LS&R 1357

Homeopathie en misleidende reclame

homeopathieschipper

Vz. RCC 20 juli 2016, RB 2751; Dossiernr: 2016/00371 (Homeopathische behandeling)  Toewijzing. Klacht: Het betreft de volgende (mededelingen op) subpagina’s van de website www.homeopathieschipper.nl: 1. “Kinkhoest en kinkhoestachtige klachten zijn homeopathisch vaak goed te behandelen. Het genezingsproces bij kinkhoest wordt door het homeopathisch middel versneld door het stimuleren van het afweersysteem van het kind. Bij elk kind en type hoest kan weer een ander middel passen. Homeopathie is het gelijkende met het gelijkende genezen. Door een passend middel te geven wordt het immuunsysteem van het kind extra geprikkeld en geneest het kind veel sneller. Een ander voordeel is dat het kind na de kinkhoest minder vatbaar blijft. Normaal blijven kinderen na een kinkhoest-episode maanden tot een jaar vatbaarder voor allerlei virussen en bacteriën.” Er is geen bewijs dat kinkhoest 'vaak goed homeopathisch te behandelen is', noch dat het genezingsproces door een homeopathisch middel versneld wordt. Het is verder onjuist dat een kind na een homeopathische behandeling of toediening van een homeopathisch middel minder vatbaar zou zijn voor virussen en bacteriën. In de klacht wordt ook aandacht besteed aan andere homeopathische behandelingen, waaronder de ziekte van Lyme en de ziekte van Pfeiffer.

Oordeel van de voorzitter:

Nu klager gemotiveerd de juistheid of de eerlijkheid van de hiervoor bedoelde uitingen heeft betwist, ligt het op de weg van adverteerder om voldoende aannemelijk te maken dat haar behandelingen tot de genoemde resultaten (kunnen) leiden. Adverteerder heeft dit nagelaten. Zij heeft volstaan met te verwijzen naar het feit dat haar website is aangepast en in het algemeen te stellen dat er veel wetenschappelijke artikelen beschikbaar zijn waarin de effectiviteit van homeopathie bij veel aandoeningen wordt bewezen boven dat van een placebo. Dit verweer is onvoldoende specifiek. Anders dan adverteerder stelt, kan de wijziging van de uiting verder niet tot het oordeel leiden dat de klacht niet meer “relevant” is. Klager heeft de klacht immers gehandhaafd en bovendien gesteld dat de wijziging ontoereikend is. Ook heeft hij erop gewezen dat adverteerder niet heeft meegedeeld dat de oorspronkelijke uiting onjuist is. De voorzitter oordeelt niet over de gewijzigde tekst en kan daarmee, mede gelet op de door partijen gevoerde discussie, verder geen rekening houden.

Voor reclame voor een geneesmiddel is vereist dat hiervoor een handelsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 84 lid 1 Geneesmiddelenwet. Niet gesteld of gebleken is dat voor de pollenkuur en het in uiting 6 bedoelde middel een handelsvergunning is verleend. Om die reden zijn uitingen 3 en 6 in strijd met het verbod van artikel 84 lid 1 Geneesmidde-lenwet en daardoor in strijd met artikel 2 NRC. Tevens zijn uitingen 3 en 6 daardoor in strijd met artikel 4 Code Publieksreclame voor Geneesmiddelen (CPG) 2015. Het feit dat deze uitingen in strijd met de wet zijn, impliceert dat niet wordt toegekomen aan beantwoording van de vraag of de aangeprezen middelen werkzaam kan zijn.

De beslissing van de voorzitter. Op grond van hetgeen onder 1) tot en 4) is vermeld, acht de voorzitter de uitingen 1, 2, 4, 5, 7, 8, 9 en 10 in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. De voorzitter acht op grond van hetgeen onder 5) en 6) is vermeld de uitingen 3 en 6 in strijd met artikel 2 NRC en met artikel 4 CPG 2015. De voorzitter beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

Regeling:
NRC art. 2 (wet)
NRC art. 8.2 aanhef
NRC art. 8.2 onder b.
NRC art. 7
CPG 2012 art. 4b