LS&R 1738

Gerede kans niet inventief octrooi in beroep

Rechtbank Den Haag 17 september 2019, IEF 18693, LS&R 1738; ECLI:NL:RBDHA:2019:9764 (Bayer tegen Ceva) Octrooirecht. Bayer maakt onderdeel uit van het internationale Duitse concern Bayer AG, dat onder meer gericht is op onderzoek naar en ontwikkeling van farmaceutische producten en diergeneesmiddelen. Ceva maakt onderdeel uit van de Ceva groep, een Frans farmaceutisch concern dat is gespecialiseerd in onder meer de ontwikkeling van medicijnen. Bayer is houdster van het EP 496 octrooi dat ziet op een samenstelling bestaande uit triazinonen en ijzer(III)-complexverbindingen voor het gelijktijdig behandelen van ijzertekorten en coccidia-infecties bij dieren. Ceva gebruikt een soortgelijke samenstelling. Ceva komt met het voornemen Forceris in september op de Nederlandse markt te brengen, waardoor zij volgens Bayer inbreuk dreigt te maken op EP 496. Onder andere Forceris en de ijzer-verbindingen zouden aan alle kenmerken van conclusie 1 voldoen. Bayer vordert een verbod inbreuk te maken op EP 496 in Nederland. De inventiviteit is in geding. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.

Inventiviteit
5.12. Tussen partijen is discussie over de vraag of een formulering volgens het octrooi net zo effectief is voor de behandeling van anemie als de behandeling volgens de dichtstbijzijnde stand van de techniek.

5.15. De vakman wordt door de Folder op het spoor gezet van gelijktijdige toediening van de stoffen toltrazuril en ijzerdextraan. Niet alleen wordt daarin geopenbaard dat ijzerdextraan en toltrazuril gelijktijdig kunnen worden toegediend met behoud van effectiviteit, maar daaraan worden ook “grote voordelen” toegeschreven.

5.23. […] valt naar voorlopig oordeel wel wat af te dingen op de beoordeling onder 6.4.1. van de OD (vergelijk wederom onder 2.8). Bij een analyse volgens de PSA zullen ook andere, zo men wil meer experimentele, publicaties dan handboeken op het betreffende vakgebied betrokken moeten worden, zolang de inhoud daarvan voor de vakman plausibel is. De vakman die zich gesteld ziet voor het geformuleerde probleem, zal daarbij immers niet enkel te rade gaan bij zijn algemene vakkennis zoals verwoord in de handboeken, maar ook andere publicaties raadplegen. In dit geval zullen dat publicaties zijn die gaan over toedieningsvormen en de daarbij behorende doseringsregimes van toltrazuril en ijzerdextraan. Om die reden meent de voorzieningenrechter dat de TKB niet op voorhand voorbij zal gaan aan Ueda en Gutzwiller, maar die bij een inhoudelijk beoordeling volgens de PSA zal betrekken.

5.24. Gezien de voorgaande overwegingen en het hiervoor in r.o. 5.15 gegeven voorlopig oordeel over inventiviteit, moet worden aangenomen dat er een gerede, dat wil zeggen een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat EP 496 bij de TKB in beroep zal worden herroepen of (voor het Nederlandse deel) in een bodemprocedure nietig wordt verklaard, zodat de vorderingen van Bayer c.s. voor afwijzing gereed liggen.