LS&R 1902

Geen spoedeisend belang

Vzr. Rechtbank Oost-Brabant 8 januari 2021, IEF 19710, LS&R 1902 ; ECLI:NL:RBOBR:2021:167 ( PK tegen Vemedia) Kort geding. Vemedia is een onderneming op het gebied van zelfzorggeneesmiddelen en gezondheidsproducten. PK c.s. maken onderdeel uit van een Zwitsers concern dat zich richt op de verkoop van OTC producten, zelfzorgmiddelen die zonder recept te verkrijgen zijn in drogisterijen, apotheken en supermarkten. PK Holdline is houdster van een groot aantal merken, waaronder Unie- en Beneluxwoord en -beeldmerk LUCOVITAAL. PK cs stellen onder meer dat Vemedia inbreuk maakt op haar merkrechten en willen Vemedia verbieden gebruik te maken van de tekens "Leefvitaal" dan wel andere tekens die overeenstemmen met de merken voor de waren en diensten waarvoor de merken zijn ingeschreven. De vorderingen van PK c.s. worden bij gebreke van een voldoende spoedeisend belang afgewezen. Een oordeel van de bodemrechter kan op afzienbare termijn worden verwacht.

4.6.
PK c.s. stellen dat de situatie sinds eind 2019 is gewijzigd onder meer omdat Vemedia ondertussen twee nieuwe producten op de markt heeft gebracht, waarmee de inbreuk op haar intellectuele eigendomsrechten nog verder is toegenomen.

Dit argument kan, bij gebreke van nadere toelichting, niet echt overtuigen. Zelfs indien zou worden aangenomen dat Vemedia inderdaad na het aanhangig maken van de bodemprocedure bij de rechtbank Den Haag twee nieuwe producten met het gerestylede Leef vitaal logo heeft geïntroduceerd (Vemedia heeft dit gemotiveerd betwist) hebben PK c.s. niet uitgelegd waarom dit enkele feit tot het oordeel zou moeten leiden dat thans een op staking van dit gebruik gerichte voorlopige voorziening in kort geding is geboden, daar waar PK c.s. in de introductie door Vemedia in september 2019 van een 11-tal gerestylede producten - volgens PK c.s. nota bene specifiek en welbewust gericht op haar 11 bestverkopende producten – kennelijk geen, althans onvoldoende, spoedeisend belang werd onderkend om een verbod in kort geding uit te lokken.

4.7.
Ook de door PK c.s. gestelde verwarring waarvan sprake zou zijn sinds eind 2019 levert als zodanig geen spoedeisend belang op. Hetgeen door PK c.s. in dit verband is aangevoerd en met stukken onderbouwd, is hoofdzakelijk anekdotisch van aard (vergelijk de door PK c.s. als prod. 3B, deel 2, prod. 46B en prod. 47 overgelegde verklaringen van medewerkers van PK c.s.) en mist reeds op die grond voldoende overtuigingskracht. Daar komt bij dat het enkele feit dat de producten van Leefvitaal in veel drogisterijen direct naast de producten van Lucovitaal worden geplaatst, alsmede het feit dat een medewerker van Kruidvat de producten van Lucovitaal kennelijk in het schap van Leef vitaal heeft geplaatst, nog niet met zich brengen dat het gestelde verwarringsgevaar, afgezet tegen de situatie eind 2019, zodanig is toegenomen dat dit thans noopt tot het treffen van een spoedvoorziening.

4.8.
Bij dit alles speelt nadrukkelijk een rol het gegeven dat in de bodemprocedure de conclusie van antwoord reeds is genomen en dat naar verwachting in de eerste helft van 2021 een comparitie zal plaatsvinden. Bij deze stand van zaken hebben PK c.s.. een onvoldoende spoedeisend belang bij het verkrijgen nu van een voorlopig oordeel in kort geding, daar waar een oordeel van de bodemrechter op afzienbare termijn kan worden verwacht. De door PK c.s. naar voren gebrachte omstandigheden nopen, zoals hiervoor reeds is overwogen, niet tot een ander oordeel. Ook de omstandigheid dat de bodemprocedure wellicht enige vertraging heeft opgelopen vanwege de coronacrisis brengt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet mee dat PK c.s. thans een voldoende spoedeisend belang hebben bij de door hen ingestelde vorderingen.