Besmetting met tulpengalmijt bewijst ondeugdelijke bespuiting niet
Hof Arnhem-Leeuwarden 14 juli 2026, LS&R 2465; ECLI:NL:GHARL:2026:4550 ([appellant] tegen [geïntimeerden]). In deze zaak tussen [appellant] en [geïntimeerden] staat de vraag centraal of [geïntimeerden] zijn tekortgeschoten in de nakoming van een contractteeltovereenkomst doordat zij tulpenbollen niet of niet deugdelijk zouden hebben bespoten met een gewasbeschermingsmiddel dat Spirotetramat bevat. De tulpenbollen van het ras Yellow Flight waren na de teelt besmet geraakt met tulpengalmijt. [appellant] stelde dat dit het gevolg was van een ondeugdelijke gewasbescherming en vorderde onder meer terugbetaling van teeltkosten en vergoeding van de schade. Volgens het hof rustte op [appellant] op grond van artikel 150 Rv de bewijslast van haar stelling dat [geïntimeerden] niet of niet deugdelijk tegen tulpengalmijt hadden gespoten. Dat in onderzochte tulpenbollen geen Spirotetramat boven de detectiegrens was aangetroffen, was onvoldoende om de bewijslast om te keren. Ook het feit dat [appellant] daarmee bewijs van een negatief feit moest leveren, maakte dit niet anders.