LS&R 1970

Onvoldoende bewijs voor rationele farmacotherapie

Rechtbank Gelderland 30 juni 2021, LS&R 1970; ECLI:NL:RBGEL:2021:3407 (Eiser tegen VGZ) Eiser heeft een zorgverzekering afgesloten bij VGZ. Eiser heeft al lange tijd huidproblemen en heeft daartoe met succes Betamethason crème met zwavel gebruikt. Deze crème is een niet-geregistreerd geneesmiddel dat door een apotheker werd bereid. VGZ vergoedde tot 1 maart 2015 de kosten hiervan. Eiser is hierna overgestapt op een andere crème zonder zwavel, maar dit middel werkt voor eiser niet. Geruime tijd later is aan eiser toegezegd dat er een uitzondering voor hem wordt gemaakt en dat de crème met zwavel vergoed zal worden. Eiser vordert in deze zaak de medische kosten die hij gemaakt heeft in de periode dat de crème met zwavel niet voor vergoeding in aanmerking kwam. Hij voert hiertoe aan dat gedurende deze tijd het middel kon worden aangemerkt als rationele farmacotherapie. De rechter gaat hier niet in mee, onder andere vanwege het feit dat uit brieven van de dermatoloog van eiser blijkt dat er geen overtuigend wetenschappelijk bewijs is voor de werking van het middel, maar dat het middel voor eiser wel werkt. Zodoende viel het middel niet onder de dekking van de zorgverzekering en is VGZ niet gehouden om de destijds gemaakte kosten te vergoeden. 

4.6. Uit deze verzoeken volgt echter niet dat sprake is van rationele farmacotherapie. Integendeel, [naam dermatoloog 2] geeft juist aan dat er géén overtuigend wetenschappelijk bewijs is voor de werking van Betamethason crème met zwavel. Daar komt bij dat de apothekers – aan wie VGZ het kennelijk in eerste instantie over laat om te beoordelen of sprake is van rationele farmacotherapie – te [plaatsnaam] en [plaatsnaam] , waar [eiser] de Betamethason crème met zwavel bestelde, in de periode van 1 maart 2015 tot 16 oktober 2018 de crème niet hebben vergoed. Ook daarna (dus na de toezegging van VGZ dat de crème weer vergoed zou worden) had [eiser] problemen met de vergoeding van de crème bij die apothekers. Pas na tussenkomst van VGZ is de crème door de apothekers uiteindelijk weer aan [eiser] geleverd zonder dat hij hiervoor moest betalen.

[eiser] heeft geen (andere) stukken (wetenschappelijke literatuur of anderszins) overgelegd, waaruit volgt dat Betamethason crème met zwavel in de hier relevante periode van 1 maart 2015 tot 16 oktober 2018 als rationale farmacotherapie kan worden aangemerkt. De enkele omstandigheid dat VGZ de Betamethason crème met zwavel met ingang van 16 oktober 2018 (om haar moverende redenen, naar eigen zeggen onverplicht) weer vergoedt is daarvan onvoldoende onderbouwing en maakt het voorgaande niet anders.

Geconcludeerd kan dan ook worden dat [eiser] zijn stelling dat Betamethason crème met zwavel in de periode van 1 maart 2015 tot 16 oktober 2018 als rationale farmacotherapie kan worden aangemerkt, onvoldoende heeft onderbouwd. Aan nadere bewijslevering wordt dan ook niet toegekomen. Uit hetgeen is overwogen in rov. 4.3. volgt dan dat de crème niet onder de dekking van de zorgverzekering viel, dat VGZ dus niet op die grond tot vergoeding van de crème gehouden was en dat van een tekortkoming geen sprake is.