Gepubliceerd op vrijdag 10 april 2026
LS&R 2374
Rechtbank Midden-Nederland ||
20 feb 2026
Rechtbank Midden-Nederland 20 feb 2026, LS&R 2374; ECLI:NL:RBMNE:2026:1100 (het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tegen [betrokkene]), https://www.lsenr.nl/artikelen/rechterlijke-machtiging-onder-de-wzd-klinisch-geriater-kan-gelden-als-ter-zake-kundig-arts

Rechterlijke machtiging onder de Wzd: klinisch geriater kan gelden als ter zake kundig arts

Rb. Midden-Nederland 20 februari 2026, LS&R 2374; ECLI:NL:RBMNE:2026:1100 (het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tegen [betrokkene]). In deze beschikking verleent de rechtbank Midden-Nederland op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, namelijk dementie, en dat het gedrag dat daaruit voortvloeit leidt tot ernstig nadeel in de vorm van ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en het oproepen van agressie van een ander door hinderlijk gedrag. Bijzonder is dat de rechtbank ambtshalve toetst of de medische verklaring voldoet aan de wettelijke eisen en daarbij expliciet oordeelt dat een klinisch geriater in dit geval kan worden aangemerkt als een ter zake kundig arts in de zin van de Wzd. De rechtbank leidt uit de parlementaire geschiedenis af dat de gebruikelijke opsomming van artsen, arts voor verstandelijk gehandicapten, specialist ouderengeneeskunde en psychiater, niet limitatief is. Omdat dementie tot het vakgebied van de klinisch geriater behoort, deze specialist is opgeleid in interne geneeskunde, somatische problematiek bij ouderen en ouderenpsychiatrie, en als medisch specialist geregistreerd is op grond van art. 14 BIG, voldoet de medische verklaring volgens de rechtbank aan de wettelijke voorschriften.

De rechtbank verwerpt vervolgens het verweer van de advocaat van betrokkene, die had verzocht het verzoek af te wijzen omdat betrokkene thuis wilde blijven wonen en er volgens hem nog alternatieven bestonden om het ernstig nadeel te verminderen. Op basis van de medische verklaring en de toelichting ter zitting, met name van de casemanager, acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat de situatie thuis niet langer houdbaar is: de echtgenote van betrokkene is overbelast, uitbreiding van externe zorg is wel mogelijk maar niet 24 uur per dag, en bovendien willen betrokkene en zijn echtgenote niet nog meer zorg in huis. Daarom oordeelt de rechtbank dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden en dat geen minder bezwarende alternatieven voorhanden zijn met hetzelfde beoogde effect. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, tot en met 20 augustus 2026.

3.3.

De rechtbank dient ambtshalve te toetsen of de medische verklaring aan de wettelijke voorschriften voldoet. Een van de vereisten is dat een ter zake kundige arts de medische verklaring heeft opgesteld. In onderhavige zaak heeft een klinisch geriater de verklaring opgesteld. In de parlementaire geschiedenis is opgenomen dat in het kader van de Wzd in de regel de arts voor verstandelijk gehandicapten, een specialist ouderen geneeskunde of een psychiater aangemerkt moeten worden als een ter zake kundig arts1. Uit de woorden ‘in de regel’ kan afgeleid worden dat de wetgever geen limitatieve opsomming beoogd heeft. Een klinisch geriater is niet genoemd. Evenwel neemt de rechtbank in onderhavige kwestie aan dat de klinisch geriater ook aangemerkt kan worden om als een ter zake kundig arts te fungeren nu er sprake is van dementie, en dementie behoort tot het vakgebied waar een klinisch geriater op toelegt. Een klinisch geriater is in de vijfjarige specialisatie opgeleid in aspecten van interne geneeskunde, somatische problematiek bij ouderen en ouderenpsychiatrie en kan als deskundig gelden ten aanzien van complexe problematiek bij de oudere patiënt. In dit kader is van belang dat een klinisch geriater als medisch specialist geregistreerd dient te staan op grond van artikel 14 BIG. De rechtbank komt tot het oordeel dat de medische verklaring is opgesteld door een ter zake kundig arts, en dus voldoet aan de wettelijke voorschriften.

3.4.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

3.5.

Betrokkene heeft een andere perceptie van hoe het met hem gaat en wil graag thuis blijven wonen. De advocaat van betrokkene verzoekt daarom om afwijzing van het verzoek. De advocaat van betrokkene stelt verder dat het ernstig nadeel vooral ziet op de overbelasting van het netwerk en dat er nog alternatieven zijn die ingezet kunnen worden om dit ernstig nadeel te verminderen.

3.6.

De casemanager geeft hierover aan dat de echtgenote van betrokkene de zorg niet langer aankan. Zij is overbelast. Er kan weliswaar meer zorg van buitenaf worden ingezet, maar niet 24 uur per dag. Hierdoor blijven er veel zorgmomenten over waarin er geen zorg is.

3.7.

De rechtbank is van oordeel dat uit de medische verklaring en hetgeen ter zitting naar voren gebracht voldoende blijkt dat er sprake is van ernstig nadeel. Het gaat niet goed met betrokkene thuis en de echtgenote van betrokkene kan de zorg voor hem niet meer aan. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. De rechtbank is verder van oordeel dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft 24 uur per dag zorg nodig en dat kan thuis niet geboden worden. Bovendien willen zowel betrokkene als zijn echtgenote niet nog meer zorg in huis.