LS&R 1682

Hof bekrachtigt: genoemde grenswaarden conclusies Boehringer zijn arbitraire keuzes

Gerechtshoven 11 dec 2018, LS&R 1682; (Boehringer tegen Teva), http://www.lsenr.nl/artikelen/hof-bekrachtigt-genoemde-grenswaarden-conclusies-boehringer-zijn-arbitraire-keuzes

Hof Den Haag 11 december 2018, IEF 18149; LS&R 1682 (Boehringer tegen Teva) Octrooirecht. Zie eerder [IEF 16236]. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de in de conclusies 6 t/m 8 genoemde grenswaarden niet anders kunnen worden gezien dan als arbitraire keuzes, waarin geen op uitvinderwerkzaamheid gebaseerde bijdrage aan de stand van de techniek kan worden onderkend. De gemiddelde vakman zou, uitgaande van Casaburi en kennis nemend van Ogura, zonder inventieve denkarbeid tot de oplossing van het voorliggende probleem. Ogura wijst hem in de richting van HPMC als alternief voor gelatine als capsulemateriaal. Er zijn geen omstandigheden die zodanig afbreuk doen aan zijn redelijke verwachting van succes dat hij daarvan zou afzien. Dat betekent dat gewijzigde conclusies 6 t/m 8 inventiviteit ontberen. Tegen het oordeel van de rechtbank dat ook de conclusies 9 t/m 13 niet geldig zijn wegens gebrek aan inventiviteit heeft Boehringer geen grief gericht. Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

LS&R 1681

Jurisprudentielunch Octrooirecht 12 december 2018

Waarom heeft de ABRvS het verzoek van Bayer voor een ABC alsnog toegewezen? Heeft het hof de juiste maatstaf aangelegd bij de toewijzing van de inzagevordering van Dow waarin het onrechtmatig verkrijgen van bedrijfsgeheimen ten grondslag is gelegd? Hoe komt het dat AstraZeneca aan het langste eind trekt na vier procedures en alsnog haar octrooien geldig zijn verklaard? Moet de octrooibescherming van een medicijn dat bestaat uit meerdere werkzame stoffen worden beoordeeld vanuit een oogpunt van de vakman naar de stand van de techniek op de datum van indiening?

Op woensdag 12 december wordt u door Willem Hoyng en Bart van den Broek weer volledig bijgebracht van de actuele en relevante uitspraken betreffende het octrooirecht. Klik hier voor meer details over de jurisprudentielunch.

LS&R 1680

Radboudumc veroordeeld tot schadevergoeding door gebruik gebrekkig medisch hulpmiddel

Gerechtshoven , LS&R 1680; ECLI:NL:GHARL:2018:10336 (Appellant tegen Radboudumc), http://www.lsenr.nl/artikelen/radboudumc-veroordeeld-tot-schadevergoeding-door-gebruik-gebrekkig-medisch-hulpmiddel

Hof Arnhem-Leeuwarden 27 november 2018, LS&R 1680; ECLI:NL:GHARL:2018:10336 (Appellant tegen Radboudumc) Medische aansprakelijkheid. Radboudumc is tekortgeschoten in de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Zij heeft namelijk een gebrekkige medische hulpzaak gebruikt, de Miragelplombe. Volgens de hoofdregel van art. 6:77 BW leidt gebruikmaking van een gebrekkige medische hulpzaak tot een tekortkoming in de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Gezien de verkeersopvattingen en de heersende opvattingen hierover in de literatuur is toerekening niet onredelijk, ook al was het ziekenhuis toentertijd (1992) niet bekend met de ongeschiktheid. Veroordeling van Radboudumc tot vergoeding schade die is opgetreden als gevolg van de operatie waarin ge Miragelplombe is gebruikt.

LS&R 1679

Vorderingen tot betaling door Zilveren Kruis c.s. van 100% van het gemiddeld gecontracteerd tarief afgewezen, geen sprake van hinderpaal

Rechtbanken 21 nov 2018, LS&R 1679; ECLI:NL:RBDHA:2018:14001 (Momentum tegen Zilveren Kruis c.s.), http://www.lsenr.nl/artikelen/vorderingen-tot-betaling-door-zilveren-kruis-c-s-van-100-van-het-gemiddeld-gecontracteerd-tarief-afg

Rechtbank Den Haag 21 november 2018, LS&R 1679; ECLI:NL:RBDHA:2018:14001 (Momentum tegen Zilveren Kruis c.s.) Zorgverzekeraars. Zilveren Kruis c.s. heeft zorginkoopcontracten gesloten met gecontracteerde zorgaanbieders om tegen vergoeding zorg aan het verzekerden te leveren. Momentum valt daar niet onder. Zij heeft wel zorg geleverd aan verzekerden met een naturapolis van Zilveren Kruis c.s. De verzekerden ontvangen dus geen volledige vergoeding van de zorgkosten van Zilveren Kruis c.s. Momentum heeft CZ in kort geding gedagvaard en gevorderd CZ te gebieden om aan Momentum of CZ-verzekerden bij naturapolissen ten minste 75% van alle declaraties van Momentum voor de behandeling van CZ-verzekerden, die gebaseerd zijn op het NZa-tarief, te vergoeden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het uiterst aannemelijk is dat de verlaging van CZ van 75% naar 50% van de vergoeding aan verzekerden een feitelijke hinderpaal zal zijn. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad hetzelfde besloten. Momentum vordert Zilveren Kruis c.s. 75% van het NZa-tarief te betalen. Zij stelt dat Zilveren Kruis c.s. de vergoeding ten onrechte baseert op het gemiddeld gecontracteerd tarief en niet op het NZa-maximumtarief. De hoogte van bijbetaling vormt daarom voor een niet-gecontracteerde zorgaanbieder een belemmering van vrije artsenkeuze. De stelling van Momentum berust echter op een verkeerde lezing van het arrest. Juist het gecontracteerd tarief wordt als marktconform aangeduid. Vorderingen afgewezen.

LS&R 1677

Schade hormoonafval Rined 50% voor eigen rekening door nalaten onderzoek herkomst product

Gerechtshoven 27 nov 2018, LS&R 1677; ECLI:NL:GHAMS:2018:4312 (Rined tegen Wyeth en Cara), http://www.lsenr.nl/artikelen/schade-hormoonafval-rined-50-voor-eigen-rekening-door-nalaten-onderzoek-herkomst-product

Hof Amsterdam 27 november 2018, LS&R 1677; ECLI:NL:GHAMS:2018:4312 (Rined tegen Wyeth en Cara) Geneesmiddelen. Wyeth, Iers producent van onder meer anticonceptiepillen, heeft Cara, afvalmakelaar, ingeschakeld. Wyeth voert met hormonen vervuild suikerwater uit naar (inmiddels gefailleerde) Bioland, dat voor verwerking van het afval zou zorgdragen. Er is gehandeld in strijd met diverse milieuregels. Bioland levert het hormoonafval aan o.a. Zeeland Voeders, die het weer door heeft verkocht aan Rined. De schade die Rined heeft geleden komt voor 50% voor haar rekening en voor 50% voor Wyeth en Cara op voet van art. 6:102 BW.  Hierbij speelt een rol enerzijds dat indien Wyeth en Cara bij de verwijdering van de desbetreffende afvalstroom de vereiste zorgvuldigheid hadden betracht het met hormonen vervuilde suikerwater niet beschikbaar zou zijn gekomen voor hergebruik in veevoeder en anderzijds dat de door Rined geleden schade voor een belangrijk deel had kunnen worden voorkomen indien zij, nadat zij door een van haar afnemers op de roze kleur van het met suikerwater vermengde tarwezetmeel was gewezen, het onderzoek naar de herkomst en samenstelling van het product had gedaan waartoe zij krachtens de toepasselijke regelgeving was gehouden en bij gebreke daarvan niet tot (verdere) uitlevering daarvan zou zijn overgegaan. Naar het oordeel van het hof hebben Rined enerzijds en Wyeth en Cara anderzijds in gelijke mate het gevaar voor het ontstaan van de schade zoals die is ingetreden in het leven geroepen en hebben zij aldus in gelijke mate aan het ontstaan van de schade bijgedragen

LS&R 1678

Nationaal Reclamerechtcongres

Wat bracht 2018 en wat brengt 2019 ons op het gebied van het Reclamerecht? Wat waren the greatest hits in vergelijkende en misleidende reclame? Welke privacyregels gelden bij behavioral targeting? Hoe denken Stichting Varkens in Nood, Albert Heijn en Unilever over het thema duurzaamheid in reclame? En: welke acties kunt u verwachten van de Autoriteit Consument en Markt, - en van de sector zelf -, waar het gaat om de positie van on- en offline consumenten?

Dit zijn enkele van de onderwerpen die aan de orde komen tijdens het Nationaal Reclamerechtcongres van deLex op donderdag 13 december 2018. Tijdens deze dag praten vooraanstaande juristen uit advocatuur en bedrijfsleven u bij over actualiteiten in het (inter)nationale reclamerecht. Met in de middag een paneldiscussie over duurzaamheid en reclame, en ter afronding de visie van ondernemer Jip Samhoud op het gebruik van reclame in virtual reality.

De sprekers zijn: Ebba Hoogenraad, Anne-Jel Hoelen, Miranda Top-Sarneel, Soraya Belghazi, Willem Leppink en Jip Samhoud. Aan het panel nemen deel: Anne-Jel Hoelen (ACM), Hans Baaij (Stichting Varkens in Nood), Simone Pelkmans (Unilever), Karen Werger (Albert Heijn)

Het programma is samengesteld door Willem Leppink en Ebba Hoogenraad. Meer informatie over het programma en inschrijven vindt u hier

LS&R 1676

Prejudicieel gestelde vraag: kan een apotheker uit een andere lidstaat specifieke regels uit het Franse wetboek van volksgezondheid opgelegd krijgen?

Hof van Justitie EU 28 sep 2018, LS&R 1676; http://www.lsenr.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vraag-kan-een-apotheker-uit-een-andere-lidstaat-specifieke-regels-uit-het-fran

Prejudicieel gestelde vraag aan HvJ EU 28 september 2018, LS&R 1676; C-649/18 (Oneerlijke concurrentie geneesmiddelen) Via Minbuza. Vennootschap A is een BV naar Nederlands recht, en is in Nederland geregistreerd voor de uitoefening van de activiteiten van een apotheek. A oefent haar activiteiten eveneens uit door de onlineverkoop van geneesmiddelen via verschillende websites, waaronder de website www.s[...].fr. A heeft in Frankrijk haar website gepromoot met o.a. flyers, reclamedrukwerk, en reclameaanbiedingen op haar website. Zij heeft ook een betalende vermelding gekocht voor de zoekwoorden “lasante.net” (Google AdWords), heeft op grote schaal promotie gevoerd door de aandacht te vestigen op kortingen en door internetgebruikers de kans te bieden grote hoeveelheden geneesmiddelen te bestellen. Op 13.06.2016 hebben de geïntimideerden - die in Frankrijk apotheekactiviteiten uitoefenen - A voor de handelsrechter (Parijs) gedaagd, waarbij zij vergoeding hebben geëist van de schade ten gevolge van de oneerlijke concurrentie. De oneerlijke concurrentie zou bestaan in het voordeel dat A (volgens hen) had door de niet-naleving van de wetgeving betreffende de onlineverkoop van geneesmiddelen in Frankrijk. A stelde dat de Franse wetgeving niet op haar van toepassing is.

LS&R 1675

Brief Ypsomed niet misleidend, keuze uit insulinepompen voldoende duidelijk voor consument

21 nov 2018, LS&R 1675; ECLI:NL:RBMNE:2018:5712 (Insulet c.s. tegen Ypsomed c.s.), http://www.lsenr.nl/artikelen/brief-ypsomed-niet-misleidend-keuze-uit-insulinepompen-voldoende-duidelijk-voor-consument

Rechtbank Midden-Nederland 21 november 2018, RB 3253; LS&R 1675 ECLI:NL:RBMNE:2018:5712 (Insulet c.s. tegen Ypsomed c.s.) Misleidende reclame. Oneerlijke handelspraktijken. Insulet c.s. houdt zich bezig met de ontwikkeling, fabricage en wereldwijde verkoop van insulinepompsystemen, waaronder de zogenoemde "Omnipod". Ypsomed c.s. houdt zich bezig met de ontwikkeling, productie en wereldwijde verkoop van injectie- en infuussystemen voor zelfmedicatie, in het bijzonder voor diabetici. Insulet Corporation en Ypsomed Distribution hebben een distributieovereenkomst gesloten waarbij Ypsomed Distribution de distributeur van de Omnipod was. Deze is later geëindigd en de door Ypsomed Distribution uitgevoerde werkzaamheden zijn overgenomen door Insulet Corporation. Partijen hebben een brief opgesteld om hun klanten te informeren. Ypsomed heeft aan individuele Omnipod gebruikers een brief gestuurd, inhoudende dat de garantie van de insulinepomp binnenkort zal verlopen en dat ze kunnen kennismaken met de YpsoPump. Insulet c.s. stelt dat zij zich schuldig maakt aan misleidende reclame en/of oneerlijke handelspraktijken. Dit beroep slaagt niet, mede doordat voldoende duidelijk is gemaakt dat de Omnipod-gebruiker een keuze kan maken voor een nieuw apparaat en kan kiezen voor de Ypsopump. Dat niet opnieuw kan worden gekozen voor de Omnipomp blijkt daar niet uit. Vorderingen afgewezen.

LS&R 1674

Nietigheidsargumenten Sandoz falen, geldigheid octrooien AstraZeneca alsnog bevestigd

Gerechtshoven 27 nov 2018, LS&R 1674; (AstraZeneca tegen Sandoz ), http://www.lsenr.nl/artikelen/nietigheidsargumenten-sandoz-falen-geldigheid-octrooien-astrazeneca-alsnog-bevestigd

Hof Den Haag 27 november 2018, IEF 18122; LS&R 16674 (AstraZeneca tegen Sandoz) Octrooirecht. Het hof heeft de beslissing van de rechtbank [IEF 17615] vernietigd en daarmee de geldigheid van de octrooien van AstraZeneca bevestigd. De nietigheidsargumenten van Sandoz, waaronder het "van scratch" argument, falen. Het eerder door de voorzieningenrechter opgelegde inbreukverbod [IEF 16152] die door het hof bekrachtigd was [IEF 17231], is in ere hersteld. 

LS&R 1673

Grieven falen, geen bewijs dat Furaldatone al bij levering van melkpoeder daarin aanwezig was

Gerechtshoven 20 nov 2018, LS&R 1673; ECLI:NL:GHARL:2018:10148 (Obbenkotte tegen Klaremelk), http://www.lsenr.nl/artikelen/grieven-falen-geen-bewijs-dat-furaldatone-al-bij-levering-van-melkpoeder-daarin-aanwezig-was

Hof Arnhem-Leeuwarden 20 november 2018, LS&R 1673; ECLI:NL:GHARL:2018:10148 (Obbenkotte tegen Klaremelk) Contractrecht. Klaremelk heeft twee partijen melkpoeder aan Obbenkotte geleverd. Obbenkotte, die een kalvermesterij drijft, heeft deze poeder gebruikt als ingrediënt van voeding voor haar kalveren. SKV heeft bij onaangekondigd bezoek dat zij in opdracht van de NVWA aflegde, voeder- en urinemonsters genomen in de kalvermesterij van Obbenkotte. De NVWA heeft in een brief aan Obbenkotte geschreven dat in de monsters de stof Furaltadone is aangetroffen, een antibioticum dat niet in veevoeder mag voorkomen. Hierdoor zijn een groot aantal kalveren van Obbenkotte uit de handel genomen en vernietigd. Het feit dat in het partijmonster uit onaangebroken zakken melkpoeder Furaltadone is aangetroffen, vormt de sterkste aanwijzing voor de juistheid van de stelling dat de melkpoeder die Klaremelk heeft geleverd, vervuild was met Furaltadone. Toch is er twijfel doordat in monsters die genomen zijn uit de melkpoeder van dezelfde batch als de aan Obbenkotte geleverde poeder, maar die nog niet aan klanten van Klaremelk waren geleverd, geen Furaltadone is aangetroffen. Indien het antibioticum zou hebben gezeten in de aan Obbenkotte geleverde melkpoeder, zou het namelijk voor de hand hebben gelegen dat ook in de rest van de batch Furaltadone zou zijn aangetroffen. Grieven falen, bestreden vonnissen worden bekrachtigd.

LS&R 1672

Otto Swens onder UK SC Pregabaline

Buitenlandse gerechten , LS&R 1672; http://www.lsenr.nl/artikelen/otto-swens-onder-uk-sc-pregabaline

Otto Swens onder UK SC Pregabaline 14 november 2018 (Pregabaline) Zie eerder [IEF 16315]. In juli 2017 deed de gezaghebbende Engelse Supreme Court (“UKSC”) in de pemetrexed-zaak een belangrijke uitspraak over de beschermingsomvang van octrooien. De uitspraak zorgde voor de nodige ophef: voor het eerst werd in het Verenigd Koninkrijk een equivalentiedoctrine geïntroduceerd. Hoewel het UKSC niet vaak een uitspraak doet op het gebied van het octrooirecht, ligt er nu, een kleine anderhalf jaar later, alweer een belangwekkende octrooiuitspraak, in de pregabaline-zaak. De pregabaline-zaak is één van de meest interessante octrooizaken die momenteel in Europa loopt en naar de uitspraak van de UKSC is reikhalzend uitgekeken. Centraal in de zaak staat de vraag naar inbreuk op zogenaamde Swiss-Type tweede medische indicatieconclusies, momenteel een hot item in het octrooirecht, waarover diverse nationale rechters in Europa zich recentelijk hebben gebogen, waaronder de Nederlandse Hoge Raad. Ook in de literatuur en op congressen is hier de afgelopen jaren veel aandacht aan besteed. De Engelse pregabaline-zaak is echter extra interessant, omdat daarin ook een discussie speelt over het fenomeen ‘plausibiliteit’, wat ook een actueel onderwerp is in zaken voor de Nederlandse rechter en in de Nederlandse literatuur.

LS&R 1671

Vorderingen afgewezen, online melding van doorhaling GZ-psycholoog BIG-register niet onrechtmatig

Rechtbanken 24 okt 2018, LS&R 1671; ECLI:NL:RBMNE:2018:5152 (Doorhaling GZ-psycholoog BIG-register), http://www.lsenr.nl/artikelen/vorderingen-afgewezen-online-melding-van-doorhaling-gz-psycholoog-big-register-niet-onrechtmatig

Ktr. Rechtbank Midden-Nederland 24 oktober 2018, IT 2680; LS&R 1671; ECLI:NL:RBMNE:2018:5152 (Doorhaling GZ-psycholoog BIG-register) Privacy. Gezondheidszorg. De inschrijving van eiser als GZ-psycholoog is in het BIG-register doorgehaald, vanwege het onderhouden van een relatie met een cliënte. Het is hem niet meer toegestaan als GZ-psycholoog te afficheren of daaraan verbonden werkzaamheden te verrichten. Gedaagde heeft een door haar genoemde Zwarte Lijst gepubliceerd waarop namen van artsen en andere functionarissen uit de gezondheidszorg worden vermeld die volgens gedaagde kort gezegd hun wettelijke zorgplicht schenden, waaronder van artsen die uit het CTG en/of BIG-register zijn geschrapt. In navolging hiervan heeft zij eiser vermeld op haar website, inclusief de AGB-code van de praktijk en zorgverlener, en het KvK-nummer. Haar uitingen zijn van feitelijke aard en niet feitelijk onjuist. Dat de tijdelijke arbeidsovereenkomst van eiser niet is verlengd, brengt geen onaanvaardbare schending van de persoonlijke levenssfeer van hem mee. De doorhaling is te wijten aan zijn eigen gedrag en vermelding ervan is openbaar, en doorhaling heeft alleen gevolg voor zijn functie als GZ-psycholoog. Vorderingen afgewezen.

LS&R 1670

MSD overschrijdt grens algemene informatieverstrekking anticonceptie door aanprijzing producten

Reclame Code Commissie 1 nov 2018, LS&R 1670; (MSD), http://www.lsenr.nl/artikelen/msd-overschrijdt-grens-algemene-informatieverstrekking-anticonceptie-door-aanprijzing-producten

RCC 1 november 2018, RB 3252; LS&R 1670; dossiernr. 2018/00644 (MSD) Aanbeveling. Geneesmiddelen. De uiting betreft de van MSD afkomstige folder “anticonceptie.nl. Voor en na de bevalling”. Op de voorzijde van de folder staat, onder de foto van een vrouw met een baby op haar arm: “Je wilt het beste voor je kindje, maar hoe zit het met je anticonceptie? Wanneer kun je weer starten? Kun je anticonceptie gebruiken tijdens het geven van borstvoeding? Wat is handig als je nog een kindje wilt? Of als je gezin nu compleet is? Je leest er in deze brochure alles over.” De folder bevat na een introductietekst onder de kop “Kijk, dit is mijn baby!” verscheidenene hoofdstukken over anticonceptie. De klacht. De folder, die ‘rond het kraambed’ door een zorgverlener aan klager is verstrekt, wekt de indruk afkomstig te zijn van een onafhankelijke bron. De inhoud is echter volledig toegespitst op de verkoop van uitsluitend producten van MSD, aldus klager. De enkele vermelding “MSD” op de achterkant van de folder maakt niet duidelijk dat deze van een fabrikant afkomstig is. De folder bevat geen neutrale en onpartijdige informatie over de gezondheid. Door de opmaak van de folder en de scheve balans in aandacht voor de verschillende anticonceptiemethoden – aan barrièremethoden is bijvoorbeeld slechts een halve pagina zonder afbeeldingen besteed – is sprake van reclame voor receptgeneesmiddelen. Klager wijst met name op de pagina’s 11, 13 en 20/21, die groot gedrukte merknamen (respectievelijk CERAZETTE, EVRA en IMPLANON NXT) van geneesmiddelen bevatten, en op de wervende afbeelding van de vrouw met de baby op haar arm bij laatstgenoemd product. De folder met reclame voor receptgeneesmiddelen is in strijd met artikel 3 sub a van de Code Publieksreclame voor Geneesmiddelen (CPG) 2015, aldus klager.

LS&R 1669

Gerechtvaardigd beroep VGZ tot opschorting vergoeding zorgkosten wegens fraudeonderzoek Just Care

Rechtbanken 18 okt 2018, LS&R 1669; ECLI:NL:RBGEL:2018:5005 (Just Care tegen VGZ), http://www.lsenr.nl/artikelen/gerechtvaardigd-beroep-vgz-tot-opschorting-vergoeding-zorgkosten-wegens-fraudeonderzoek-just-care

Rechtbank Gelderland 18 oktober 2018, LS&R 1669; ECLI:NL:RBGEL:2018:5005 (Just Care tegen VGZ) Zorgverzekeraar. Just Care is aanbieder van psychologische en psychiatrische zorg en levert een aantal (al dan niet via Turien & Co) VGZ-verzekerden niet-gecontracteerde zorg. In het kader van niet-gecontracteerde zorg krijgt de verzekerde op basis van de polisvoorwaarden van VGZ 75% van de gedeclareerde behandelkosten vergoed. De ingediende declaraties zijn door VGZ en Turien & Co 100% vergoed. Turien & Co heeft deze fout kenbaar gemaakt bij Just Care en heeft in dat verband een totaalbedrag teruggevorderd. Er is een vaststellingsovereenkomst tussen VGZ en Just Care tot stand gekomen, inhoudende dat Just Care een schikkingsbedrag betaalt. Just Care heeft in dat verband nieuwe declaraties bij VGZ ingediend en VGZ is tot verrekening hiervan overgegaan. Just Care heeft een bedrag aan creditnota's ingediend. VGZ stelt dat de creditering ten onrechte heeft plaatsgevonden, omdat het uitkeringen betrof ten behoeve van VGZ-verzekerden. VGZ kan de gevorderde bedragen niet in kort geding laten toewijzen, maar dat neemt niet weg dat aannemelijk is dat Just Care specialistische GGZ heeft gedeclareerd terwijl ernstige aanwijzingen bestaan dat zij niet (altijd) aan de geldende voorwaarden voor recht op vergoeding heeft voldaan. Met het oog op de verschuldigdheid van eventuele bedragen die VGZ nog van Just Care te vorderen heeft, is het daarom gerechtvaardigd dat VGZ een beroep op opschorting doet met het oog op de mogelijkheid tot verrekening in de toekomst. Vorderingen afgewezen

LS&R 1668

Vitamine D prefentiebeleid Menzis in strijd met art. 2.8 Bzv

Rechtbanken 1 nov 2018, LS&R 1668; ECLI:NL:RBGEL:2018:4963 (Goodlife tegen Menzis), http://www.lsenr.nl/artikelen/vitamine-d-prefentiebeleid-menzis-in-strijd-met-art-2-8-bzv

Vzr. Rechtbank Gelderland 1 november 2018, LS&R 1668; ECLI:NL:RBGEL:2018:4963 (Goodlife tegen Menzis) Geneesmiddelen. Colecalciferol (Vitamine D), is vanaf 3.000 IE een geneesmiddel, daaronder een voedingssupplement die vrij verkrijgbaar is. Goodlife heeft een samenwerkingsovereenkomst met Consilient Health strekkende tot exclusieve verkoop van vijf verschillende sterktes. De minister heeft de doseringen 800IE en 1.000IE niet langer als verzekerde prestatie onder de Zorgverzekeringswet aangemerkt. Menzis, zorgverzekeraar, voert ten aanzien van Vitamine D producten een preferentiebeleid en wil één product met sterkte 25.000IE of 30.000IE aanwijzen. Menzis heeft Goodlife uitgenodigd om een offerte uit te brengen voor het leveren van haar Vitamine D-producten in de genoemde doseringen, waarbij Menzis heeft aangegeven dat zij na ontvangst van alle offertes de keuze zal maken voor de partij die de laagste prijs biedt. Goodlife heeft geen offerte uitgebracht en gesteld dat het preferentiebeleid in strijd is met haar eigen doelstelling alsook met die van de wetgever en zorgverzekeraars gezamenlijk. Het prefentiebeleid is in strijd met het bepaalde in art. 2.8 Bzv. Hierdoor zal Goodlife schade lijden. Vorderingen toegewezen.

LS&R 1667

HvJ EU: Vergoeding zorgverzekeraar voor geneesmiddel die niet onder handelsvergunning valt, niet in strijd met EU-wetgeving

Hof van Justitie EU 21 nov 2018, LS&R 1667; ECLI:EU:C:2018:931 (Novartis Farma tegen AIFA), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-vergoeding-zorgverzekeraar-voor-geneesmiddel-die-niet-onder-handelsvergunning-valt-niet-in-st

HvJ EU 21 november 2018, LS&R 1667; ECLI:EU:C:2018:931; C-29/17 (Novartis Farma tegen AIFA) Geneesmiddelen. Zie eerder [LS&R 1637] Uit het persbericht: De vergoeding door een nationaal ziekteverzekeringssysteem van een geneesmiddel voor een gebruik dat niet onder de handelsvergunning valt (off-label gebruik) is niet in strijd met de EU-wetgeving. Dat geneesmiddel moet echter nog steeds voldoen aan de EU-regels voor geneesmiddelen.

Wordt later aangevuld.

LS&R 1666

DSW c.s. handelen onrechtmatig door sturen brief met ernstige bezwaren t.a.v. zorg Kliniek Naaldwijk

Rechtbanken 24 okt 2018, LS&R 1666; ECLI:NL:RBROT:2018:9336 (Kliniek Naaldwijk tegen DSW c.s.), http://www.lsenr.nl/artikelen/dsw-c-s-handelen-onrechtmatig-door-sturen-brief-met-ernstige-bezwaren-t-a-v-zorg-kliniek-naaldwijk

Rechtbank Rotterdam 24 oktober 2018, LS&R 1666; ECLI:NL:RBROT:2018:9336 (Kliniek Naaldwijk tegen DSW c.s.) Zorgplicht. Zorgverzekeraars DSW c.s. hebben verwijzende tandartsen een brief gestuurd met ernstige bezwaren ten aanzien van de zorg in Kliniek Naaldwijk. Kliniek Naaldwijk geeft aan dat de inhoud van die brief feitelijk onjuist en daarmee onrechtmatig was. Er was geen concrete informatie dat één van de chirurgen bij de kliniek slechte kwaliteit leverde. Op grond van overgelegde omzetcijfers en uitgewerkte voorbeelden van het verwijzingsgedrag van twee tandartsen is aannemelijk dat zij als gevolg van de handelswijze van DSW c.s. mogelijk schade heeft geleden. Schadestaatprocedure toewijsbaar. Vorderingen toegewezen.

LS&R 1665

Prejudicieel gestelde vragen over biociden die indirect werking hebben op schadelijk organisme

Hof van Justitie EU 18 sep 2018, LS&R 1665; (Darie), http://www.lsenr.nl/artikelen/prejudicieel-gestelde-vragen-over-biociden-die-indirect-werking-hebben-op-schadelijk-organisme

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 18 september 2018, LS&R 1665 (Darie) Via Minbuza. Darie BV (appellante) biedt het middel Pure Air op de markt aan. Het middel betreft een bacterieel product, (mede) houdende de bacteriesoort 'Bacillus ferment' (een zogenoemd probioticum). Verweerder heeft het middel aangemerkt als een biocide in de zin van artikel 3, eerste lid, onder a, van Verordening 528/2012. Voor dit middel is door het College van gewasbescherming en biociden (Ctgb) geen toelating verleend. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van desinfecteermiddelen binnen de schoonmaak- en reinigingsbranche. In dat kader heeft ILT een controle gehouden bij een schoonmaakbedrijf (CSU) dat destijds gebruik maakte van het middel. Hiervan is een boeterapport van 29 december 2016 opgemaakt. Het rapport vermeldt, voor zover hier van belang, dat een controleur van ILT heeft waargenomen hoe het middel door CSU in de praktijk werd toegepast en dat een medewerker van CSU aan de controleur heeft verklaard dat de aanwezige schimmel eerder door borstelen was verwijderd, waarna de muren een aantal keer per jaar zijn behandeld met het middel.

LS&R 1664

Vervangende toestemming rijksvaccinatieprogramma verleend: risico bijwerkingen vaccinaties kind niet hoger

Rechtbanken 8 aug 2018, LS&R 1664; ECLI:NL:RBAMS:2018:5696 (Rijksvaccinatie minderjarige), http://www.lsenr.nl/artikelen/vervangende-toestemming-rijksvaccinatieprogramma-verleend-risico-bijwerkingen-vaccinaties-kind-niet

Rechtbank Amsterdam 8 augustus 2018, LS&R 1664; ECLI:NL:RBAMS:2018:5696 (Rijksvaccinatie minderjarige) Partijen hebben een affectieve relatie gehad, waaruit in 2017 een kind is geboren. De vrouw heeft besloten het kind niet deel te laten nemen aan het vaccinatieprogamma. Zij stelt onder meer dat het meer in het belang van haar kind is om borstvoeding te ontvangen en dat inenten risico's voor de gezondheid meebrengt. Dat het vaccinatieprogramma als overheidsbeleid geldt, betekent nog niet dat dit het beste voor het kind zou zijn. De man vraagt om hem vervangende toestemming te verlenen het kind te laten deelnemen aan het rijksvaccinatieprogramma. Het vaccinatieprogramma heeft als doel (jonge) kinderen te beschermen tegen schadelijke ziekten, waardoor het programma in het belang is van het kind. Het argument van de vrouw dat zij door het geven van moedermelk het kind ook voldoende kan beschermen, speelt geen rol, omdat de vrouw daar mee is gestopt. Wat betreft de schadelijkheid van de vaccins is bekend dat er bijwerkingen kunnen ontstaan, maar is er niet gesteld dat het kind meer risico loopt dan een ander kind. De rechtbank verleent de man vervangende toestemming.

LS&R 1663

Ontoelaatbare uitbreiding van klacht van Genzyme

College Geneesmiddelen Reclame 1 nov 2018, LS&R 1663; (Genzyme tegen Merck), http://www.lsenr.nl/artikelen/ontoelaatbare-uitbreiding-van-klacht-van-genzyme

CGR 1 november 2018, LS&R 1663; RB 3238; B18.007 (Genzyme tegen Merck) Beroep afgewezen. Merck brengt het geneesmiddel Mavenclad® op de Nederlandse markt, dat is geïndiceerd voor de behandeling van volwassen patiënten met RMS. Merck maakte gebruik van een uiting over Mavenclad®, getiteld “Welcome to Mavenclad®” waarin claim a “Innovatively simple”, claim b “Mavenclad®: een innovatieve en eenvoudige behandeling voor volwassen patiënten met zeer actieve relapsing multiple sclerose (RMS)” en claim c “Alleen met Mavenclad® kunnen de behandeleffecten 4 jaar aanhouden | met maximaal 20 dagen orale behandeling in de eerste twee jaar.” alsmede afgebeelde afbeeldingen zijn opgenomen. Genzyme klaagt dat Mavenclad® niet als innovatief kan worden aangemerkt. Door hoger gebruiksgemak kan het wel als innovatief worden aangemerkt. Genzyme klaagt dat met claim c superioriteit wordt geclaimd ten opzichte van alle overige behandelopties en dat deze superioriteit niet wordt onderbouwd. Nu Genzyme niet in haar oorspronkelijke klacht heeft gesteld dat de term "behandeleffecten" vaag en misleidend is in de zin van de Gedragscode en Merck tijdens de mondelinge behandeling van deze klacht niet heeft ingestemd met de uitbreiding daarvan door Genzyme, gaat de Commissie van Beroep uit van de oorspronkelijke klacht en is sprake van ontoelaatbare uitbreiding van de klacht in beroep.