiser, is in 2016 benoemd tot enig erfgenaam. De bodemprocedure die aanhangig is bij de rechtbank gaat om de vraag of het testament rechtsgeldig is.Cruciaal in deze procedure kan het deskundigenrapport van neuroloog B. zijn over in hoeverre erflater in staat was zijn wil te bepalen. Erflater leed ook toen aan dementie. Zonder afschrift van het medisch dossier is het voor eiser niet mogelijk om te toetsen hoe de neuroloog tot zijn conclusies in zijn deskundigenrapport is gekomen. Er is sprake van een zwaarwegend belang dat de doorbreking van de geheimhoudingsplicht door Inovum rechtvaardigt.

4.7.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door [eiseres] voorgestane toestemming op basis van bovenstaande niet kan worden aangenomen. Feit is dat [eiseres] bij leven van erflater zijn mentor was. In de jurisprudentie is eens aangenomen dat aan een ex-mentor, vanwege zijn of haar taakstelling, een inzagerecht tot de (medische) gegevens van een overledene toekomt. De situatie die tot deze uitspraak heeft geleid is wat de voorzieningenrechter betreft van andere aard dan in onderhavige zaak. [eiseres] wenst toegang tot het medisch dossier van erflater niet vanuit haar hoedanigheid van (ex-)mentor, maar vanuit haar positie van testamentair erfgenaam. Ook uit de goede band die zou hebben bestaan tussen erflater en [eiseres] kan niet zonder meer veronderstelde toestemming volgen. De rol die [eiseres] heeft gespeeld bij de bezoeken aan medici, waarbij zij erflater begeleidde, is onduidelijk gebleven. Zo is niet gesteld en ook niet op een andere manier duidelijk geworden of [eiseres] tijdens deze bezoeken ook het woord heeft gevoerd namens erflater of namens hem beslissingen heeft genomen. Hierbij heeft te gelden dat aan het aannemen van een dergelijke toestemming achteraf hoge eisen moeten worden gesteld vanwege het recht op privacy van de betrokken patiënt en vanwege de algemene belangen die zijn betrokken bij het medisch beroepsgeheim.

4.10.
Bij het antwoord op de vraag of er aan de zijde van [eiseres] sprake is van een zwaarwegend belang, neemt de voorzieningenrechter de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking.

4.11.
De bodemprocedure die aanhangig is bij de rechtbank heeft betrekking op – onder meer – de vraag of het testament dat erflater heeft laten opmaken rechtsgeldig is. In deze bodemprocedure loopt [eiseres] het risico op het verliezen van haar testamentaire erfgenaamschap. Cruciaal in deze procedure kan het deskundigenrapport van neuroloog dr. [B] zijn. De vraag staat daarbij centraal in hoeverre erflater op het moment van verlijden van het testament in staat was zijn wil te bepalen. Die vraag is opgekomen omdat erflater ook toen lijdende was aan dementie. Zonder afschrift van het medisch dossier van erflater is het voor [eiseres] niet mogelijk om te toetsen hoe dr. [B] tot zijn conclusies in zijn deskundigenrapport is gekomen, namelijk dat erflater toen zijn wil niet meer kon uiten. Daarbij heeft te gelden dat [eiseres] niet langs andere weg aan deze gewenste medische informatie kan komen. Een andere bron dan het medisch dossier is er namelijk niet. Ook het horen van dr. [B] ter terechtzitting, zal onvoldoende tegemoet komen aan haar belang van het toetsen van het rapport van dr. [B] , omdat dr. [B] zich (mogelijk met succes) zal beroepen op zijn beroepsgeheim, indien het behandeldossier van [naam locatie] niet aan [eiseres] en/of aan de neef [A] bekend is.

4.12.
Inovum heeft nog aangevoerd, dat het belang van [eiseres] overwegend van financiële aard is en dat dat niet kan leiden tot de conclusie dat [eiseres] een zwaarwegend belang heeft. Dat verweer slaagt niet. Het gaat immers niet alleen daar om, maar (ook) om de vraag of er een rechtsgeldig testament tot stand is gekomen en dus of er sprake is van de uitvoering van de laatste wil van erflater, indien hij zijn wil heeft kunnen bepalen.

LS&R 1728

Geen onjuist rechtsopvatting voorbehouden zuivelbenaming

Hoge Raad 30 aug 2019, LS&R 1728; ECLI:NL:HR:2019:1293 (Nederlandse zuivelorganisatie tegen Alpro Nederland), http://www.lsenr.nl/artikelen/geen-onjuist-rechtsopvatting-voorbehouden-zuivelbenaming

HR 30 augustus 2019, IEF 18655, RB 336; LS&R 1728; ECLI:NL:HR:2019:1293 (Nederlandse zuivelorganisatie tegen Alpro Nederland) Europees recht. NZO is de brancheorganisatie van de Nederlandse zuivelindustrie. Alpro verzorgt op de Nederlandse markt de verkoop en distributie van de sojaproducten, zie ook [LS&R 1707] Deze zaak gaat over de vraag of Alpro op ontoelaatbare wijze een aantal van haar sojaproducten als zuivelproducten heeft aangeduid, althans de indruk heeft gewekt dat het om zuivelproducten gaat - “Schep-yofu” en Mild & Creamy, Alpro’s Cuisine en “Luchtig(Aeré) & Creamy”, en Alpro’s sojadranken. Op grond van Verordening (EU) 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en de voorlopers daarvan is dat verboden. In cassatie is met name aan de orde hoe de verordening moet worden uitgelegd. Of in een concreet geval sprake is van gebruik van een voorbehouden zuivelbenaming ter aanduiding van een niet-zuivelproduct hangt onmiskenbaar af van de omstandigheden van het geval. De opvatting dat het gebruik van een zuivelbenaming bij de verhandeling van een niet-zuivelproduct onder geen enkele omstandigheid is toegestaan, is niet juist.

LS&R 1727

EPO User Day in Den Haag

Register now for the EPO User Day in The Hague on 24 September 2019.

Places still available:
-Workshop on the web-based online filing system (CMS), 10.30 - 12.30 hrs, Language: German and 13.45 - 15.45 hrs, Language: French
-Technical workshop on the established EPO Online Filing software - basic installation, configuration and system administration, 10.30 - 12.30 hrs, Language: English
-Technical workshop on the established EPO Online Filing software - patent management system (PMS) gateway, 13.45 - 15.45 hrs, Language: English

LS&R 1726

Afgifte medisch dossier nodig voor beoordeling wilsbekwaamheid

Hof Arnhem-Leeuwarden 13 aug 2019, LS&R 1726; ECLI:NL:GHARL:2019:6571 (X tegen huisarts), http://www.lsenr.nl/artikelen/afgifte-medisch-dossier-nodig-voor-beoordeling-wilsbekwaamheid

Hof Arnhem-Leeuwarden 13 augustus 2019, IT 2841, LS&R 1726; ECLI:NL:GHARL:2019:6571 (X tegen huisarts) Kort geding. Medische geheimhoudingsplicht. Afgifte medisch dossier. Appellante heeft de huisarts van vader en moeder om een afschrift van de medische dossiers gevraagd. De huisarts heeft hieraan geen gevolg gegeven met een beroep op zijn medisch beroepsgeheim. Appelante stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de medische dossiers omdat zij dient te kunnen onderbouwen dat haar ouders ten tijde van de verkoop van het pand niet in staat waren hun vermogensrechtelijke belangen te overzien. Volgens haar waren beide ouders ten tijde van de verkoop en levering dement. Op de zitting bij het hof van 22 juli 2019 heeft appelante haar vordering beperkt tot het dossier van vader. De vordering wordt toegewezen. Zonder medische informatie zal de rechter zich geen of een minder goed beeld kunnen vormen van de wilsbekwaamheid dan wel eventuele wilsgebreken of beïnvloedbaarheid van vader.

LS&R 1725

Recht op inzage medisch dossier van overleden moeder op grond van machtiging

Hof Den Haag 20 aug 2019, LS&R 1725; ECLI:NL:GHDHA:2019:2103 (Medisch beroepsgeheim huisarts), http://www.lsenr.nl/artikelen/recht-op-inzage-medisch-dossier-van-overleden-moeder-op-grond-van-machtiging

Hof Den Haag 20 augustus 2019, IT 2839, LS&R 1725; ECLI:NL:GHDHA:2019:2103 (Medisch beroepsgeheim huisarts) Art. 7:458a BW (nieuw). Appelant is de zoon van wijlen mevrouw X. Geïntimeerde was haar huisarts. Appelant heeft aangifte gedaan tegen twee verpleegkundigen die bij de thuiszorg betrokken zijn geweest. Hij heeft geïntimeerde verzocht om (delen) van het medisch dossier van moeder aan hem te verstrekken. Aan het verzoek van appellant is geen gehoor gegeven. Geïntimideerde moet binnen 4 weken het gehele medische dossier aan appelant overhandigen. Nu tussen partijen vaststaat dat moeder toestemming heeft verleend aan haar zoon om haar medische dossier op te vragen, heeft appellant in beginsel recht op inzage en afschrift van het gehele dossier. Er bestaat geen grond om ervan uit te gaan dat het recht op inzage of afschrift niet verder mag gaan dan gerechtvaardigd wordt door het belang van appellant. Er hoeft niet duidelijk te worden gemaakt wat zijn belang is bij afgifte van het hele dossier en waarom niet kan worden volstaan met een minder verstrekkende wijze van inzage.

LS&R 1724

Franchiseovereenkomst niet geldig ontbonden nu daar geen reden toe was

Rechtbank Gelderland 25 mrt 2019, LS&R 1724; ECLI:NL:RBGEL:2019:2630 (De Groene Zuster tegen X), http://www.lsenr.nl/artikelen/franchiseovereenkomst-niet-geldig-ontbonden-nu-daar-geen-reden-toe-was

Rechtbank Gelderland 25 maart 2019, IEF 18634, LS&R 1724; ECLI:NL:RBGEL:2019:2630 (De Groene Zuster tegen X) Verbroken Franchiserelatie. De Groene Zuster drijft een onderneming op het gebied van medische thermografie. Gedaagde heeft met de Groene Zuster een franchiseovereenkomst gesloten voor onbepaalde tijd. Zij mag derhalve het logo en merk ‘De Groene Zuster’ gebruiken. De Groene Zuster wenste deze samenwerking te beëindigen. Gedaagde heeft echter niet voldaan aan de beëindiging. Of de overeenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd is niet vast komen te staan. Ook is niet aannemelijk geworden dat gedaagde is tekortgeschoten in de nakoming van de franchiseovereenkomst, deze is dus niet rechtsgeldig ontbonden. Wel rechtsgeldig ontbonden wederzijdse rechten en plichten blijven gedurende opzegtermijn van kracht. Wat betreft misgelopen omzet van gedaagde, deze is niet met voldoende zekerheid vast te stellen, de vordering wordt dus afgewezen. Bij haar vordering tot vergoeding van misgelopen winst heeft zij geen belang. 

LS&R 1723

Staat handelt onrechtmatig jegens Biogen

Hof Den Haag 29 jan 2019, LS&R 1723; ECLI:NL:GHDHA:2019:2018 (Biogen tegen de Staat), http://www.lsenr.nl/artikelen/staat-handelt-onrechtmatig-jegens-biogen

Gerechtshof Den Haag 29 januari 2019, LS&R 1723; ECLI:NL:GHDHA:2019:2018 (Biogen tegen de Staat) Geneesmiddelenrecht. Biogen brengt in Nederland het geneesmiddel Tecfidera op de markt. Voor Tecfidera – dat als werkzame stof dymethylfumaraat DMF) heeft – is een Europese vergunning voor het in de handel brengen verkregen. Conform deze vergunning is Tecfidera alleen tot de handel toegelaten voor de behandeling van relapsing-remitting multiple sclerosis (RRMS of MS). Later is een VHB voor het geneesmiddel Skilarence van de Spaanse onderneming Almirall verleend. De geregistreerde indicatie van Skilarence is psoriasis. De werkzame stof van Skilarence is dezelfde als die van Tecfidera, namelijk DMF.  Verleden jaar heeft Almirall bij de Minister een aanvraag ingediend voor opname van Skilarence op bijlage 1A van de Rzv in een cluster met Tecfidera. Het Zorginstituut Nederland heeft de Minister geadviseerd over de opname van Skilarence in het GVS. Biogen stelt dat bij de vraag naar de onderlinge vervangbaarheid als bedoeld in artikel 2.40 lid 1 Rzv moet worden gekeken naar de geregistreerde indicaties (die bij Skilarence en Tecfidera verschillen) en niet, zoals de Minister heeft gedaan, naar de werkzame stof (die bij Sklilarence en Tecfidera dezelfde is) en heeft in eerste aanleg gevorderd de Staat te gebieden de Regeling te herroepen of te wijzigen in die zin dat Skilarence niet als onderling vervangbaar met Tecfidera wordt opgenomen in hetzelfde cluster. In het vonnis heeft de voorzieningenrechter de primaire vorderingen afgewezen op de grond dat hij bij toewijzing daarvan zou treden in de exclusieve bevoegdheid van de Staat om regelgeving tot stand te brengen. Het hoger beroep van Biogen strekt uitsluitend tot alsnog toewijzing van de subsidiaire vordering. Tegen de afwijzing van haar primaire vorderingen is Biogen niet opgekomen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank.

LS&R 1722

Octrooi hormoonreceptor borstkanker niet inventief

Rechtbank Den Haag 5 jul 2019, LS&R 1722; ECLI:NL:RBDHA:2019:7792 (Novartis tegen Teva), http://www.lsenr.nl/artikelen/octrooi-hormoonreceptor-borstkanker-niet-inventief

Vzr. Rechtbank Den Haag 5 juli 2019, IEF 18615, LS&R 1722; ECLI:NL:RBDHA:2019:7792 (Novartis tegen Teva) Octrooirecht. Novartis maakt onderdeel uit van een farmaceutische bedrijf en is gericht op o.a. onderzoek en verhandelen van innovatieve geneesmiddelen. Ze is houdster van het EP 916 octrooi. Teva maakt deel uit van de Teva groep en houdt zich bezig met o.a. verhandeling van generieke en innovatieve geneesmiddelen. Teva is in Nederland houdster van marktvergunningen voor een generieke versie van everolimus, Everolimus Teva. In de SmPC32 en de bijsluiter voor de patiënt bij Everolimus Teva is opgenomen dat everolimus in combinatie met exemestaan geïndiceerd is voor de behandeling van hormoonreceptor-positieve gevorderde borstkanker. Novartis vordert inbreukverbod voor Nederland aan Teva van geneesmiddelen die everolimus omvatten voor hormoonreceptor-positieve gevorderde borstkanker, rectificatie en gebied Teva de hormoonreceptor-positieve gevorderde borstkanker uit haar (Nederlandse) handelsvergunningen voor Everolimus Teva te laten verwijderen. Het inbreukverbod is afgewezen omdat de ingeroepen octrooien voorshands niet inventief worden geacht.

LS&R 1721

schorsing tot einduitspraak Technische Kamer EOB

Hof Den Haag 30 jul 2019, LS&R 1721; ECLI:NL:GHDHA:2019:1962 (X AG en Biogen tegen Celltrion), http://www.lsenr.nl/artikelen/schorsing-tot-einduitspraak-technische-kamer-eob

Gerechtshof Den Haag 30 juli 2019, IEF 18614, LS&R 1721; ECLI:NL:GHDHA:2019:1962 (X AG en Biogen tegen Celltrion) Octrooirecht. Celltrion is een biofarmaceutisch bedrijf en houdt zich bezig met  de ontwikkeling van biosimilars, alternatieven voor bekende biologische geneesmiddelen. Celltrion heeft een biosimilar ontwikkeld van een chimerisch monoklonaal anti-CD20 antilichaam genaamd ‘rituximab’, die volgens Celltrion bio-equivalent is aan een geneesmiddel van X AG. Celltrion heeft een marktvergunning voor de biosimilar verkregen. X AG en Biogen zijn houdster van het Europees Octrooi (EP 304). X AG brengt het op dat octrooi gebaseerde geneesmiddel MabThera op de Europese markt. Tegen de verlening van EP 304 is oppositie ingesteld bij het  EOB, onder meer door Celltrion. De oppositieafdeling heeft dat herroepen. Biogen heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Celltrion heeft in eerste aanleg gevorderd het Nederlandse deel van EP 304 te vernietigen. De rechtbank heeft de vorderingen toegewezen. In hoger beroep vordert Biogen vernietiging hiervan en opnieuw de vorderingen van Celltrion af te wijzen. Het hof schorst de behandeling van het geschil totdat de Technische Kamer van Beroep van het Europees Octrooibureau einduitspraak heeft gedaan met betrekking tot EP 304 of die procedure op een andere manier is geëindigd.

 

LS&R 1720

Willem Hoyng: de rechtbank is de weg kwijt!

Bijna een jaar na de pleidooien (gevolgd door een aktewisseling in juli 2018) wijst de rechtbank Den Haag op 19 juni jl. een vonnis in de pemetrexed zaak [IEF 18534] (Eli Lilly vs Fresenius).
Een paar korte opmerkingen:

1.    De rechtbank wijst de vordering van de octrooihouder af en volgt niet het vonnis in kort geding (gewezen door een ervaren senior rechter en bevestigd door een kamer met drie ervaren octrooirechters van het Hof in een zeer uitgebreid gemotiveerd arrest) (Iedereen weet ook dat de behandeling in kort geding in octrooizaken bij het Hof de facto in wezen niet afwijkt van een bodemprocedure).

2.    De rechtbank wijkt bovendien af van alle uitspraken die in de parallelle zaken in het buitenland zijn gewezen (waarbij uitspraken van de hoogste rechters in Engeland en Wales, Duitsland en Zwitserland). Aan die uitspraken wordt geen woord vuil gemaakt laat staan uitgelegd waarom die uitspraken onjuist zijn. Er wordt alleen verwezen naar het vonnis (in eerste instantie) van mr. Justice Arnold ter ondersteuning van de stelling van de rechtbank dat wanneer in de verleningsprocedure de octrooihouder zijn conclusie beperkt hij altijd aan (de letter van) die beperking gebonden is (ook dus in een situatie waarbij het voor een derde duidelijk is dat die beperking is opgenomen om aan de formele vereisten (zoals art. 123 lid 2 of 84 EOV) te voldoen en niet omdat de oorspronkelijke conclusie te breed is en derhalve (deels) nietig vanwege gebrek aan nieuwheid en/of inventiviteit). Wat de rechtbank niet vermeld is dat die opvatting van Arnold door het UK Supreme Court is verworpen!

LS&R 1717

Beschermingsomvang octrooi is beperkt tot gebruik van pemetrexed disodium

19 jun 2019, LS&R 1717; ( Pemetrexed), http://www.lsenr.nl/artikelen/beschermingsomvang-octrooi-is-beperkt-tot-gebruik-van-pemetrexed-disodium

Rechtbank Den Haag 19 juni 2019, IEF 18534, LS&R 1717; ECLI:NL:RBDHA:2019:6107 (Pemetrexed) Eli Lilly tegen Fresenius Kabi. Anders dan het Hof Den Haag in de kort geding procedure [IEF 17690] en verschillende buitenlandse rechters, oordeelt de rechtbank dat de beschermingsomvang van het octrooi beperkt is tot het gebruik van pemetrexed disodium en dus dat het door Fresenius gebruikte pemetrexed tromethamine buiten de beschermingsomvang valt. De rechtszekerheid dient te prevaleren boven een ruime beschermingsomvang, gelet op onder meer de volgende – in onderling verband te beschouwen - omstandigheden:
- het verleningsdossier waarin een bewuste keuze is gemaakt voor pemetrexed disodium
- het tijdens verlening berusten in een tot pemetrexed disodium  beperkte claim
- de omschrijving die wel andere ruimere definities bevat, bijvoorbeeld van vitamine B12
- het feit dat Lilly een deskundige octrooiaanvrager is ( want een farmaceutische grootmacht)
- equivalente zouten tijdens de prioriteitsdatum voor de vakman voorzienbaar waren.
Onder deze omstandigheden staat naar het oordeel van de rechtbank de rechtszekerheid ook in de weg aan aanvullende bescherming onder het equivalentie bereik. Afwijzing van de vorderingen van Lilly met veroordeling in de proceskosten ad € 400.000.

LS&R 1716

Berisping vanwege gegevensuitwisseling Bemoeizorg

13 jun 2019, LS&R 1716; ECLI:NL:TGZREIN:2019:36 (Klaagster tegen verpleegkundige Bemoeizorg), http://www.lsenr.nl/artikelen/berisping-vanwege-gegevensuitwisseling-bemoeizorg

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 13 juni 2019, IEF 18530, IT&R 2801, LS&R 1716; ECLI:NL:TGZREIN:2019:36 (Klaagster tegen verpleegkundige Bemoeizorg) Tuchtrecht. Gegevensuitwisseling. Privacy. Berisping. Klaagster is door de woningbouwvereniging aangemeld bij Bemoeizorg wegens vreemd gedrag. Verpleegkundige heeft klaagster toegewezen gekregen als cliënte. Tussen klaagster, de verpleegkundige en derden hebben gesprekken plaatsgevonden en op basis daarvan is een aanmeldingsformulier gemaakt. In dit formulier staan gegevens van klaagster, waaronder een diagnose, die zijn uitgewisseld met de gemeente. Klaagster stelt dat de verpleegkundige zich niet aan zijn geheimhoudingsverplichting heeft gehouden en haar privacy heeft geschonden. De verpleegkundige stelt dat er geen vertrouwelijke gegevens zijn uitgewisseld. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verkaard. Bemoeizorg krijgt maatregel van berisping opgelegd.

LS&R 1715

Reactie CGR op internetconsultatie initiatiefwetsvoorstel Wet Transparantieregister Zorg

De Stichting Code Geneesmiddelenreclame heeft gereageerd op de internetconsultatie m.b.t. het initiatiefwetsvoorstel van Lilianne Ploumen (PvdA) voor de Wet Transparantieregister Zorg.  In de reactie wordt een toelichting gegeven op de ontstaansgeschiedenis van het huidige Transparantieregister Zorg, op de mogelijkheden van zelfregulering en wetgeving en op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en op het respect van een privéleven van individuele zorgverleners. Vervolgens is ingegaan op de inhoud van het initiatiefwetsvoorstel.

LS&R 1714

IE Zomerforum over 'schuld en boete' op 27 juni

Drie stellingen, drie panels, volgens jaarlijkse traditie: het IE zomerforum van deLex, onder leiding van Dirk Visser. Dit jaar met een eeuwenoud thema dat actueel lijkt te worden in het auteursrecht: schuld en boete.

Stelling 1: “Fotoauteursrecht en de schadeclaim-industrie: een onvoorspelbare markt, maar is er een oplossing?”
Met een toename van zoektochten door fotografen en advocaten naar inbreukmakende foto’s op het internet neemt ook het aantal schadevergoedingszaken toe.

LS&R 1712

Nederlands Octrooicongres op dinsdag 11 juni

Actueel, praktijkgericht en volledig: het Nederlands Octrooicongres van deLex! Jaarlijks op de tweede dinsdag van juni, onder leiding van mr. drs. Gertjan Kuipers en prof. mr. Peter Blok.

Met dit jaar onder meer de volgende onderwerpen: "München meets Den Haag: interactie tussen het EOB en de nationale rechter", mr. András Kupecz (Kupecz IP), "Het octrooirechtelijk verbod: heilig huisje in de storm?", mr. Léon Dijkman, (EUI / HOYNG ROKH MONEGIER), "Artificial Intelligence en octrooi", paneldiscussie met o.a. dr. mr. Erik Visscher (De Vries & Metman)