Gepubliceerd op dinsdag 1 september 2026
LS&R 2454
Rechtbank Den Haag ||
30 jul 2026,
Rechtbank Den Haag 30 jul 2026,, LS&R 2454; ECLI:NL:RBDHA:2026:21300 (Novartis tegen de Staat), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/staat-hoeft-onderhandelingen-met-novartis-over-vergoeding-pluvicto-niet-te-hervatten

Staat hoeft onderhandelingen met Novartis over vergoeding Pluvicto niet te hervatten

Rb. Den Haag 30 juli 2026, LS&R 2454; ECLI:NL:RBDHA:2026:21300 (Novartis tegen de Staat). In deze zaak tussen Novartis en de Staat staat de vergoeding van het geneesmiddel Pluvicto centraal. Pluvicto is een radiofarmaceuticum voor de behandeling van bepaalde patiënten met uitgezaaide, castratieresistente prostaatkanker. Het geneesmiddel is sinds december 2022 in de zogenoemde sluis geplaatst en maakt daardoor nog geen onderdeel uit van het verzekerde basispakket. Het Zorginstituut Nederland (ZIN) adviseerde om Pluvicto tot het basispakket toe te laten, mits de nettoprijs na prijsonderhandelingen voldoende zou dalen. De Minister van VWS en Novartis hebben vervolgens onderhandeld over een financieel arrangement. Nadat partijen geen overeenstemming bereikten over de prijs, beëindigde de Minister de onderhandelingen. Pluvicto bleef daardoor in de sluis. Novartis vordert in kort geding dat de Staat wordt bevolen de onderhandelingen onmiddellijk te hervatten en binnen vier weken af te ronden. Volgens Novartis heeft de Minister het pakketadvies van ZIN niet juist toegepast en zijn de onderhandelingen ten onrechte afgebroken.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat partijen in beginsel vrij zijn onderhandelingen af te breken. Dat kan anders zijn wanneer dit vanwege gerechtvaardigd vertrouwen of andere omstandigheden onaanvaardbaar is. Voor de Staat geldt daarnaast dat hij zijn privaatrechtelijke bevoegdheden niet in strijd met geschreven of ongeschreven publiekrecht mag uitoefenen. Volgens de rechtbank heeft de Staat de uitgangspunten uit het pakketadvies van ZIN niet miskend. ZIN had wel geadviseerd bij de onderhandelingen rekening te houden met de prijs van de reeds vergoede, niet-geregistreerde apotheekbereiding 177Lu-PSMA-I&T, maar daarmee was die prijs niet zonder meer bepalend voor de prijs van Pluvicto. Daarbij mocht de Staat ook betekenis toekennen aan de door ZIN vastgestelde zeer ongunstige kosteneffectiviteit en de aanzienlijke budgetimpact van Pluvicto. De Staat heeft beleidsruimte bij de beoordeling welke prijs voor een geneesmiddel maatschappelijk aanvaardbaar is. De voorzieningenrechter moet die beoordeling, zeker in kort geding, terughoudend toetsen. Niet is gebleken dat de Staat bij de onderhandelingen van onjuiste uitgangspunten is uitgegaan of door het afbreken daarvan heeft gehandeld in strijd met de redelijkheid en billijkheid of de beginselen van behoorlijk bestuur. De vorderingen van Novartis worden daarom afgewezen.

4.17 Gelet op het vorenstaande kan naar voorlopig het oordeel van de voorzieningenrechter niet worden gezegd dat de Staat de uitgangspunten van het Pakketadvies heeft miskend. Daarbij heeft de voorzieningenrechter ook acht geslagen op de verantwoordelijkheid van de Staat om de zorg voor eenieder betaalbaar en toegankelijk te houden, hetgeen de Staat ook heeft benadrukt. Van strijd met het Europese recht omdat er geen rekening wordt gehouden met de bestaande situatie van de I&T-bereidingen, zoals Novartis heeft betoogd, is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen sprake.