Overig

LS&R 1616

Rectificatie beschuldiging fraude en het niet voldoen aan de medische regels door cosmetisch chirurg

Rechtbank Den Haag 17 mei 2018, LS&R 1616; ECLI:NL:RBDHA:2018:5798 (cosmetisch arts tegen beautysalon), http://www.lsenr.nl/artikelen/rectificatie-beschuldiging-fraude-en-het-niet-voldoen-aan-de-medische-regels-door-cosmetisch-chirurg

Vzr. Rechtbank Den Haag 17 mei 2018, IEF 17723; LS&R 1616; ECLI:NL:RBDHA:2018:5798 (cosmetisch arts tegen beautysalon) Mediarecht. Samenwerking tussen cosmetisch chirurg en beautysalon geëindigd na geschil over klantenbestand. Saloneigenaar heeft beschuldigingen geuit aan adres van cosmetisch chirurg op website en via nieuwsbrief. Beschuldigingen vinden geen dan wel onvoldoende steun in feitenmateriaal en zijn zeer schadelijk voor reputatie cosmetisch arts. Verbod uiten beschuldigingen en verplichting tot rectificatie via nieuwsbrief en op website.

LS&R 1614

Inventarisatie en vertaling naar schema van medisch objectieve gegevens geen beschermd werk van wetenschap

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 mei 2018, LS&R 1614; (X tegen Amgen), http://www.lsenr.nl/artikelen/inventarisatie-en-vertaling-naar-schema-van-medisch-objectieve-gegevens-geen-beschermd-werk-van-wete

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 mei 2018, IEF 17720; LS&R 1614 (X tegen Amgen) Geen auteursrechtinbreuk. X heeft een wetenschappelijk artikel geschreven over Familiaire Hypercholesterolemie (FH). In dat artikel is een schema opgenomen aan de hand waarvan een score kan worden berekend waarmee een diagnose kan worden gesteld. Het schema en de FH score dienen ter ondersteuning van een exactere diagnose bij personen met een verhoogd risico op FH. Amgen heeft een folder gemaakt ter promotie van een website met de domeinnaam fhscore.eu. De folder en website bevatten informatie over FH. X stelt dat Amgen delen uit een door hem geschreven onderzoek heeft openbaar gemaakt voor commerciële doeleinden en daarmee inbreuk maakt op zijn auteursrechten. X heeft medisch objectief relevante gegevens geïnventariseerd en vertaald naar tabellen en scores ten einde gerichter de diagnose FH vast te kunnen stellen. Daarbij was voor het toepassen van eigen smaak, voorkeur, gewoonte of persoonlijke visie, geen, dan wel niet of nauwelijks plaats. Het artikel, schema en FH score zijn geen auteursrechtelijk beschermd werk van wetenschap.

LS&R 1613

Geclausuleerde toewijzing van inzage in medisch dossier overleden zoon

Hof Arnhem-Leeuwarden 15 mei 2018, LS&R 1613; ECLI:NL:GHARL:2018:4396 (obductieverslag overleden zoon), http://www.lsenr.nl/artikelen/geclausuleerde-toewijzing-van-inzage-in-medisch-dossier-overleden-zoon

Hof Arnhem-Leeuwarden 15 mei 2018, LS&R 1613; ECLI:NL:GHARL:2018:4396 (obductieverslag overleden zoon) Moeder van in het ziekenhuis overleden jongeman vordert op grond van 843a Rv afgifte van het medisch dossier en het obductieverslag betreffende haar zoon van het ziekenhuis en twee betrokken artsen. Het ziekenhuis en de artsen weigeren afgifte. Zij beroepen zich op hun geheimhoudingsplicht. Anders dan de rechtbank, acht het hof de vordering (geclausuleerd) toewijsbaar.

LS&R 1521

Raad van State: IGZ weigert ten onrechte verwijderen gegevens met beroep op Archiefwet

Raad van State 23 aug 2017, LS&R 1521; ECLI:NL:RVS:2017:2232 (IGZ-Archiefwet), http://www.lsenr.nl/artikelen/raad-van-state-igz-weigert-ten-onrechte-verwijderen-gegevens-met-beroep-op-archiefwet

ABRvS 23 augustus 2017, IT 2380; LS&R 1521; ECLI:NL:RVS:2017:2232 (IGZ-Archiefwet) Wederpartij heeft een handhavingsverzoek ingediend bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, in dat kader waren bij haar aanvullende gegevens opgevraagd. Na afwijzing, verzocht zij om verwijdering van de gegevens, wat door IGZ werd geweigerd met een beroep op de Archiefwet. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geconcludeerd dat de persoonsgegevens van [wederpartij] in strijd met wettelijke voorschriften zijn verwerkt.  Het voor tien jaar bewaren van het dossier op beide locaties is daarom volgens de rechtbank in strijd met artikel 11, eerste lid, van de Wbp. Door desgevraagd en uit eigen beweging gegevens te verstrekken heeft [wederpartij] uitdrukkelijke toestemming gegeven om haar dossier tien jaar te bewaren, aldus de minister.

LS&R 1520

Medische analyse radioloog is geen persoonsgegeven in de zin van Wbp

Hof Den Haag 3 okt 2017, LS&R 1520; ECLI:NL:GHDHA:2017:2723 (Appellante tegen Centramed c.s.), http://www.lsenr.nl/artikelen/medische-analyse-radioloog-is-geen-persoonsgegeven-in-de-zin-van-wbp

Hof Den Haag 3 oktober 2017, IT&R 2379; LS&R 1520; ECLI:NL:GHDHA:2017:2723 (Appellante tegen Centramed c.s.). Privacy. Medische gegevens. In 2005 is appellante bevallen in Waterlandziekenhuis met behulp van een keizersnede, uitgevoerd door een gynaecoloog. Het pasgeboren kind werd overgeplaatst naar het VUMC, alwaar een hoge dwarslaesie werd vastgesteld. Appelante beticht Waterlandziekenhuis en gynaecoloog van onvoldoende zorgvuldig handelen. Ziekenhuis en gynaecoloog hebben deze aansprakelijkheid afgewezen. Beide partijen zijn voor aansprakelijkheid verzekerd bij Centramed. De rechtbank heeft het ziekenhuis en de gynaecoloog hoofdelijk veroordeeld tot betaling van geleden en te lijden schade. In hoger beroep is de vordering alsnog afgewezen. Hiertegen heeft appellante cassatie ingesteld. Appelante heeft bij Centramed een volledig overzicht gevraagd betreffende iedere verwerking van de persoonsgegevens van haar en haar zoon. Dit overzicht heeft Centramed gestuurd. In eerste aanleg heeft appellante gesteld dat het overzicht geen volledig en begrijpelijk overzicht bevat. Zij vordert dat Centramed dit alsnog doet en vordert tevens inzage in analyse door een radioloog. Rechtbank wijst deze vorderingen af. Het Hof oordeelt dat Centramed inderdaad niet aan haar wettelijke verplichting ex art. 35 lid 2 Wbp tot verstrekking van een volledig overzicht heeft voldaan. Zij vordert dat Centramed dit alsnog doet. Een medische analyse door bijvoorbeeld een radioloog valt niet onder persoonsgegevens, hoewel een dergelijke analyse medische zeker persoonsgegevens kan bevatten.

LS&R 1493

Vragen aan het HvJEU over definitie pruimstabakproducten in het licht van richtlijn 2014/40/EU

Hof van Justitie EU 11 jul 2017, LS&R 1493; C-425/17 (Pruimtabaksproducten), http://www.lsenr.nl/artikelen/vragen-aan-het-hvjeu-over-definitie-pruimstabakproducten-in-het-licht-van-richtlijn-2014-40-eu

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ 11 juli 2017, LS&R 1493; C-425/17 (pruimtabaksproducten) Volksgezondheid. Via Minbuza: Verzoekster (Günter Hartmann Tabakvertrieb) komt op tegen de door verweerster (Stadt Kempen) ingestelde verkoopverboden voor twee door haar op de Duitse markt verkochte tabaksproducten. De Beierse overheidsinstantie voor gezondheid en voedselveiligheid (hierna: LGL) heeft monsters van deze beide producten afgekeurd. In zijn advies kwam LGL tot de conclusie dat het op grond van de structuur, consistentie en wijze van gebruik een verboden tabaksproduct betreft, aangezien het bestemd is voor een andere oraal gebruik dan roken of pruimen. Bij beschikkingen van respectievelijk 13 oktober 2014 en 15 januari 2015 heeft verweerster verzoekster verplicht de litigieuze tabaksproducten niet langer in de handel te brengen. De bestuursrechter in eerste aanleg waarbij hiertegen beroep was ingesteld, heeft de beschikking met betrekking tot het eerste product ‘Thunder Chewing Tobacco’ – waarbij het gaat om een pasta-achtige massa op basis van fijngemalen tabak – nietig verklaard, op grond dat het product bestemd is om te worden gepruimd en derhalve in de handel mag worden gebracht. Met betrekking tot het tweede product ‘Thunder Frosted Chewing Bags’ – waarbij in kleine, poreuze builtjes van cellulose verpakte fijngesneden tabak wordt gepruimd, heeft de bestuursrechter dat beroep daarentegen afgewezen. Of een product is bestemd om te worden gepruimd, moet uit het product zelf blijken. Het volstaat niet dat het pas geschikt is om te worden gepruimd door een aanbiedingsvorm – namelijk in builtjes verpakt – die losstaat van het eigenlijke tabaksproduct. Tegen deze beslissingen heeft verzoekster respectievelijk verweerster hoger beroep ingesteld bij de hoogste bestuursrechter van de deelstaat Beieren. 

LS&R 1491

Maker van module alternatieve geneeswijzen slaagt niet in bewijsopdracht omtrent onrechtmatig profiteren van wanprestatie

Hof Amsterdam 30 mei 2017, LS&R 1491; ECLI:NL:GHAMS:2017:2039 (Module alternatieve geneeswijze), http://www.lsenr.nl/artikelen/maker-van-module-alternatieve-geneeswijzen-slaagt-niet-in-bewijsopdracht-omtrent-onrechtmatig-profit

Hof Amsterdam 30 mei 2017, IEF 17047; LS&R 1491; ECLI:NL:GHAMS:2017:2039 (module alternatieve geneeswijze) Auteursrecht. Zie eerder [IEF 16240]. Er komt geen auteursrechtelijke bescherming toe aan de module van alternatieve geneeswijzen, bestaande uit een ordening van aandoeningen, therapieën en toe te passen middelen inzake alternatieve geneeswijzen. Bewijsopdracht voor appellante omtrent het onrechtmatig profiteren van wanprestatie door geïntimeerden. Afgelegde getuigenverklaringen, waaronder verklaringen van horen zeggen, vormen geen geslaagd bewijs. Er is onvoldoende bewijs geleverd dat de importeur van Asyra de onjuiste indruk heeft gewekt dat de IDT-module bij het Asyra apparaat gratis beschikbaar is en aldus gebruik heeft gemaakt van de populariteit van de IDT-module. Bekrachtiging vonnis. 

LS&R 1489

Gestelde vragen aan HvJ EU: leidt de verplichting van neutrale sigarettenpakjes tot inbreuk op het eigendomsrecht, de vrijheden van meningsuiting en ondernemerschap en het evenredigheidsbeginsel? 

Hof van Justitie EU 19 mei 2017, LS&R 1489; (neutraal sigarettenpakje), http://www.lsenr.nl/artikelen/gestelde-vragen-aan-hvj-eu-leidt-de-verplichting-van-neutrale-sigarettenpakjes-tot-inbreuk-op-het-ei

HvJ EU 19 mei 2017, RB 2942; LS&R 1489; C-288/17 (neutraal sigarettenpakje) Via Minbuza: Bij de Conseil d’État (hoogste bestuursrechter) zijn vijf beroepen ingesteld tot nietigverklaring van het besluit van 19 mei 2016 tot omzetting van richtlijn 2014/40/EU (hierna: de richtlijn). Dit besluit herschikt bepalingen van de Franse wetboek volksgezondheid met betrekking tot het vereiste van het “neutrale pakje”. Daarnaast zet dat besluit artikel 13 van de richtlijn in nationaal recht om waar het met name het gebruik verbiedt van merken die tabak aanprijzen/aanmoedigen. In een uitvoeringsbesluit moet worden vastgesteld welke elementen of kenmerken verboden zijn. Twee verzoeksters (SEITA en BAT France) stellen dat de wetgever inbreuk maakt op hun merkrechten, die zij op één lijn stellen met eigendomsrechten, en op de vrijheden van ondernemerschap en van meningsuiting. De Conseil d’État stelt het Hof bijgevolg vragen over de draagwijdte van de betrokken bepalingen van richtlijn 2014/40 en over hun geldigheid in het licht van bepaalde grondrechten.