Gepubliceerd op dinsdag 24 februari 2026
LS&R 2352
College van Beroep voor het Bedrijfsleven ||
17 feb 2026
College van Beroep voor het Bedrijfsleven 17 feb 2026, LS&R 2352; ECLI:NL:CBB:2026:58 (PAN tegen Ctgb en Sumitomo), https://www.lsenr.nl/artikelen/toelating-gewasbeschermingsmiddel-wasan

Toelating gewasbeschermingsmiddel Wasan

CBB 17 februari 2026, LS&R 2352; ECLI:NL:CBB:2026:58 (PAN tegen Ctgb en Sumitomo). In deze zaak beoordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven het beroep van Stichting Pesticide Action Network Netherlands (PAN) tegen de toelating door het Ctgb van het gewasbeschermingsmiddel Wasan, op basis van de werkzame stof bromuconazool. Deze stof is op EU-niveau goedgekeurd, maar staat op de lijst van stoffen die voor vervanging in aanmerking komen (Verordening (EG) nr. 1107/2009). PAN voerde onder meer aan dat het Ctgb onvoldoende onderzoek had gedaan naar hormoonverstorende eigenschappen, relevante metabolieten (TDM’s) en cumulatieve effecten van pesticiden, en dat geen deugdelijke vergelijkende evaluatie met het middel Proline had plaatsgevonden. Het College oordeelt dat het Ctgb ten onrechte heeft aangenomen dat nieuwe wetenschappelijke inzichten over de werkzame stof uitsluitend bij de herbeoordeling van die stof hoeven te worden betrokken. Ook heeft het Ctgb onvoldoende gemotiveerd waarom geen nader onderzoek naar TDM’s nodig was en waarom van een volwaardige vergelijkende evaluatie kon worden afgezien. Deze motiveringsgebreken leveren strijd op met artikel 7:12 Awb.

Ten aanzien van cumulatieve effecten volgt het College het Ctgb wél: zolang geen wetenschappelijk aanvaarde beoordelingsmethoden beschikbaar zijn, kan het uitblijven van een dergelijke beoordeling niet tot vernietiging leiden. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn (art. 6 EVRM) wordt afgewezen omdat dit te laat is gedaan. Het beroep is gegrond; het bestreden besluit wordt vernietigd. Het Ctgb moet binnen zes maanden een nieuw besluit op bezwaar nemen en daarbij het toelatingsbesluit en de nadere besluiten volledig heroverwegen, met inachtneming van de actuele wetenschappelijke stand van zaken en een deugdelijke uitvoering van de vergelijkende evaluatie.

8.3

Voor de vergelijkende evaluatie heeft de Commissie het draft Guidance document opgesteld. Daarin geeft de Commissie richting bij de uitvoering van de vergelijkende evaluatie. In het draft Guidance document staat onder andere:

“Comparison of risks should be done on conceptually equivalent tiers of the risk assessment. A complication may be that in any given moment all products on the market have not been subject to risk assessment in accordance with the same standards. Guidance documents, exposure models etc. are subject to continuous development. Therefore it should be noted that risk assessments may be different over the time due to new guidance documents, and this needs to be taken into consideration. Updating the risk assessments for the alternative chemical products to allow a comparison of the results will not be practicable within the timelines provided for in Regulation (EC) No 1107/2009. Hence a case by case expert judgement might be needed. The Regulation mentions the requirement of risk mitigation measures as one of the aspects to consider for comparative assessment and substitution. In the comparison of estimated risks, stringency of imposed restrictions in use and necessary risk mitigation may facilitate the decision-making.”

8.4

Het College stelt voorop dat het hier gaat om een aanvraag om toelating van een gewasbeschermingsmiddel met een werkzame stof die weliswaar is geplaatst op de lijst van werkzame stoffen die in aanmerking komen voor vervanging, maar wel is goedgekeurd. Dat betekent volgens artikel 50, eerste lid, van de gewasbeschermingsverordening dat het Ctgb een vergelijkende evaluatie moet uitvoeren, waarin de voordelen en risico’s tegen elkaar worden afgewogen. Het Ctgb heeft zich bij de uitvoering van de vergelijkende beoordeling gebaseerd op het draft Guidance document. De passage waarop het Ctgb zich heeft beroepen, gaat over praktische moeilijkheden in geval van het ontbreken van een recente risicobeoordeling van het middel waarmee wordt vergeleken. Uit het draft Guidance document kan, anders dat het Ctgb meent, echter niet worden afgeleid dat vanwege die praktische moeilijkheden van een (verdere) vergelijkende evaluatie kan worden afgezien. Daarbij betrekt het College dat daarin wordt gesproken over de mogelijke noodzaak voor een “case by case expert judgement”, voor het geval een recente risicobeoordeling ontbreekt. Uit de door het Ctgb ingestuurde stukken en wat op zitting is verklaard, maakt het College onvoldoende op om welke reden het Ctgb voor de vergelijking tussen Wasan en Proline geen specifieke expertbeoordeling heeft laten uitvoeren. Daar was des te meer een aanleiding voor nu – zoals door het Ctgb is toegelicht – de vergelijkende beoordeling zoals deze ten tijde van het bestreden besluit werd uitgevoerd niet effectief werd geacht. Dat het Ctgb de (wettelijke) gebruiksvoorschriften van deze middelen heeft vergeleken, zoals in het draft Guidance document wordt geopperd, is ook niet gebleken. Ook op dit punt bevat het bestreden besluit een gebrekkige motivering, die in de beroepsfase niet is hersteld.

Zoals op de zitting is besproken, zal bij deze uitkomst het Ctgb een nieuwe beoordeling dienen te maken op grond van de inmiddels in werking getreden Beleidsregel werkwijze vergelijkende evaluatie gewasbeschermingsmiddelen.