LS&R 1949

Te veel onzekerheid zit causaal verband in de weg

Hof Amsterdam 4 mei 2021, LS&R 1949; ECLI:NL:GHAMS:2021:1279 (NGen tegen All Capital) Hoger beroep in een schadestaatprocedure. NGen voert aan dat er sprake is van een causaal verband tussen de tekortkoming en de schade, onder andere door te stellen dat zij een aanvullend beschermingscertificaat zou hebben verkregen en dat het octrooi verlengd zou worden zonder de tekortkoming aan de kant van All Capital. Volgens het hof is er sprake van onzekerheid over de komst van een succesvolle nieuwe toepassing. Dit leidt aldus niet tot een causaal verband. Ook de leer van de kansschade treft geen doel.

4.4.14 Samengevat oordeelt het hof dus dat NGen tegenover de gemotiveerde betwisting door All Capital en in het licht van haar eigen producties onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat, indien de tekortkomingen achterwege waren gebleven, het vooruitzicht bestond dat het octrooi tijdig zou zijn verlengd. Haar bij inleidende dagvaarding ingenomen stelling dat zij tijdig een aanvullend beschermingscertificaat zou hebben verkregen via de versnelde testprocedure en markttoelating van de indicaties periodontitis en peri-implantitis, heeft zij na gemotiveerde betwisting niet voldoende gemotiveerd gehandhaafd. Het kan daarom niet worden aangenomen dat de omstandigheid dat NGen geen financiering voor de verdere uitvoering van het businessplan heeft verkregen, het gevolg is van de aan All Capital toe te rekenen tekortkomingen.

4.6.1 Het hof komt dus op twee zelfstandig dragende gronden tot de conclusie dat niet is gebleken dat indien de tekortkomingen niet hadden plaatsgehad, het businessplan succesvol had kunnen uitgevoerd en het onderzoek van NGen tot de ontwikkeling van een of meer succesvolle nieuwe toepassingen zou hebben geleid. De eventuele waarde die de relevante activa ten tijde van de tekortkomingen hadden, zou dus verloren zijn gegaan. Daarom moet de schade op nihil worden gesteld.

4.6.3 De leer van de kansschade is geëigend om een oplossing te bieden voor sommige situaties waarin onzekerheid bestaat over de vraag of een op zichzelf vaststaande tekortkoming of onrechtmatige daad schade heeft veroorzaakt, en waarin die onzekerheid haar grond vindt in de omstandigheid dat niet kan worden vastgesteld of en in hoeverre in de hypothetische situatie dat de tekortkoming of onrechtmatige daad achterwege zou zijn gebleven, de kans op succes zich in werkelijkheid ook zou hebben gerealiseerd. Voor het vaststellen van de schade aan de hand van een schatting van de goede en kwade kansen die de benadeelde zou hebben gehad wanneer een kans op succes hem niet was ontnomen, bestaat slechts ruimte, indien het gaat om een reële (dat wil zeggen niet zeer kleine) kans op succes. De leer van de kansschade is niet geëigend voor deze zaak. NGen heeft onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat er een reële kans op succes bestond. Daarom zal het hof de leer van de kansschade niet toepassen.