12 jan 2026
Kopieer citeerwijze ||
eisers tegen de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Minister moet inzage afdwingen in gebruik gewasbeschermingsmiddelen
Rb. Noord-Nederland 12 januari 2026, LS&R 2341; ECLI:NL:RBNNE:2026:129 (eisers tegen de minister). De Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ten onrechte heeft geweigerd om informatie te verstrekken uit het register van een professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen. Omwonenden hadden op grond van artikel 67 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 verzocht om inzage in gegevens over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (zoals middel, tijdstip, dosis, perceel en gewas) in de jaren 2019–2021. De minister wees dit verzoek af met een beroep op de Wet open overheid (Woo), omdat de informatie niet bij de overheid berustte en daar ook niet had behoren te berusten. De rechtbank volgt dit niet. Zij stelt vast dat artikel 67 van de Verordening de minister aanwijst als bevoegde autoriteit en een zelfstandige, rechtstreeks toepasselijke grondslag bevat om professionele gebruikers te verzoeken relevante registerinformatie beschikbaar te stellen wanneer derden daarom vragen. De Woo biedt hiervoor geen toereikend kader, omdat zij het inzagerecht uit de Verordening feitelijk illusoir maakt.
Volgens de rechtbank gaat het om milieu-informatie over emissies, die in beginsel niet mag worden geweigerd. De Verordening beoogt juist transparantie en bescherming van mens, dier en milieu, onder meer door traceerbaarheid van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. Dat er geen concrete aanleiding was voor toezicht of handhaving doet niet af aan de bevoegdheid én verplichting van de minister om de informatie op te vragen en te verstrekken. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd. De minister moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak. Daarnaast kent de rechtbank aan beide eisers een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase en veroordeelt zij de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
13. Naar het oordeel van de rechtbank houdt de Verordening, anders dan de minister stelt, niet in dat de bevoegdheid van de bevoegde autoriteit om de professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen te verzoeken om informatie uit diens register ter beschikking te stellen enkel is gegeven ten behoeve van het uitoefenen van controle van overheidswege op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen; zij regelt ook niet dat derde partijen enkel -succesvol- kunnen verzoeken om toegang tot informatie uit de registers die ten behoeve van het uitoefenen van controle op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen reeds beschikbaar is gesteld aan een bevoegde autoriteit of andere overheidsorganen. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende.
13.1.
De algemene doelstelling van de Verordening betreft onder meer het waarborgen van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mensen en dieren.13 Over het doel van de registers over gewasbeschermingsmiddelen bepaalt overweging 44 van de Verordening meer in het bijzonder dat deze zijn ingesteld om het niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te verhogen door de traceerbaarheid van mogelijke blootstellingen te verzekeren, doeltreffendheid van het toezicht en de controle te verbeteren en de kosten van de bewaking van de waterkwaliteit te beperken. Daarbij volgt uit overweging 35 van de Verordening dat om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te waarborgen van belang is dat gewasbeschermingsmiddelen op de juiste wijze en met inachtneming van de bepalingen uit de Verordening worden ingezet.
13.2.
Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat is beoogd met artikel 67, eerste lid, van de Verordening te voorzien in een algemene toegang tot informatie uit de registers van gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen voor ten minste de in dit artikel genoemde derde partijen; ook wordt daarmee voorzien in de bevoegdheid van de bevoegde autoriteit om aan een professionele gebruiker te verzoeken om die informatie beschikbaar te stellen indien een verzoek om toegang tot die informatie is gedaan door ten minste een derde partij. Het verhogen van de gezondheid van mens, dier en milieu door middel van onder meer de traceerbaarheid van blootstellingen aan gewasbeschermingsmiddelen te verzekeren en de doeltreffendheid van het toezicht en controle te verbeteren is gebaat bij een toegang tot de informatie in de registers van onder meer professionele gebruikers. Die moet dan meer omvatten dan enkel de gevallen waarin concrete aanleiding bestaat om van overheidswege toezichtbevoegdheden aan te wenden om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en mogelijk in dat verband begane overtredingen te onderzoeken. Daarbij is van belang dat uit de Verordening niet expliciet blijkt dat de controlerende functie van de toegang tot de registers is voorbehouden aan controle van overheidswege. Dat artikel 67, eerste lid, van de Verordening is ondergebracht in hoofdstuk VIII met de titel “controles”, betekent daarom dat de bevoegdheid van de bevoegde autoriteit om een verzoek te doen om informatie uit de registers is bedoeld om derde partijen toegang te geven tot informatie in de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. Derde partijen, zoals omwonenden van percelen waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, worden met de verstrekking van informatie uit de registers in staat gesteld te controleren in hoeverre gewasbeschermingsmiddelen zijn ingezet in hun fysieke leefomgeving; dit stelt hen in staat tot het maken van gezondheidsoverwegingen.
13.3.
Dat, zoals de minister stelt, geen concrete aanleiding bestaat om toezichtbevoegdheden aan te wenden ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door de professionele gebruiker op wiens register het verzoek van eisers ziet, doet daarom niet af aan het bestaan van de bevoegdheid van de minister om de professionele gebruiker te verzoeken om informatie uit dat register over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar te stellen aan de minister.