LS&R 2077

Hof oordeelt dat website toch niet aansprakelijk is voor plaatsen recensie

Hof Arnhem-Leeuwarden 14 juni 2022, IEF 20784, IT 3968, LS&R 2077; ECLI:NL:GHARL:2022:4856 (ZorgkaartNederland tegen Geïntimeerde) Zie [IT 2913]. ZorgkaartNederland heeft een website waarop gebruikers recensies kunnen achterlaten over medische behandelaars, waaronder over geïntimeerde. Geïntimeerde is een medisch specialist die een waardering heeft ontvangen op de website van ZorgkaartNederland, waarna geïntimeerde heeft verzocht deze waardering te laten verwijderen. De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat ZorgkaartNederland onrechtmatig heeft gehandeld jegens geïntimeerde door het plaatsen en het geplaatst houden van de waardering, waardoor ZorgkaartNederland de schade die geïntimeerde heeft geleden moest vergoeden. Het hof oordeelt daarentegen dat ZorgkaartNederland niet aansprakelijk is voor het plaatsen van de waardering zelf, maar louter voor het geplaatst houden ervan. Overige vorderingen betreffende het verstrekken van de gegevens van de inzender worden afgewezen.

6.22 [geïntimeerde] heeft verder bezwaar tegen de bewoordingen en de (volgens haar onterechte) beschuldigingen die in de waardering staan. Voorop moet worden gesteld dat een patiënt de vrijheid heeft om ervaringen met een bepaalde zorgverlener op internet te delen, ook als dit negatieve ervaringen zijn. Uit de context en de bewoordingen zelf volgt duidelijk dat de inzender van de waardering een eigen ervaring beschrijft en toelicht hoe dit is beleefd. Het hof volgt [geïntimeerde] niet in haar standpunt dat hierbij sprake is van onnodig grievende, lasterlijke of anderszins schadelijke uitlatingen. In de gegeven omstandigheden bestaat onvoldoende basis om de waardering vanwege de gekozen bewoordingen onrechtmatig te achten. Waardeoordelen als “een vreselijke dokter”, “beslissingen niet aan patiënt overlaat”, “beledigend”, “buiten het boekje gegaan omtrent haar eigen mening” en “totaal geen respect gehad voor onze mening en beslissing” zijn in deze context niet onrechtmatig.

6.23 Anders oordeelt het hof over de uitlating dat [geïntimeerde] “onjuiste zorg oftewel geen zorg” heeft verleend. Dit betreft een feitelijke beschuldiging aan het adres van [geïntimeerde] die de kern van haar professie en haar reputatie raakt. Een dergelijke uitlating moet als onrechtmatig worden aangemerkt omdat niet is gebleken dat deze een deugdelijke feitelijke grondslag heeft. Juist is de stelling van ZorgkaartNederland dat de uitlating plaats vond in het kader van het maatschappelijk belang en dat [geïntimeerde] in haar professionele hoedanigheid als arts niet gevrijwaard is van in het openbaar geuite kritiek op haar zorgverlening, maar [geïntimeerde] verdient - mede gezien de beperkte mogelijkheid om zich tegen een anonieme geuite waardering te verweren - wel bescherming tegen ongefundeerde beschuldigingen, in die zin dat openbare beschuldigingen die de kern van haar professie raken, niet lichtvaardig mogen worden gedaan. Daarom dient een dergelijk openlijk geuite ernstige beschuldiging met voldoende concrete feiten onderbouwd te worden. Bij gebrek daarvan lag het op de weg van ZorgkaartNederland de inzender te verzoeken om aanpassing van de waardering of over te gaan tot verwijdering daarvan. ZorgkaartNederland heeft dat ten onrechte nagelaten en de waardering tot 1 oktober 2018 op haar website te laten staan.

6.39 De hiervoor beschreven belangen afwegend komt het hof tot het oordeel dat het belang van [geïntimeerde] niet zwaarder weegt dan de andere betrokken belangen van ZorgkaartNederland en de inzender. Dit betekent dat het hof de vordering tot afgifte van de identiteitsgegevens van de inzender net als de rechtbank niet zal toewijzen.