Gepubliceerd op dinsdag 2 december 2014
LS&R 1036
De weergave van dit artikel is misschien niet optimaal, omdat deze is overgenomen uit onze oudere databank.

Overzicht Tuchtrecht april-november 2014

De redactie beperkt zich tot enkel de gewezen tuchtrecht uitspraken waarin een klacht wordt toegewezen en is voornemens dit onregelmatig te publiceren. De redactie staat open voor uw suggesties voor afwijkingen: redactie@lsenr.nl.

ECLI:NL:TGZRZWO:2014:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 028/2014
Klacht tegen bedrijfsarts. Gegrond ter zake van het arbeidsgeschikt verklaren van klager. Ongegrond ter zake van het niet hebben van een klachtregeling. Twijfels over de juistheid van het standpunt van de KNMG en de NVAB met betrekking tot de vraag of de WKCZ van toepassing is op een bedrijfs/verzekeringsarts. Waarschuwing en publicatie.

ECLI:NL:TGZREIN:2014:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 14100
Klacht tegen tandarts over onjuist/onvoldoende informeren en techniekfout bij aanbrengen implantaat.Verweerder niet op de hoogte van door behandelend tandarts verricht onderzoek. Verweerder heeft klaagster onvoldoende geïnformeerd. Geen behandelplan. Niet op patiëntenkaart vermeld wanneer welke verrichtingen zijn uitgevoerd. Gegrond. Uit de overgelegde foto’s kan niet worden afgeleid dat het implantaat onjuist is geplaatst. Ongegrond.Bij maatregel drie eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen meegewogen. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

ECLI:NL:TGZRAMS:2014:111 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2014/029
Klager verwijt de neuroloog dat hij hem een te hoge dosering van een medicijn heeft voorgeschreven. Als gevolg daarvan is klager ineengestort met een hoofdwond tot gevolg waarvoor een opname op de spoedeisende hulp noodzakelijk was. Berisping.

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2013-209
Klager verwijt de neuroloog dat hij hem een te hoge dosering van een medicijn heeft voorgeschreven. Als gevolg daarvan is klager ineengestort met een hoofdwond tot gevolg waarvoor een opname op de spoedeisende hulp noodzakelijk was. Berisping.

ECLI:NL:TGZRAMS:2014:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2013/299
Klaagster klaagt over de behandeling van haar overleden moeder, hierna patiënte genoemd. Klaagster verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat zich te afwachtend heeft opgesteld ten aanzien van patiënte bij wie zij een longontsteking heeft gediagnosticeerd. Patiënte is hierdoor te laat naar het ziekenhuis ingestuurd alwaar zij is overleden. Ongegrond.

ECLI:NL:RBGEL:2014:7266 Rechtbank Gelderland, 19-11-2014, 257302
Koop van standaard softwareapplicaties waarvan de samenstelling van onderdelen op de wensen van koper (eiseres) is afgestemd. Eiseres heeft onvoldoende gesteld voor de conclusie dat gedaagde is tekortgeschoten in de nakoming en dat dit grond was voor ontbinding. Niet gebleken van tijdige en concrete klachten over het geleverde. Geen verzuim.

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2013-262
Klacht tegen een plastisch chirurg. Niet is vast komen te staan dat de arts aan zijn informatieplicht over de ingreep en daarmee verbonden risico’s heeft voldaan: Beweringen arts niet gestaafd door enige aantekening in de status en ontkend door klaagster. De arts kon in redelijkheid besluiten tot de ingreep gelet op onder meer de ernst van de klachten en de duur ervan. Van de operatie had een apart verslag moeten worden opgemaakt, nu klaagster de ingreep onder algehele anesthesie heeft ondergaan. Niet kon worden volstaan met aantekeningen in de decursus en verslaglegging in het EPD. De aantekeningen van de ingreep in de decursus zijn, voor zover zij het vakgebied van de arts betreffen, summier, maar niet kan worden gezegd dat er onvoldoende inhoudelijk verslag is gedaan. Tot slot is niet gebleken dat de arts de bedoeling heeft gehad om klaagster te misleiden met het achteraf opstellen van een operatieverslag. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

ECLI:NL:TGZRZWO:2014:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 065/2014
Klaagster verwijt huisarts en AIOS nalatig en onprofessioneel handelen, het missen van de diagnose diabetes mellitus en het niet insturen naar het ziekenhuis voor aanvullend onderzoek. Het college oordeelt dat het de huisarts en de AIOS niet tuchtrechtelijk te verwijten is dat zij niet bedacht waren op de waarschijnlijkheidsdiagnose diabetes mellitus type 1. Wel tuchtrechtelijk verwijtbaar is de verantwoordelijkheid ten aanzien van lichamelijk onderzoek en rapportage bij dit tweede bezoek aan een arts in korte tijd. Naar vaste jurisprudentie ligt de verantwoordelijkheid voor het handelen van de AIOS in casu bij de huisarts als opleider. Waarschuwing.

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2014-052
Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Onjuiste uitvoering van een operatie van de hallux valgus. Bij beoordeling wordt mede acht geslagen op de geboden voorlichting en nazorg als onlosmakelijk verbonden onderdelen van een operatie. In het dossier ontbreken duidelijke aantekeningen waaruit kan worden afgeleid dat klaagster is gewezen op het risico van artrose en op in acht te nemen (leef)maatregelen.  Geen aanwijzingen voor de aanname dat de operatie onzorgvuldig is uitgevoerd. Wijze waarop nazorg is verleend is wel onzorgvuldig en verwijtbaar. Klacht gegrond voor zover het de voorlichting en nazorg betreft. Voor het overige ongegrond. Waarschuwing.                 

ECLI:NL:TGZREIN:2014:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1477a
Internist wordt verweten dat hij de bevindingen van de radioloog, te weten levermetastasen, als vaststaand aan klaagster heeft medegedeeld, geen twijfels heeft gehad, geen nader onderzoek heeft gedaan en klaagster, gelet op de beperkte levensduurverwachting, voor nazorg naar de huisarts had verwezen, terwijl uit later onderzoek is gebleken dat er slechts sprake was van leververvetting. College oordeelt dat internist enige twijfel had kunnen en moeten hebben en controlemaatregelen had moeten nemen. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing en publicatie.

ECLI:NL:TGZREIN:2014:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1497
Verpleegkundige wordt grensoverschrijdend gedrag, zowel algemeen als seksueel, verweten alsmede onvoldoende zelfreflectie.Het repeterend seksueel grensoverschrijdend gedrag is voldoende komen vast te staan. De (proces) houding van verweerder waaronder leugenachtig overkomende verklaringen, maken de ontkennende verweren niet bepaald aannemelijk. Ook poging tot seksuele intimidatie via Facebookberichten vormt bevestiging dat verweerder als hulpverlener gevaar oplevert. Doorhaling en publicatie.

ECLI:NL:TGZRAMS:2014:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2013/385F
Klaagster, een hoogbejaarde patiënte die in de praktijk van verweerder van de loopband is geslingerd en hierbij ernstig heeft verwond, verwijt verweerder in de kern dat hij als praktijkhoudend fysiothereut geen veiligheidsmaatregelen heeft getroffen voor  het gebruik van de loopband, waardoor dit ongeval heeft kunnen gebeuren. Gegrond, waarschuwing.

ECLI:NL:TGZRAMS:2014:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2014/166F
Klaagster verwijt verweerder dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Gegrond, berisping.

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2014-001
Klacht tegen een psychotherapeut. Klachtonderdelen onprofessionele behandeling en onprofessioneel en grensoverschrijdend gedrag gegrond. Geen sprake van misbruik van de positie als psychotherapeut, maar van excessieve contacten en bovenmatige betrokkenheid die een professionele behandelrelatie overstegen, waardoor klaagster in een regressieve toestand is geraakt en de regie over haar leven uit handen heeft gegeven.  Er blijkt niet van een behandelplan na gedegen anamnese, (regelmatige) evaluaties van de behandelingen en van het eventueel bijstellen van de therapie. Verwijzing van klaagster was op zijn plaats geweest. Geen aanwijzingen dat de psychotherapeut op basis van haar bevindingen destijds niet tot de diagnose heeft kunnen komen. Niet gebleken van schending van beroepsgeheim. Geen aanknopingspunten voor betrokkenheid klaagster bij de financiële afwikkeling met de verzekeraar. Berisping.

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2014-017
Klacht tegen een psychotherapeut ter zake van het indienen van declaraties bij de verzekeraar terwijl van een behandelrelatie geen sprake was. Niet is gebleken van een behandelrelatie. Geen aanwijzingen voor fraude. Niet vast te stellen of er sprake is geweest van titelmisbruik. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.

ECLI:NL:TGZREIN:2014:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 13190d
Gynaecoloog wordt verweten dat hij tot tweemaal toe heeft besloten een IUI-behandeling uit te voeren terwijl een zwangerschap bij klaagster na die behandeling zo goed als onmogelijk was. De eerste IUI-behandeling is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, de tweede IUI-behandeling wel. Gegrond. Gelet op de intentie van verweerder geen maatregel.

ECLI:NL:TGZCTG:2014:335 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2014.061
De huisarts had een urineweginfectie niet zonder meer mogen uitsluiten bij het ontbreken leukocyten in de urine. De huisarts had in zijn overwegingen mee moeten nemen dat klager mogelijk een urineweginfectie had en had dit ook in zijn verslaglegging moeten neerleggen. Dit geldt naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege temeer nu de huisarts tijdens het consult geen andere duidelijke diagnose stelde. Juist bij het ontbreken van een duidelijke diagnose had de optie van een urineweginfectie niet uitgesloten mogen worden en had de huisarts deze mogelijkheid moeten vastleggen. Hierbij acht het Centraal Tuchtcollege voorts van belang dat vooral bij een behandeling op een huisartsenpost van belang is dat een opvolgend behandelaar inzicht heeft in de overwegingen van de voorgaande behandelaar.

ECLI:NL:TGZCTG:2014:330 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2013.442
Een verzekeringsarts van het UWV heeft de aangeklaagde psychiater verzocht om klager te onderzoeken in het kader van de beoordeling van zijn arbeids(on)geschiktheid. Met de verzending van de rapportage is iets mis gegaan. De klacht houdt –zakelijk weergegeven– in dat de psychiater: 1. klager niet de gelegenheid heeft geboden om op een doelmatige wijze gebruik te maken van het inzage- en correctierecht; 2. op onvoldoende zorgvuldige wijze tot een (gewijzigde) diagnose is gekomen. Daarbij heeft klager erop gewezen dat in 2010 door GGZ de diagnose dysthyme stoornis en ADD is gesteld; en 3.onjuist en onzorgvuldig handelt door de beslissing van de klachtencommissie te negeren. Het RTG oordeelt de klacht deels gegrond (1 en 2) en legt de psychiater de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing wat betreft het eerste klachtonderdeel en verwerpt het beroep voor het overige. De in eerste aanleg opgelegde waarschuwing blijft gehandhaafd.

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2013-308c
Klacht van de IGZ tegen de maatschap cardiologie/cardioloog C. Tweede tuchtnorm. Het College oordeelt dat er (in ieder geval op onderdelen) sprake was tekortkomingen in de organisatie van geleverde zorg en samenwerking binnen de maatschap. Onduidelijke verantwoordelijkheidsverdeling; onzorgvuldige dossiervorming, , onvoldoende en te late communicatie. Het verwijt van onvoldoende professionaliteit van het diagnostisch en therapeutisch handelen kan niet worden beoordeeld op basis van de eerste tuchtnorm en kan niet onder de tweede tuchtnorm worden gebracht. Berisping.

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2013-308a
Klacht van de IGZ tegen de maatschap cardiologie/cardioloog A. Tweede tuchtnorm. Het College oordeelt dat er (in ieder geval op onderdelen) sprake was tekortkomingen in de organisatie van geleverde zorg en samenwerking binnen de maatschap. Onduidelijke verantwoordelijkheidsverdeling; onzorgvuldige dossiervorming, , onvoldoende en te late communicatie. Het verwijt van onvoldoende professionaliteit van het diagnostisch en therapeutisch handelen kan niet worden beoordeeld op basis van de eerste tuchtnorm en kan niet onder de tweede tuchtnorm worden gebracht. Berisping.

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2013-308b
Klacht van de IGZ tegen de maatschap cardiologie/cardioloog B. Tweede tuchtnorm. Het College oordeelt dat er (in ieder geval op onderdelen) sprake was tekortkomingen in de organisatie van geleverde zorg en samenwerking binnen de maatschap. Onduidelijke verantwoordelijkheidsverdeling; onzorgvuldige dossiervorming, , onvoldoende en te late communicatie. Het verwijt van onvoldoende professionaliteit van het diagnostisch en therapeutisch handelen kan niet worden beoordeeld op basis van de eerste tuchtnorm en kan niet onder de tweede tuchtnorm worden gebracht. Berisping.

ECLI:NL:TGZREIN:2014:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1450
Neuroloog heeft hersenbloeding gemist door niet alle coupes van de door hem geïnitieerde scan af te wachten, zonder dat daarvoor een deugdelijke grond bestond. Het verweer dat hij het druk had, kan geen excuus vormen. Waarschuwing, met publicatie in Medisch Contact.

ECLI:NL:TGZREIN:2014:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1454
Cardioloog van EHH heeft onvoldoende onderzoek gedaan om cardiale problematiek uit te sluiten. Anamnese levert voldoende aanknopingspunten op om in de differentiaaldiagnose (atypische) angina pectoris op te nemen evenals coronairspasme. Patiënt heengezonden zonder enige opvolging. Gegevens uit 2006 en 2007 zijn niet representatief meer. Gegrond: berisping.

ECLI:NL:TGZREIN:2014:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1496
Huisarts heeft onvoldoende adequaat gereageerd op de gezondheidstoestand van gedetineerde bij aanmelding en binnenkomst in de PI. Medicatieverstrekking en dossiervoering is onzorgvuldig geweest. College volgt IGZ in haar klacht: alle klachtonderdelen gegrond. Ernstige tekortkomingen, inmiddels is organisatie aangepast en verbeterd. Waarschuwing, met publicatie in Medisch Contact.

ECLI:NL:TGZRAMS:2014:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2013/221
Klagers dienen een klacht in over de behandeling van hun overleden zoon, hierna patiënt genoemd. Klagers verwijten de psychiater onder meer dat deze onvoldoende adequaat heeft gereageerd op de signalen en informatie van klagers die hem bereikten over de verslechtering van de toestand van patiënt, waardoor suïcide niet kon worden voorkomen. Ook is ten onrechte geen nader onderzoek gedaan naar het ziektebeeld na de eerdere diagnosestelling en is ten onrechte gestopt met de medicatie en later verkeerde medicatie voorgeschreven. Gegrond, berisping.

ECLI:NL:TGZREIN:2014:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1435
Arts-assistent niet zijnde in opleiding tot specialist ouderengeneeskunde wordt verweten onvoldoende onderzoek te hebben gedaan bij patiënte en het verzoek om bloed te prikken te hebben genegeerd waardor de lichamelijke problemen van patiënte te laat zijn onderkend. Het ontbreken van een systematische werkwijze in de kliniek kan verweerder niet worden aangerekend.  Reactieve opstelling van verweerder, onvoldoende deugdelijk algemeen onderzoek en dossierstudie. Waarschuwing.

ECLI:NL:TGZREIN:2014:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1440
Tijdens weekendconsult aan HAP ontstaat vervelende sfeer als huisarts vraagt waarom patiënte niet eerder naar de eigen huisarts is gegaan en hij vervolgens uitleg over de rol van de HAP geeft. Voorts heeft huisarts onvoldoende onderzoek gedaan/laten doen waardoor verkeerde diagnose is gesteld. Gelet op hetgeen patiënte aan huisarts heeft medegedeeld behoefde huisarts geen nadere uitleg te geven over de rol van de HAP. Het niet onderkennen van de diagnose longembolie is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Wel verwijtbaar is dat hij onvoldoende onzorgvuldig onderzoek heeft gedaan. Waarschuwing.

ECLI:NL:TGZREIN:2014:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 13214a
Dermatoloog wordt onder meer verweten dat hij klager niet heeft ingelicht over de werkelijke mogelijke bijwerkingen van de behandeling, geen nazorg heeft verleend, de behandelrelatie heeft opgezegd en zonder toestemming van klager gegevens uit het medisch dossier naar psycholoog en huisarts van klager gestuurd. Geen informed consent. Geen gewichtige reden om behandelrelatie te beëindigen. Verweerder had zich als niet-behandelaar moeten onthouden van het doen van uitlatingen richting de behandelaren van klager. Deels gegrond. Berisping.

ECLI:NL:TGZRZWO:2014:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 319/2013
Klacht tegen apotheker over levering van voedingssupplementen door echtgenote van de apotheker.Klacht gegrond. Het college legt een berisping op waarbij naast het tekortschieten met betrekking tot de leveringen, communicatie over uitblijvende leveringen en de dubbele facturen vooral de organisatorische verwevenheid van de apotheek met de verkoop van voedingssupplementen bepalend is. Naar buiten toe is die verwevenheid evident, nu met betrekking tot dit product de suggestie wordt gewekt dat het 'van de apotheek komt', waarmee meegelift wordt op de bij apothekers bestaande kwaliteitsnormen, terwijl verweerder geen enkele verantwoordelijkheid wenst te nemen voor de activiteiten van zijn echtgenote die (mede) onder de vlag van de apotheek worden verricht.

ECLI:NL:TGZRZWO:2014:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 043/2013

Klacht tegen tandarts. Gebrek in communicatie over kosten van herstel in verband met eerder gemaakte fout van tandarts. Waarschuwing.

ECLI:NL:TGZRZWO:2014:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 242/2013

Klacht gegrond; waarschuwing Huisarts had geen Thyrax voor mogen schrijven wegens verdenking van een traag werkende schildklier op basis van de TSH en fT4 waarden. Bij een TSH kleiner dan 6 mU/l is de kans op klinische hypothyreoïdie niet verhoogd ten opzichte van euthyreoïdie.De TSH en fT4 waarden verklaarden het oedeem bij de jonge patiënt niet. Er was een evidente discrepantie tussen de TSH/T4 uitslag en de kliniek. Verweerder had attent moeten zijn op het lage eiwit en albuminegehalte waarvan de uitslagen waren voorzien van een *, hetgeen betekent dat de gevonden waarden afwijkend zijn. Bovendien was de afwijking bij vervolgonderzoek groter geworden.

ECLI:NL:TGZCTG:2014:328 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2013.477

Betreft klacht tegen psychiater nadat patiënte naakt in een separeerruimte is geplaatst. De klacht betreft het ontbreken van cameratoezicht in de separeerruimte en het separeren zonder (scheur)kleding of deken. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond, overwegende dat niet is gebleken dat de zwaarwegende beslissing om naakt te separeren zeer zorgvuldig, weloverwogen én na beoordeling door een psychiater c.q. arts, die klaagster ook daadwerkelijk gezien heeft, tot stand is gekomen en legt de psychiater de maatregel van waarschuwing op. De psychiater komt daartegen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege acht het beroep gegrond en verklaart het door het Regionaal Tuchtcollege gegrondverklaarde klachtonderdeel in hoger beroep alsnog ongegrond.

ECLI:NL:TGZRAMS:2014:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2014/013

Klager verwijt de neuroloog dat hij zonder zijn toestemming aan het Centraal Bureau Rijvaardigheid schriftelijk heeft geadviseerd aan hem geen rijbewijs te verlenen in verband met zijn neurologische conditie. De neuroloog heeft in deze brief geschreven dat klager op de hoogte is van zijn standpunt hieromtrent en dat deze zijn toestemming voor het verzenden van de brief heeft gegeven, klager betwist dit. Waarschuwing.

ECLI:NL:TGZRZWO:2014:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 236/2013

Klacht tegen psychiater. Dwangbehandeling in forensisch psychiatrisch centrum. Vereisten artikel 26 en artikel 16b onder a BVT. I.c. niet aan vereisten voldaan.Berisping.

ECLI:NL:TGZCTG:2014:321 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2013.346

De klacht is gericht tegen een anesthesioloog. Bij patiënt is diagnose longkanker gesteld in de laatste fase. De patiënt is onder behandeling van de pijnpoli van een ziekenhuis waar zijn echtgenote werkzaam is als IC-verpleegkundige. De aangeklaagde anesthesioloog is ook werkzaam in dit ziekenhuis en kende de patiënt persoonlijk. De anesthesioloog heeft nacontact met de verpleegkundige morfinetoediening d.m.v. een perfusorpomp voorgeschreven en in een later stadium toediening van een dormicum m.b.v. een tweede perfusorpomp. De patiënt is inmiddels overleden. De Inspectie verwijt de aangeklaagde anesthesioloog - zakelijk weergegeven - dat hij :  1. de indicatiestelling voor palliatieve sedatie, zoals gedaan door de verpleegkundige, heeft gevolgd uitsluitend op basis van de weergave van de toestand van de patiënt door de verpleegkundige , zonder de patiënt zelf te zien of te spreken. Niet duidelijk is geworden of, en zo ja in hoeverre de patiënt betrokken is geweest bij deze indicatiestelling;  2. heeft meegewerkt aan de uitvoering van palliatieve sedatie door morfine voor te schrijven zonder patiënt te zien of te spreken. Tevens heeft hij met de verpleegkundige overlegd over het toedienen van dormicum (maar stelt in dit verband het recept hiervoor niet te hebben uitgeschreven); 3. in het medisch dossier van de patiënt geen aantekening heeft gemaakt van het telefonisch overleg tussen hem en de verpleegkundige, de besluitvorming en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen; 4. na het overleg met de verpleegkundige en het voorschrijven van de medicatie geen enkele bemoeienis meer heeft gehad met de uitvoering van de palliatieve sedatie en daarbij ook niet aanwezig was; 5. de verpleegkundige niet heeft gewezen op de ”Richtlijn palliatieve sedatie” en de eisen die de richtlijn stelt aan het uitvoeren van de palliatieve sedatie. Het RTG legt de anesthesioloog de maatregel van waarschuwing op alsmede de publicatie van de beslissing zodra zij onherroepelijk is geworden.Het CTG vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover daarbij aan de arts de maatregel van waarschuwing is opgelegd en legt de arts de maatregel van berisping op.

ECLI:NL:TGZRAMS:2014:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2013/406T

Klaagster verwijt de tandarts die werkzaam is in een orthodontiepraktijk dat zij op onzorgvuldige wijze behandeld is, waardoor ze te kampen heeft met pijn en ongemak en ten onrechte na de verhuizing van de praktijk niet is overgedragen aan een andere orthodontiepraktijk. Gegrond, gedeeltelijke ontzegging.

ECLI:NL:TGZRAMS:2014:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2013/316T

Klaagster dient een klacht in over de behandeling van haar minderjarige zoontje, hierna patiënt genoemd. Klaagster verwijt de tandarts dat hij op onzorgvuldige wijze tandheelkundige zorg heeft verleend aan patiënt, door niet te willen kijken naar de afgebroken linkervoortand van patiënt, maar het consult telefonisch af te doen. Berisping.

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 20013-158a

Klacht van de Inspectie tegen een verpleegkundige dat deze ten onrechte niet de dienstdoende arts heeft geconsulteerd ter zake van een ingeslotene in vreemdelingenbewaring die onlangs een zelfmoordpoging had gedaan en onvolledig verslag heeft gelegd van hetgeen in het gesprek met de ingeslotene aan de orde is geweest.De conclusie op basis van beperkte informatie en het gesprek met de ingeslotene, die een rustige indruk maakte, dat deze naar een gewone cel kon en dat er geen acuut gevaar was heeft een onvoldoende basis. Er is onvoldoende doorgevraagd en onderzoek gedaan en er zijn te snel conclusies getrokken. Een verpleegkundige dient terughoudend te zijn bij de inschatting van de gemoedsgesteldheid van een ingeslotene, omdat dit in beginsel niet tot zijn deskundigheid behoort. Zonder uitgebreide (achtergrond)informatie is een verpleegkundige hiertoe in ieder geval niet bekwaam en bevoegd. Aan de andere kant heeft de organisatie de verpleegkundige met werkzaamheden belast waartoe deze in beginsel niet bevoegd en bekwaam was, terwijl ook is  nagelaten om de verpleegkundige deugdelijk te informeren, terwijl de informatie intern wel beschikbaar was. Klacht gegrond, maar geen oplegging van een tuchtmaatregel

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2013-158b

Klacht van de Inspectie tegen een verpleegkundige dat deze ten onrechte niet de dienstdoende arts heeft geconsulteerd ter zake van een ingeslotene in vreemdelingenbewaring die onlangs een zelfmoordpoging had gedaan en onvolledig verslag heeft gelegd van hetgeen in het gesprek met de ingeslotene aan de orde is geweest.De conclusie op basis van beperkte informatie en het gesprek met de ingeslotene, die een rustige indruk maakte, dat deze naar een gewone cel kon en dat er geen acuut gevaar was heeft een onvoldoende basis. Er is onvoldoende doorgevraagd en onderzoek gedaan en er zijn te snel conclusies getrokken. Een verpleegkundige dient terughoudend te zijn bij de inschatting van de gemoedsgesteldheid van een ingeslotene, omdat dit in beginsel niet tot zijn deskundigheid behoort. Zonder uitgebreide (achtergrond)informatie is een verpleegkundige hiertoe in ieder geval niet bekwaam en bevoegd. Aan de andere kant heeft de organisatie de verpleegkundige met werkzaamheden belast waartoe deze in beginsel niet bevoegd en bekwaam was, terwijl ook is  nagelaten om de verpleegkundige deugdelijk te informeren, terwijl de informatie intern wel beschikbaar was. Klacht gegrond, maar geen oplegging van een tuchtmaatregel.

ECLI:NL:TGZREIN:2014:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1484

Klager, zwager van de (overleden) patiënt en wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige zoon van de patiënt, verwijt de huisarts dat zij ondanks vele alarmsignalen niet adequaat heeft ingegrepen en gereageerd op alarmsignalen met betrekking tot de zwaar depressieve patiënt met drankmisbruik en een kort lontje en de zorg voor zijn zoon. De keuzes in de zorg voor de patiënt kunnen de huisarts niet tuchtrechtelijk worden verweten. In de zorg voor de zoon, eveneens haar patiënt, had de huisarts de KNMG Meldcode Kindermishandeling 2012 moeten volgen. De huisarts heeft te lang geprobeerd de problemen zelf op te lossen. Deels gegrond; waarschuwing.


ECLI:NL:TGZREIN:2014:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1459a

Klager verwijt de dienstdoende huisarts dat hij onvoldoende zorg heeft betracht jegens patiënte door summier en niet lege artis (zittende houding) buikonderzoek te doen en haar niet meteen naar de neuroloog, maar eerst naar haar eigen huisarts te verwijzen. Patiënte is later die dag overleden aan een septische shock op basis van uitgebreide intestinale ischemie dunne darm. Buikonderzoek onzorgvuldig. Waarschuwing.

ECLI:NL:TGZREIN:2014:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1486

Verpleegkundige, werkzaam in de thuiszorg, heeft zich meerdere malen schuldig gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Strafrechtelijke veroordeling tot -onder meer- ontzetting van bevoegdheid tot inschrijving reeds ten uitvoer gelegd. Eigen uitschrijving uit BIG-register door verweerder. Klacht gegrond, doch vanwege bijzondere omstandigheden, ziet het college af van het opleggen van verbod tot herinschrijving.

ECLI:NL:TGZREIN:2014:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1455

Psychiater heeft zonder klager ooit te hebben gezien of gesproken een derde (dermatoloog) geadviseerd om klagers huisarts en zijn behandelend psycholoog te informeren, met een medicatieadvies. Door zijn telefonische mededelingen aan de dermatoloog heeft verweerder zijn beroepsgeheim geschonden. Waarschuwing.

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2013-104

Klacht tegen een chirurg. Onvoldoende medische redenen aanwezig om bij werkdiagnose aneurysma in avond of nacht echo-onderzoek uit te stellen tot de volgende dag. Na vaststelling aneurysma bij echo was aansluitend CT-scan nodig, omdat ruptuur niet kon worden uitgesloten. Op deze onderdelen klacht gegrond. Ongegrond de klacht over het niet volledig informeren van de zoon van patiënt, nu patiënt zelf voldoende was geïnformeerd. Ook ongegrond de klacht over andere pijnbestrijding dan morfine en over planning tijdstip operatie. Waarschuwing.

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2013-227

Klacht tegen een psychiater over rapport uit 2008 in verband met geschil arbeidsongeschiktheid klager. Diagnose op basis van de DSM-IV-TR-classificatie. De arts kon in redelijkheid niet tot de diagnose ‘nagebootste stoornis’ komen, althans het rapport is op dit punt onvoldoende onderbouwd; hij kon in redelijkheid de diagnose ‘PTSS’ niet afwijzen zonder een uitvoeriger motivering. Wel voldoende argumenten voor de gestelde de diagnose ‘persoonlijkheidsstoornis NAO’. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

ECLI:NL:TGZRZWO:2014:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 215/2013

Klager verwijt verpleegkundige schending van het beroepsgeheim en bijdragen aan bewijs tegen hem in het kader van de strafzaak toen de verpleegkundige hem bezocht op het politiebureau in het kader van de crisisdienst. Waarschuwing en publicatie vloeit voort het feit dat de verpleegkundige aan de verbalisant in vertrouwen verstrekte informatie heeft gegeven die valt onder het beroepsgeheim.

ECLI:NL:TGZCTG:2014:299 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2013.427

Klacht tegen verpleegkundige. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)verwijt de aangeklaagde verpleegkundige dat zij een alcoholprobleem heeft dat zij niet, althans onvolledig onder controle kan krijgen hetgeen ertoe geleid heeft dat zij op diverse momenten haar beroep uitoefende onder invloed van alcohol met alle potentiële gevolgen voor de patiëntenzorg van dien. De verpleegkundige heeft hiermee gehandeld in strijd met de zorg die zij als verpleegkundige behoort te betrachten ten opzichte van de aan haar zorg toevertrouwde patiënten. Het RTG besluit tot doorhalingvan de inschrijving in het BIG-register met publicatie nadat de beslissing onherroepelijk is geworden . Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing en besluit de verpleegkundige voorwaardelijk te schorsen voor de periode van een jaar met een proeftijd van twee jaar.

ECLI:NL:TGZCTG:2014:306 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.458

Klacht tegen een cardio thoracale chirurg. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het principaal hoger beroep dient te worden verworpen en dat het incidenteel hoger beroep slaagt, voor zover het Regionaal tuchtcollege de klachtonderdelen 7 en 10 gegrond heeft verklaard. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de chirurg voor de gegrond verklaarde klachtonderdelen de maatregel van waarschuwing opgelegd. Alhoewel het Centraal Tuchtcollege in het incidenteel hoger beroep minder klachtonderdelen gegrond heeft bevonden, acht ook het Centraal Tuchtcollege deze maatregel passend en geboden gezien het tuchtrechtelijk verwijt dat de chirurg is te maken.

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2013-259

Klacht tegen een verzekeringsarts dat hij geen zorgvuldige anamnese heeft verricht. De arts had eerst medische informatie moeten opvragen bij de behandelende sector alvorens hij een oordeel kon vormen over de beperkingen van klager. Nu hij dit heeft nagelaten heeft hij zijn conclusie in zijn onderzoeksverslag onvoldoende onderbouwd. Waarschuwing.

ECLI:NL:TGZRZWO:2014:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 188/2013

Klacht tegen gynaecoloog. Kind overleden bij bevalling. Te afwachtend beleid bij in beginsel vaginale bevalling met bijstimulering bij een kind in onvolkomen stuitligging met verslechterende CTG’s. OK-team ten onrechte niet stand by laten staan, waardoor vertraging voordat sectio kon plaatsvinden. Berisping.

ECLI:NL:TGZRSGR:2014:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2013-212

Klacht van de Inspectie tegen een GZ-psycholoog. De psycholoog heeft volgens eigen werkwijze en niet conform de geldende beroepsnormen, protocollen/richtlijnen en wettelijke verplichtingen gehandeld. De diagnostiek en behandeling niet duidelijk onderscheiden. Niet direct een plan van aanpak opgesteld en geïnformeerd wanneer patiënte een tweedelijns behandeling zou kunnen krijgen en tot die tijd de behandelperiode op een deskundige wijze overbrugd. Niet direct met de huisarts van patiënte overlegd over haar toestand. De problematiek van patiënte niet systematisch in kaart gebracht. De wijze van behandeling  niet afgestemd op de draagkracht van patiënte. Dossiervoering zwaar onder de maat. Na stopzetting van de behandeling door patiënte de bevindingen niet aan de huisarts teruggekoppeld. Eerder gegronde uitspraken door het College van Toezicht van het NIP. Doorhaling en schorsing met onmiddellijke ingang.

ECLI:NL:TGZRZWO:2014:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 192/2013

Klacht tegen psychiater betreffende de wijze van het beëindigen behandelingsovereenkomst na een geweldsincident en het opleggen van een terreinverbod. Wijze van beëindiging niet zorgvuldig. Klaagster niet-ontvankelijk terzake van de klacht betreffende terreinverbod. Waarschuwing.

ECLI:NL:TGZRZWO:2014:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 087/2013

Patiënt met schouderklachten na val met gestrekte armen. Huisarts zit in groepspraktijk. Patiënt eerst door collega gezien: diagnose bursitis. Volgend consult bij verweerster.Niet gebleken van voldoende adequaat anamnestisch en lichamelijk onderzoek door verweerster. Zij heeft de gestelde diagnose zonder duidelijk geworden onderzoek en/of overwegingen gehandhaafd. Evenmin blijkt niet van enig beleid ten aanzien van begeleiding van patiënt.Voorts heeft verweerster, zonder klager te zien en zelf te spreken, een tweede corticosteroïd injectie geadviseerd nadat klager telefonisch contact met de assistente had.

ECLI:NL:TGZRZWO:2014:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 276/2013

Verweerder is ca. 1 dag per week als arts werkzaam in huisartsenpraktijk. Verricht daar werkzaamheden, onder meer het geven van corticosteroïd injecties na verwijzing door huisarts. Ondanks eigen verantwoordelijkheid voor toediening corticosteroïd injectie, mocht verweerder in beginsel afgaan op het door de verwijzer ingezette beleid. Pas als voorafgaand aan het geven van de injectie is gebleken van feiten of omstandigheden die hem er van hadden moeten weerhouden zulks te doen, zou van verwijtbaar handelen sprake kunnen zijn. Dat is gesteld noch gebleken. Verweerder heeft van de (tweede) toediening van een corticosteroïd injectie, noch ter zake van het door hem gestelde voorafgaande onderzoek, noch ter zake van de gegeven injectie, notities gemaakt. Verweerder is daardoor, alsook door in de status niets te noteren, in tuchtrechtelijke zin te kort geschoten.

ECLI:NL:TGZRZWO:2014:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 277/2013

Klacht gegrond: wa