Octrooirecht

LS&R 1722

Octrooi hormoonreceptor borstkanker niet inventief

Rechtbank Den Haag 5 jul 2019, LS&R 1722; ECLI:NL:RBDHA:2019:7792 (Novartis tegen Teva), http://www.lsenr.nl/artikelen/octrooi-hormoonreceptor-borstkanker-niet-inventief

Vzr. Rechtbank Den Haag 5 juli 2019, IEF 18615, LS&R 1722; ECLI:NL:RBDHA:2019:7792 (Novartis tegen Teva) Octrooirecht. Novartis maakt onderdeel uit van een farmaceutische bedrijf en is gericht op o.a. onderzoek en verhandelen van innovatieve geneesmiddelen. Ze is houdster van het EP 916 octrooi. Teva maakt deel uit van de Teva groep en houdt zich bezig met o.a. verhandeling van generieke en innovatieve geneesmiddelen. Teva is in Nederland houdster van marktvergunningen voor een generieke versie van everolimus, Everolimus Teva. In de SmPC32 en de bijsluiter voor de patiënt bij Everolimus Teva is opgenomen dat everolimus in combinatie met exemestaan geïndiceerd is voor de behandeling van hormoonreceptor-positieve gevorderde borstkanker. Novartis vordert inbreukverbod voor Nederland aan Teva van geneesmiddelen die everolimus omvatten voor hormoonreceptor-positieve gevorderde borstkanker, rectificatie en gebied Teva de hormoonreceptor-positieve gevorderde borstkanker uit haar (Nederlandse) handelsvergunningen voor Everolimus Teva te laten verwijderen. Het inbreukverbod is afgewezen omdat de ingeroepen octrooien voorshands niet inventief worden geacht.

LS&R 1721

schorsing tot einduitspraak Technische Kamer EOB

Hof Den Haag 30 jul 2019, LS&R 1721; ECLI:NL:GHDHA:2019:1962 (X AG en Biogen tegen Celltrion), http://www.lsenr.nl/artikelen/schorsing-tot-einduitspraak-technische-kamer-eob

Gerechtshof Den Haag 30 juli 2019, IEF 18614, LS&R 1721; ECLI:NL:GHDHA:2019:1962 (X AG en Biogen tegen Celltrion) Octrooirecht. Celltrion is een biofarmaceutisch bedrijf en houdt zich bezig met  de ontwikkeling van biosimilars, alternatieven voor bekende biologische geneesmiddelen. Celltrion heeft een biosimilar ontwikkeld van een chimerisch monoklonaal anti-CD20 antilichaam genaamd ‘rituximab’, die volgens Celltrion bio-equivalent is aan een geneesmiddel van X AG. Celltrion heeft een marktvergunning voor de biosimilar verkregen. X AG en Biogen zijn houdster van het Europees Octrooi (EP 304). X AG brengt het op dat octrooi gebaseerde geneesmiddel MabThera op de Europese markt. Tegen de verlening van EP 304 is oppositie ingesteld bij het  EOB, onder meer door Celltrion. De oppositieafdeling heeft dat herroepen. Biogen heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. Celltrion heeft in eerste aanleg gevorderd het Nederlandse deel van EP 304 te vernietigen. De rechtbank heeft de vorderingen toegewezen. In hoger beroep vordert Biogen vernietiging hiervan en opnieuw de vorderingen van Celltrion af te wijzen. Het hof schorst de behandeling van het geschil totdat de Technische Kamer van Beroep van het Europees Octrooibureau einduitspraak heeft gedaan met betrekking tot EP 304 of die procedure op een andere manier is geëindigd.

 

LS&R 1713

AG concludeert tot verwerping cassatie nu inventiviteit wel is aan te nemen

Hoge Raad 10 mei 2019, LS&R 1713; ECLI:NLPHR:2019:608 (Sandoz tegen AstraZeneca), http://www.lsenr.nl/artikelen/ag-concludeert-tot-verwerping-cassatie-nu-inventiviteit-wel-is-aan-te-nemen

Conclusie AG HR 10 mei 2019, IEF 18519, LS&R 1713; ECLI:NLPHR:2019:608 (Sandoz tegen AstraZenenca) Octrooirecht. Tweede medische indicatie. In dit kort geding staat de vraag centraal of voorliggend octrooi van AstraZeneca geldig is. Zowel voor de rechtbank als voor het hof (zie IEF 18122 en LS&R 16674) bleef het octrooi in stand. In cassatie speelt enkel nog de inventiviteitsvraag. De conclusie van de AG strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

LS&R 1708

Beslissing tot afstand van recht op royalty’s moet in redelijkheid worden genomen

Rechtbank Rotterdam 20 mrt 2019, LS&R 1708; ECLI:NL:RBROT:2019:3142 (Hoogleraar tegen Erasmus MC), http://www.lsenr.nl/artikelen/beslissing-tot-afstand-van-recht-op-royalty-s-moet-in-redelijkheid-worden-genomen

Rechtbank Rotterdam 20 maart 2019, IEF 18455, LS&R 1708; ECLI:NL:RBROT:2019:3142 (Hoogleraar tegen Erasmus MC) Beginsel van formele rechtskracht. Octrooirecht. Geschil tussen hoogleraar en werkgever/ziekenhuis. Eiser, hoogleraar, meent dat Erasmus MC zo lichtzinnig met zijn belangen is omgegaan dat dit jegens hem een onrechtmatige daad oplevert. Hij verwijt Erasmus MC onder andere dat zij, zonder zijn toestemming, in de schikking met bedrijf Biotempt afstand heeft gedaan van haar rechten.
Erasmus MC voert aan dat het een non-profit onderzoeksinstituut is dat in de eerste plaats tot doel heeft om kennis beschikbaar te maken aan de maatschappij. Het verstrekken van licenties aan de industrie is een middel, geen doel. Daarbij is uitgangspunt dat als een dossier niet binnen afzienbare tijd tot inkomsten leidt, het dan niet verantwoord is om hier verder in te investeren. Ook tegenover de uitvinder is Erasmus MC niet verplicht om het octrooi tot het einde der dagen aan te houden. Beoordeeld dient te worden of Erasmus MC in de gegeven omstandigheden in redelijkheid de beslissing heeft kunnen nemen om afstand van haar recht op royalty’s te doen. De zaak wordt verwezen naar de rol.

LS&R 1701

Octrooi vetzuren vernietigd via problem-solution approach

Rechtbanken 10 apr 2019, LS&R 1701; ECLI:NL:RBDHA:2019:3424 (Nutrition tegen Noba), http://www.lsenr.nl/artikelen/octrooi-vetzuren-vernietigd-via-problem-solution-approach
EP 1294371

Rechtbank Den Haag 10 april 2019, IEF 18349; LS&R 1701; ECLI:NL:RBDHA:2019:3424 (Nutrition tegen Noba) Octrooirecht. Inbreuk. Nietigheid. Nutrition ontwikkelt en produceert veevoer en daarvoor bestemde producten. Nutrition is in deze hoedanigheid houdster van EP 1294371 voor een 'middenlange keten vetzuren bruikbaar als antimicrobiële agentie'. Noba houdt zich bezig met vetproducten voor de diervoederindustrie. Nutrition is van mening dat Noba met haar producten inbreuk maakt op de door Nutrition gehouden octrooien. Als verweer stelt Noba dat het octrooi waarop Nutrition zich beroept nietig moet worden verklaard, omdat het de vereiste inventiviteit ontbeert. Beide partijen beroepen zich op de problem-solution approach. In het licht hiervan moet worden aangenomen dat de gemiddelde vakman zonder enig inventief denkvermogen tot dezelfde oplossing als in het octrooi was gekomen, en dat het octrooi dus nietig is. De vorderingen in conventie worden afgewezen, de vordering in reconventie wordt toegewezen waardoor het Nederlandse deel van het voorliggende octrooi nietig is. Nutrition wordt veroordeeld in de proceskosten.

LS&R 1694

Octrooi RCT blijft voor de rechter in stand

Rechtbank Den Haag 23 jan 2019, LS&R 1694; ECLI:NL:RBDHA:2019:563 (Accord tegen RCT), http://www.lsenr.nl/artikelen/octrooi-rct-blijft-voor-de-rechter-in-stand

Rechtbank Den Haag 23 januari 2019, IEF 18238, LS&R 1694, ECLI:NL:RBDHA:2019:563 (Accord tegen RCT). Octrooirecht. Bodemzaak. Eerste aanleg. Accord is een producent van generieke geneesmiddelen. RCT is een technologisch investerings- en managementbedrijf dat o.a. onderzoeken van universiteiten ondersteunt, en in dat verband ook (geoctroieerde) uitvindingen exploiteert. RCT is in dit verband houder van een octrooi dat betrekking heeft op "Enantiomere anticonvulsie-aminozuurderivaten”. In december 1995 heeft Daeock Choi (hierna: Choi) zijn proefschrift ter verkrijging van een PhD-graad aan de UoH verdedigd. In geschil is de vraag of dit proefschrift tot de stand van de techniek behoorde. RCT erkend het bestaan van Choi, maar stelt dat dit niet openbaar toegankelijk was, nu het document enkel toegankelijk was voor personen die een uitdrukkelijke of stilzwijgende geheimhoudingsplicht hadden. De rechtbank gaat mee in dit argument, en rekent Choi niet tot de stand van de techniek. Het octrooi is dus nieuw. Hierna komt de vraag aan bod of de door RCT ingeroepen prioriteit geldig is. De rechtbank oordeelt dat de ingeroepen prioriteit geldig is, omdat Accord haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. Tot slot betwist Accord de inventiviteit van het octrooi. Accord stelt dat de masterscriptie van Le Gall een springplank naar dit octrooi is, en dat dit octrooi dus voor de hand lag. Gelet op alle omstandigheden die in deze zaak een rol spelen gaat de rechtbank hier echter niet in mee. Dit betreft zowel indicatoren die impliceren dat het octrooi inventiviteit ontbeert, als indicatoren die impliceren dat het octrooi juist wel inventief is. De rechtbank komt dus tot de conclusie dat er geen grond is het octrooi te vernietigen. De vordering van Accord wordt dus afgewezen.

LS&R 1691

Beschermingsomvang EP 455 te beperkt voor Roche om tegen Mundipharma op te kunnen treden

Rechtbank Den Haag 20 feb 2019, LS&R 1691; C/09/565454/ KG ZA 18-1345 (Roche c.s. tegen Mundipharma ), http://www.lsenr.nl/artikelen/beschermingsomvang-ep-455-te-beperkt-voor-roche-om-tegen-mundipharma-op-te-kunnen-treden

Rechtbank Den Haag 20 februari 2019, IEF 18251, LS&R 1691, C/09/565454/ KG ZA 18-1345 (Roche c.s. tegen Mundipharma). Octrooirecht. Kort geding. Hoffman-La Roche en Genentech (hierna: Roche) zijn beide onderdeel van de Roche-groep. Genentech heeft een geneesmiddel ontwikkeld voor de behandeling van borstkanker (genaamd Herceptin), en houdt het octrooi van dit geneesmiddel (EP 455). Roche is exclusieve licentienemer van dit octrooi. Mundipharma verhandelt in Nederland Herzuma, een medicijn dat vermeend inbreuk maakt op EP 455. Roche vordert in kort geding een inbreukverbod in Nederland. De rechtbank stelt allereerst vast dat de geneesmiddelen biosimilar zijn. Deze zijn dus vergelijkbaar, maar niet noodzakelijk volledig identiek. Mundipharma betwist dat er bij haar medicijn Herzuma sprake is van minder dan 25% zure varianten van tratazumab, zoals conclusie 1 van EP 455 vereist. De rechtbank stelt dat bij vaststelling van de beschermingsomvang niet uitgegaan dient te worden van de letterlijke bewoording, maar van de gedachte achter het octrooi. Alle omstandigheden afwegend komt de rechtbank tot de conclusie dat het octrooi hier ziet op medicijnen die daadwerkelijk minder dan 25% zure varianten van tratazumab bevatten, en dus niet ziet op bescherming tegen medicijnen als Herzuma. De vordering van Roche wordt dus afgewezen.