Gepubliceerd op woensdag 19 augustus 2026
LS&R 2447
Hof Amsterdam ||
23 jun 2026,
Hof Amsterdam 23 jun 2026,, LS&R 2447; ECLI:NL:GHAMS:2026:1670 (LOOP e.a. tegen VGZ e.a.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/vgz-mag-vergoeding-voor-steunzolen-door-registerpodologen-en-podoposturaal-therapeuten-beeindigen

VGZ mag vergoeding voor steunzolen door registerpodologen en podoposturaal therapeuten beëindigen

Hof Amsterdam 23 juni 2026, LS&R 2447; ECLI:NL:GHAMS:2026:1670 (LOOP e.a. tegen VGZ e.a.). Stichting LOOP en enkele aangesloten zorgaanbieders verzetten zich tegen het besluit van VGZ c.s. om vanuit aanvullende zorgverzekeringen niet langer de kosten te vergoeden van steunzolen die worden afgeleverd door registerpodologen en podoposturaal therapeuten. Steunzolen behoren niet tot de verzekerde prestaties van de basisverzekering; aanvullende verzekeringen van VGZ voorzien in bepaalde gevallen wel in een vergoeding. Het hof stelt voorop dat een aanvullende zorgverzekering een schadeverzekering is en dat zorgverzekeraars bij de vormgeving daarvan in beginsel contractsvrijheid hebben. VGZ mag daarom in de polisvoorwaarden bepalen welke zorgaanbieders steunzolen mogen afleveren die voor vergoeding in aanmerking komen. De schakeljurisprudentie brengt in deze zaak niet mee dat VGZ haar keuzes mede moet laten bepalen door de financiële belangen van LOOP en de aangesloten zorgaanbieders. Daarbij weegt het hof mee dat verzekerden jaarlijks met aangepaste voorwaarden kunnen instemmen of naar een andere verzekeraar kunnen overstappen, dat niet is gebleken dat zij feitelijk worden belemmerd om steunzolen te verkrijgen en dat de door VGZ gemaakte afwegingen, waaronder kosten, kwalificaties van zorgverleners en het stepped-carebeginsel, niet kennelijk onredelijk zijn. Dat de aangesloten zorgaanbieders hierdoor mogelijk cliënten of omzet verliezen, maakt het handelen van VGZ niet onrechtmatig.

Ook bestaat volgens het hof geen overeenkomst die VGZ verplicht de vergoeding voort te zetten. Uit de e-mails van 2015 en 2019 kon LOOP hooguit afleiden dat de bestaande vergoedingspraktijk op dat moment werd voortgezet, maar niet dat VGZ zich contractueel had verbonden om de vergoeding ook daarna te blijven bieden. Evenmin is door de langdurige praktijk een dergelijke verplichting uit gewoonte ontstaan. Bovendien geldt dat, zelfs als sprake zou zijn geweest van een overeenkomst voor onbepaalde tijd, onvoldoende is gesteld om te oordelen dat VGZ die niet mocht beëindigen of dat beëindiging per 1 januari 2027 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Het hof acht ook niet aangetoond dat VGZ haar verzekerden onjuist of misleidend over de vergoeding heeft geïnformeerd. Het principale hoger beroep van LOOP c.s. slaagt daarom niet. Het incidentele hoger beroep van VGZ slaagt wel: het staat VGZ jegens LOOP c.s. vrij om in haar polisvoorwaarden vergoeding uit te sluiten voor steunzolen die door (register)podologen en podoposturaal therapeuten zijn afgeleverd én om de bestaande vergoeding daarvoor te beëindigen. VGZ heeft aangegeven dit vanaf 1 januari 2027 te doen en reeds verstrekte vergoedingen niet terug te vorderen. Het vonnis van de rechtbank wordt alleen vernietigd voor zover de verklaring voor recht nog niet mede betrekking had op podoposturaal therapeuten; voor het overige wordt het bekrachtigd.

Slot

6.37.

Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan niet leiden tot een andere uitkomst van deze procedure. Er zijn dus ook geen feiten gesteld die moeten worden bewezen.

Dit brengt mee dat het bewijsaanbod van LOOP e.a. wordt gepasseerd.

6.38.

Het hof zal het bestreden vonnis vernietigen voor zover de verklaring voor recht in het dictum onder 5.1 geen betrekking heeft op podoposturaal therapeuten en de vorderingen van VGZ e.a. in zoverre in 5.6 zijn afgewezen. Voor de duidelijkheid zal het hof deze verklaring voor recht in haar geheel opnemen in het dictum van dit arrest. Verder zal het hof de tweede verklaring voor recht geven die VGZ e.a. in hoger beroep hebben gevorderd. De gewijzigde eis van LOOP e.a. zal het hof afwijzen.