Gerecht EU: afwijzing kwekersrechtaanvraag voor appelras Roat wegens onvoldoende onderscheidbaarheid blijft in stand
Gerecht EU 14 oktober 2026, IEF 23931; LS&R 2478; ECLI:EU:T:2026:672 (Roat). Het Gerecht oordeelt over een beroep van Adema Srl tegen de beslissing van de kamer van beroep van het Communautair Bureau voor Plantenrassen (CPVO), waarbij de afwijzing van een aanvraag voor een communautair kwekersrecht op het appelras Roat werd gehandhaafd. Het CPVO had de aanvraag afgewezen omdat Roat niet voldoende onderscheidbaar werd geacht van het referentieras Jeromine in de zin van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 2100/94. Nadat een eerste technisch onderzoek was herzien vanwege verschillen in de gebruikte onderstammen, werd een nieuw onderzoek uitgevoerd waarbij beide appelrassen onder vergelijkbare omstandigheden werden geteeld. Ook dit onderzoek toonde geen duidelijk onderscheid tussen de rassen aan. Adema stelde dat het CPVO onvoldoende rekening had gehouden met een door haar voorgesteld aanvullend kenmerk, namelijk de vroegtijdige ontwikkeling van de dekkleur van de appels. Volgens Adema had het CPVO dit kenmerk op grond van zijn ambtshalve onderzoeksplicht uit artikel 76 van Verordening (EG) nr. 2100/94 nader moeten onderzoeken en zo nodig aanvullende informatie moeten opvragen.
Contra-analyse, verboden stof in urinemonsters, verzoek toegewezen in verband met contra-analyse. Verweerder besluit tot uit de handel nemen en vernietigen van alle runderen van verzoekster op de stallijst. Verzoekster voert onder meer aan dat niet vaststaat dat de helft of meer van de genomen monsters positief is. Verzoekster stelt dat de monsters van het dode dier niet meegerekend mogen worden in de steekproef. Voorts blijkt uit de contra-analyse van [naam 5] B.V. dat slechts acht (en dus minder dan de helft) van de monsters positief zijn getest. Voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst besluit van uit de handel nemen en vernietigen van de runderen.
Uitlegging van verordening (EEG) nr. 2658/87. Indeling van een stof die de selectieve fluorescente detectie mogelijk maakt van biomoleculen in biologische of biomedische toepassingen. Het Hof verklaart voor recht: de gecombineerde nomenclatuur die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87, moet aldus worden uitgelegd dat een uit oplosmiddelen en een polymethinesubstantie samengesteld product dat textiel weliswaar lichtjes en kortstondig kan kleuren, maar in feite niet wordt gebruikt voor zijn kleurend vermogen en uitsluitend bedoeld is om witte bloedcellen te analyseren aan de hand van de ionenbinding die zich voordoet met bepaalde bestanddelen van deze bloedcellen, die bij bestraling met laserlicht tijdelijk een fluorescerende werking krijgen, valt onder post 3822 van deze gecombineerde nomenclatuur, die betrekking heeft op reageermiddelen voor laboratoriumgebruik.