Gepubliceerd op dinsdag 9 juni 2026
LS&R 2395
Rechtbank Den Haag ||
22 apr 2026
Rechtbank Den Haag 22 apr 2026, LS&R 2395; ECLI:NL:RBDHA:2026:10688 (Novacura c.s. tegen VGZ), https://www.lsenr.nl/artikelen/onrechtmatige-frauderegistratie-door-zorgverzekeraar-onvoldoende-grond-voor-opname-in-ir-en-evr

Onrechtmatige frauderegistratie door zorgverzekeraar: onvoldoende grond voor opname in IR en EVR

Rb. Den Haag 22 april 2026, LS&R 2395; ECLI:NL:RBDHA:2026:10688 (Novacura c.s. tegen VGZ). De Rechtbank Den Haag oordeelt dat VGZ de persoonsgegevens van zorgaanbieder Novacura en haar bestuurder ten onrechte heeft opgenomen in het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister wegens vermeende zorgfraude. VGZ had haar fraudeverwijt gebaseerd op verschillen tussen urenregistraties en dagrapportages, verklaringen van verzekerden en volgens VGZ misleidende uitlatingen van de bestuurder over contacten met onder meer Zilveren Kruis en de IGJ. De rechtbank stelt voorop dat verwerking van persoonsgegevens in deze registers alleen rechtmatig is als wordt voldaan aan de AVG, in het bijzonder artikel 6 lid 1 onder f en artikel 17 lid 1 onder d AVG, en aan het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen. Voor EVR-registratie moet in voldoende mate vaststaan dat de betrokkene betrokken is bij gedragingen die een bedreiging vormen voor de financiële belangen of integriteit van de financiële sector; bij strafrechtelijke persoonsgegevens is méér vereist dan een redelijk vermoeden van schuld. Voor IR-registratie moet sprake zijn van een incident in de zin van het Protocol.

Volgens de rechtbank heeft VGZ onvoldoende onderbouwd dat Novacura niet-geleverde zorg of niet-vergoedbare zorg heeft gedeclareerd. De discrepantie tussen urenstaten en dagrapportages bewijst dat niet, omdat Novacura declareerde volgens het systeem “zorgplan = planning = realisatie, tenzij” en uit zorgplannen, indicaties en door verzekerden ondertekende urenstaten voldoende bleek wie, wanneer en welke zorg had verleend. Ook de verklaringen van verzekerden waren, mede gelet op hun onduidelijkheid, wisselende inhoud en de kwetsbare positie van sommige verzekerden, onvoldoende om fraude, valsheid in geschrift, oplichting of een incident aan te nemen. De gestelde misleidende uitlatingen van de bestuurder zeggen bovendien op zichzelf niets over de vraag of Novacura valse declaraties heeft ingediend. Daarom ontbrak een rechtmatige grondslag voor opname in het IR en EVR en moest VGZ de gegevens verwijderen en verwijderd houden. Ook moest VGZ de fraudemelding aan de NZa intrekken. De gevorderde dwangsom werd afgewezen, maar VGZ werd wel veroordeeld in de proceskosten van € 2.862.

Resumerend

4.43.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de door VGZ aangevoerde feiten en omstandigheden, zowel ieder afzonderlijk als in onderlinge samenhang beschouwd, van onvoldoende gewicht zijn om redelijkerwijs de zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit te rechtvaardigen die nodig is voor opname is het EVR, terwijl evenmin voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is geweest van een incident als bedoeld in artikel 2 Protocol dat vastlegging in het IR rechtvaardigt. Naar het oordeel van de rechtbank is duidelijk geworden dat er voor VGZ weliswaar aanleiding bestond om onderzoek naar de declaraties van Novacura te doen, maar is VGZ er vervolgens niet in geslaagd voldoende aannemelijk te maken dat sprake is van als strafbaar feit of incident te kwalificeren handelen van Novacura c.s. Dit betekent dat er geen rechtmatige grond bestond voor opname van de persoonsgegevens van Novacura c.s. in het EVR en het IR.

Fraudemelding

4.44.

Uit dit oordeel volgt dat de fraudemelding aan de NZa moet worden ingetrokken, nu ook daarvoor geen grond bestond.

Conclusie

4.45.

De verzoeken van Novacura c.s. zullen daarom worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing. De verzochte dwangsom zal echter worden afgewezen. Novacura c.s. heeft geen omstandigheden gesteld waaruit blijkt van de noodzaak tot het opleggen van een dwangsom aan VGZ als prikkel om te voldoen aan de veroordeling. De rechtbank gaat er vooralsnog dan ook vanuit dat VGZ vrijwillig aan de veroordelingen tot verwijdering van de registraties en intrekking van de fraudemelding bij NZa zal voldoen.