LS&R 1923

Claims Novartis ook in beroep in strijd geacht met Gedragscode

CGR 1 maart 2021, IEF 19832, RB 3495, LS&R 1923, B20.006/B20.03 (Novartis tegen Bayer) [Vervolg op IEF 19593, RB 3460, LS&R 1883]. Beroepszaak van Novartis tegen de beslissing van de Codecommissie waarmee een advertentie van Novartis voor haar geneesmiddel Beovu in strijd werd geacht met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. De Commissie van Beroep is van oordeel dat de Codecommissie hierin geen onjuiste kijk op de zaak heeft gehad. De claims die Novartis in haar advertentie maakt zijn onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd.

3.6  Op grond van het bovenstaande is de Commissie van Beroep van oordeel dat de Codecommissie in haar overwegingen 6.8 tot en met 6.11 het standpunt van Novartis niet onjuist heeft weergegeven en dat van een onbegrijpelijk en/of innerlijke tegenstrijdig oordeel evenmin kan worden gesproken. Voornoemde rechtsoverwegingen van de Codecommissie B20.03 Novartis/Bayer 5 dienen in onderling verband te worden gelezen. Hieruit volgt dat de Codecommissie terecht heeft geoordeeld dat voornoemde claims in strijd zijn met de Gedragscode. Grieven A, B en C worden daarom verworpen.

3.7  De Commissie van Beroep is verder van oordeel dat de gemiddelde beroepsbeoefenaar de claim “VOCHT ONDER CONTROLE, ZIEKTE ONDER CONTROLE” gelet op het totaalbeeld van de advertentie in die zin zal opvatten dat de ziekte, dit is de visusverslechtering die zich voordoet bij patiënten met nMLD, onder controle kan worden gebracht met Beovu® door het retinaal vocht onder controle te houden en dat daardoor de visus van de patiënt kan worden behouden of verbeterd. Deze claim wordt niet wetenschappelijk onderbouwd door de studies van HAWK en HARRIER studies of de SmPC van Beovu®. Weliswaar is niet in geschil dat er een relatie bestaat tussen vochtreductie en visus, maar dat ligt niet ter beoordeling voor aan de Commissie van Beroep in deze procedure. In de rechtsoverwegingen 6.5, 6.16 en 6.19 heeft de Codecommissie terecht geoordeeld dat de claim “VOCHT ONDER CONTROLE, ZIEKTE ONDER CONTROLE” niet voldoende wetenschappelijk wordt onderbouwd en misleidend is. Van een innerlijk tegenstrijdig oordeel van de Codecommissie is geen sprake. De grieven D en E worden verworpen.

3.8  Omdat de Commissie van Beroep zich kan verenigen met het oordeel van de Codecommissie en de gronden waarop dat berust, behoeven de grieven F, G en H geen nadere inhoudelijke behandeling; deze worden eveneens verworpen.