Rechterlijke machtiging onder de Wzd: klinisch geriater kan gelden als ter zake kundig arts
Rb. Midden-Nederland 20 februari 2026, LS&R 2374; ECLI:NL:RBMNE:2026:1100 (het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tegen [betrokkene]). In deze beschikking verleent de rechtbank Midden-Nederland op verzoek van het CIZ een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd). De rechtbank oordeelt dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, namelijk dementie, en dat het gedrag dat daaruit voortvloeit leidt tot ernstig nadeel in de vorm van ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing en het oproepen van agressie van een ander door hinderlijk gedrag. Bijzonder is dat de rechtbank ambtshalve toetst of de medische verklaring voldoet aan de wettelijke eisen en daarbij expliciet oordeelt dat een klinisch geriater in dit geval kan worden aangemerkt als een ter zake kundig arts in de zin van de Wzd. De rechtbank leidt uit de parlementaire geschiedenis af dat de gebruikelijke opsomming van artsen, arts voor verstandelijk gehandicapten, specialist ouderengeneeskunde en psychiater, niet limitatief is. Omdat dementie tot het vakgebied van de klinisch geriater behoort, deze specialist is opgeleid in interne geneeskunde, somatische problematiek bij ouderen en ouderenpsychiatrie, en als medisch specialist geregistreerd is op grond van art. 14 BIG, voldoet de medische verklaring volgens de rechtbank aan de wettelijke voorschriften.
Uit het persbericht:
Implementatie richtlijn. Liechtenstein heeft de Richtlijn inzake kwaliteits- en veiligheidsnormen van organen voor transplantatie niet tijdig geïmplementeerd. Hiermee hebben zij hun verplichting onder de EEA Agreement geschonden. Liechtenstein geeft toe te laat te hebben geïmplementeerd, maar benadrukt haar welwillendheid om het alsnog te doen. Bij de beoordeling wordt echter de periode uit de ‘reasoned opinion’ als uitgangspunt genomen. Liechtenstein wordt veroordeeld tot het betalen van de kosten.
Verweerders zijn de ouders van een minderjarige die een skeletstatus-scan moest ondergaan vanwege vermoeden van mishandeling. Hiervoor is vervangende toestemming verleend aan Stichting Jeugdbescherming. Verweerders gaan in beroep tegen het oordeel van de rechtbank dat de toestemming rechtmatig was. Het hof gaat mee in het oordeel van de rechtbank. Het gaat immers niet om de vraag of de toestemming is geweigerd, maar om de vraag of voorwaarden aan een toestemming zijn verbonden en dat is niet in geschil. Het hof wijst het beroep af.