LS&R 1662

Behandelingsovereenkomst rechtmatig ondertekend door moeder voor bevallen minderjarige dochter

Rechtbank Rotterdam 7 september 2018, LS&R 1662; ECLI:NL:RBROT:2018:7285 (Maasziekenhuis Pantein tegen gedaagde) Contractrecht. Gedaagde is bevallen van een dochter in het Maasziekenhuis Pantein toen ze minderjarig was. Ze was nog niet verzekerd voor ziektekosten. Gedaagde ontving een brief om de kosten van de bevalling te voldoen. Moeder gedaagde heeft akkoord getekend. De kosten zijn in rekening gebracht bij gedaagde. Gedaagde betwist dat zij contractspartij is, zij stelt dat haar ouders/moeder contractpartij is. Als partijen bij het aangaan van de behandelingsovereenkomst zich niet expliciet erover hebben uitgesproken of de ouders voor zichzelf dan wel in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigers van hun kind, dan wel in beide hoedanigheden tegelijk optraden, dan mag de wederpartij (in dit geval Pantein) ervan uitgaan dat de ouders de overeenkomst als wettelijke vertegenwoordigers van hun kind uitsluitend in naam van het kind sloten. Gedaagde is zelf gehouden tot betaling van de factuur. Vorderingen toegewezen. 

5.2. [gedaagde] was ten tijde van de medische behandeling minderjarig, want zij was 17 jaar. Op grond van artikel 1:234 BW zijn minderjarigen in beginsel onbekwaam tot het verrichten van rechtshandelingen. Dit betekent dat de ouders, als wettelijk vertegenwoordigers, opdracht moeten geven voor het verrichten van rechtshandelingen door minderjarigen, zoals in dit geval het verrichten van een medische behandeling. In artikel 7:447 BW is een uitzondering opgenomen op de onbekwaamheid van minderjarigen als het gaat om een geneeskundige behandelingsovereenkomst (hierna: de behandelingsovereenkomst). Een minderjarige die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt is volgens artikel 7:447 BW bekwaam om een dergelijke overeenkomt ten behoeve van zichzelf aan te gaan.

5.3. Door [gedaagde] is betwist dat zij zelf de behandelovereenkomst ten behoeve van zichzelf is aangegaan en daarmee dus dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 7:447 BW. Ook als hiervan uit wordt gegaan, dan is [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter wel contractspartij bij de overeenkomst. Volgens [gedaagde] is zij door haar ouders naar het ziekenhuis gebracht en is zij daar bevallen van haar dochter. De ouders hebben dus de behandelingsovereenkomst gesloten met Pantein. Dit betekent echter niet dat de ouders ook contractspartij zijn geworden bij de overeenkomst. Volgens vaste rechtspraak is het namelijk zo dat als partijen bij het aangaan van de behandelingsovereenkomst zich niet expliciet erover hebben uitgesproken of de ouders voor zichzelf dan wel in hun hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordigers van hun kind, dan wel in beide hoedanigheden tegelijk optraden, dan mag de wederpartij (in dit geval Pantein) ervan uitgaan dat de ouders de overeenkomst als wettelijke vertegenwoordigers van hun kind uitsluitend in naam van het kind sloten (Hoge Raad, 8 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7041). Niet gebleken is dat in deze zaak afspraken zijn gemaakt over de rol van de ouders van [gedaagde]. Uit de brief van 12 juli 2012 die door de moeder van [gedaagde] is ondertekend voor akkoord blijkt ook niet dat de moeder voor haarzelf optrad. Pantein mocht er daarom van uitgaan dat de ouders van [gedaagde] optraden als wettelijke vertegenwoordigers en dus de behandelingsovereenkomst namens [gedaagde] hebben gesloten. Dit betekent dat [gedaagde] de contractspartij is bij de behandelingsovereenkomst.

5.4. [gedaagde] is derhalve zelf gehouden tot betaling van de factuur van Pantein voor zover die op kosten voor haarzelf ziet ten bedrage van € 3.393,98. Dat haar ouders ten onrechte geen ziektekostenverzekering voor haar hadden afgesloten en op grond van artikel 1:247 BW verantwoordelijk zijn voor de verzorging van [gedaagde] maakt het voorgaande niet anders. Als [gedaagde] haar ouders aansprakelijk wil houden voor de kosten, dan zal zij daartoe zelf stappen moeten ondernemen. In deze zaak speelt alleen de rechtsverhouding tussen Pantein en [gedaagde]. Met de ouders van [gedaagde] heeft Pantein niets te maken, omdat [gedaagde] de contractspartij is en niet haar ouders.