Gepubliceerd op donderdag 5 maart 2026
LS&R 2355
Raad van State ||
4 mrt 2026
Raad van State 4 mrt 2026, LS&R 2355; ECLI:NL:RVS:2026:1191 ([appellante] tegen Ctgb), https://www.lsenr.nl/artikelen/rvs-ctgb-moet-samenstelling-captan-middel-openbaar-maken-wegens-emissie-uitzondering-wob

RvS: Ctgb moet samenstelling Captan-middel openbaar maken wegens emissie-uitzondering (Wob)

RvS 4 maart 2026, LS&R 2355; ECLI:NL:RVS:2026:1191 ([appellante] tegen Ctgb). In deze zaak vroeg een bedrijf het Ctgb op grond van de Wob om stukken over het schimmelbestrijdingsmiddel VSM Captan 80 WG (toelatingsnummer 15585), waaronder de aanvraag/dossierstukken, de documenten waarop de vergunning (parallelhandelsvergunning) is gebaseerd en de vergunning met voorschriften. Het Ctgb vond zes documenten en maakte die deels openbaar, maar lakte in documenten 4 en 5 onder meer gegevens weg over (oorspronkelijk) fabrikanten/productielocaties en vooral de specifieke stoffen naast de werkzame stof en de exacte gehalten (de samenstelling). Omdat het besluit op bezwaar van 26 oktober 2021 dateert, is de Wob van toepassing (niet de Woo). De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep gegrond omdat het Ctgb in beroep een andere weigeringsgrond aanvoerde, maar liet de rechtsgevolgen in stand: de weggelakte passages zouden (milieu-)informatie bevatten die als bedrijfs- en fabricagegegevens kon worden geweigerd na belangenafweging.

In hoger beroep verduidelijkte appellante op de zitting dat zij geen gegevens over fabrikanten en productielocaties meer verlangde en trok zij enkele beroepsgronden (o.a. over art. 8 EVRM en het ontbreken van een zienswijze van de Italiaanse autoriteit) in. Cruciaal is dat het Ctgb vervolgens toezegde de samenstelling van het middel alsnog openbaar te maken, omdat dit milieu-informatie over emissies in het milieu is; daardoor geldt de emissie-uitzondering van art. 10 lid 4 Wob, zodat de weigeringsgrond voor bedrijfs- en fabricagegegevens hier niet kan worden tegengeworpen. De Afdeling verklaart het hoger beroep daarom gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen in stand waren gelaten, en voorziet zelf: haar uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit op bezwaar (een nieuw Ctgb-besluit is niet nodig). Het aanvullende verzoek om informatie over hoe stoffen tijdens het productieproces veranderen, wordt niet behandeld omdat dit niet in het oorspronkelijke Wob-verzoek zat en het Ctgb die gegevens bovendien niet heeft binnen de (vereenvoudigde) parallelhandelsbeoordeling. Proceskosten worden niet vergoed (geen door een derde verleende rechtsbijstand), maar het Ctgb moet wel het griffierecht (€ 559) vergoeden.

Samenstelling van het middel VSM Captan 80 WG

9.       [appellante] heeft op de zitting bij de Afdeling te kennen gegeven dat het wil weten hoe de stoffen en de samenstelling van deze stoffen veranderen in het productieproces.

Het Ctgb heeft op de zitting bij de Afdeling uitgelegd dat voor het middel VSM Captan 80 WG een parallelhandelsvergunning is afgegeven op grond van artikel 52 van de Verordening. Met een parallelhandelsvergunning kan een in een andere lidstaat van de Europese Unie al toegelaten gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht of gebruikt worden. De samenstelling van het gewasbeschermingsmiddel moet daarbij identiek zijn aan het gewasbeschermingsmiddel waarvoor al een toelating is verleend in een andere lidstaat van de Europese Unie. In dit geval is het gewasbeschermingsmiddel eerder toegelaten in de lidstaat Italië. Het Ctgb heeft de Italiaanse toelatingsautoriteit verzocht om informatie die nodig is om het identieke karakter te beoordelen. Die informatie heeft het ontvangen en op basis daarvan is de parallelhandelsvergunning verleend. Dit is een andere beoordeling dan bij een reguliere toelating. In de beoordeling van het middel VSM Captan 80 WG is niet gekeken naar hoe de stoffen en de samenstelling van deze stoffen in het productieproces veranderen. Het Ctgb heeft deze gegevens niet.

9.1.    Het oorspronkelijke verzoek van [appellante] is gericht en beperkt tot de aanvraag van een vergunning voor het schimmelbestrijdingsmiddel VSM Captan 80 WG met toelatingsnummer 15585, het daarbij behorende dossier, de documenten waarop is besloten de vergunning te verstrekken en de vergunning met voorschriften. In het oorspronkelijke verzoek van [appellante] is niet gevraagd om informatie over hoe de stoffen en de samenstelling van deze stoffen in het productieproces veranderen. Daarom zal de Afdeling hier niet op ingaan.

Slotsom

10.     Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd, voor zover de rechtbank heeft bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 26 oktober 2021 in stand blijven. Het Ctgb heeft in zijn schriftelijke uiteenzetting toegezegd de samenstelling van het schimmelbestrijdingsmiddel VSM Captan 80 WG alsnog openbaar te maken. De Afdeling acht het daarom niet nodig om het Ctgb op te dragen om een nieuw besluit te nemen. De Afdeling ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit op bezwaar van 26 oktober 2021.

11.     De Afdeling stelt vast dat de gemachtigde van [appellante] mede zijn eigen belangen heeft behartigd omdat hij medebestuurder van [appellante] is. Van door een derde verleende rechtsbijstand, als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, is geen sprake. De Afdeling is gelet hierop van oordeel dat [appellante] niet in aanmerking komt voor vergoeding van gemaakte proceskosten.