LS&R 1814

HR: geen aanleiding tot toekenning van een proceskostenveroordeling

HR 1 mei 2020, IEF 19179, LS&R 1814; ECLI:NL:HR:2020:830 (Heraeus tegen Biomet) Twee producenten van botcement hadden een geschil over onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen, [LS&R 1779]. Biomet c.s. vorderen veroordeling van Heraeus in de proceskosten, te begroten op de voet van art. 1019ie Rv, tot een bedrag van € 19.980,50. Heraeus verzet zich tegen toepassing van art. 1019ie Rv.
Art. 1019ie Rv  geeft de rechter de bevoegdheid geen proceskostenveroordeling uit te spreken, maar het artikel verplicht hem niet daartoe. Daarom kan in het midden blijven of het artikel van toepassing is op een vordering of verzoek op grond van artikel 843a Rv van een partij die haar wederpartij beticht van het schenden van bedrijfsgeheimen. Er is geen aanleiding tot toekenning proceskostenveroordeling op grond van dit artikel.

3.1 Biomet c.s. vorderen veroordeling van Heraeus in de proceskosten, te begroten op de voet van
art. 1019ie Rv, tot een bedrag van € 19.980,50. Heraeus verzet zich tegen toepassing van
art. 1019ie Rv.

3.2.1 Art. 1019ie Rv is ingevoerd bij de Wet bescherming bedrijfsgeheimen (Wbb).1 Het voorschrift
verleent de rechter de bevoegdheid een proceskostenveroordeling uit te spreken als daarin
bedoeld, maar verplicht hem daartoe niet.

3.2.2 In het midden kan blijven of art. 1019ie Rv, in werking getreden op 23 oktober 2018,2 van
toepassing is op de onderhavige, nadien aangevangen cassatieprocedure en of het zich
uitstrekt tot een vordering of verzoek op de voet van art. 843a Rv van een partij die haar
wederpartij beticht van het schenden van bedrijfsgeheimen, nu de Hoge Raad, ook indien dat
alles het geval is, in deze zaak geen aanleiding ziet tot toekenning van een proceskostenveroordeling
als in art. 1019ie Rv bedoeld.