Octrooirecht

LS&R 1941

Vordering curator deels toegewezen

Hof Den Haag 20 apr 2021, LS&R 1941; (Curator tegen Bayer Pharma), http://www.lsenr.nl/artikelen/vordering-curator-deels-toegewezen

Hof Den Haag 20 april 2021, IEF 19925, LS&R 1941; C/09/514685 /HA ZA 16-835 (Curator tegen Bayer Pharma) Vervolg op [IEF 17018] en [IEF 18087]. De zaak draait in de kern om een License, Research, and Development Agreement die is gesloten tussen de (toenmalige) Leidse start-up Leadd B.V. en Schering AG (nu: Bayer Pharma AG) in 1998. Uit hoofde van deze overeenkomst krijgt Schering onder meer exclusieve toegang tot bepaalde technologie met betrekking tot het eiwit Apoptin waarvan de Leadd-wetenschappers hadden ontdekt dat deze celdood induceert in menselijke tumorcellen. In ruil voor de toegang tot deze technologie is Schering verplicht betalingen te doen, onder meer bij het behalen van bepaalde klinische mijlpalen. Na het faillissement van Leadd B.V. dagvaardt haar curator Bayer Pharma AG wegens niet-nakoming van de betalingsverplichtingen. Na een integrale afwijzing in eerste aanleg wijst het Hof Den Haag in appel de vordering (gedeeltelijk) toe ten bedrage van EUR 511.291,88 (DM 1.000.0000) plus wettelijke rente. Voor het overige worden de vorderingen van de curator afgewezen vanwege verjaring.

LS&R 1934

Debat onrechtmatigheid en royalty's nog niet voldoende gevoerd

Rechtbank Rotterdam 10 feb 2021, LS&R 1934; ECLI:NL:RBROT:2021:3125 (Hoogleraar tegen Erasmus MC), http://www.lsenr.nl/artikelen/debat-onrechtmatigheid-en-royalty-s-nog-niet-voldoende-gevoerd

Rechtbank Rotterdam 10 februari 2021, IEF 19892, LS&R 1934; ECLI:NL:RBROT:2021:3125 (Hoogleraar tegen Erasmus MC) Vonnis na tussenvonnis [IEF 18455]. Geschil tussen hoogleraar en werkgever/ziekenhuis. Octrooirechten vinding. Potentiële waarde royalty’s. Hoogleraar deed samen met andere wetenschappers onderzoek naar de ontwikkeling van lichaamseigen peptiden tot geneesmiddelen. Zij hebben daarbij verschillende peptiden gevonden die schadelijke fysiologische processen effectief kunnen bedwingen. Erasmus MC heeft voor tenminste drie bevindingen patenten aangevraagd en verkregen. Voor de uitvoering van verder onderzoek is o.a. Biotempt opgericht. Het sluiten van de overeenkomst met Biotempt, inclusief de hoogte van de vergoeding, was op zichzelf niet onrechtmatig jegens eiser. Voor de vraag of Erasmus MC onrechtmatig heeft gehandeld door afstand te doen van de royalty’s gaat het voorts om de te verwachten opbrengsten van de octrooien op het moment van het aangaan van de overeenkomst met Biotempt. Als Erasmus MC onrechtmatig heeft gehandeld jegens eiser, dan is voor de vraag naar de daardoor veroorzaakte schade van belang wat op dit moment te verwachten valt aangaande de opbrengsten van die octrooien. Het debat over deze twee vragen is nog niet voldoende gevoerd. De zaak wordt naar de rol verwezen.

LS&R 1927

HvJ EU: 'passende schadeloosstelling' is autonoom Unierechtelijk begrip

Hof van Justitie EU 12 sep 2019, LS&R 1927; ECLI:EU:C:2019:722 (Bayer tegen Richter), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-passende-schadeloosstelling-is-autonoom-unierechtelijk-begrip

HvJ EU 12 september 2019, IEF 19853, LS&R 1927, ECLI:EU:C:2019:722 (Bayer tegen Richter) Richter vordert van Bayer een vergoeding van de schade die zij stellen te hebben geleden ten gevolge van voorlopige maatregelen die zijn getroffen wegens vermeende inbreuk op een later nietig verklaard octrooi. De Hongaarse rechter heeft naar aanleiding van dit geschil een aantal prejudicële vragen gesteld aan het Hof over het begrip "passende schadeloosstelling". Het Hof oordeelt dat het begrip “passende schadeloosstelling” een autonoom Unierechtelijk begrip vormt dat een uniforme uitlegging moet krijgen. Indien een Unierechtelijke bepaling namelijk niet uitdrukkelijk naar het recht van de lidstaten verwijst, moet deze normaliter in de gehele Europese Unie autonoom en uniform worden uitgelegd. Het is aan de nationale rechterlijke instanties om te beslissen of de eiser moet worden veroordeeld tot betaling aan de verweerder van een schadeloosstelling die “passend” moet zijn, dat wil zeggen gerechtvaardigd in het licht van die omstandigheden.

LS&R 1920

ABRvS: weigering beschermingscertificaat is terecht

Raad van State 10 mrt 2021, LS&R 1920; ECLI:NL:RVS:2021:500 (Gilead Sciences tegen Octrooicentrum Nederland), http://www.lsenr.nl/artikelen/abrvs-weigering-beschermingscertificaat-is-terecht

ABRvS 10 maart 2021, IEF 19823, LS&R 1920, ECLI:NL:RVS:2021:500 (Gilead Sciences tegen Octrooicentrum Nederland) Vervolg op [IEF 18800] en [LS&R 1750]. Octrooicentrum Nederland had een verzoek van Gilead Sciences afgewezen voor een aanvullend beschermingscertificaat ten aanzien van het HIV-geneesmiddel Truvuda. Dit omdat een van de werkzame stoffen in het geneesmiddel weliswaar wel wordt beschermd door het basisoctrooi, maar de combinatie van deze stof met een andere in het geneesmiddel niet. De rechtbank stelde hierbij Octrooicentrum Nederland in het gelijk. Gilead Sciences heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart dit beroep echter ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

LS&R 1916

Octrooihouder zat te lang stil

Rechtbank Den Haag 18 feb 2021, LS&R 1916; ECLI:NL:RBDHA:2021:1256 (Amgen tegen Accord), http://www.lsenr.nl/artikelen/octrooihouder-zat-te-lang-stil

Vzr. Rechtbank Den Haag 18 februari 2021, IEF 19770, LS&R 1916; ECLI:NL:RBDHA:2021:1256 (Amgen tegen Accord) Kort geding. Octrooi-inbreuk met generiek geneesmiddel op EP117. Eiser Amgen is een farmaceutische onderneming en brengt het geneesmiddel Mimpara® op de Europese markt. De werkzame stof van Mimpara® is cinacalcet hydrochloride. Gedaagde Accord ontwikkelt en produceert generieke geneesmiddelen. Het CBG heeft op 18 januari 2017 aan Accord marktvergunningen verleend voor Cinacalcet Accord 30 mg, 60 mg en 90 mg filmomhulde tabletten volgens de decentrale procedure. De werkzame stof van Cinacalcet Accord is, net als bij Mimpara®, cinacalcet hydrochloride. Amgen stelt dat Accord door het aanbieden, in voorraad hebben en verhandelen van Cinacalcet Accord directe dan wel indirecte inbreuk maakt op EP 117. De vorderingen worden afgewezen vanwege gebrek aan spoedeisend belang: de octooihouder heeft te lang stilgezeten. Processtrategische keuzes waardoor ervoor is gekozen om langer te wachten met het aanbrengen van het onderhavige kort geding, komen voor rekening en risico van de octrooihouder.

LS&R 1882

Octrooi vernietigd wegens ongeoorloofde toegevoegde materie

Rechtbank Den Haag 11 nov 2020, LS&R 1882; ECLI:NL:RBDHA:2020:11386 (MSD tegen Wyeth), http://www.lsenr.nl/artikelen/octrooi-vernietigd-wegens-ongeoorloofde-toegevoegde-materie

Rechtbank Den Haag 11 november 2020, IEF 19591, LS&R 1882; ECLI:NL:RBDHA:2020:11386 (MSD tegen Wyeth) Octrooirecht. Zie eerder [IEF 19498]. Partijen zijn beide farmaceutische bedrijven. Wyeth is houdster van het Europees octrooi voor een gesiliconiseerd houdermiddel gevuld met een formulering voor een pneumokokken-vaccin. Wyeth heeft ten opzichte van het octrooi zoals verleend een surfactant toegevoegd aan conclusie 1 en gebruiksconclusies geïntroduceerd. De stelling van MSD dat conclusie 1 volgens de tekst van de hulpverzoeken geen geldigheid kan verschaffen aan het octrooi, slaagt. Er is sprake van ongeoorloofde toegevoegde materie, omdat de vakman de informatie, gebruikmakend van zijn algemene vakkennis, niet rechtstreeks en ondubbelzinnig uit de oorspronkelijke aanvrage kan afleiden. De volgconclusies en hulpverzoeken kunnen het octrooi geen geldigheid verschaffen. De rechtbank vernietigt het Nederlandse deel van het octrooi.

LS&R 1873

Hof acht het pemetrexed-octrooi van Eli Lilly geldig

Hof Den Haag 27 okt 2020, LS&R 1873; ECLI:NL:GHDHA:2020:2052 (Eli Lilly tegen Fresenius), http://www.lsenr.nl/artikelen/hof-acht-het-pemetrexed-octrooi-van-eli-lilly-geldig

Hof Den Haag 27 oktober 2020, IEF 19528, LS&R 1873; ECLI:NL:GHDHA:2020:2052 (Eli Lilly tegen Fresenius) Hoger beroep van de bodemprocedure tussen Lilly en Fresenius over het pemetrexed-octrooi EP 508 waarvan Lilly houdster is. Het octrooi speelt een rol in een combinatietherapie bij de behandeling van bepaalde longkankers. Het vonnis van de rechtbank Den Haag van 19 juni 2019 [IEF 18534] is vernietigd. Het hof heeft het pemetrexed-octrooi van Lilly geldig geacht en Fresenius een permanent inbreukverbod opgelegd.

LS&R 1867

Vorderingen in vrijwaringsincident gedeeltelijk toegewezen

Rechtbank Amsterdam 9 sep 2020, LS&R 1867; ECLI:NL:RBDHA:2020:9215 (VUB en Ablynx tegen QVQ), http://www.lsenr.nl/artikelen/vorderingen-in-vrijwaringsincident-gedeeltelijk-toegewezen

Rechtbank Den Haag 9 september 2020, IEF 19469, LS&R 1867, IEFbe 3128; ECLI:NL:RBDHA:2020:9215 (VUB en Ablynx tegen QVQ) Octrooirecht. Vrijwaringsincident. Zie eerder [IEF 18996]. In de hoofdzaak vorderen de Vrije Universiteit Brussel (hierna: VUB) en Ablynx samengevat dat de rechtbank uitvoerbaar bij voorraad verklaart QVQ te verbieden de aan de octrooihouder voorbehouden handelingen te verrichten en daarnaast voor recht te verklaren dat QVQ in Nederland inbreuk heeft gemaakt op de (zogenoemde) Hamers-octrooien. QVQ vordert in incident voorwaardelijk dat haar wordt toegestaan Ablynx en het Vlaams Instituut voor Biotechnologoie (hierna: VIB) te dagvaarden in vrijwaring ten aanzien van de gepretendeerde vorderingen van de VUB, omdat Ablynx en het VIB de VUB vertegenwoordigen in alle zaken ten aanzien van de Hamers-octrooien voor zover deze niet in licentie zijn gegeven aan Unilever. Aan de voorwaardelijkheid kent de rechtbank geen betekenis toe. Een vrijwaring komt naar zijn aard pas aan de orde in geval van een veroordeling in de hoofdzaak. Het past niet in het systeem van de wet om de eisende partij in vrijwaring op te roepen. De vordering tot oproeping in vrijwaring van Ablynx stuit daarop af. QVQ wordt wel toegestaan het VIB in vrijwaring te doen dagvaarden. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van woensdag 23 september 2020.