Onrechtmatige frauderegistratie door zorgverzekeraar: onvoldoende grond voor opname in IR en EVR
Rb. Den Haag 22 april 2026, LS&R 2395; ECLI:NL:RBDHA:2026:10688 (Novacura c.s. tegen VGZ). De Rechtbank Den Haag oordeelt dat VGZ de persoonsgegevens van zorgaanbieder Novacura en haar bestuurder ten onrechte heeft opgenomen in het Incidentenregister en het Extern Verwijzingsregister wegens vermeende zorgfraude. VGZ had haar fraudeverwijt gebaseerd op verschillen tussen urenregistraties en dagrapportages, verklaringen van verzekerden en volgens VGZ misleidende uitlatingen van de bestuurder over contacten met onder meer Zilveren Kruis en de IGJ. De rechtbank stelt voorop dat verwerking van persoonsgegevens in deze registers alleen rechtmatig is als wordt voldaan aan de AVG, in het bijzonder artikel 6 lid 1 onder f en artikel 17 lid 1 onder d AVG, en aan het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen. Voor EVR-registratie moet in voldoende mate vaststaan dat de betrokkene betrokken is bij gedragingen die een bedreiging vormen voor de financiële belangen of integriteit van de financiële sector; bij strafrechtelijke persoonsgegevens is méér vereist dan een redelijk vermoeden van schuld. Voor IR-registratie moet sprake zijn van een incident in de zin van het Protocol.