Gepubliceerd op maandag 15 juni 2026
LS&R 2396
Rechtbank Rotterdam ||
23 mrt 2026
Rechtbank Rotterdam 23 mrt 2026, LS&R 2396; ECLI:NL:RBROT:2026:3605 (([verzoeker] tegen Veldhuis Kliniek)), https://www.lsenr.nl/artikelen/rb-rotterdam-afgifte-medisch-dossier-kan-in-kort-geding-niet-via-verzoekschrift-worden-afgedwongen

Rb Rotterdam: afgifte medisch dossier kan in kort geding niet via verzoekschrift worden afgedwongen

Rb. Rotterdam 23 maart 2026, LS&R 2396; ECLI:NL:RBROT:2026:3605 ([verzoeker] tegen Veldhuis Kliniek). In deze zaak tussen [verzoeker] en Velthuis Kliniek staat de vraag centraal of een patiënt in kort geding via een verzoekschrift afgifte van een volledig medisch dossier kan afdwingen. [verzoeker] verzoekt de voorzieningenrechter om Velthuis Kliniek te bevelen haar volledige medisch dossier, waaronder loggegevens, te verstrekken. Zij baseert haar verzoek op het inzagerecht uit artikel 7:456 BW en op artikel 15 AVG. Volgens [verzoeker] is er sprake van een spoedeisend belang, omdat zij het dossier nodig heeft in een tuchtprocedure bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een verzoek tot afgifte van een medisch dossier niet via een verzoekschriftprocedure in kort geding kan worden ingesteld. Een dergelijke vordering moet worden ingediend bij dagvaarding. Dat geldt ook wanneer er sprake is van spoedeisendheid. Voor een kort geding dat bij dagvaarding wordt ingesteld, geldt bovendien verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat. Voor zover [verzoeker] zich beroept op artikel 15 AVG, leidt dat niet tot een ander oordeel. De verzoekschriftprocedure van artikel 35 UAVG staat uitsluitend open in een bodemprocedure en niet in een kort geding. De voorzieningenrechter onderzoekt vervolgens of aanleiding bestaat om gebruik te maken van de zogenoemde spoorwissel, waarbij een onjuist ingeleide procedure wordt omgezet in de juiste procesvorm. Daarvoor ziet de rechtbank alleen geen aanleiding.

Doorslaggevend is dat het spoedeisend belang inmiddels ontbreekt. De mondelinge behandeling bij het Centraal Tuchtcollege, waarvoor [verzoeker] het dossier nodig had, heeft al plaatsgevonden. Bovendien heeft het Centraal Tuchtcollege, hoewel deze procedure tijdens die zitting aan de orde is gekomen, geen aanleiding gezien om de tuchtzaak aan te houden. Ook het betoog van [verzoeker] dat het voortduren van het geschil over haar dossier een spoedeisend belang oplevert, slaagt niet. Daarbij wordt meegewogen dat partijen al jarenlang discussiëren over de volledigheid van het dossier, dat Velthuis Kliniek stelt het volledige dossier inclusief logginggegevens al in 2022 te hebben verstrekt en dat de Geschillencommissie Zelfstandige Klinieken in 2023 en het Regionaal Tuchtcollege in 2025 het standpunt van [verzoeker] over de onvolledigheid van het dossier hebben verworpen. Onder deze omstandigheden kan van [verzoeker] worden verlangd dat zij, indien zij haar aanspraken wil voortzetten, een bodemprocedure volgt. De voorzieningenrechter verklaart [verzoeker] daarom niet-ontvankelijk in haar verzoek. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding de procedure ambtshalve om te zetten naar een dagvaardingsprocedure. [verzoeker] wordt veroordeeld in de proceskosten.

4.8. [verzoeker] heeft ter onderbouwing van haar spoedeisend belang in haar verzoekschrift aangegeven dat zij het medisch dossier nodig heeft in het kader van de mondelinge behandeling van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg op 26 januari 2026. Deze mondelinge behandeling heeft reeds plaatsgevonden, zodat dit geen spoedeisend belang aan de zijde van [verzoeker] meer oplevert. Velthuis Kliniek heeft bovendien onbetwist aangevoerd dat de onderhavige procedure tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege aan de orde is gekomen en dat dit college niettemin geen aanleiding heeft gezien om de behandeling van de tuchtprocedure aan te houden. [verzoeker] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij desondanks nog steeds een spoedeisend belang heeft, omdat zij in grote mate ongemak ervaart van het voortslepen van het geschil rondom de afgifte van het medisch dossier. Hoewel dit een vervelende situatie betreft voor [verzoeker] , betekent dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat niet van haar kan worden gevergd een bodemprocedure te doorlopen. Daarbij speelt een rol dat [verzoeker] al lange tijd discussie voert met Velthuis Kliniek over de afgifte van haar dossier, dat Velthuis Kliniek al in 2022 naar eigen zeggen het volledige dossier inclusief de logging-gegevens ter beschikking heeft gesteld en dat zowel de Geschillencommissie Zelfstandige klinieken (in 2023) als het Regionaal Tuchtcollege (in 2025) het standpunt van [verzoeker] over de onvolledigheid van het dossier hebben afgewezen. Dit alles brengt met zich dat een spoorwissel niet zal leiden tot toewijzing van de vorderingen, maar enkel tot nadere kosten voor partijen.