LS&R 1762

Laatste plaatsen Nationaal Reclamerechtcongres

Klagers en influencers, purposewashing, rebranding, online reclame en het Nationaal Preventie-akkoord: allemaal onderwerpen die aan de orde komen tijdens het Nationaal Reclamerechtcongres van deLex!

Met het jaarlijkse overzicht van rechterlijke hits and misses door Ebba Hoogenraad, een terugblik van Anne-Jel Hoelen (ACM), Madeleine de Cock Buning (UU) over online en de huidige stand van de regelgeving, en de volgende onderwerpen en sprekers:

  • Waarom is klagen leuk?  Otto van der Harst (Stichting Reclame Code) licht toe, en vertelt over het nut van klagen.
  • De #Ad campagne Nationale betutteling of niet: het Nationaal Preventieakkoord bestaat nu een jaar. Sarah Arayess licht de juridische kaders toe, en neemt samen met Otto van der Harst, Theo Heere (VBZ), Eva Knipscheer (Albert Heijn) en Peter de Wolf (Stiva) deel aan de paneldiscussie.
  • Van Nuon naar Vattenfall: Melle van Diepen (Vattenfall) schetst de praktische ervaringen bij dit rebrandingtraject.
  • Commercie en duurzaamheid: een goede combinatie? Willem van der Schoot, CEO bij Havas Lemz, kiest voor de positieve invalshoek en geeft aan hoe creativiteit ten goede kan worden ingezet in een commerciële omgeving.

Ebba Hoogenraad (Hoogenraad & Haak) en Willem Leppink (Ploum) staan garant voor een inspirerend en nieuw programma. Waar en wanneer? Op donderdag 12 december 2019 in het West-Indisch Huis. Het volledige programma is hier bijgevoegd. Meteen inschrijven kan ook.

We zien u graag tegemoet op 12 december!

LS&R 1767

Klachten omtrent medisch advies arbeidsongeschiktheid falen

3 dec 2019, LS&R 1767; (Accountant tegen verzekeringsarts), http://www.lsenr.nl/artikelen/klachten-omtrent-medisch-advies-arbeidsongeschiktheid-falen

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 3 december 2019, IT 2964, LS&R 1767; (Accountant tegen verzekeringsarts) Klaagster is accountant en heeft sinds juli 2015 diverse artsen bezocht vanwege maag-, darm-, gewrichts- en spierklachten. Zij was/is werkzaam als zelfstandig ondernemer, maar was arbeidsongeschikt. Om deze reden is er een claim bij haar arbeidsongeschiktheidsverzekeraar ingediend. Die verzekeraar heeft een medisch adviesbureau ingeschakeld voor de medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheidsclaim. Verweerder is werkzaam voor dit medisch adviesbureau. Uit het schriftelijke advies, uitgebracht door de verzekeringsarts en zijn collega onder wiens verantwoordelijkheid hij werkte en tegen wie eveneens klachten aanhangig zijn, blijkt dat er volgens verweerder geen aanleiding bestaat om de arbeidsongeschiktheid vanaf de claimdatum niet kan worden vastgesteld. Klaagster heeft vervolgens haar klacht aanhangig gemaakt, inhoudende onder andere dat verweerder een onjuiste rapportage heeft uitgebracht, die gebaseerd is op onjuiste feiten en die verweerder weigert te corrigeren. De verwijten die klaagster verweerder maakt, zijn volgens het college ongegrond. De conclusies die verweerder heeft getrokken, zijn onderbouwd en de gegevens die deze aannames steunen, zijn vermeld in het rapport van het adviesbureau.

LS&R 1766

Laatste plaatsen beschikbaar voor Jurisprudentielunch Octrooirecht

Weer volledig op de hoogte na de jaarlijkse Jurisprudentielunch Octrooirecht van deLex, op woensdag 11 december 2019. Bart van den Broek en Willem Hoyng presenteren tijdens de lunch het complete overzicht van actuele uitspraken die relevant zijn voor uw praktijk.

Aanmelden is nog mogelijk, via info@delex.nl, of via de website. Let op: er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar!

LS&R 1763

HvJ EU over verlenging van vergunning voor parallelimport

Hof van Justitie EU 14 nov 2019, LS&R 1763; ECLI:EU:C:2019:968 (Vaselife en Chrysal tegen Ctgb), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-over-verlenging-van-vergunning-voor-parallelimport

HvJ EU 14 november 2019, IEF 18859, LS&R 1763, IEFbe 3001; ECLI:EU:C:2019:968 (Vaselife en Chrysal tegen Ctgb) Aan Vaselife is een vergunning verleend voor de parallelimport van gewasbeschermingsmiddel Vaselife UB. Het Ctgb heeft het verzoek om de aan Vaselife toegekende vergunning te verlengen, geweigerd. Vervolgens is de toelating overgeschreven op Chrysal. Chrysal heeft bezwaar ingediend tegen het besluit over de verlenging van de vergunning. Dit bezwaar van Chrysal is door het Ctgb gedeeltelijk gegrond verklaard. Tegelijkertijd heeft het Ctgb het verzoek tot verlenging van de vergunning afgewezen. Vaselife heeft hiertegen beroep ingesteld bij het CBb, zie [LS&R 1626]. Het Ctgb heeft het verzoek van Chrysal om de naam van het middel te veranderen in Chrysal BVB, ingewilligd, en de respijtperiode verruimd waardoor ook de bestaande voorraad van het middel Vaselife UB mocht worden afgeleverd en opgebruikt. Hiertegen heeft Chrysal beroep ingesteld bij het CBb. Het CBb heeft vervolgens het HvJ EU verzocht om beantwoording van enkele prejudiciële vragen.

LS&R 1764

Inbreukverbod afgewezen wegens gebrek aan inventiviteit

Hof Den Haag , LS&R 1764; ECLI:NL:GHDHA:2019:3155 (Icos tegen Teva), http://www.lsenr.nl/artikelen/inbreukverbod-afgewezen-wegens-gebrek-aan-inventiviteit

Hof Den Haag 27 augustus 2019, IEF 18862, LS&R 1764; ECLI:NL:GHDHA:2019:3155 (Icos tegen Teva) Teva en Icos zijn twee ondernemingen die zich bezighouden met de productie, distributie en verhandeling van geneesmiddelen. Icos is houdster van een octrooirecht van een geneesmiddel voor de behandeling van seksuele disfuncties. De verbinding is 'tadalafil', als opvolger van Viagra, onder de naam Cialis op de markt gebracht voor de behandeling van erectiestoornissen. Op de stof tadalafil rust eveneens octrooirecht waarvan Icos houdster is, voor de behandeling van impotentie. Tijdens de ontwikkeling van tadalafil als geneesmiddel zijn klinische studies uitgevoerd, waarin diverse doseringen zijn getest. Teva heeft vervolgens eveneens een geneesmiddel met tadalafil op de markt gebracht. Icos vordert een inbreukverbod ten aanzien van haar octrooi op de stof tadalafil. Conclusie 10 van het octrooi is niet inventief. Omdat de inventiviteit van de overige conclusies los van conclusie 10 onvoldoende zijn gemotiveerd, volgen deze het lot van conclusie 10 en heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat alle conclusies niet inventief zijn. De vorderingen worden afgewezen.

LS&R 1761

Benelux- en Uniemerk nietig vanwege beschrijvend karakter

31 okt 2019, LS&R 1761; A/18/02147 (Omega Pharma tegen Ceres Pharma), http://www.lsenr.nl/artikelen/benelux-en-uniemerk-nietig-vanwege-beschrijvend-karakter

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 31 oktober 2019, IEFbe 2998, IEF 18852; A/18/02147 (Omega Pharma tegen Ceres Pharma) Vonnis inzake Benelux- en Uniemerken. Omega Pharma, het bedrijf achter XL-S Medical, verwijt als eisende partij dat Ceres Pharma inbreuk pleegt op haar merken door het gebruiken van het teken X-Slim en XSlim. Ceres Pharma stelt op haar beurt dat het woord- en beeldmerk XL>S nietig verklaard moet worden vanwege het beschrijvende karakter ervan. Deze tegenvordering van Ceres Pharma wordt gegrond verklaard en heeft tot gevolg dat het woord- en beeldmerk van Omega Pharma “XL>S” nietig is. Omega Pharma heeft naar het oordeel van de rechtbank niet kunnen bewijzen dat er een voldoende mate van bekendheid of inburgering was voor het betreffende merk.

LS&R 1760

Desinformatie en de democratische rechtsstaat

Op 2 december wordt in Utrecht een paneldiscussie gehouden over 'Desinformatie en de democratische rechtsstaat' geleid door prof. dr. Madeleine de Cock Buning van de Universiteit Utrecht. Wetenschappers, wetgevers en professionals uit de praktijk gaan in discussie.
Onderwerpen die aan bod komen zijn onder meer: vertrouwen in de media en journalistiek, hate speech, content moderatie en vrije meningsuiting en het vertrouwen in de rechtsstaat. Deelname is open voor iedereen en gratis. Wel graag even aanmelden via deze link.

LS&R 1759

Motiveringsklachten Coloplast leiden niet tot cassatie

22 nov 2019, LS&R 1759; ECLI:NL:HR:2019:1833 (Coloplast tegen Medical4You), http://www.lsenr.nl/artikelen/motiveringsklachten-coloplast-leiden-niet-tot-cassatie

HR 22 november 2019; IEF 18844, IT 1759; ECLI:NL:HR:2019:1833 (Coloplast tegen Medical4You) Coloplast EP 1 145 729 is een gebruiksklaar urinekathersamenstel. De geldigheid van het octrooi is bij het Hof gesneuveld, op grond van gebrek aan inventiviteit [IEF 16484]. Door het Hof is er getoetst aan de ‘problem solution approach’ en de daarmee samenhangende ‘could-would’ regel (benadering van het objectief technische probleem waar het octrooi een oplossing voor zou bieden). Coloplast is in het ongelijk gesteld en gaat in cassatie. De grieven omvatten voornamelijk motiveringsklachten. De conclusie van de A-G strekt tot verwerping van het cassatieberoep. Het arrest gaat hierin mee. De aangevoerde klachten worden verworpen zonder nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 

LS&R 1757

Reactie op ‘Tous les mêmes – Vredo, octrooien, equivalentie en verleningsdossier’

Het artikel Tous les mêmes – Vredo, octrooien, equivalentie en verleningsdossier, geschreven door Alexander Tsoutsanis, [IEF 18805], is een reactie op onze noot onder Rb Den Haag 19 juni 2019, Lilly/Fresenius – Pemetrexed 2, [IEF 18534] die vandaag gepubliceerd is in de Berichten IE 2019/5 en waarin het geannoteerde vonnis direct boven de noot integraal is opgenomen. Online werd de noot voorgepubliceerd op: www.berichtenie.nl.
Zonder op alle slakken zout te zullen leggen, is een aantal correcties op zijn plaats. De auteur stelt dat wij aan de feiten van de zaak – zoals opgenomen in het vonnis - voorbij zouden gaan, omdat wij onvermeld laten dat octrooihouder Lilly in de procedure veel stellingen van gedaagde Fresenius niet of onvoldoende heeft betwist of onweersproken heeft gelaten.

LS&R 1756

Nietigheid ABC wegens niet-dienstbaarheid aan basisoctrooi

Buitenlandse gerechten 26 feb 2019, LS&R 1756; (Gilhead Sciences tegen Sandoz), http://www.lsenr.nl/artikelen/nietigheid-abc-wegens-niet-dienstbaarheid-aan-basisoctrooi

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 26 februari 2019, IEFbe 2987, LS&R 1756; A/17/02864 (Gilead Sciences tegen Sandoz) Gilead Sciences is een biofarmaceutisch bedrijf dat tenofovir disoproxil en emtricitabine gecombineerd commercialiseert onder de naam Truvada. Dit geneesmiddel wordt gebruikt ter behandeling van HIV. Gilead Sciences is houdster van een octrooirecht ten aanzien van Truvada. Tevens bezit Gilead Sciences een aanvullend beschermingscertificaat dat ziet op Truvada. Sandoz is een Belgische onderneming die generieke geneesmiddelen commercialiseert. Sandoz is voornemens een generiek combinatieproduct met de actieve bestanddelen tenofovir disoproxil en emtricitabine op de Belgische markt te brengen. Gilead Sciences is het hiermee niet eens en eist staking van de distributie en elke andere verspreiding of inbreuken op het octrooi en het aanvullende beschermingscertificaat door Sandoz. Gilead wordt in dit geschil in het ongelijk gesteld, gezien met betrekking van Truvada niet is voldaan aan de tweeledige voorwaarde, voortvloeiende uit het Teva-arrest. De combinatie van werkzame stoffen (emtricitabine en tenofovir disoproxil) valt in het licht van de beschrijving noch noodzakelijkerwijs onder de uitvinding waarvoor het octrooi geldt, noch kunnen emtricitabine en tenofovir disoproxil worden geïdentificeerd in het licht van alle door het basisoctrooi bekendgemaakte gegevens.

LS&R 1755

Productcombinatie valt niet noodzakelijkerwijs onder de uitvinding

Buitenlandse gerechten 27 jun 2019, LS&R 1755; (Gilhead Sciences tegen Kyrka), http://www.lsenr.nl/artikelen/productcombinatie-valt-niet-noodzakelijkerwijs-onder-de-uitvinding

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 27 juni 2019, LS&R 1755, IEFbe 2986, A/17/02715 (Gilead Sciences tegen Kyrka) Gilead Sciences is een biofarmaceutisch bedrijf dat tenofovir disoproxil en emtricitabine gecombineerd commercialiseert onder de naam Truvada. Dit geneesmiddel wordt gebruikt ter behandeling van HIV. Gilead Sciences is houdster van een octrooirecht ten aanzien van Truvada. Tevens bezit Gilead Sciences een aanvullend beschermingscertificaat dat ziet op Truvada. Kyrka is een Belgische onderneming die generieke geneesmiddelen commercialiseert. Kyrka is voornemens een generiek combinatieproduct met de actieve bestanddelen tenofovir disoproxil en emtricitabine op de Belgische markt te brengen. Gilead Sciences is het hiermee niet eens en eist, nadat een briefwisseling tussen partijen heeft plaatsgevonden, staking van de distributie en elke andere verspreiding door Kyrka. Kyrka is van mening dat het aanvullend beschermingscertificaat van Gilead Sciences nietig is wegens niet-vervulling van de voorwaarden. Kyrka krijgt gelijk, omdat de vakman de combinatie van tenofovir disoproxil en emtricitabine niet zomaar uit het octrooi kan afleiden en de productcombinatie aldus niet noodzakelijkerwijs onder het basisoctrooi valt. Dit leidt ertoe dat het aanvullend beschermingscertificaat niet dienstig is aan het basisoctrooi van de uitvinding.

LS&R 1754

Aanvulling ex artikel 31/32 Rv afgewezen

Rechtbank Den Haag 6 nov 2019, LS&R 1754; (Medical Workshop tegen Sharpsight), http://www.lsenr.nl/artikelen/aanvulling-ex-artikel-31-32-rv-afgewezen

Vzr. Rechtbank Den Haag 6 november 2019, IEF 18810, LS&R 1754; (Medical Workshop tegen Sharpsight) Kort geding. Aanvullend vonnis. Medical Workshop is een totaalleverancier in oogheelkunde. De heer Gonçalves, bestuurder van Sharpsight, is oogarts en houder van een aantal octrooien waaronder het Europees octrooi EP 2 109 425 B1. Dit octrooi ziet op een hulpmiddel voor het vereenvoudigen van intra-vitreale injecties. Eind 2009 hebben Medical Workshop en Sharpsight een licentieovereenkomst gesloten m.b.t. Invitria, een product voortgekomen uit het octrooi. Eerder werd geoordeeld [IEF 18761 en LS&R 1745] dat men kon verwachten dat de naam Invitria aan het product verbonden zou blijven. Dit leidt ertoe dat (Sharpsight via Gonçalves, omdat hij de octrooihouder is en hij na afloop van de Licentieovereenkomst als enige recht heeft het product te (doen) produceren en verhandelen, ook het recht heeft de naam Invitria voor het product te gebruiken. Volgens Medical Workshop dient het vonnis op twee punten te worden aangevuld ex artikel 31/32 Rv. Dit verzoek wordt afgewezen. Er is o.a. niet verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde. Ook bevat het vonnis geen fouten die hersteld moeten worden.

LS&R 1753

ABC niet dienstig aan basisoctrooi

26 feb 2019, LS&R 1753; (Gilhead Sciences tegen Mylan), http://www.lsenr.nl/artikelen/abc-niet-dienstig-aan-basisoctrooi

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 26 februari 2019, IEFbe 2984, LS&R 1753, A/17/02947 (Gilead Sciences tegen Mylan) Gilead commercialiseert tenofovir disoprocxil en emtricitabine gecombineerd onder de naam Truvada. Mylan is een Belgische onderneming die generieke geneesmiddelen commercialiseert. Gilead is houdster van het Europese octrooi en heeft een marktvergunning voor dit octrooi. Gilead is tevens houdster van een aanvullend beschermingscertificaat dat werd toegekend voor het combinatieproduct 'Emtricitabine/tenefovir disoproxil'. Mylan is voornemens het generiek combinatieproduct met de bestanddelen tenofovir disoproxil en emtricitabine op de Belgische markt te brengen. Dit geneesmiddel zal worden gecommercialiseerd onder de naam 'Emtricitabine/Tenofovir disoproxil Mylan'. Gilead beweert dat Mylan hiermee inbreuk maakt op haar octrooi en aanvullend beschermingscertificaat. Gilead wordt in dit geschil in het ongelijk gesteld. Met betrekking tot Truvada is niet voldaan aan de tweeledige voorwaarde, voortvloeiende uit het Teva-arrest. De combinatie van werkzame stoffen (emtricitabine en tenofovir disoproxil) valt in het licht van de beschrijving niet noodzakelijkerwijs onder de uitvinding waarvoor het octrooi geldt. Ook kunnen emtricitabine en tenofovir disoproxil niet worden geïdentificeerd in het licht van alle door het basisoctrooi bekendgemaakte gegevens. Het aanvullende beschermingscertificaat is niet dienstig aan het basisoctrooi en is om deze reden nietig verklaard. 

LS&R 1751

Alexander Tsoutsanis: Tous les mêmes – Vredo, octrooien, equivalentie en verleningsdossier

1. Op 19 juni jl. wees de rechtbank Den Haag een interessant vonnis in de octrooizaak Eli Lilly v. Fresenius Kabi [IEF 18534]. De zaak gaat over de vraag of een farmaceut een generiek, en dus doorgaans goedkoper, geneesmiddel kon verbieden omdat dit inbreuk zou maken op haar octrooi. Die vraag staat ook maatschappelijk in de belangstelling. De belangentegenstellingen tussen producenten van nieuwe resp. generieke medicijnen haalden in 2019 herhaaldelijk het nieuws. De zaak is in de octrooipraktijk niet onopgemerkt gebleven. De zaak is eerder besproken op diverse blogs door o.a. Hoyng en Lambers, [IEF 18547].(1)

Afgelopen week verscheen ook een commentaar van Kleemans en Drok.(2) Het is natuurlijk mooi dat auteurs een bijdrage leveren aan juridisch debat. Punt is echter dat bepaalde commentaren tamelijk onevenwichtig zijn. Zo suggereert Hoyng dat de rechtbank de ‘weg kwijt zou zijn’ en stelt Kleemans dat equivalentie in Nederland weer ‘weg’ zou zijn. Dergelijk onevenwichtig commentaar is een punt van zorg: het doet geen recht aan de afgewogen oordeelsvorming van de rechtbank in kwestie en doet ook afbreuk aan de aanvaardbaarheid van rechterlijke beslissingen in het algemeen. En dat is des te belangrijker bij thema’s die in de maatschappelijke belangstelling staan. Bij de vorige week verschenen bijdrage van Kleemans en Drok zijn in dit verband enkele kanttekeningen te plaatsen. Ik beperk me daarbij tot vier algemene thema’s: feiten, maatstaf, harmonisatie en aanvaardbaarheid.

LS&R 1750

Aanvullend beschermingscertificaat terecht geweigerd

Rechtbank Den Haag 30 okt 2019, LS&R 1750; (Gilhead Sciences tegen Octrooicentrum Nederland), http://www.lsenr.nl/artikelen/aanvullend-beschermingscertificaat-terecht-geweigerd

Rechtbank Den Haag 30 oktober 2019, IEF 18800, LS&R 1750; (Gilhead Sciences tegen Octrooicentrum Nederland) Gilhead Sciences heeft een verzoek ingediend om afgifte van een aanvullend beschermingscertificaat ten aanzien van het HIV-geneesmiddel Truvuda, bestaande uit een combinatie van de werkzame antivirale stoffen tenofovir disoproxil en emtricitabine. Het Octrooicentrum Nederland heeft dit verzoek afgewezen. De afwijzing van de aanvraag berust op de grond dat niet is voldaan aan de voorwaarde dat het product (i.c. de combinatie van tenofovir disoproxil en emtricitabine) wordt beschermd door het bij de aanvraag aangewezen basisoctrooi. Nadat het Hof van Justitie van de EU een prejudiciële vraag had beantwoord [IEF 17872], is de rechter meegegaan met het oordeel van het Octrooicentrum Nederland. Het Octrooicentrum Nederland stelt dat weliswaar de stof tenofovir disoproxil wordt beschermd door het basisoctrooi, maar dat dit niet geldt voor de combinatie van deze stof met emtricitabine. Dit omdat de gemiddelde vakman dit niet uit het octrooi zou kunnen afleiden. Het in de conclusie genoemde element 'andere therapeutische bestanddelen' doet niet blijken dat daarmee de combinatie met emtricitabine is bedoeld, ook gezien emtricitabine in het octrooi niet is genoemd. Bijgevolg is het verzoek terecht afgewezen.

LS&R 1749

Octrooi nietig wegens toegevoegde materie en gebrek aan uitvinderswerkzaamheid

3 sep 2019, LS&R 1749; (Biogen, HLR en Genentech tegen Sandoz), http://www.lsenr.nl/artikelen/octrooi-nietig-wegens-toegevoegde-materie-en-gebrek-aan-uitvinderswerkzaamheid

Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel 3 september 2019, IEFbe 2982, LS&R 1749; A/17/03546 (Biogen, HLR en Genentech tegen Sandoz) Via IP Report. Biogen is houdster van het octrooi Rituximab voor de behandeling van chronische lymfocytische leukemie. HLR is licentiehoudster van dit octrooi voor Europa. Daarnaast zijn Biogen en Genentech mede-houdsters van een octrooi betreffende de werkwijze voor het behandelen van gewrichtsbeschadiging, in het bijzonder een nieuwe een inventieve behandeling van gewrichtsbeschadiging bij patiënten met reumatoïde artritis volgens een specifiek herbehandelingsregime. Tegen het laatstgenoemde octrooi is oppositie ingesteld door meerdere opponenten. Nadat de eiseressen vernamen dat Sandoz Rixathon op de markt wilde brengen, is een ingebrekestelling door de advocaten van de eiseressen verstuurd aan Sandoz. Eén dag later zijn marktvergunningen aan Sandoz toegekend. Bij brief werd Sandoz vervolgens herhaaldelijk door de respectievelijke eiseressen verzocht om hun octrooirechten niet te schenden en de Belgische markt hetzij niet te betreden, hetzij het betreden uit te stellen totdat het octrooi nietig zou zijn verklaard. De Oppositieafdeling heeft het octrooi vervolgens nietig verklaard wegens toegevoegde materie. Eiseressen hebben in het onderhavige geschil een procedure aanhangig gemaakt, omdat ze van mening zijn dat Sandoz inbreuk heeft gemaakt op hun octrooirechten door productie, verspreiding en commercialisatie van Roxathon. In deze procedure is het octrooi nietig verklaard wegens de aanwezigheid van toegevoegde materie en gebrek aan uitvinderswerkzaamheid. 

LS&R 1748

Nieuw internationaal samenwerkingsverband geneesmiddelen

Vorige week is het International Horizon Scanning Initiative (IHSI) gestart. Samen met 8 andere landen vormt Nederland een nieuw samenwerkingsverband dat informatie over nieuwe en belangrijke geneesmiddelen in kaart gaat brengen en met elkaar zal delen. Hierdoor weten de landen vroegtijdig waar ze aan toe zijn als het gaat om toekomstige dure geneesmiddelen. Lees verder op Rijksoverheid.nl.

LS&R 1747

Wijziging Rijksoctrooiwet

De Eerste Kamer heeft gisteren, 29 oktober, de wijziging van de Rijksoctrooiwet in verband met het eengemaakt octrooigerecht en de Verordening eenheidsoctrooibescherming  aanvaard.
https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/35187_overeenkomst_eengemaakt

De wetswijziging zal binnenkort in het Staatsblad worden gepubliceerd en op een later tijdstip, samen met de Verordening eenheidsoctrooibescherming en het Verdrag voor de oprichting van het Eengemaakt octrooigerecht, in werking treden. Het is op dit moment nog onduidelijk wanneer dat het geval zal zijn.

LS&R 1746

Rechtbank onbevoegd in zaak merkinbreuk Hoggan Scientific

23 okt 2019, LS&R 1746; ECLI:NL:RBDHA:2019:11055 (Hoggan Scientific tegen Mustec), http://www.lsenr.nl/artikelen/rechtbank-onbevoegd-in-zaak-merkinbreuk-hoggan-scientific

Rechtbank Den Haag 23 oktober 2019, IEF 18782, LS&R 1746; ECLI:NL:RBDHA:2019:11055 (Hoggan Scientific tegen Mustec) Hoggan Scientific houdt zich bezig met de ontwikkeling van medische en ergonomische apparatuur en is ontwikkelaar van de zogenaamde FET-systemen, waarmee spierkracht kan worden gemeten. Hoggan Scientific heeft de producten onder de namen MicroFET, ErgoPAK en ErgoFET op de markt gebracht. Biometrics, waarvan Mustec eigenaar is, was eerst distributeur van de MicroFET-producten van Hoggan Scientific. Mustec heeft enkele jaren later een productlijn onder de naam BioFET op de markt gebracht, die soortgelijk is aan de MicroFET-producten. Mustec heeft volgens Hoggan Scientific te kwader trouw merken laten registreren waarvan Mustec wist dat die overeenstemmen met de merken van Hoggan Scientific. Daarnaast zou Mustec onrechtmatig jegens Hoggan Scientific hebben gehandeld door gebruik te maken van het netwerk van Hoggan Scientific. In deze zaak is de rechtbank echter onbevoegd om van de vorderingen met betrekking tot de vernietiging van de merken kennis te nemen.

4.1. Bij conclusie van antwoord in het incident, tevens inhoudende akte vermindering eis, heeft Hoggan Scientific haar vordering tot nietigverklaring van het Uniemerk BioFET (vordering sub IV) — naar de rechtbank aanneemt naar aanleiding van het terechte betoog van Mustec dat het niet mogelijk is om een dergelijk vordering in conventie bij de rechtbank in te stellen — ingetrokken. Die eisvermindering heeft gevolgen voor de competentie, in die zin dat de rechtbank haar bevoegdheid uitsluitend zal toetsen ten aanzien van de resterende vorderingen. Ook wanneer de vordering niet zou zijn ingetrokken, zou de rechtbank geen bevoegdheid hebben kunnen ontlenen aan vordering IV nu in de systematiek van de UMVo een dergelijke vordering expliciet is voorbehouden aan het EUIPO. 

4.2. Wat betreft de vorderingen tot nietigverklaring van de Beneluxmerken, stelt de rechtbank voorop dat zij haar bevoegdheid dient vast te stellen aan de hand van het BVIE, dat voor die bevoegdheid een lex specialis vormt ten opzichte van de Brussel 1-bis-Vo5 en de bepalingen inzake rechtsmacht in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)6. Art. 4.6 BVIE bepaalt, voor zover hier van belang, in lid 1 dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde of van de plaats waarde in liet geding zijnde verbintenis is ontstaan, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd, bevoegd is. 

4.3. Nu Mustec gevestigd is in Almere, is uitsluitend de rechtbank Midden-Nederland - en niet de rechtbank Den Haag — relatief bevoegd om van de vorderingen van Hoggan Scientific kennis te nemen. Aan ‘de plaats waarde verbintenis is ontstaan of moet worden uitgevoerd’ kan geen bevoegdheid worden ontleend, omdat de vorderingen betrekking hebben op nietigverklaringen van de Beneluxmerken, zodat geen sprake is van een verbintenis in dit arrondissement. 

4.4. Hoggan Scientific vordert in de hoofdzaak verder een verklaring voor recht dat Mustec onrechtmatig heeft gehandeld (vordering V, zie 2.1). Uit de toelichting in de dagvaarding leidt de rechtbank af dat de grondslag voor het onrechtmatig handelen gelegen is in het doen van misleidende mededelingen in de zin van art. 6:194 BW, onder meer op de website van Mustec. Hoggan Scientiftc heeft aangevoerd dat dit onrechtmatig handelen mede is gericht op bedrijven in het arrondissement Den Haag. Den Haag is derhalve mede aan te merken als de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen, zodat de rechtbank Den Haag, op de voet van art. 7 lid 2 Brussel 1-bis-Vo, respectievelijk art. 102 Rv, (mede) internationaal en relatief bevoegd is om van die vordering kennis te nemen. De rechtbank zal de gehele zaak echter verwijzen naar de rechtbank Midden-Nederland, die eveneens bevoegd is ten aanzien van vordering V als de rechter van de woonplaats van gedaagde (art. 99 Rv), uit overwegingen van proces- economie, die meebrengen dat het de voorkeur verdient dat één rechtbank over alle vorderingen oordeelt, temeer nu alle vorderingen samenhangen, reeds omdat zij spelen tussen dezelfde partijen en deels betrekking hebben op dezelfde feiten, en in zoverre verknocht zijn. 

4.5. Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van de vorderingen van Hoggan Scientific met betrekking tot vernietiging van de Beneluxmerken kennis te nemen. 

LS&R 1745

Afspraken uit licentieovereenkomst bepalen mede recht op naam 'Invitria'

Rechtbank Den Haag 16 okt 2019, LS&R 1745; ECLI:NL:RBDHA:2019:10913 (Medical Workshop tegen Sharpsight), http://www.lsenr.nl/artikelen/afspraken-uit-licentieovereenkomst-bepalen-mede-recht-op-naam-invitria

Rechtbank Den Haag 16 oktober 2019, IEF 18761, LS&R 1745; ECLI:NL:RBDHA:2019:10913 (Medical Workshop tegen Sharpsight) Medical Workshop is een totaalleverancier in oogheelkunde. De heer Gonçalves, bestuurder van Sharpsight, is oogarts en houder van een aantal octrooien waaronder het Europees octrooi EP 2 109 425 B1. Dit octrooi ziet op een hulpmiddel voor het vereenvoudigen van intra-vitreale injecties. Eind 2009 hebben Medical Workshop en Sharpsight een licentieovereenkomst gesloten m.b.t. Invitria, een product voortgekomen uit het octrooi. Medical Workshop is houdster van het Uniewoordmerk INVITRIA. In 2019 heeft Sharpsight het Uniewoordmerk INVITRIA gedeponeerd voor waren en diensten in klasse 10. Na publicatie door het EUIPO heeft Medical Workshop oppositie ingesteld tegen dit depot, waarop nog niet is beslist.
Medical Workshop wil dat Sharpsight ieder gebruik van het merk Invitria staakt en gestaakt houdt. Geoordeeld wordt dat Medical Workshop en Sharpsight redelijkerwijs konden verwachten dat de naam Invitria aan het product verbonden zou blijven. Dit leidt ertoe dat (Sharpsight via Gonçalves, omdat hij de octrooihouder is en hij na afloop van de Licentieovereenkomst als enige recht heeft het product te (doen) produceren en verhandelen, ook het recht heeft de naam Invitria voor het product te gebruiken.