LS&R 1786

E-screener is een rechtmatig instrument van de Staat

Vzr. Rechtbank Den Haag 11 februari 2020, IT 3032, LS&R 1786; ECLI:NL:RBDHA:2020:1013 (Eisers tegen de Staat) De Jagersvereniging, eerste eiser in het geding, heeft, onder meer, als doel het behartigen van de belangen van haar leden voor zover verband houdende met jacht, faunabeheer en schadebestrijding en het mogelijk maken van jacht door haar leden in de ruimste zin van het woord. De KNSA, tweede eiser in het geding, heeft, onder meer, als doel het behartigen van de belangen van de schietsport in de meest algemene zin. Daarnaast zijn eiser drie tot en met vijf allen in bezit van jachtaktes. In Nederland is het bezit van vuurwapens alleen toegestaan bij bezit van wapenverlof of jachtakte.

Op 9 april 2011 vond een schietincident plaats in Alphen aan den Rijn, waarbij zeventien gewonden en zeven doden vielen. Aan de schutter was een wapenverlof verleend. Naar aanleiding van het schietincident heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (“OvV”) op verzoek van de minister van Justitie en Veiligheid (“de minister”) onderzoek gedaan naar het Nederlandse systeem ter beheersing van het legaal wapenbezit. De OvV heeft aanbevelingen gedaan, waarna de Staat het Trimbos Instituut gevraagd heeft een risicotaxatie-instrument te ontwikkelen dat risicofactoren meet en weegt om daarmee een inschatting te maken van risico’s in verband met een wapenverlof (de E-Screener Psychische Gesteldheid van Wapenverlofaanvragers, “de e-screener”). De e-screener is vervolgens aangepast ten gevolge van de aanbevelingen van meerdere deskundigen.

De Jagersvereniging en de KNSA vorderen de Staat te verbieden gebruik te (doen) maken van (de resultaten van) de e-screener en deze resultaten te (doen) vernietigen. Het gebruik van (de resultaten van) de e-screener is volgens eisers onzorgvuldig en onrechtmatig en moet verboden worden. Daarnaast moeten de resultaten ervan vernietigd worden. De vordering wordt afgewezen, omdat de Staat bij de invoering van de e-screener een zwaarwegend en rechtmatig belang heeft en houdt. Dat hij daarbij tegen enkele praktische problemen is aangelopen en dat er sprake is (geweest) van invoeringsperikelen, is door de Staat erkend en veelal inherent aan de invoering van een nieuw systeem. Dit is echter geen reden de e-screener te verbieden. De Staat heeft de risico’s van wapenverloven objectief in kaart gebracht, mede door de inschakeling van meerdere deskundigen.

4.28. Uit al het vorenstaande volgt dat de Staat bij de invoering van de e-screener een zwaarwegend en rechtmatig belang heeft en houdt. Dat hij daarbij tegen enkele praktische problemen is aangelopen en dat er sprake is (geweest) van invoeringsperikelen, is door de Staat erkend. Dat is helaas veelal inherent aan de invoering van een nieuw systeem. Daaruit volgt echter niet dat de e-screener niet had mogen worden ingevoerd en evenmin dat die alsnog per direct moet worden verboden. Op de Staat rust – gezien de strenge maatstaf die geldt bij het verlenen van een wapenverlof en de recente uitspraak van de Hoge Raad naar aanleiding van het schietincident – de verplichting zich optimaal in te spannen risico’s van wapenverloven objectief in kaart te brengen. Zij heeft door deskundigen in te schakelen een middel ontwikkeld dat daaraan moet bijdragen. De Staat monitort (in overleg met TNO) het gebruik van de e-screener en de effecten daarvan en gaat waar nodig over tot aanpassing van de werkwijze en/of het systeem. Daarmee handelt de Staat rechtmatig. Voor het treffen van een ordemaatregel om de Staat te verbieden de (resultaten van de) e-screener nog langer te gebruiken is dan ook geen aanleiding. De vordering om de Staat te veroordelen de resultaten van de e-screener te (doen) vernietigen treft op grond van het vorenstaande (nog daargelaten dat dit een onomkeerbare maatregel is waarvoor in kort geding geen plaats is) hetzelfde lot.