Gepubliceerd op vrijdag 30 oktober 2026
LS&R 2484
Rechtbank Limburg ||
19 okt 2026,
Rechtbank Limburg 19 okt 2026,, LS&R 2484; ECLI:NL:RBLIM:2026:8104 (VGZ tegen [gedaagde partij]), https://www.lsenr.nl/artikelen/rente-over-achterstallige-zorgpremies-afgewezen-omdat-vgz-algemene-voorwaarden-niet-overlegt

Rente over achterstallige zorgpremies afgewezen omdat VGZ algemene voorwaarden niet overlegt

Rb. Limburg 19 augustus 2026, LS&R 2484; ECLI:NL:RBLIM:2026:8104 (VGZ tegen [gedaagde partij]). VGZ Zorgverzekeraar N.V. betreffende Bewuzt vordert betaling van achterstallige zorgverzekeringspremies en declaraties over de periode van juli 2023 tot en met januari 2025. De verzekerde heeft in deze periode een betalingsachterstand van € 1.534,94 opgebouwd, waarvan zij ten tijde van de dagvaarding € 519,18 heeft voldaan. VGZ vordert betaling van het resterende bedrag, vermeerderd met vervallen rente, verdere rente en proceskosten. De verzekerde betwist de betalingsachterstand niet, maar voert aan dat zij door persoonlijke omstandigheden, financiële problemen en een periode van werkloosheid het overzicht over haar financiën is kwijtgeraakt. Ook wijst zij op een getroffen betalingsregeling en verzoekt zij de kantonrechter om de dagvaardingskosten kwijt te schelden.

De kantonrechter oordeelt dat de persoonlijke en financiële omstandigheden van de verzekerde haar niet ontslaan van de verplichting om de achterstallige premies en declaraties te betalen. De gevorderde rente wordt echter afgewezen. Omdat sprake is van een consumentenovereenkomst, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of de toepasselijke algemene voorwaarden een oneerlijk beding bevatten dat betrekking heeft op de gevorderde rente. VGZ heeft de algemene voorwaarden niet overgelegd, waardoor deze toetsing niet kan plaatsvinden. Onder verwijzing naar de arresten Dexia en Gupfinger van het Hof van Justitie van de EU wijst de kantonrechter daarom zowel de reeds vervallen rente als de gevorderde wettelijke rente vanaf 13 maart 2026 af. Omdat geen buitengerechtelijke incassokosten zijn gevorderd, worden de reeds betaalde bedragen rechtstreeks op de hoofdsom in mindering gebracht. De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.015,76, waarop eventuele betalingen na de dagvaarding nog in mindering moeten worden gebracht. Daarnaast wordt zij veroordeeld tot betaling van € 863,77 aan proceskosten.

4.3.

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde partij] de in deze procedure gevorderde achterstallige premies en declaraties aan VGZ moet betalen. [gedaagde partij] betwist dat ook niet; zij heeft uitgelegd hoe de achterstand heeft kunnen ontstaan. De door [gedaagde partij] aangevoerde persoonlijke en financiële omstandigheden, hoe vervelend ook, kunnen geen afbreuk aan haar betalingsverplichting doen. Daarom wijst de kantonrechter de vordering tot betaling van de achterstallige premies en declaraties toe.

4.4.

VGZ vordert daarnaast betaling van rente. De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over dit gevorderde onderdeel en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dit alles volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (HvJ, EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971). Vanaf 1 april 2025 (datum betekening) dienen bij alle dagvaardingen in consumentenzaken de voor de beoordeling relevante stukken op papier aangeleverd te worden, zo ook de algemene voorwaarden die op de overeenkomst van toepassing zijn. Nu VGZ in deze kwestie deze niet heeft overgelegd kan er niet getoetst worden of de algemene voorwaarden een oneerlijk beding bevatten op dit onderdeel. De kantonrechter zal daarom de reeds vervallen rente en de wettelijke rente vanaf 13 maart 2026 afwijzen.

4.5.

[gedaagde partij] heeft in totaal een bedrag van € 519,18 betaald. Betaling van een op een bepaalde verbintenis toe te rekenen geldsom strekt in de eerste plaats in mindering van de kosten, vervolgens in mindering van de verschenen rente en ten slotte in mindering van de hoofdsom en de lopende rente.1 Nu de kantonrechter oordeelt dat de rente wordt afgewezen en er geen buitengerechtelijke incassokosten zijn gevorderd, kunnen de gedane betalingen rechtstreeks in mindering worden gebracht op de hoofdsom van € 1.534,94. Dat maakt dat [gedaagde partij] nog een bedrag van € 1.015,76 aan VGZ moet betalen.

4.6.

De kantonrechter merkt daarbij op dat VGZ vanzelfsprekend na de dagvaarding gedane betalingen nog in mindering moet brengen op dit toegewezen bedrag.