LS&R 1742

Amerikaanse beslissing in geschil Ferring tegen Reprise, Serenity en Fein

Samenvatting en uitspraak zijn ingezonden door advocaten Tjibbe Douma en Gertjan Kuipers. Zij staan Ferring bij in een lopende procedure in Nederland.

Ferring aan de ene kant en Reprise, Serenity en Fein aan de andere kant zijn verwikkeld in een wereldwijd geschil ten aanzien van octrooirechten en octrooiaanvragen die zien op desmopressine. Fein werkte vroeger voor Ferring in de VS. In Nederland lopen verschillende procedures: een waar Ferring octrooirechten en octrooiaanvragen van Reprise op “low dose low plasma” desmopressine opeist [IEF 13792] en een waar Reprise c.s. octrooirechten van Ferring op een orodispergeerbare doseringsvorm van desmopressine (gedeeltelijk) opeist omdat deze zouden zien op “sublingual” [IEF 11445].

In een Amerikaanse procedure tussen Ferring tegen Reprise, Serenity en Fein heeft de rechter op 27 september jl. uitspraak gedaan. Anders dan in het Nederlandse systeem, worden in het Amerikaanse systeem standaard de betrokkenen gehoord. Ook in dit geval zijn de relevante getuigen uitgebreid ondervraagd door de partijen en de rechter en er is gekeken naar enig “corroborating evidence”. Het is op basis daarvan dat de Amerikaanse rechter vervolgens tot zijn oordeel is gekomen. Dit systeem was in dit geval in het bijzonder van belang nu het verhaal van Reprise, Serenity en Fein gestoeld was op eigen verklaringen over de gebeurtenissen in de zomer van 2001.

Relevante elementen uit de beslissing in het bijzonder ten aanzien van de gebeurtenissen in de zomer van 2001 zijn:

·       “the court finds the testimony of Fein and Nardi to be lacking in credibility insofar as it relates to Fein’s inventorship claim. It is also lacking in documentary corroboration” (par. 113)

o   de getuigenissen van Fein en Nardi (de voormalige VP R&D van Ferring en partner in Reprise en Serenity) zijn “not credible” ten aanzien van de beweerde uitvinding van Fein (par. 89-93);

o   Reprise en Serenity konden niet aantonen dat “Fein communicated the inventive concepts of a sublingual route of administration or effective lower doses” in augustus 2001, en dat “there is no corroborating evidence for Fein’s alleged disclosures in August 2001” (par. 111-112)

·       Dat Fein aanvankelijk als uitvinder vermeld stond op een eerste octrooiaanvrage van Ferring, kan Reprise&Serenity&Fein niet helpen: “the fact that Fein was originally named on the PCT ‘ 368 and GB ‘ 397 does not rise to clear and convincing evidence that Fein “actually invented” that subject matter without additional proof of Fein’s individual contribution” (par. 120)

·       Dat Reprise&Serenity&Fein niet hebben kunnen aantonen dat “Fein conceived of the concepts of lower doses or the sublingual route of administration” (par. 122)

·       “Without sublingual absorption Fein is left with the concepts of lower dose and sublingual administration. But there is evidence on the record that these ideas were being considered by Ferring employees for use in test with the orodispersible tablet form”. (par. 133)

o   “other members of the NewMin team were considering sublingual administration and improved bioavailability of the orodispersible form of desmopressin by the time Fein alleged to have conceived of the idea to pair the two concepts.” (par. 137)

o   “the idea of low doses based on potency of desmopressin was known in the prior art through the Hammer and Williams references and Norgaard’s articles and presentations prior to 2001.” (par. 138) “Ferring had already by August 2001 hired EMF consulting to establish dosing amounts for NewMin, and the results of the EMF consulting tests along with the results of CS004 led to the lower doses in subsequent clinical studies.” (par. 139)