Medische dienst  

LS&R 1353

Financiële afwikkeling uittredende specialist

Hof Arnhem-Leeuwarden 21 jun 2016, LS&R 1353; ECLI:NL:GHARL:2016:5034 (maatschap Chirurgen Maatschap Groningen tegen chirurg), https://www.lsenr.nl/artikelen/financi-le-afwikkeling-uittredende-specialist

Hof Arnhem-Leeuwarden 21 juni 2016, LS&R 1353; ECLI:NL:GHARL:2016:5034 (maatschap Chirurgen Maatschap Groningen tegen chirurg)
Financiële afwikkeling rond het uittreden door een van de leden van een maatschap van medisch specialisten. Aan orde komen de vraag of de maatschap heeft gecontracteerd met de uittredende arts persoonlijk dan wel met zijn praktijkvennootschap en de waardering van het onderhanden werk in het kader van de veranderende regelgeving en vergoedingensystematiek (DBC’s) bij het ontbreken van een specifieke bepaling dienaangaande in het maatschapscontract.

LS&R 1344

Vragen gesteld aan HvJ over betaling van bijdrage van de Staat voor medicijnen aan apotheker

Hof van Justitie EU 25 feb 2016, LS&R 1344; (Lombo Silva Cordeiro), https://www.lsenr.nl/artikelen/vragen-gesteld-aan-hvj-over-betaling-van-bijdrage-van-de-staat-voor-medicijnen-aan-apotheker

Prejudicieel gestelde vragen aan HvJ EU 25 februari 2016, LS&R ; C-229/16 (Lombo Silva Cordeiro)
Richtlijn betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties. Verzoeker is eigenaar van een apotheek. Hij start een zaak tegen POR MinVWS en de regionale gezondheidsdienst (verweerders) over het tijdstip van betaling van rekeningen voor de bijdrage van de nationale gezondheidsdienst. Hij meent dat het tijdstip in strijd is met POR regelgeving en met RL 2000/35. Hij vraagt veroordeling van verweerders tot betaling van de facturen binnen 30 dagen en een verbod op het beperken van de frequentie waarmee de rekeningen bij de gezondheidsdienst kunnen worden aangeboden.

LS&R 1340

Conclusie AG: Vergunningsvrije productie van wierookcapsules door apothekers

Hof van Justitie EU 30 jun 2016, LS&R 1340; ECLI:EU:C:2016:492 (Hecht-Pharma tegen Hohenzollern Apotheke), https://www.lsenr.nl/artikelen/conclusie-ag-vergunningsvrije-productie-van-wierookcapsules-door-apothekers

Conclusie AG 30 juni 2016, LS&R 1340; ECLI:EU:C:2016:492; C‑276/15 (Hecht-Pharma tegen Hohenzollern Apotheke)
Geneesmiddel. Voedingssupplement. Prejudicieelgestelde vragen over Duits-nationale regel voor vergunningsvrije, door apothekers geproduceerde wierookcapsules als geneesmiddel [LS&R 1136]. De richtlijn verzet zich niet tegen een nationale wet die geen marktautorisatie vereist voor medicinale producten die door apothekers in beperkte oplage worden geproduceerd. Conclusie AG:

(1)      Article 2(1) of [Directive 2001/83/EC], does not preclude a national law such as Article 21(2), point 1, of the Arzneimittelgesetz (Law on medicinal products), according to which no marketing authorisation is required for medicinal products that are intended for administration to humans and, on account of the proven frequency with which they are the subject of medical and dental prescriptions, the essential manufacturing steps for such products are carried out in a pharmacy as part of the normal pharmacy business producing up to one hundred packages per day ready for dispensation and intended for supply under the existing pharmacy operating licence.

LS&R 1317

Eerst Centraal Tuchtcollege verzoeken om niet-reglementaire spoedprocedure

Rechtbank Den Haag 13 apr 2016, LS&R 1317; ECLI:NL:RBDHA:2016:5097 (Opheffing schorsing BIG-register), https://www.lsenr.nl/artikelen/eerst-centraal-tuchtcollege-verzoeken-om-niet-reglementaire-spoedprocedure

Vzr. Rechtbank Den Haag 13 april 2015, LS&R 1317; ECLI:NL:RBDHA:2016:5097 (Opheffing schorsing BIG-register)
Vordering tot opheffing schorsing van inschrijving in BIG-register. Het reglement van het Centraal Tuchtcollege voorziet niet expliciet in een spoedprocedure, maar de slotbepaling bepaalt dat het college beslist in gevallen waarin het reglement voorziet. Advocaat van eiser heeft zich telefonisch laten informeren over de gebruikelijke doorlooptijden, maar kennelijk niet om een voorlopige voorziening verzocht bij het Tuchtcollege. De beslissing wordt aangehouden tot eiser zich gemotiveerd en gedocumenteerd over deze mogelijkheden kan uitlaten.

LS&R 1307

Beroep tegen tariefbeschikking Tandarts ongegrond

College van Beroep voor het Bedrijfsleven 19 apr 2016, LS&R 1307; ECLI:NL:CBB:2016:100 (Tandarts tegen NZa), https://www.lsenr.nl/artikelen/beroep-tegen-tariefbeschikking-tandarts-ongegrond

CBb 19 april 2016, LS&R 1307; ECLI:NL:CBB:2016:100 (Tandarts tegen NZa)
Beroep van een tandarts tegen een tariefbeschikking. Beroep is gericht tegen een aantal daarin gemaakte keuzes voor combinaties van behandelingen die gedeclareerd kunnen worden, tegen het ontbreken van de mogelijkheid om bovenop het maximumtarief een opslag voor kredietbeperking toe te passen, tegen de opgelopen kosten van machtigingsaanvragen en tegen de mogelijkheid om uitsluitend voor verzekerde patiënten max-max-tarieven overeen te komen. Beroep ongegrond.

LS&R 1306

Fysiek onmogelijke gemiddelden, tarieven zijn geen aanspraak op bepaald inkomensniveau

College van Beroep voor het Bedrijfsleven 19 apr 2016, LS&R 1306; ECLI:NL:CBB:2016:102 (solo-tandarts tegen NZa), https://www.lsenr.nl/artikelen/fysiek-onmogelijke-gemiddelden-tarieven-zijn-geen-aanspraak-op-bepaald-inkomensniveau

CBb 19 april 2016, LS&R 1306; ECLI:NL:CBB:2016:102 (Solo-tandarts tegen NZa)
Beroep van een tandarts met een solo-praktijk tegen de tariefbeschikking van 5-11-2014 waarbij de tarieven voor tandheelkundige zorg m.i.v. 1-7-2015 met 5,15% zijn verlaagd. Volgens appellant zijn de in het kader van het uitgevoerde kostenonderzoek verkregen gegevens op manipulatieve en misleidende wijze omgezet in fysiek onmogelijke gemiddelde omzetten en gemiddelde winsten per fte, waarop vervolgens de tarieven zijn gebaseerd. Appellant verzet zich tegen de tariefverlaging. Met de door verweerster vastgestelde tarieven is het volgens hem niet mogelijk om het norminkomen te behalen. Het College overweegt onder meer dat de tarieven geen aanspraak inhouden op een bepaald inkomensniveau. Het beroep is ongegrond.

LS&R 1286

Geen afgifte medisch dossier overleden moeder

Rechtbanken 8 dec 2015, LS&R 1286; ECLI:NL:RBNHO:2015:12044 (Zoon tegen huisarts), https://www.lsenr.nl/artikelen/geen-afgifte-medisch-dossier-overleden-moeder

Zoon vordert een afgifte van het medische dossier van zijn overleden moeder van de huisarts wegens zijn voornemen om een klacht in te dienen tegen de zorginstelling die zijn moeder tijdens haar laatste jaren heeft verzorgd. De vordering is zeer ruim geformuleerd. Er is onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de verleende volmacht aan de zoon ertoe strekte om de gevorderde informatie op te vragen. Er zijn ook onvoldoende aanwijzigingen dat er een ander zwaarwegend belang geschaad zou kunnen worden indien de geheimhoudingsplicht van de huisarts niet wordt doorbroken, hiervoor zou de zoon eerst een klacht moeten indienen bij de thuiszorginstelling. De vordering wordt afgewezen.

LS&R 1275

Sponsoring COPD-zorgproject door Boehringer in strijd met Gedragscode Geneesmiddelenreclame

CGR Codecommissie 22 februari 2016, LS&R 1275; B15.004/B15.03 en B15.004/15.04 (Novartis Pharma tegen Boehringer Ingelheim)
Zie eerder LS&R 1193. Novartis en Boehringer zijn ondernemingen die zich bezig houden met de productie, verhandeling en distributie van geneesmiddelen en zijn vergunninghouders als bedoeld in de Gedragscode Geneesmiddelenreclame (GC). Novataris en Boehringer zijn beide in beroep gekomen tegen de beslissing van de Codecommissie van 12 oktober 2015. De Commissie van Beroep komt tot het oordeel dat de door Boehringer verleende sponsoring van het COPD-zorgproject een rechtstreeks commercieel doel heeft en leidt tot ongewenste beïnvloeding van de zijde van Boehringer op het voorschrijfgedrag van de huisarts. De beslissing van de Codecommissie dient te worden vernietigd.
 

4.10 De Commissie van Beroep komt dan ook tot het oordeel dat de door Boehringer verleende sponsoring van het COPD-zorgproject een rechtstreeks commercieel doel heeft en leidt tot ongewenste beïnvloeding van de zijde van Boehringer op het voorschrijfgedrag van de huisarts, althans dat doel heeft. Een dergelijke vorm van sponsoring tast de onafhankelijkheid, betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de gesponsorde en sponsor aan, hetgeen in strijd is met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. Aan dit oordeel doet niet af dat het COPD-zorgproject mede een positief effect kan hebben op de kwaliteit van de patiëntenzorg.
4.11 De Commissie van Beroep acht de door Boehringer verleende sponsoring van het COPD-zorgproject in strijd met het bepaalde in de artikelen 6.5.4, 6.5.5 en 6.5.8 Gedragscode Geneesmiddelenreclame. Een en ander leidt tot de conclusie dat het beroep van Novartis slaagt.
LS&R 1268

Onterechte declaratie farmaceutische zorg door apotheek

Rechtbank Gelderland 20 januari 2016, LS&R 1268; ECLI:NL:RBGEL:2016:226 (Agis tegen gedaagde)
Ten onrechte farmaceutische zorg gedeclareerd door apotheek bij zorgverzekeraar. Bij tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat ter zake van medicijncassettes een bedrag van € 277.496,91 is gedeclareerd voor zorg waarvan geen enkele aanwijzing bestaat dat deze daadwerkelijk is geleverd, en dat ter zake van het project ‘dagleveringen’ tussen november 2009 en december 2010 ten hoogste een vergoeding voor weekterhandstelling gedeclareerd mocht worden. Na bewijslevering is fraude komen vast te staan.

2.7.
De verklaring van [getuige A] dat het idee van het ompakken en het dagelijks declareren van een standaardterhandstelling van [gedaagde] afkomstig was, is door [gedaagde] niet betwist. Hiermee staat vast dat [gedaagde] in feite de initiator is geweest van deze wijze van declareren. Juist hierin is het frauduleuze karakter gelegen. Dat hij volgens eigen zeggen niet zelf direct bij het declareren betrokken is geweest, maakt niet dat hij niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor deze wijze van declareren. In die zin is sprake van voldoende persoonlijke betrokkenheid.

Medicatiecassettes
Uit de getuigenverhoren blijkt dat, ondanks het feit dat [getuige A] beherend apotheker van Apotheek [plaats A] is geweest in de relevante periode, [gedaagde] in feite de financiële administratie van Apotheek [plaats A] deed. [gedaagde] heeft niet betwist dat [getuige A] geen inzicht had in de hoogte van de gedeclareerde bedragen. Hij had daarin de vrije hand, zodat hij niet bang hoefde te zijn voor lastige vragen en eventuele ontdekking van ten onrechte gedeclareerde medicatiecassettes.

2.12.
Wat betreft overigens de kans op ontdekking van de onterecht gedeclareerde medicatiecassettes overweegt de rechtbank het volgende. Uit de getuigenverklaringen blijkt dat de patiënten waarvoor ten onrechte een medicatiecassette is gedeclareerd zowel in Apotheek [plaats B] als in Apotheek [plaats A] zijn opgenomen in een bestand voor chronische medicatie. Dit heeft tot gevolg dat, anders dan bij medicatie per recept, het systeem slechts eenmaal een waarschuwing afgeeft dat dezelfde werkzame stof reeds is afgeleverd aan de betreffende patiënt. De waarschuwing staat niet eraan in de weg dat de werkzame stof dubbel kan worden ingevoerd. Aldus verkleint opname in een chronisch bestand aanzienlijk de kans dat wordt ontdekt dat naast de werkzame stof in pilvorm ook dezelfde werkzame stof in een medicatiecassette wordt verstrekt. Het voorgaande is alleen van belang als de systemen van Apotheek [plaats A] en Apotheek [plaats B] onderling uitwisselbaar waren, hetgeen gelet op de getuigenverklaringen niet vaststaat. Is dit niet het geval, dan treedt geen waarschuwingssysteem in werking.

Samengevat
2.14.
Vordering A: [gedaagden] zullen hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 277.496,91 ter zake van de medicatiecassettes.
Vordering B: deze vordering ter zake van de dubbele betalingen is ingetrokken.
Vordering C: voor recht zal worden verklaard dat Apotheek [plaats A] ter zake van de dagleveringen in de periode van 1 november 2009 tot en met 8 december 2010 slechts recht heeft op wekelijks een vergoeding voor weekterhandstelling.
Vordering D: deze vordering is ingetrokken.
Vordering E: voor recht zal worden verklaard dat [gedaagden] hoofdelijk verbonden zijn tot terugbetaling aan Agis van hetgeen Agis ter zake van de dagleveringen onverschuldigd aan Apotheek [plaats A] heeft betaald. Agis zal in de gelegenheid worden gesteld om bij akte deze vordering met de uitgangspunten als in dit vonnis (onder 2.7) geformuleerd nader te onderbouwen.
Vordering F: bij eindvonnis zal [gedaagden] worden veroordeeld in de proceskosten en nakosten.
Het voorgaande leidt tot na te melden beslissing.
LS&R 1246

Aanhouden oude, strengere, strafmaat na wetswijziging schending artikel 7 EVRM

EHRM 12 januari 2016, LS&R 1246; Requête no 33427/10 (Gouarré Patte v. Andorra)
Artikel 7 EVRM. In een eerdere procedure was klager, een dokter, veroordeeld tot een levenslange ban op werken in zijn beroepsveld. Op grond van de toen geldende wetgeving werd de dokter eveneens tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Later heeft een wetsaanpassing de mogelijkheid gegeven tot een mildere strafmaat. De klacht betreft het feit dat hij geen enkele mogelijkheid heeft om herziening van deze beslissing te vragen. Het Hof oordeelt dat het aanhouden van de oude strafmaat, welke verder ging dan de voorwaarden van de huidige strafwet, leidt tot schending van het recht van klager onder artikel 7 EVRM.

Op andere blogs:
European Courts Blogspot