LS&R 1767

Klachten omtrent medisch advies arbeidsongeschiktheid falen

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 3 december 2019, IT 2964, LS&R 1767; (Accountant tegen verzekeringsarts) Klaagster is accountant en heeft sinds juli 2015 diverse artsen bezocht vanwege maag-, darm-, gewrichts- en spierklachten. Zij was/is werkzaam als zelfstandig ondernemer, maar was arbeidsongeschikt. Om deze reden is er een claim bij haar arbeidsongeschiktheidsverzekeraar ingediend. Die verzekeraar heeft een medisch adviesbureau ingeschakeld voor de medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheidsclaim. Verweerder is werkzaam voor dit medisch adviesbureau. Uit het schriftelijke advies, uitgebracht door de verzekeringsarts en zijn collega onder wiens verantwoordelijkheid hij werkte en tegen wie eveneens klachten aanhangig zijn, blijkt dat er volgens verweerder geen aanleiding bestaat om de arbeidsongeschiktheid vanaf de claimdatum niet kan worden vastgesteld. Klaagster heeft vervolgens haar klacht aanhangig gemaakt, inhoudende onder andere dat verweerder een onjuiste rapportage heeft uitgebracht, die gebaseerd is op onjuiste feiten en die verweerder weigert te corrigeren. De verwijten die klaagster verweerder maakt, zijn volgens het college ongegrond. De conclusies die verweerder heeft getrokken, zijn onderbouwd en de gegevens die deze aannames steunen, zijn vermeld in het rapport van het adviesbureau.

5.9.      Klaagster verwijt – samengevat – verweerder en zijn collega dat zij niet persoonlijk haar vragen beantwoorden en zich telkens verschuilen achter E. In het licht van de onder 5.2. en 5.3 vermelde werkwijze die bij de beoordeling van verzekeringsclaims gebruikelijk is, kan de omstandigheid dat verweerder en zijn collega in de contacten met klaagster E het voortouw laat nemen niet als onzorgvuldig worden aangemerkt. Verweerder en zijn collega hebben in opdracht adviezen gegeven en het was aan de verzekeraar om te bepalen wat hiermee te doen. Voorts is het eveneens in lijn met de onder 5.2 en 5.3 vermelde werkwijze dat verweerder en zijn collega in hun adviezen geen conclusies hebben getrokken. Dat was ook niet de bedoeling. Er is ook geen diagnose gesteld zoals klaagster in klachtonderdeel 11 lijkt te betogen. De klachtonderdelen die hier op zien stranden. Van schenden van beginselen van professioneel handelen is niet gebleken. Bij de onder 5.2 en 5.3 vermelde werkwijze was de objectiviteit en onafhankelijkheid van de medisch adviseur voldoende gewaarborgd. V         het medisch beroepsgeheim (klachtonderdeel 10)

5.12.    Klaagster verwijt verweerder tot slot dat hij zijn medisch beroepsgeheim heeft geschonden door het medisch dossier aan de bedrijfsjurist en medewerkers van E te sturen en naar het RTG Amsterdam. Verweerder heeft aangevoerd dat de medische dossiers zich in het medisch archief van E bevinden en onder haar verantwoordelijkheid vallen. Alle medewerkers van E die geen medisch adviseur zijn, maar wel toegang hebben tot de medische stukken, vallen onder het secretariaat van de adviseur en bevinden zich in de kring van geheimhouders. Het college is van oordeel dat met deze werkwijze geen geheimhoudingsplicht is geschonden. Deze medewerkers van E hebben een afgeleide geheimhoudingsplicht dat voldoende waarborg biedt.

Dat het medisch dossier naar de bedrijfsjurist en het RTG Amsterdam is gestuurd is het logische gevolg van het indienen van onderhavige klacht en vormt geen schending van het medisch beroepsgeheim. Wie een klacht indient, wordt immers geacht de jegens hem geldende geheimhoudingsplicht op te heffen, voor zover het gegevens betreft die voor de beoordeling van de tuchtrechter van betekenis kunnen zijn. Dit klachtonderdeel slaagt niet.