Overig

LS&R 1521

Raad van State: IGZ weigert ten onrechte verwijderen gegevens met beroep op Archiefwet

Raad van State 23 aug 2017, LS&R 1521; ECLI:NL:RVS:2017:2232 (IGZ-Archiefwet), http://www.lsenr.nl/artikelen/raad-van-state-igz-weigert-ten-onrechte-verwijderen-gegevens-met-beroep-op-archiefwet

ABRvS 23 augustus 2017, IT 2380; LS&R 1521; ECLI:NL:RVS:2017:2232 (IGZ-Archiefwet) Wederpartij heeft een handhavingsverzoek ingediend bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, in dat kader waren bij haar aanvullende gegevens opgevraagd. Na afwijzing, verzocht zij om verwijdering van de gegevens, wat door IGZ werd geweigerd met een beroep op de Archiefwet. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geconcludeerd dat de persoonsgegevens van [wederpartij] in strijd met wettelijke voorschriften zijn verwerkt.  Het voor tien jaar bewaren van het dossier op beide locaties is daarom volgens de rechtbank in strijd met artikel 11, eerste lid, van de Wbp. Door desgevraagd en uit eigen beweging gegevens te verstrekken heeft [wederpartij] uitdrukkelijke toestemming gegeven om haar dossier tien jaar te bewaren, aldus de minister.

LS&R 1520

Medische analyse radioloog is geen persoonsgegeven in de zin van Wbp

Hof Den Haag 3 okt 2017, LS&R 1520; ECLI:NL:GHDHA:2017:2723 (Appellante tegen Centramed c.s.), http://www.lsenr.nl/artikelen/medische-analyse-radioloog-is-geen-persoonsgegeven-in-de-zin-van-wbp

Hof Den Haag 3 oktober 2017, IT&R 2379; LS&R 1520; ECLI:NL:GHDHA:2017:2723 (Appellante tegen Centramed c.s.). Privacy. Medische gegevens. In 2005 is appellante bevallen in Waterlandziekenhuis met behulp van een keizersnede, uitgevoerd door een gynaecoloog. Het pasgeboren kind werd overgeplaatst naar het VUMC, alwaar een hoge dwarslaesie werd vastgesteld. Appelante beticht Waterlandziekenhuis en gynaecoloog van onvoldoende zorgvuldig handelen. Ziekenhuis en gynaecoloog hebben deze aansprakelijkheid afgewezen. Beide partijen zijn voor aansprakelijkheid verzekerd bij Centramed. De rechtbank heeft het ziekenhuis en de gynaecoloog hoofdelijk veroordeeld tot betaling van geleden en te lijden schade. In hoger beroep is de vordering alsnog afgewezen. Hiertegen heeft appellante cassatie ingesteld. Appelante heeft bij Centramed een volledig overzicht gevraagd betreffende iedere verwerking van de persoonsgegevens van haar en haar zoon. Dit overzicht heeft Centramed gestuurd. In eerste aanleg heeft appellante gesteld dat het overzicht geen volledig en begrijpelijk overzicht bevat. Zij vordert dat Centramed dit alsnog doet en vordert tevens inzage in analyse door een radioloog. Rechtbank wijst deze vorderingen af. Het Hof oordeelt dat Centramed inderdaad niet aan haar wettelijke verplichting ex art. 35 lid 2 Wbp tot verstrekking van een volledig overzicht heeft voldaan. Zij vordert dat Centramed dit alsnog doet. Een medische analyse door bijvoorbeeld een radioloog valt niet onder persoonsgegevens, hoewel een dergelijke analyse medische zeker persoonsgegevens kan bevatten.

LS&R 1493

Vragen aan het HvJEU over definitie pruimstabakproducten in het licht van richtlijn 2014/40/EU

Hof van Justitie EU 11 jul 2017, LS&R 1493; C-425/17 (Pruimtabaksproducten), http://www.lsenr.nl/artikelen/vragen-aan-het-hvjeu-over-definitie-pruimstabakproducten-in-het-licht-van-richtlijn-2014-40-eu

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ 11 juli 2017, LS&R 1493; C-425/17 (pruimtabaksproducten) Volksgezondheid. Via Minbuza: Verzoekster (Günter Hartmann Tabakvertrieb) komt op tegen de door verweerster (Stadt Kempen) ingestelde verkoopverboden voor twee door haar op de Duitse markt verkochte tabaksproducten. De Beierse overheidsinstantie voor gezondheid en voedselveiligheid (hierna: LGL) heeft monsters van deze beide producten afgekeurd. In zijn advies kwam LGL tot de conclusie dat het op grond van de structuur, consistentie en wijze van gebruik een verboden tabaksproduct betreft, aangezien het bestemd is voor een andere oraal gebruik dan roken of pruimen. Bij beschikkingen van respectievelijk 13 oktober 2014 en 15 januari 2015 heeft verweerster verzoekster verplicht de litigieuze tabaksproducten niet langer in de handel te brengen. De bestuursrechter in eerste aanleg waarbij hiertegen beroep was ingesteld, heeft de beschikking met betrekking tot het eerste product ‘Thunder Chewing Tobacco’ – waarbij het gaat om een pasta-achtige massa op basis van fijngemalen tabak – nietig verklaard, op grond dat het product bestemd is om te worden gepruimd en derhalve in de handel mag worden gebracht. Met betrekking tot het tweede product ‘Thunder Frosted Chewing Bags’ – waarbij in kleine, poreuze builtjes van cellulose verpakte fijngesneden tabak wordt gepruimd, heeft de bestuursrechter dat beroep daarentegen afgewezen. Of een product is bestemd om te worden gepruimd, moet uit het product zelf blijken. Het volstaat niet dat het pas geschikt is om te worden gepruimd door een aanbiedingsvorm – namelijk in builtjes verpakt – die losstaat van het eigenlijke tabaksproduct. Tegen deze beslissingen heeft verzoekster respectievelijk verweerster hoger beroep ingesteld bij de hoogste bestuursrechter van de deelstaat Beieren. 

LS&R 1491

Maker van module alternatieve geneeswijzen slaagt niet in bewijsopdracht omtrent onrechtmatig profiteren van wanprestatie

Hof Amsterdam 30 mei 2017, LS&R 1491; ECLI:NL:GHAMS:2017:2039 (Module alternatieve geneeswijze), http://www.lsenr.nl/artikelen/maker-van-module-alternatieve-geneeswijzen-slaagt-niet-in-bewijsopdracht-omtrent-onrechtmatig-profit

Hof Amsterdam 30 mei 2017, IEF 17047; LS&R 1491; ECLI:NL:GHAMS:2017:2039 (module alternatieve geneeswijze) Auteursrecht. Zie eerder [IEF 16240]. Er komt geen auteursrechtelijke bescherming toe aan de module van alternatieve geneeswijzen, bestaande uit een ordening van aandoeningen, therapieën en toe te passen middelen inzake alternatieve geneeswijzen. Bewijsopdracht voor appellante omtrent het onrechtmatig profiteren van wanprestatie door geïntimeerden. Afgelegde getuigenverklaringen, waaronder verklaringen van horen zeggen, vormen geen geslaagd bewijs. Er is onvoldoende bewijs geleverd dat de importeur van Asyra de onjuiste indruk heeft gewekt dat de IDT-module bij het Asyra apparaat gratis beschikbaar is en aldus gebruik heeft gemaakt van de populariteit van de IDT-module. Bekrachtiging vonnis. 

LS&R 1489

Gestelde vragen aan HvJ EU: leidt de verplichting van neutrale sigarettenpakjes tot inbreuk op het eigendomsrecht, de vrijheden van meningsuiting en ondernemerschap en het evenredigheidsbeginsel? 

Hof van Justitie EU 19 mei 2017, LS&R 1489; (neutraal sigarettenpakje), http://www.lsenr.nl/artikelen/gestelde-vragen-aan-hvj-eu-leidt-de-verplichting-van-neutrale-sigarettenpakjes-tot-inbreuk-op-het-ei

HvJ EU 19 mei 2017, RB 2942; LS&R 1489; C-288/17 (neutraal sigarettenpakje) Via Minbuza: Bij de Conseil d’État (hoogste bestuursrechter) zijn vijf beroepen ingesteld tot nietigverklaring van het besluit van 19 mei 2016 tot omzetting van richtlijn 2014/40/EU (hierna: de richtlijn). Dit besluit herschikt bepalingen van de Franse wetboek volksgezondheid met betrekking tot het vereiste van het “neutrale pakje”. Daarnaast zet dat besluit artikel 13 van de richtlijn in nationaal recht om waar het met name het gebruik verbiedt van merken die tabak aanprijzen/aanmoedigen. In een uitvoeringsbesluit moet worden vastgesteld welke elementen of kenmerken verboden zijn. Twee verzoeksters (SEITA en BAT France) stellen dat de wetgever inbreuk maakt op hun merkrechten, die zij op één lijn stellen met eigendomsrechten, en op de vrijheden van ondernemerschap en van meningsuiting. De Conseil d’État stelt het Hof bijgevolg vragen over de draagwijdte van de betrokken bepalingen van richtlijn 2014/40 en over hun geldigheid in het licht van bepaalde grondrechten. 

LS&R 1470

Overzicht Tuchtrecht juni 2017

, LS&R 1470; http://www.lsenr.nl/artikelen/overzicht-tuchtrecht-juni-2017

De redactie beperkt zich tot enkel de gewezen tuchtrecht uitspraken waarin een klacht wordt toegewezen en is voornemens dit onregelmatig te publiceren. De redactie staat open voor uw suggesties voor afwijkingen: redactie@lsenr.nl.

ECLI:NL:TGZRAMS:2017:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2016/158. Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose. Klaagster, die destijds 34 weken zwanger was, verwijt de huisarts dat zij medicatie (Ibuprofen) heeft voorgeschreven die schadelijk is voor het ongeboren kind. De klacht heeft voorts betrekking op de bejegening. De klacht is gegrond, verweerster heeft gehandeld in strijd met de zorg die zij jegens klaagster had behoren te betrachten.

ECLI:NL:TGZRSGR:2017:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2016-158. Grensoverschrijdend gedrag. Gegronde klacht tegen een psychiater wegens grensoverschrijdend gedrag binnen de behandelrelatie. De psychiater heeft gehandeld in strijd met de KNMG-richtlijn ‘Seksueel contact tussen arts-patiënt, het mag niet, het mag nooit’, alsmede in strijd met gedragsregels voor artsen. Voorwaardelijke schorsing voor de duur van drie maanden.

ECLI:NL:TGZRSGR:2017:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2016-298. Schending beroepsgeheim. Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft ten onrechte zonder toestemming van klaagster privacygevoelige informatie aan de werkgever van klaagster verschaft. Ook heeft de bedrijfsarts mededelingen gedaan die niet noodzakelijk waren zoals bedoeld in de Leidraad van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde. De gedragsmatige aanpak van de bedrijfsarts stond op gespannen voet met de Richtlijn Psychische klachten en de ondersteuning van klaagster door de bedrijfsarts liet te wensen over, maar is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Berisping.

ECLI:NL:TGZREIN:2017:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 16198. Onvoldoende informatie. Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose. Plastisch chirurg. Klachten: (a) basisarts noemt zich chirurg, (b) onvoldoende informatie gegeven over complexiteit en verhoogd risico onderooglidcorrecties, (c) onzorgvuldig handelen, (d) afschuiven verantwoordelijkheid. Het college verklaart de klachten a, b en c (gedeeltelijk) gegrond en d ongegrond. Verweerster heeft term chirurg gebruikt. Niet voldaan aan informatieplicht. Bij wensgeneeskunde verzwaarde informatieplicht. Geen goede voorbereiding en ingreep niet goed uitgevoerd. Brandwond op ooglid kunstfout. Maatregel: college weegt mee: dossiervoering ver onder de maat, verweerster niet bekwaam om ingreep uit te voeren en geen achtervang geregeld. Gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid, te weten om boven- en onderooglidcorrecties te verrichten.

ECLI:NL:TGZRZWO:2017:111 Regionaal Tuchtvollege te Zwolle 036/2017. Klacht over onvoldoende zorg en onheuse bejegening door huisarts is gegrond. Het Centraal Tuchtcollege heeft de arts eind 2013 een laatste kans gegund en hem een voorwaardelijke schorsing opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Thans is er weer sprake van een klacht met gelijksoortige verwijten en ontbrekende kritische reflectie van de arts op zijn eigen handelen. Het college legt de maatregel op van schorsing van zijn inschrijving in het BIG-register voor de duur van zes maanden.

ECLI:NL:TGZRZWO:2017:114 Regionaal Tuchtcollege te Zwolle 260/2016. Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose. Handelen huisarts toereikend op basis voorhanden zijnde informatie, geen noodtoestand, adequaat reageren op noodoproep, onzorgvuldigheid bij toedienen Ascal.

LS&R 1391

Sprake van onrechtmatige uitlatingen nu niet is voldaan aan de voorwaarden van vergelijkende reclame

Rechtbank Den Haag 8 nov 2016, LS&R 1391; ECLI:NL:RBDHA:2016:13311 (Natuurlijk Beter Leven en Aliter Curari tegen DR. Rath Health Programs), http://www.lsenr.nl/artikelen/sprake-van-onrechtmatige-uitlatingen-nu-niet-is-voldaan-aan-de-voorwaarden-van-vergelijkende-reclame
DR. Rath Health Programs

Vzr. Rechtbank Den Haag 8 november 2016, IEF 16365; LS&R 1391; RB 2792; ECLI:NL:RBDHA:2016:13311 (Natuurlijk Beter Leven en Aliter Curari tegen DR. Rath Health Programs) Onrechtmatige uitlatingen. Vergelijkende reclame. Voedingssuplement. Health Programs is distributeur van voedingssuplementen en heeft met Aliter Curari is een distributieovereenkomst gesloten. Volgens Aliter doet Health Programs in een informatiebrief uitlatingen tegen derden dat Aliter imitatieproducten aanbiedt. Aliter stelt dat de informatiebrief verschillende mededelingen bevat die onrechtmatig zijn omdat sprake is van ongeoorloofde vergelijkende reclame, aantasting van de eer en goede naam en handelen met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt. De voorzieningenrechter stelt dat de informatiebrief van Health Programs een aantal passages bevat die voorhands onrechtmatig moeten worden geacht jegens Aliter Curari en Natuurlijk Beter Leven, omdat niet is voldaan aan art. 6:194a lid 2 BW en omdat de reputatie wordt aangetast.

LS&R 1272

Calcium bruistablet valt onder post 3004 van de nomenclatuur

HvJ EU 25 februari 2016, LS&R 1272; C-124/15; ECLI:EU:C:2016:87 (Salutas Pharma tegen Hauptzollamt Hannover)
Prejudiciële verwijzing (minbuza) - Gemeenschappelijk douanetarief - Tariefindeling - Gecombineerde nomenclatuur - Post 3004 - Bruistabletten met een calciumgehalte van 500 mg - Gehalte aan een stof per aanbevolen dagelijkse dosis dat aanzienlijk hoger is dan de voor het behoud van de algemene gezondheid of het welzijn aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Het Hof verklaart voor recht:

De gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij [verordening (EEG) nr. 2658/87] met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, in de versie van verordening (EU) nr. 1006/2011 van de Commissie van 27 september 2011, moet aldus worden uitgelegd dat een product zoals bruistabletten met een calciumgehalte van 500 mg per tablet, die worden gebruikt ter voorkoming en behandeling van een calciumtekort en ter ondersteuning van een speciale therapie ter voorkoming en behandeling van osteoporose en waarvoor op het etiket voor volwassenen een maximale dagelijkse dosis van 1 500 mg wordt aanbevolen, valt onder post 3004 van die nomenclatuur.

 

Gestelde vraag:

Moet de [GN] aldus worden uitgelegd dat bruistabletten met een calciumgehalte van 500 mg per tablet, die worden gebruikt ter voorkoming en behandeling van een calciumtekort en ter ondersteuning van een speciale therapie ter voorkoming en behandeling van osteoporose en waarvoor op het etiket voor volwassenen een maximale dagelijkse dosis van 3 tabletten (= 1 500 mg) wordt aanbevolen, onder postonderverdeling 3004 90 00 moeten worden ingedeeld?