LS&R 2027

Vacature: advocaat-stagiairs IE en reclamerecht bij Holla

Holla is op zoek naar een advocaat-stagiair IE en reclamerecht en een gevorderd advocaat-stagiair IE en reclamerecht voor haar kantoor in Eindhoven.
Beschik je over een recent behaalde juridische master met civiel effect of verwacht je die op korte termijn af te ronden? Heb je een passie voor het intellectuele eigendoms- en reclamerecht? Kijk hier.
Heb jij inmiddels enkele jaren ervaring met het rechtsgebied IE en/of het reclamerecht? Of zou je je graag willen ontwikkelen op dit gebied? Kijk hier.

LS&R 2026

MMA jurisprudentielunch & Benelux Merkencongres

Vanaf dit voorjaar neemt Jesse Hofhuis (Hofhuis Alkema Groen) het stokje over van Charles Gielen bij de halfjaarlijkse jurisprudentielunch Merken- Modellen- en Auteursrecht van deLex. Op woensdag 18 mei is de eerstvolgende MMA jurisprudentielunch, met Tobias Cohen JehoramJesse Hofhuis en Joris van Manen. Inschrijven is mogelijk via deze link.

Tijd: 13.00 – 16.15 uur (inloop vanaf 12.30 uur)
Locatie: wordt nog bekend gemaakt*
Accreditatie: 3 opleidingspunten (BMM, PO of Vlaamse Orde)

LS&R 2024

Geen inbreuk op PrecisionPoint-octrooi

Rechtbank Den Haag 3 feb 2022, LS&R 2024; (Corbin Clinical Resources tegen Advance Medical Designs c.s), http://www.lsenr.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-precisionpoint-octrooi

Vzr. Rechtbank Den Haag 3 februari 2022, IEF 20513, LS&R 2024; C/09/619229 / KG ZA 21-974 (Corbin Clinical Resources tegen Advance Medical Designs c.s) Kort geding. Corbin beroept zich op haar octrooi EP 3 125 811 dat een opzetstuk (naaldhouder) bestemd om geplaatst te worden op een transrectale sonde voor het verrichten van transperineale biopsies, onder bescherming stelt. Volgens Corbin maakt Advance Medical Designs c.s.  (AMD) inbreuk op het Nederlandse deel van haar octrooi door vervaardiging en/of verhandeling van de SureFire, De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Corbin af. Van indirecte octrooi-inbreuk is geen sprake, nu de toegangsnaald geen structureel onderdeel is van de conclusie. Ook honoreert het Gillette-verweer van AMD c.s.: van directe inbreuk is geen sprake, nu het SureFire-apparaat (dus zonder de toegangsnaald) overeenstemt met een apparaat uit de stand van de techniek, de BK UA 1232 naaldgeleider. Als het SureFire-apparaat directe inbreuk zou maken op conclusie 1 van  EP811, dan wordt conclusie 1 volledig geanticipeerd door het BK UA1232-apparaat en is deze dus nietig wegens gebrek aan nieuwheid.

LS&R 2023

IE-symposium AIPPI op 16 maart

Het IE-symposium van de Vereniging voor Intellectuele Eigendom AIPPI wordt op woensdag 16 maart in hybride vorm gehouden. U heeft de mogelijkheid deel te nemen aan het live symposium in het Figi hotel te Zeist of u kunt de sessies op afstand via livestream volgen.
De programmacommissie heeft een interessant programma voor u samengesteld. In de ochtend geeft Martin Senftleben een lezing over “IE overlap en het publieke belang” en zal Sierd Schaafsma spreken over “IE en internationaal privaatrecht: nationale behandeling”. Tevens wordt een update gegeven over UPC. In de middag staan twee levendige panelsessies op het programma met als onderwerp “Plausibiliteit in het octrooirecht” en “Online platforms en aansprakelijkheid voor IE inbreuken”. De winnaar van de VIE-prijs 2022 wordt bekend gemaakt en we sluiten de dag op een interactieve manier af, zowel voor deelnemers in de zaal als online.

Voor meer informatie en aanmelden, klik hier.

LS&R 2022

Octrooi EP 187 (NL) nietig wegens gebrek aan inventiviteit

26 jan 2022, LS&R 2022; ECLI:NL:RBDHA:2022:494 (Insud Pharma tegen Galenicum Health), http://www.lsenr.nl/artikelen/octrooi-ep-187-nl-nietig-wegens-gebrek-aan-inventiviteit

Rb Den Haag 26 januari 2022, IEF 20505, LS&R 2022; ECLI:NL:RBDHA:2022:494 (Insud Pharma tegen Galenicum Health) Galenicum is een wereldwijd opererende onderneming die onder andere actief is in de farmaceutische sector. Ze is houdster van een Europees octrooi voor ‘Stable pharmaceutical compositions containing sitagliptin in the form of immediate release tablets’. Het octrooi EP 187 geldt onder andere in Nederland. Insud vordert dat de rechtbank EP 187 (NL) vernietigt. Zij stelt daartoe dat het octrooi nietig is omdat het niet nieuw is, inventiviteit ontbeert, dan wel toegevoegde materie bevat. Er bestaat een ander soortgelijk octrooi dat ziet op directe compressie in plaats van droge granulatie.

LS&R 2021

deLex congressen 2022 – Save the Date

Meer dan ooit staan we dit jaar klaar om u als deelnemer te ontvangen bij onze congressen, lunches en seminars. Vol nieuwe onderwerpen op het programma, online en op locatie, met ruimte voor interactie, discussie en netwerken. Noteer de volgende congresdata alvast in de agenda!

14 juni 2022   Nederlands Octrooicongres 2022
7 september 2022    Entertainment & IE
13 oktober 2022    Benelux Merkencongres 2022
24 november 2022     Nationaal Mediarechtcongres 2022
15 december 2022    Nationaal Reclamerechtcongres 2022

LS&R 2017

Geen reclame in zin van Geneesmiddelenwet

Rechtbank Overijssel 12 jan 2022, LS&R 2017; ECLI:NL:RBOVE:2022:133 (Almirall tegen Pharmaline), http://www.lsenr.nl/artikelen/geen-reclame-in-zin-van-geneesmiddelenwet

Vrz. Rechtbank Overijssel 12 januari 2022, RB 3594, LS&R 2017; ECLI:NL:RBOVE:2022:133 (Almirall tegen Pharmaline) Kort geding. Almirall richt zich op de productie en verkoop van het geneesmiddel Skilarence voor de behandeling van psoriasis. Infinity (zustervennootschap van Pharmaline) bereidde in haar apotheek een geneesmiddel met de naam Psorinovo, eveneens voor de behandeling van psoriasis. Omstreeks augustus 2018 is discussie ontstaan tussen Almirall en Infinity over de vraag in hoeverre het Infinity is toegestaan om Psorinovo te bereiden en te verkopen. Almirall en Infinity zijn een minnelijke regeling overeengekomen, waarin staat dat dat Infinity “de magistrale bereiding van Psorinovo in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving slechts ter hand stelt aan “eigen” patiënten van haar apotheek”.

LS&R 2018

Willem Hoyng: German French UPC Supremacy?

Under the heading Juve Patent Survey 2021 Juve uses the title “UPC favourites: French and German judges dominate”. Juve suggests that its findings are based on Juve’s own worldwide survey of 1300 “patent experts”.

We do not know (other than the indication “heads of patent departments in selected technology companies across Europe as well as lawyers and patent attorneys with patents experience”) who these 1300 patent experts are; how many of these so-called experts have litigated patent cases; and how many of them have litigated several cases in front of the judges they nominate and/or have studied in depth the decisions of these judges.

Lees verder op EPLAW.org >>

LS&R 2016

Dansen met Janssen YouTube-video is niet misleidend

22 dec 2021, LS&R 2016; (Dansen met Janssen), http://www.lsenr.nl/artikelen/dansen-met-janssen-youtube-video-is-niet-misleidend

RCC CvB 22 december 2021, RB 3591, LS&R 2016; Dossiernr: 2021/00326 (Dansen met Janssen) Misleiding. De klacht is gericht tegen een YouTube video betreffende ‘Dansen met Janssen’ en een tweet van Hugo de Jonge waarin de video is verwerkt. De klager stelt dat de campagne ‘Dansen met Janssen’ tot doel heeft jongeren te verleiden tot vaccinatie waarbij vrijheden in het vooruitzicht werden gesteld die niet gerelateerd zijn aan de kenmerken van het geneesmiddel. Er is geen sprake van voorlichting, maar van een oproep om gebruik te maken van het specifieke COVID-19 vaccin van Janssen, wat de uitingen tot publieksreclame voor een geneesmiddel maakt. De uitingen voldoen niet aan de Geneesmiddelenwet en evenmin aan de regels van de Code Publieksreclame voor Geneesmiddelen (hierna: CPG). De commissie heeft geoordeeld dat de YouTube video in kwestie reclame is en dat deze in strijd is met art 5 NRC. De staat stelt nu dat de Commissie heeft de uitingen ten onrechte als reclame aangemerkt en heeft een onjuist toetsingskader en een onjuist feitelijk kader toegepast.

LS&R 2014

HvJ EU Conclusie A-G over parallelimport van geneesmiddelen

13 jan 2022, LS&R 2014; ECLI:EU:C:2022:28 (Parallelimport geneesmiddelen), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-conclusie-a-g-over-parallelimport-van-geneesmiddelen

HvJ EU Conclusie A-G 13 januari 2022, IEF 20473, LS&R 2014, IEFbe 3356; ECLI:EU:C:2022:28 (Parallelimport geneesmiddelen) Deze conclusie betreft drie rechtszaken waarin verschillende geschillen spelen betreffende parallelimport van geneesmiddelen. Het Landgericht Hamburg heeft de behandeling van deze rechtszaken geschorst en het Hof meerdere prejudiciële vragen gesteld. Onder andere de vragen of artikel 47 bis van richtlijn [2001/83] zo moet worden uitgelegd dat ten aanzien van parallel ingevoerde producten kan worden aangenomen dat de maatregelen ter zake van de verwijdering en het aanbrengen van de veiligheidskenmerken overeenkomstig artikel 54, onder o), van richtlijn [2001/83], hetgeen door de parallelimporteur wordt uitgevoerd door middel van ofwel heretikettering ofwel ompakking, gelijkwaardig zijn wanneer beide maatregelen voor het overige voldoen aan de voorwaarden van richtlijn [2001/83] en van gedelegeerde verordening [2016/161] en even geschikt zijn om de authenticiteit en de identiteit van het geneesmiddel te controleren en om te bewijzen dat met het geneesmiddel is geknoeid?

LS&R 2013

AstraZeneca handelde niet onrechtmatig

Hof Den Haag 28 dec 2021, LS&R 2013; ECLI:GHDHA:2021:2535 (AstraZeneca tegen Menzis), http://www.lsenr.nl/artikelen/astrazeneca-handelde-niet-onrechtmatig

Hof Den Haag 28 december 2021, IEF 20449, LS&R 2013; ECLI:GHDHA:2021:2535 (AstraZeneca tegen Menzis) In 2014 heeft het hof een farmaceutisch octrooi van AstraZeneca met terugwerkende kracht vernietigd vanwege een gebrek aan inventiviteit. Voorafgaand aan de vernietiging heeft AstraZeneca zich ten opzichte van een of meer concurrenten op het octrooi beroepen. Menzis vindt dat AstraZeneca daardoor jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld en dat AstraZeneca daardoor ook ten koste van haar ongerechtvaardigd is verrijkt. Menzis wijst er daarbij op dat zij de kosten heeft vergoed van haar verzekerden. De rechtbank was van oordeel dat AstraZeneca ongerechtvaardigd is verrijkt vanaf het moment dat AstraZeneca een kortgedingvonnis had betekend aan een concurrerende fabrikant van geneesmiddelen [IEF 19490]. Het hof oordeelt in dit arrest dat geen sprake is van onrechtmatig handelen omdat AstraZeneca niet risicoaansprakelijk is, geen verwijtbaarheid toekomt en geen machtsmisbruik heeft gemaakt. Ook oordeelt het hof dat er geen sprake is van onrechtmatige verrijking omdat de door Menzis gestelde verrijking geen ongerechtvaardigd karakter heeft.

LS&R 2012

Inhoudsopgave Jurisprudentie Geneesmiddelenrecht

Inhoudsopgave van het tijdschrift Jurisprudentie Geneesmiddelenrecht. Aflevering 4, 20 december 2021, jaargang 22.

Communicatie en reclame
36. De Staat mag de coronavaccins ‘vaccins’ noemen en hoeft zijn coronavaccinatiecampagne niet te staken of rectificeren. De vorderingen van Stichting Viruswaarheid.nl worden afgewezen. Rechtbank Den Haag 5 maart 2021, C-09-607026-KG ZA 21-115, ECLI:NL:RBDHA:2021:1920. Met noot. mw. mr. M. Meddens-Bakker, onder «JGR» 2021/37.

LS&R 2011

Wouter Pors: AstraZeneca vs Menzis / Appeal

On 14 October 2020 the District Court The Hague held AstraZeneca liable for damages incurred by healthcare insurance company Menzis, resulting from an unjustified enrichment of AstraZeneca [IEF 19490]. This in turn resulted from enforcing a patent that was later invalidated by the Court of Appeal The Hague. I commented on this judgment in an article on IE-Forum on 15 October 2020 [IEF 19496] , in which I called this a landslide decision, because this was the first such claim by an insurance company. The judgment has now been overturned by the Court of Appeal [IEF 20449].

LS&R 2010

Jaaroverzicht paralleldistributie en handhaving IE-rechten in licht van artikel 34 en 36 VWEU

De handhaving van IE-rechten ter beperking van de verdere verhandeling van goederen staat op gespannen voet met de werking van de interne markt en Europese verkeersvrijheden. Na de eerste verhandeling binnen de EER zijn de rechten van de merkhouder uitgeput en kan hij zich, behoudens bijzondere omstandigheden, niet verzetten tegen de verdere verhandeling van de goederen. Hoewel deze Europese uitputtingsleer al decennia geldt, wordt over de toepassing ervan tot op de dag vandaag geprocedeerd. De belangrijkste uitspraken van 2021 vatten Faziel Abdul en Timme Geerlof samen in een overzicht op LinkedIn.

LS&R 2009

Advies AG aan Hoge Raad over limiet aan lengte civiele processtukken in hoger beroep

De in de procesreglementen van de gerechtshoven opgenomen regels dat civiele processtukken in hoger beroep niet langer mogen zijn dan 25 pagina’s zijn toelaatbaar, omdat zij gebaseerd kunnen worden op de eisen van een behoorlijke rechtspleging. Die regels zijn niet in strijd met het recht op toegang tot de rechter of met het beginsel van hoor en wederhoor. De regels mogen echter niet bepalen dat een processtuk dat langer is dan 25 pagina’s in zijn geheel wordt geweigerd. Voor zo’n ingrijpende sanctie is een wettelijke basis vereist, maar die is er niet. Dat adviseert advocaat-generaal (AG) De Bock de Hoge Raad in haar conclusie van vrijdag.

Lees verder op Hoge Raad.nl.

LS&R 2008

Bezwaren tegen terugbetalingsregeling afgewezen

Rechtbank Den Haag 14 dec 2021, LS&R 2008; (Boehringer tegen AstraZeneca), http://www.lsenr.nl/artikelen/bezwaren-tegen-terugbetalingsregeling-afgewezen

Vzr. Rechtbank Den Haag 14 december 2021, IEF 20405, RB 3581, LS&R 2008;C/09/619649 / KG ZA 21 /1010 (Boehringer tegen AstraZeneca) Kort geding. Zowel Boehringer als AstraZeneca brengt geneesmiddelen op de markt voor de behandeling van patiënten met diabetis mellitus type 2 (hierna: DM2). In deze zaak gaat het over de zogenoemde SGLT-2 remmers voor de behandeling van DM2. De bezwaren van Boehringer tegen de TBR (terugbetalingsregeling) van AstraZeneca zijn te onderscheiden in (i) bezwaren tegen de TBR als zodanig en (ii) bezwaren tegen de communicatie over de TBR. Aan bod komen, onder meer: de toelaatbaarheid van TBR-en in het kader van receptgeneesmiddelen in het algemeen; de toelaatbaarheid van TBR-en in het licht van de regels omtrent gunstbetoon; de relativiteit van de normen uit hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet inzake geneesmiddelenreclame; en de reikwijdte van de ‘algemene’ reclameregels vervat in de artikelen 6:193 en 6:194 BW. De vorderingen van Boehringer worden afgewezen.

LS&R 2006

Verbodsvordering wordt afgewezen

10 dec 2021, LS&R 2006; ECLI:NL:RBDHA:2021:13616 (Bayer tegen Teva c.s.), http://www.lsenr.nl/artikelen/verbodsvordering-wordt-afgewezen

Vrz. Rechtbank Den Haag 10 december 2021, IEF 20399, LS&R 2006; ECLI:NL:RBDHA:2021:13616 (Bayer tegen Teva c.s.) Kort geding. Bayer brengt in Nederland het geneesmiddel Nexavar op de markt. Het werkzame bestanddeel van Nexavar is sorafenib. Bayer heeft op 3 december 2002 een internationale PCT-aanvraag ingediend, gepubliceerd onder nummer WO 579 voor ‘Aryl urea compounds in combination with other cytostatic or cytotoxic agents for treating human cancers’WO 579 is voortgezet als Europese octrooiaanvraag onder publicatienummer EP 799. Deze zaak ziet op een derde generatie divisional afsplitsing, te weten EP 255. EP 255 is verleend op 22 augustus 2012 onder inroeping van het prioriteitsdocument US 609 van 3 december 2001. EP 255 is van kracht tot 2 december 2022. Bayer beroept zich in deze zaak enkel op conclusie 12 van EP 255. Bayer vordert een verbod inbreuk te maken op het Nederlandse deel van EP 255. Teva c.s. stelt dat de door Bayer gevraagde voorziening moet worden geweigerd omdat een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat conclusie 12 in een bodemprocedure zal worden vernietigd. De voorzieningenrechter concludeert dat er een gerede kans aanwezig is dat het Nederlandse deel van conclusie 12 van EP 255 in een bodemprocedure nietig wordt bevonden. Dit voorlopig oordeel wordt ondersteund door zowel de Engelse als de Duitse beslissing in een bodemprocedure. Bij die stand van zaken wegen de belangen van Bayer niet op tegen die van Teva c.s. en zal de verbodsvordering worden afgewezen.

LS&R 2002

Cassatieberoepen Roka en Silife verworpen

Hoge Raad 19 nov 2021, LS&R 2002; ECLI:NL:HR:2021:1712 (Roka c.s. tegen Silife c.s.), http://www.lsenr.nl/artikelen/cassatieberoepen-roka-en-silife-verworpen

HR 19 november 2021, IEF 20373, LS&R 2002; ECLI:NL:HR:2021:1712 (Roka c.s. tegen Silife c.s.) Liquistone is rechthebbende van een octrooi van onder meer een octrooi dat de techniek voor het stabiliseren van siliciumzuur en de voortbrengselen van het stabiliseren van het siliciumzuur onder bescherming stelt. Liquistone en Silife Ltd. sloten in 2010 een exclusieve licentieovereenkomst. In 2013 sloten Liquistone en Roka een exclusieve licentieovereenkomst met betrekking tot hetzelfde octrooi. Roka c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Silife c.s. hebben incidenteel cassatieberoep ingesteld. De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het principale en het incidentele cassatieberoep [IEF 20119]. De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen.

LS&R 2000

Vacature: twee leden voor de kamers van beroep EUIPO

Het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) — hierna “het Bureau” genoemd — zoekt twee kandidaten voor de functie van lid van de kamers van beroep van het Bureau.
Lees hier de officiële kennisgeving.

LS&R 1999

Octrooispecialist András Kupecz start als partner bij Pinsent Masons

Het multinationale advocatenkantoor Pinsent Masons heeft András Kupecz als partner benoemd in het Europese life sciences team. András is de vierde partner van het kantoor in Nederland en is gespecialiseerd in octrooizaken. Hij adviseert cliënten in de life sciences sector en treedt regelmatig op in octrooigeschillen die spelen in meerdere jurisdicties.
Gezien de recente ontwikkelingen met betrekking tot het Unified Patent Court (UPC), is András’ benoeming van groot belang om ervoor te zorgen dat het kantoor in een goede positie verkeert om zijn cliënten te adviseren over de gevolgen hiervan en hen bij te staan in hun eerste zaken.