LS&R 1789

Prejudiciële vragen over levering geneesmiddelen aan ziektekostenverzekeraar

Bundesfinanzhof Duitsland 6 juni 2019, LS&R 1789; C-802/19 (Firma Z) Via MinBuza. Verzoekster heeft vanuit Nederland geneesmiddelen geleverd aan Duitsland. De leveringen heeft verzoekster in rekening gebracht bij de wettelijke ziektekostenverzekeraars. Zij ging er vanuit dat de plaats van levering Nederland was, dat zij gebruik kon maken van de vrijstelling voor intracommunautaire leveringen. Voorts ging zij er vanuit dat de ziektekostenverzekeraars op intracommunautaire verwervingen binnenlandse belasting moesten betalen. Bovendien ging zij ervan uit dat de door haar gegeven prijskortingen de maatstaf van heffing voor btw hadden verlaagd. De Duitse belastingdienst ging niet mee in het standpunt van verzoekster en stelde een aanslag vast; het bezwaar van verzoekster werd afgewezen. Verzoekster heeft beroep in Revision ingesteld waarbij zij in het bijzonder aanvoert dat zij op grond van het arrest van het Hof Elida Gibbs (C-317/94), recht heeft op een belastingcorrectie op grond van een verlaging van de tegenprestatie.

 Prejudiciële vragen:
 

1) Heeft een apotheek die geneesmiddelen aan een wettelijke ziektekostenverzekeraar levert, ingevolge het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 24 oktober 1996, Elida Gibbs Ltd (C-317/94, EU:C:1996:400), recht op een verlaging van de maatstaf van heffing wegens het toekennen van een prijskorting aan de verzekerden?

2) Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord: Is het in strijd met de beginselen van neutraliteit en gelijke behandeling op de interne markt wanneer een binnenlandse apotheek de maatstaf van heffing kan verlagen, maar een apotheek die vanuit een andere lidstaat intracommunautair belastingvrij aan de wettelijke ziektekostenverzekeraar levert dat niet kan?