LS&R 1754

Aanvulling ex artikel 31/32 Rv afgewezen

Vzr. Rechtbank Den Haag 6 november 2019, IEF 18810, LS&R 1754; (Medical Workshop tegen Sharpsight) Kort geding. Aanvullend vonnis. Medical Workshop is een totaalleverancier in oogheelkunde. De heer Gonçalves, bestuurder van Sharpsight, is oogarts en houder van een aantal octrooien waaronder het Europees octrooi EP 2 109 425 B1. Dit octrooi ziet op een hulpmiddel voor het vereenvoudigen van intra-vitreale injecties. Eind 2009 hebben Medical Workshop en Sharpsight een licentieovereenkomst gesloten m.b.t. Invitria, een product voortgekomen uit het octrooi. Eerder werd geoordeeld [IEF 18761 en LS&R 1745] dat men kon verwachten dat de naam Invitria aan het product verbonden zou blijven. Dit leidt ertoe dat (Sharpsight via Gonçalves, omdat hij de octrooihouder is en hij na afloop van de Licentieovereenkomst als enige recht heeft het product te (doen) produceren en verhandelen, ook het recht heeft de naam Invitria voor het product te gebruiken. Volgens Medical Workshop dient het vonnis op twee punten te worden aangevuld ex artikel 31/32 Rv. Dit verzoek wordt afgewezen. Er is o.a. niet verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde. Ook bevat het vonnis geen fouten die hersteld moeten worden.

2.5 Ook valt niet in te zien dat sprake is van een kennelijke fout door het bevel niet te beperken tot het gebruik voor alternatieve producten. In r.o. 4.7 en 4.8 heeft de voorzieningenrechter namelijk overwogen dat voorshands moet worden aangenomen dat Sharpsight (via de octrooihouder) als enige het recht heeft de naam Invitria voor het product te (doen) gebruiken en dat de uitleg van de vanwege de Licentieovereenkomst bestaande rechtsverhouding tussen partijen ook meebrengt dat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten dat in het kader van de Licentieovereenkomst op de naam Invitria gevestigde merkrechten na afloop van de Licentieovereenkomst toe zouden komen aan degene met het recht het product (verder) te produceren en verhandelen, oftewel Sharpsight (via de octrooihouder). Hieruit vloeit voort dat de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel is dat het recht op gebruik van de naam vanaf 19 november 2019 niet (ook niet voor andere producten dan de in r.o. 4.18 genoemde  'alternatieve producten') toekomt aan Medical Workshop.