LS&R 2111
29 september 2022
Artikel

Mr. S.K. Martens Academie 2022/2023

 
LS&R 2110
28 september 2022
Artikel

CIER-congres over gebruiksmodel en getoetste Nederlandse octrooi

 
LS&R 2109
26 september 2022
Artikel

Intervisie voor procesrechtadvocaten

 
LS&R 2013

AstraZeneca handelde niet onrechtmatig

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Hof Den Haag 28 dec 2021, LS&R 2013; ECLI:GHDHA:2021:2535 (AstraZeneca tegen Menzis), https://www.lsenr.nl/artikelen/astrazeneca-handelde-niet-onrechtmatig

Hof Den Haag 28 december 2021, IEF 20449, LS&R 2013; ECLI:GHDHA:2021:2535 (AstraZeneca tegen Menzis) In 2014 heeft het hof een farmaceutisch octrooi van AstraZeneca met terugwerkende kracht vernietigd vanwege een gebrek aan inventiviteit. Voorafgaand aan de vernietiging heeft AstraZeneca zich ten opzichte van een of meer concurrenten op het octrooi beroepen. Menzis vindt dat AstraZeneca daardoor jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld en dat AstraZeneca daardoor ook ten koste van haar ongerechtvaardigd is verrijkt. Menzis wijst er daarbij op dat zij de kosten heeft vergoed van haar verzekerden. De rechtbank was van oordeel dat AstraZeneca ongerechtvaardigd is verrijkt vanaf het moment dat AstraZeneca een kortgedingvonnis had betekend aan een concurrerende fabrikant van geneesmiddelen [IEF 19490]. Het hof oordeelt in dit arrest dat geen sprake is van onrechtmatig handelen omdat AstraZeneca niet risicoaansprakelijk is, geen verwijtbaarheid toekomt en geen machtsmisbruik heeft gemaakt. Ook oordeelt het hof dat er geen sprake is van onrechtmatige verrijking omdat de door Menzis gestelde verrijking geen ongerechtvaardigd karakter heeft.

LS&R 2012

Inhoudsopgave Jurisprudentie Geneesmiddelenrecht

Inhoudsopgave van het tijdschrift Jurisprudentie Geneesmiddelenrecht. Aflevering 4, 20 december 2021, jaargang 22.

Communicatie en reclame
36. De Staat mag de coronavaccins ‘vaccins’ noemen en hoeft zijn coronavaccinatiecampagne niet te staken of rectificeren. De vorderingen van Stichting Viruswaarheid.nl worden afgewezen. Rechtbank Den Haag 5 maart 2021, C-09-607026-KG ZA 21-115, ECLI:NL:RBDHA:2021:1920. Met noot. mw. mr. M. Meddens-Bakker, onder «JGR» 2021/37.

LS&R 2011

Artikel ingezonden door Wouter Pors, Bird & Bird.

Wouter Pors: AstraZeneca vs Menzis / Appeal

On 14 October 2020 the District Court The Hague held AstraZeneca liable for damages incurred by healthcare insurance company Menzis, resulting from an unjustified enrichment of AstraZeneca [IEF 19490]. This in turn resulted from enforcing a patent that was later invalidated by the Court of Appeal The Hague. I commented on this judgment in an article on IE-Forum on 15 October 2020 [IEF 19496] , in which I called this a landslide decision, because this was the first such claim by an insurance company. The judgment has now been overturned by the Court of Appeal [IEF 20449].

LS&R 2010

Artikel ingezonden door Timme Geerlof en Faziel Abdul, Windt Le Grand Leeuwenburgh Advocaten.

Jaaroverzicht paralleldistributie en handhaving IE-rechten in licht van artikel 34 en 36 VWEU

De handhaving van IE-rechten ter beperking van de verdere verhandeling van goederen staat op gespannen voet met de werking van de interne markt en Europese verkeersvrijheden. Na de eerste verhandeling binnen de EER zijn de rechten van de merkhouder uitgeput en kan hij zich, behoudens bijzondere omstandigheden, niet verzetten tegen de verdere verhandeling van de goederen. Hoewel deze Europese uitputtingsleer al decennia geldt, wordt over de toepassing ervan tot op de dag vandaag geprocedeerd. De belangrijkste uitspraken van 2021 vatten Faziel Abdul en Timme Geerlof samen in een overzicht op LinkedIn.

LS&R 2009

Advies AG aan Hoge Raad over limiet aan lengte civiele processtukken in hoger beroep

De in de procesreglementen van de gerechtshoven opgenomen regels dat civiele processtukken in hoger beroep niet langer mogen zijn dan 25 pagina’s zijn toelaatbaar, omdat zij gebaseerd kunnen worden op de eisen van een behoorlijke rechtspleging. Die regels zijn niet in strijd met het recht op toegang tot de rechter of met het beginsel van hoor en wederhoor. De regels mogen echter niet bepalen dat een processtuk dat langer is dan 25 pagina’s in zijn geheel wordt geweigerd. Voor zo’n ingrijpende sanctie is een wettelijke basis vereist, maar die is er niet. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) De Bock de Hoge Raad in haar conclusie van vrijdag.

Lees verder op Hoge Raad.nl.

LS&R 2008

Uitspraak ingezonden door Robbert Sjoerdsma en Katrien van de Wijdeven, Holla.

Bezwaren tegen terugbetalingsregeling afgewezen

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Den Haag 14 dec 2021, LS&R 2008; (Boehringer tegen AstraZeneca), https://www.lsenr.nl/artikelen/bezwaren-tegen-terugbetalingsregeling-afgewezen

Vzr. Rechtbank Den Haag 14 december 2021, IEF 20405, RB 3581, LS&R 2008;C/09/619649 / KG ZA 21 /1010 (Boehringer tegen AstraZeneca) Kort geding. Zowel Boehringer als AstraZeneca brengt geneesmiddelen op de markt voor de behandeling van patiënten met diabetis mellitus type 2 (hierna: DM2). In deze zaak gaat het over de zogenoemde SGLT-2 remmers voor de behandeling van DM2. De bezwaren van Boehringer tegen de TBR (terugbetalingsregeling) van AstraZeneca zijn te onderscheiden in (i) bezwaren tegen de TBR als zodanig en (ii) bezwaren tegen de communicatie over de TBR. Aan bod komen, onder meer: de toelaatbaarheid van TBR-en in het kader van receptgeneesmiddelen in het algemeen; de toelaatbaarheid van TBR-en in het licht van de regels omtrent gunstbetoon; de relativiteit van de normen uit hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet inzake geneesmiddelenreclame; en de reikwijdte van de ‘algemene’ reclameregels vervat in de artikelen 6:193 en 6:194 BW. De vorderingen van Boehringer worden afgewezen.

LS&R 2006

Verbodsvordering wordt afgewezen

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
10 dec 2021, LS&R 2006; ECLI:NL:RBDHA:2021:13616 (Bayer tegen Teva c.s.), https://www.lsenr.nl/artikelen/verbodsvordering-wordt-afgewezen

Vrz. Rechtbank Den Haag 10 december 2021, IEF 20399, LS&R 2006; ECLI:NL:RBDHA:2021:13616 (Bayer tegen Teva c.s.) Kort geding. Bayer brengt in Nederland het geneesmiddel Nexavar op de markt. Het werkzame bestanddeel van Nexavar is sorafenib. Bayer heeft op 3 december 2002 een internationale PCT-aanvraag ingediend, gepubliceerd onder nummer WO 579 voor ‘Aryl urea compounds in combination with other cytostatic or cytotoxic agents for treating human cancers’WO 579 is voortgezet als Europese octrooiaanvraag onder publicatienummer EP 799. Deze zaak ziet op een derde generatie divisional afsplitsing, te weten EP 255. EP 255 is verleend op 22 augustus 2012 onder inroeping van het prioriteitsdocument US 609 van 3 december 2001. EP 255 is van kracht tot 2 december 2022. Bayer beroept zich in deze zaak enkel op conclusie 12 van EP 255. Bayer vordert een verbod inbreuk te maken op het Nederlandse deel van EP 255. Teva c.s. stelt dat de door Bayer gevraagde voorziening moet worden geweigerd omdat een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat conclusie 12 in een bodemprocedure zal worden vernietigd. De voorzieningenrechter concludeert dat er een gerede kans aanwezig is dat het Nederlandse deel van conclusie 12 van EP 255 in een bodemprocedure nietig wordt bevonden. Dit voorlopig oordeel wordt ondersteund door zowel de Engelse als de Duitse beslissing in een bodemprocedure. Bij die stand van zaken wegen de belangen van Bayer niet op tegen die van Teva c.s. en zal de verbodsvordering worden afgewezen.

LS&R 2002

Cassatieberoepen Roka en Silife verworpen

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Hoge Raad 19 nov 2021, LS&R 2002; ECLI:NL:HR:2021:1712 (Roka c.s. tegen Silife c.s.), https://www.lsenr.nl/artikelen/cassatieberoepen-roka-en-silife-verworpen

HR 19 november 2021, IEF 20373, LS&R 2002; ECLI:NL:HR:2021:1712 (Roka c.s. tegen Silife c.s.) Liquistone is rechthebbende van een octrooi van onder meer een octrooi dat de techniek voor het stabiliseren van siliciumzuur en de voortbrengselen van het stabiliseren van het siliciumzuur onder bescherming stelt. Liquistone en Silife Ltd. sloten in 2010 een exclusieve licentieovereenkomst. In 2013 sloten Liquistone en Roka een exclusieve licentieovereenkomst met betrekking tot hetzelfde octrooi. Roka c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Silife c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het principale en het incidentele cassatieberoep [IEF 20119]. De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen.

LS&R 2000

Vacature: twee leden voor de kamers van beroep EUIPO

Het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) — hierna “het Bureau” genoemd — zoekt twee kandidaten voor de functie van lid van de kamers van beroep van het Bureau.
Lees hier de officiële kennisgeving.

LS&R 1999

Octrooispecialist András Kupecz start als partner bij Pinsent Masons

Het multinationale advocatenkantoor Pinsent Masons heeft András Kupecz als partner benoemd in het Europese life sciences team. András is de vierde partner van het kantoor in Nederland en is gespecialiseerd in octrooizaken. Hij adviseert cliënten in de life sciences sector en treedt regelmatig op in octrooigeschillen die spelen in meerdere jurisdicties.
Gezien de recente ontwikkelingen met betrekking tot het Unified Patent Court (UPC), is András’ benoeming van groot belang om ervoor te zorgen dat het kantoor in een goede positie verkeert om zijn cliënten te adviseren over de gevolgen hiervan en hen bij te staan in hun eerste zaken.