Module van alternatieve geneeswijzen is geen auteursrechtelijk beschermd werk
Hof Amsterdam 26 april 2016, IEF 16240; LS&R 1372; ECLI:NL:GHAMS:2016:1729 (module alternatieve geneeswijze) Alternatieve geneeskunst. Auteursrecht. De module van alternatieve geneeswijzen waar het om gaat (bestaande uit een ordening van aandoeningen, therapieën en toe te passen middelen) is geen werk in de zin van de Auteurswet. Dit komt doordat de benamingen gebruikelijk zijn en algemeen gebruikt worden. Ook de ordening van termen maakt de module geen werk in de zin van de Auteurswet. Er is dus geen sprake van inbreuk op auteursrecht. Wat betreft het onrechtmatig profiteren van wanprestatie geldt een bewijsopdracht.
Verzoeker is voornemens op drie dagen in 2016 in Basingstoke een bijeenkomst te organiseren, zijnde een masterclass voor multidisciplinaire teams bestaande uit artsen, met als doel bijscholing van leden van bedoelde teams op het gebied van een bepaalde ziekte. Wegens ontbreken van afdoende gegevens en informatie kan de Codecommissie niet tot een positief advies komen. De Codecommissie wenst, onder aanhouding van iedere verdere beslissing, van verzoeker nadere aan de hand van relevante documenten onderbouwde informatie te verkrijgen.
Geneeskundige behandelingsovereenkomst. Eiseres is getroffen door een hersenbloeding waarvan zij ernstige medische beperkingen ondervindt waarna opname in een verpleeghuis heeft plaatsgevonden. Eiseres heeft een euthanasieverzoek gedaan. Dit verzoek mag niet worden uitgevoerd in de verpleeginstelling. Om die reden wil de verpleeginstelling de zorgovereenkomst beëindigen. Rechtbank bepaalt dat gedaagde moet meewerken aan de beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst dan wel zorgleveringsovereenkomst die is gesloten tussen eiseres en gedaagde.
Ongeoorloofde publieksreclame. Verzoek tot een multidisciplinair internationaal medisch congres die artsen, zorgprofessionals, wetenschappers en andere experts samenbrengt. Anderen dan de beroepsoefenaren hebben toegang tot de tentoonstellingsruimte en kunnen daardoor passief kennis nemen van de reclame die zichtbaar is vanuit de stands. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de opzet van het congres ongeoorloofde publieksreclame zal zijn. De anderen dan beroepsbeoefenaren vormen in verhouding tot het aantal deelnemende beroepsbeoefenaren een beperkte groep (i.c. minder dan 1/3) die mede gelet op hun relatie tot de bepaalde groep van beroepsbeoefenaren of tot de congresorganisatie zelf, niet kunnen worden aangemerkt als "het brede publiek" waarop de definitie van publieksreclame ziet. De CGR acht de realisatie toelaatbaar.
Geneesmiddelen. Plasma. Verzoekster TMD (Gesellschaft für transfusionsmedizinische Dienste mbH) is eigenaar van een bloedbank. Zij levert plasma aan een in Zwitserse gevestigde firma (die het bij haar ophaalt en doortransporteert naar productlocaties in andere EULS) voor vervaardiging van geneesmiddelen. Verzoekster trekt in haar btw-aangifte over 2008 voorbelasting voor deze leveringen af, maar belastingdienst Kessel (verweerster) weigert dit toe te staan omdat levering van plasma naar andere EULS als intracommunautaire levering is vrijgesteld.