LS&R 1883

Klacht van Bayer over reclame-uitingen gegrond

CGR 19 november 2020, IEF 19593, RB 3460, LS&R 1883; K20.006 (Bayer tegen Novartis) Bayer en Novartis zijn ondernemingen die zich bezig houden met de productie, verhandeling en distributie van geneesmiddelen. Novartis brengt in Nederland het UR-geneesmiddel Beovu® (werkzame stof: brolucizumab) op de markt. Bayer heeft een klacht ingediend over verschillende reclame-uitingen van Novartis voor haar geneesmiddel Beovu. De CGR heeft de klacht van Bayer toegewezen en de claims van Novartis verboden onder meer vanwege het ontbreken van wetenschappelijke onderbouwing. Een beroepsbeoefenaar kan op het verkeerde been worden gezet.

6.19 Met deze claim suggereert Novartis naar het oordeel van de Codecommissie dat met Beovu de aanwezigheid van retinaal vocht kan worden verminderd en dat daarmee de ziekte, die zich voor de patiënt uit in aantasting van de visus, onder controle kan worden gebracht. Aan Novartis kan worden toegegeven dat zij niet met zoveel woorden claimt dat er een direct verband is tussen de vermindering van vocht en behoud of verbetering van de visus van nLMD patiënten, maar naar het oordeel van de Codecommissie wordt wel geclaimd dat minder vocht leidt tot controle van de ziekte. Daarbij neemt de Codecommissie in aanmerking dat het voor de patiënt en dus ook voor de beroepsbeoefenaar gaat om de behandeling van de verslechtering van de visus als gevolg van nLMD. Visusmeting dient blijkens de voormelde richtlijn, zowel bij diagnosestelling als bij follow-up bezoek, dan ook altijd plaats te vinden (o.a. pag. 22 en pag. 49). De behandeling met een VEGF-remmer heeft uiteindelijk ten doel te proberen de kwaliteit van de visus te behouden of te verbeteren. Vermindering van retinaal vocht is een middel om te proberen dat doel te bereiken, maar is, zoals reeds overwogen, geen doel op zich. In dat licht kan de claim “VOCHT ONDER CONTROLE – ZIEKTE ONDER CONTROLE” door de beroepsbeoefenaar worden opgevat als een claim, dat door het retinaal vocht, met Beovu, onder controle te houden, een beter resultaat kan worden behaald voor de visus van de patiënt. Voor een dergelijke claim bestaat echter geen wetenschappelijke onderbouwing. Noch uit de SmPC, noch uit de registratiestudie, zijnde de HAWK en HARRIER studies, waarop de SmPC is gebaseerd, blijkt een dergelijk verband. De claim is naar het oordeel van de Codecommissie dus ook in dit opzicht misleidend. De beroepsbeoefenaar kan op het verkeerde been worden gezet.

6.20 Novartis heeft ter zitting aangeboden dat zij bereid zou zijn om de verwijzing naar de HAWK en HARRIER studies eventueel geheel achterwege te laten. Die verwijzing is volgens haar helemaal niet bedoeld om enige wetenschappelijke onderbouwing te suggereren voor claims zoals Bayer die kennelijk opvat. Als de verwijzing naar deze studies zou bijdragen aan het “inkleuren” van de uiting en aan het wekken van de suggesties die Bayer erin leest, kan de verwijzing wat Novartis betreft ook achterwege blijven.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt echter dat naar het oordeel van de Codecommissie het achterwege laten van die verwijzing aan het misleidende karakter van de claims niet zou afdoen, aangezien daarmee de misleidende suggestie niet wordt weggenomen.