LS&R 1987

GGD mag prikbus op kermis neerzetten

Vzr. Rechtbank Overijssel 24 september 2021, LS&R 1987; ECLI:NL:RBOVE:2021:3604 (Eiser tegen GDD Twente) Kort geding. Gemeente Hengelo heeft aangekondigd dat op de kermis in september een prikbus van de GGD Twente aanwezig zal zijn. Eiser vordert dat het GGD Twente verboden wordt om op de kermis primair mensen, subsidiair jongeren onder de 18 jaar, te vaccineren. De voorzieningenrechter buigt zich eerst over de vraag of eiser een (voldoende) belang heeft bij haar vorderingen, iets wat GGD Twente heeft betwist. Eiser baseert haar vordering op artikel 7:448 BW, 7:450 BW juncto artikel 11 van de Grondwet. Zij is van mening dat mensen, waaronder haar zestienjarige dochter, die de kermis bezoeken en zich daar laten vaccineren dit onder druk doen en niet goed en volledig geïnformeerd zijn. Artikelen 7:448 BW en 7:450 BW zien echter, zoals GGD Twente ook heeft betoogd, op de relatie tussen patiënt en de hulpverlener, niet op bescherming van een derde persoon. Daarbij is een zestienjarige in staat om zelfstandig beslissingen te maken over medische verrichtingen. Er is niet een voldoende eigen belang. Het gevorderde dient afgewezen te worden.

3.4 [...] Uit de dagvaarding en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling volgt dat [eiser] hoofdzakelijk en in het bijzonder wil voorkomen dat haar zestienjarige dochter zich mogelijk niet goed geïnformeerd laat vaccineren op de kermis. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is hierin echter niet een voldoende eigen belang in de zin van artikel 3:303 BW voor [eiser] gelegen. Daarbij kan niet uit het oog worden verloren dat in artikel 7:447 lid 1 BW is bepaald dat een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt bekwaam is tot het aangaan van een behandelingsovereenkomst ten behoeve van zichzelf. Een zestienplusser, en dus ook de dochter van [eiser] , heeft geen toestemming van zijn/haar ouders nodig voor welke medische verrichting dan ook. Op grond van artikel 7:447 lid 3 BW is een minderjarige die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt eveneens bekwaam zelfstandig in een procedure, en ook buiten rechte, zelf zijn belangen te behartigen. Voor zover [eiser] heeft gesteld dat haar dochter spijt zou kunnen krijgen van een vaccinatie op de kermis en daar mogelijk op psychisch vlak last van zou kunnen ondervinden en dat dit effect zou kunnen hebben op haarzelf en haar gezin, is de voorzieningenrechter van oordeel dat dit geen voldoende concreet belang is om de rechtsvordering te rechtvaardigen. Dit door [eiser] gestelde belang heeft betrekking op de sociale betrekkingen tussen haar (gezin) en haar zestienjarige dochter en ziet niet op een rechtsbetrekking tussen [eiser] en GGD Twente. Het betreft bovendien een belang dat gezien haar aard niet een rechtens te honoreren belang is binnen de beschermingssfeer van het privaatrecht.