LS&R 1701

Octrooi vetzuren vernietigd via problem-solution approach

EP 1294371

Rechtbank Den Haag 10 april 2019, IEF 18349; LS&R 1701; ECLI:NL:RBDHA:2019:3424 (Nutrition tegen Noba) Octrooirecht. Inbreuk. Nietigheid. Nutrition ontwikkelt en produceert veevoer en daarvoor bestemde producten. Nutrition is in deze hoedanigheid houdster van EP 1294371 voor een 'middenlange keten vetzuren bruikbaar als antimicrobiële agentie'. Noba houdt zich bezig met vetproducten voor de diervoederindustrie. Nutrition is van mening dat Noba met haar producten inbreuk maakt op de door Nutrition gehouden octrooien. Als verweer stelt Noba dat het octrooi waarop Nutrition zich beroept nietig moet worden verklaard, omdat het de vereiste inventiviteit ontbeert. Beide partijen beroepen zich op de problem-solution approach. In het licht hiervan moet worden aangenomen dat de gemiddelde vakman zonder enig inventief denkvermogen tot dezelfde oplossing als in het octrooi was gekomen, en dat het octrooi dus nietig is. De vorderingen in conventie worden afgewezen, de vordering in reconventie wordt toegewezen waardoor het Nederlandse deel van het voorliggende octrooi nietig is. Nutrition wordt veroordeeld in de proceskosten.

4.2 1. Het voorgaande weergegeven in de problem-solution-approach, waarop partijen zich bij hun argumentatie hebben beroepen, leidt tot het volgende. Ten opzichte van de meest nabije stand van de techniek, te weten (voorbeeld 1 van) WO 92$, is als enige verschilmaatregel aan te wijzen dat conclusie 1 van EP 371 een ongeveer gelijke verhouding Cs en Cm vetzuren openbaart. Zoals hiervoor is overwogen, moet ervan worden uitgegaan dat aan die verschilmaatregel geen technisch effect is te verbinden. Het probleem is dan te formuleren als het vinden van een alternatief in de vorm van een werkzame verhouding tussen Cs en Cm. Als de gemiddelde vakman in dat geval al niet zonder meer aan een min of meer gelijke verhouding ( als immers meest voor de hand liggende verhouding) zou hebben gedacht, zou hij die kunnen vinden in voorbeeld 4 van hetzelfde document om zonder

inventieve denkarbeid te komen tot (ongeveer) gelijke verhoudingen. Omdat de gemiddelde vakman bij nawerking van voorbeeld 1 al het door Nutrition gestelde voordelige effect van vrije vetzuren ten opzichte van zouten zou bereiken, is dat effect niet meer van belang. Ook op deze wijze benaderd is de slotsom dat conclusie 1 van 1? 371 niet inventief is in het licht van (voorbeeld 1 van) WO 928.

4.22. Ten aanzien van onderconciusies 2 t/m 7 heeft Nutrition de steLlingen van Noba die erop neerkomen dat deze ten opzichte van WO 928 geen inventieve maatregeLen toevoegen niet bestreden, zodat deze conclusies het lot van conclusie 1 delen. Ten aanzien van productconclusie $ en de daarvan afhankelijke conclusie 9 heeft Nutrition evenmin betwist dat deze geen inventieve maatregelen bevatten ten opzichte van conclusie 1, zodat ook deze conclusies als niet inventief moeten worden aangemerkt. BP 371 ontbeert dan ook in zijn geheel inventiviteit.

4.23. Het voorgaande brengt mee dat BP 371 (NL) nietig is, zodat de vorderingen in conventie reeds om die reden moeten worden afgewezen. De vordering in reconventie zal worden toegewezen, in die zin dat het Nederlandse deel van BP 371 zal worden vernietigd.