LS&R 1808

Conclusie P-G in Sandoz tegen AstraZeneca

Hoge Raad 3 apr 2020, LS&R 1808; ECLI:NL:PHR:2020:317 (Sandoz tegen AstraZeneca), http://www.lsenr.nl/artikelen/conclusie-p-g-in-sandoz-tegen-astrazeneca

HR Conclusie P-G 3 april 2020, IEF 19123, LS&R 1808; ECLI:NL:PHR:2020:317 (Sandoz tegen Astrazeneca) AstraZeneca is een internationale farmaceutische onderneming die zich richt op onder andere onderzoek en het op de markt brengen van farmaceutische producten. AstraZeneca brengt een geneesmiddel op de markt en heeft hier octrooi op. Sandoz is ook actief op de geneesmiddelenmarkt. De generieke fulvestrant-formulering van Sandoz zou inbreuk maken op, in ieder geval, conclusie 1 van het octrooi. Astrazeneca vordert Sandoz inbreuk op haar octrooi te staken. Het hof oordeelde dat Europese octrooien EP 138 en EP 537 voor een “fulvestrant formulation” (voor behandeling van borstkanker) geldig zijn. Van Peursem concludeert in zowel het principaal als het incidenteel cassatieberoep tot verwerping. Zie ook [IEF 17615], [IEF 16152], [IEF 17231], [IEF 18602] en [IEF 18122].

LS&R 1807

Delen patiëntgegevens bij wetenschappelijk onderzoek in spoedsituaties

In Nederland is het uitgangspunt dat de patiënt eerst toestemming moet geven voordat patiëntgegevens voor wetenschappelijk onderzoek mogen worden gebruikt. Op dat uitgangspunt bestaat van oudsher een aantal uitzonderingen. Die uitzonderingen zijn neergelegd in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO, artikel 7:458 BW) en artikel 24 en 28 van de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming. Zorg in spoedsituaties, indien de patiënt niet of nauwelijks aanspreekbaar is en vaak in existentiële nood, is een van die uitzonderingen.
Wanneer geen toestemming kan worden gevraagd, vereist de WGBO dat de patiënt geen bezwaar heeft gemaakt tegen gebruik van de patiëntgegevens voor wetenschappelijk onderzoek. Dat betekent dat elke patiënt duidelijk moet worden geïnformeerd dat in bepaalde situaties patiëntgegevens zonder toestemming voor wetenschappelijk onderzoek kunnen worden gebruikt, tenzij de patiënt daartegen bezwaar maakt.

Lees verder op Medlaw.nl.

LS&R 1806

Televisiecommercial voor Strepsils niet misleidend

25 feb 2020, LS&R 1806; (Televisiecommercial Strepsils), http://www.lsenr.nl/artikelen/televisiecommercial-voor-strepsils-niet-misleidend

SRC VAF 25 februari 2020, RB 3396, LS&R 1806; 2020/00076 – VAF (Televisiecommercial Strepsils) Klacht gericht tegen een televisiecommercial voor Strepsils. De inleidende klacht komt er op neer dat de reclame onjuist is omdat in de televisiecommercial wordt gezegd dat Strepsils bacteriën en virussen doodt. Het product heeft deze werking niet. De adverteerder verwijst naar de informatie van de Keuringsraad KOAG/KAG en wijst erop dat de samenvatting van de productkenmerken (hierna: SmPC) van Strepsils is goedgekeurd door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen. Uit de informatie van de Keuringsraad KOAG/KAG blijkt dat Strepsils een geneesmiddel is en dat de in de televisiecommercial gebruikte claim dat Strepsils bacteriën en virussen doodt in overeenstemming is met de door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen goedgekeurde SmPC van Strepsils. In de SmPC wordt de werking van Strepsils beschreven. Deze werking is voldoende aannemelijk geacht. De voorzitter ziet geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de Keuringsraad KOAG/KAG dat de televisiecommercial om die reden toelaatbaar is. De voorzitter wijst de klacht af.

LS&R 1805

Meer flexibiliteit voor EU-lidstaten bij controles op levensmiddelen

De Europese Commissie heeft een maatregel gepubliceerd die het de lidstaten mogelijk maakt de officiële controles op de agrovoedingsketen op een flexibelere basis uit te voeren, om zo de specifieke uitdagingen van de situatie als gevolg van COVID-19 aan te pakken. De maatregel helpt de verspreiding van de ziekte door verplaatsingen van controlepersoneel te voorkomen en de verplaatsing van dieren, planten, levensmiddelen en diervoeders naar en binnen de EU te vergemakkelijken, ondanks de huidige omstandigheden. Tegelijkertijd wijzigt de maatregel geen wezenlijke regels van het EU-recht die de volksgezondheid en de diergezondheid, de veiligheid van levensmiddelen en diervoeders en het dierenwelzijn regelen.

LS&R 1804

Raoul Soullié: dwanglicentie in het octrooirecht

In het octrooirecht is de dwanglicentie een maatregel die in elke academische cursus wordt besproken, maar die discussie wordt meestal afgesloten met de opmerking: "In de praktijk wordt deze maatregel nooit uitgevoerd". Zal de huidige pandemie daar verandering in brengen?

Lees hier het hele (Engelstalige) artikel In case of a cure: A compulsory licence as the last resort van Raoul Soullié op Leidenlawblog.nl.

LS&R 1803

Rudi Holzhauer: octrooirecht en corona-bestrijdingsmiddelen

Af en aan lezen we berichten over de beperkte beschikbaarheid van corona-bestrijdingsmiddelen. Waar dat om fysieke beperkingen gaat zullen die moeten worden aangesproken door “extra productie”. Een beetje oorlogsindustrie kan in deze tijd geen kwaad, natuurlijk.

"Het ontbreekt momenteel echter aan de essentiële ondersteuning waarin alleen de staat kan voorzien: tijdelijke dwanglicenties op intellectueel eigendom zijn nodig om uit het keurslijf van de standaardisatie te breken. Er moet ontheffing komen van aanbestedingsregels. Er is een ‘oorlogskas’ nodig om aanbetalingen te doen. 
NRC, 25 maart 2020, Rosanne Hertzberger en Cees Dekker.

Waar het gaat om door octrooien afgeschermde producten is het inderdaad goed om te wijzen op de weg van de zgn. dwanglicentie in het algemeen belang en wegens onvoldoende toepassing.

Lees hier de hele column van Rudi Holzhauer.

LS&R 1802

Werkwijze van de Rechtspraak na 6 april

In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de Rechtspraak besloten vanaf dinsdag 17 maart alle rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges te sluiten. Deze situatie zal ook na 6 april worden voortgezet. Urgente zaken gaan wel door. De Rechtspraak heeft een overzicht gepubliceerd van urgente zaken.

 
LS&R 1801

Duitse Bundesverfassungsgericht verklaart ratificatie van UPC-verdrag nietig

Het Duitse Bundesverfassungsgericht heeft de ratificatie van het Unified Patent Court Verdrag (UPC Verdrag) nietig verklaard. Het UPC Verdrag was in de Bondsdag aangenomen met een unanieme stemming van de 35 aanwezige leden. Het Bundesverfassungsgericht heeft echter bepaald dat dit moest gebeuren met tweederde van het totaal aantal leden – dit zijn er 709. De vraag is nu of er een nieuwe stemming komt in de Bondsdag en welke procedure daarvoor gevolg moet worden. Verder zijn de materiële klachten tegen UPC Verdrag niet-ontvankelijk verklaard.

Lees ook het artikel van Wouter Pors op Twobirds.com.

LS&R 1800

Tijdelijke regeling civiele dagvaardingszaken bij de hoven

In verband met de uitbraak van het coronavirus heeft de Rechtspraak een tijdelijk afwijkende regeling voor civiele dagvaardingszaken bij de hoven ingesteld (toepassing uitzonderingsbepaling artikel 1.18 LPR):
In afwijking van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven gelden vanaf heden tot nader order de volgende afwijkingen. Voor het overige wordt het reglement onverkort toegepast.

1. Een verzoek om uitstel voor het verrichten van een proceshandeling wordt in beginsel altijd verleend. Bij bezwaar van de wederpartij beslist de rolraadsheer.

2. De minimumtermijn voor alle proceshandelingen bedraagt vier weken, dus ook de termijn voor fourneren wordt vier weken.

3. Als de proceshandeling waarvoor de zaak staat niet uiterlijk de dag na de roldatum is verricht, wordt ambtshalve vier weken uitstel verleend, ook zonder verzoek van partijen om uitstel en ook in het geval volgens het procesreglement geen uitstel kon worden verkregen. Verval van recht wordt niet uitgesproken.

4. Nieuwe zaken worden gewoon ingeschreven, ook bij een geringe overschrijding van de in art. 125 lid 2 Rv genoemde termijn voor indiening van de stukken ter griffie.

5. In spoedeisende zaken kan de rolraadsheer de afwijkingen buiten toepassing laten en de gewone regels van het procesreglement hanteren.

LS&R 1799

BOIP: nakoming van termijnen gedurende periode van maatschappelijke beperkingen door coronavirus

Na de door de Nederlandse regering aangekondigde beperkende maatregelen in verband met het coronavirus, zal BOIP met een uiterst minimale bezetting doorwerken. BOIP is zich er van bewust dat dit ook geldt voor alle IE-professionals en ondernemers die momenteel onderhanden zijnde verzoeken en procedures bij BOIP hebben. Onder deze omstandigheden heeft BOIP besloten:

1. Vanaf 16 maart 2020 tot aan het moment waarop er redelijkerwijs weer op normale wijze kan worden gewerkt door IE-professionals en ondernemers in de Benelux-landen, zal BOIP geen verzoeken of procedures intrekken omdat een gegeven termijn niet werd gerespecteerd. Dit geldt evenzeer voor niet tijdig ingediende oppositieprocedures of niet tijdig verrichte betalingen.

2. BOIP zal op basis van de sinds 16 maart 2020 opgedane ervaringen en de maatschappelijke ontwikkelingen vaststellen wanneer er redelijkerwijs weer op normale wijze kan worden gewerkt door IE-professionals en andere ondernemers in de Benelux-landen. BOIP zal hiervoor te zijner tijd een datum (“BAU-datum”) vaststellen en deze communiceren via een nieuwe mededeling van de Directeur-Generaal.

LS&R 1798

Klacht moeder tegen huisarts ongegrond verklaard

16 mrt 2020, LS&R 1798; ECLI:NL:TGZRAMS:2020:43 (Moeder tegen huisarts), http://www.lsenr.nl/artikelen/klacht-moeder-tegen-huisarts-ongegrond-verklaard

Regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg 16 maart 2020, LS&R 1798; ECLI:NL:TGZRAMS:2020:43 (Moeder tegen huisarts) Klaagster is de moeder van een onverwachts op jonge leeftijd overleden vrouw. Zij verwijt de dienstdoende huisarts van de huisartsenpost, bij wie klaagster zes dagen voor haar overlijden op consult is geweest, onzorgvuldig en nalatig te hebben gehandeld. Meer in het bijzonder verwijt zij de huisarts de diagnose longembolie te hebben gemist. De huisarts van de HAP voert primair een niet-ontvankelijkheidsverweer, nu niet is gebleken dat de partner van de dochter van klaagster instemt met de door klaagster ingediende klacht. Secundair meent de huisarts niet onzorgvuldig te hebben gehandeld. Het niet-ontvankelijkheids-verweer van verweerder wordt verworpen, maar haar klacht wordt ongegrond verklaard.

LS&R 1797

Reactie Taylor Wessing op consultatie Beleidsnota: naar een mkb-vriendelijke Rijksoctrooiwet 1995

Taylor Wessing heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om te reageren op de internetconsultatie van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat over de beleidsnota: naar een mkb-vriendelijke Rijksoctrooiwet 1995.
In de reactie bedient Taylor Wessing zich van een aantal statistieken. Zo blijkt uit de reactie dat mkb-ondernemingen structureel steeds minder vaak betrokken zijn bij octrooizaken (waar in 2010 nog in 67,5% van de gevallen een of meerdere mkb-ondernemingen partij waren bij een procedure, was dit in 2019 nog maar 19,4%). Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt hoe de doorlooptijden van de procedures zich bij de rechtbank en het hof in de afgelopen 10 jaar hebben ontwikkeld.

Lees hier de hele reactie van Wim Maas, David Mulder en Emma Jansen van Taylor Wessing.

LS&R 1795

BOIP: nakoming termijnen gedurende beperkingen door coronavirus

Na de door de Nederlandse regering aangekondigde beperkende maatregelen in verband met het coronavirus, zal BOIP met een uiterst minimale bezetting doorwerken. BOIP is zich er van bewust dat dit ook geldt voor alle IE-professionals en ondernemers die momenteel onderhanden zijnde verzoeken en procedures bij BOIP hebben. Onder deze omstandigheden heeft BOIP besloten:

1. Vanaf heden tot en met het einde van de opgelegde maatschappelijke beperkingen in de Benelux-landen, zal BOIP geen verzoeken of procedures intrekken omdat een gegeven termijn niet werd gerespecteerd.

2. Nadat deze periode is beëindigd zal er voor alle verzoeken en procedures waarvoor geldt dat de termijnen op dat moment zijn verstreken of deze op dat moment minder dan een maand bedragen, een extra termijn van een maand worden gegeven. Deze maand zal worden gerekend vanaf het moment dat er in de Benelux-landen geen maatschappelijke beperkingen meer gelden. BOIP zal te zijner tijd hiervoor een datum vaststellen en deze communiceren via een nieuwe mededeling van de Directeur Generaal.

3. BOIP is niet in staat voor alle individuele verzoeken en procedures een nieuwe termijn te communiceren. Deze mededeling treedt dan ook in plaats van mededelingen per specifiek geval.

LS&R 1794

Conclusie P-G in Fresenius tegen Eli Lilly

Hoge Raad 13 mrt 2020, LS&R 1794; ECLI:NL:PHR:2020:269 (Fresenius tegen Eli Lilly), http://www.lsenr.nl/artikelen/conclusie-p-g-in-fresenius-tegen-eli-lilly

HR Conclusie P-G 13 maart 2020, IEF 19082, LS&R 1794; ECLI:NL:PHR:2020:269 (Fresenius tegen Eli Lilly) Zie ook  [IEF 17690] en [IEF 18534]. Deze kort geding zaak ziet op de (equivalente) beschermingsomvang van Europees octrooi EP (NL) 1 313 508 (hierna: EP 508), waarvan Lilly de houdster is. Het tweede medische indicatie octrooi speelt een rol bij een combinatietherapie gehanteerd bij de behandeling van bepaalde longkankers. Het is de vraag of het claimen van het dinatrium zout van de werkzame stof pemetrexed (in anion-vorm), een antifolaat (gaat de vorming van kankercellen tegen), ook bescherming geeft tegen een generieke producent die met pemetrexed dizuur met thromethamine komt in de betreffende combinatietherapie tegen longkanker met vitamine B12 en optioneel foliumzuur. Die combinatie vermindert de toxische bijwerkingen van het antifolaat, zonder afbreuk te doen aan de werking van de werkzame stof.

Conclusie P-G:

De cassatieklachten zien op het beschermingsomvangsoordeel van EP 508, maar die slagen volgens mij niet. Zij vallen in hoge mate feitelijke beslissingen van het hof aan over hoe de gemiddelde vakman de geclaimde zoutvorm in EP 508 zal opvatten en volgens vaste rechtspraak in Nederland is die beoordeling voorbehouden aan het hof als feitenrechter. De aangevallen voorlopige oordelen zijn in lijn met de meerderheid van andere inmiddels gedane rechterlijke uitspraken in binnen- en buitenland over de beschermingsomvang van EP 508.

 

LS&R 1793

Bewijsopdracht gebruik software na bepaalde datum

28 feb 2020, LS&R 1793; ECLI:NL:RBGEL:2020:1345 (Lizard Apps tegen Haerst c.s.), http://www.lsenr.nl/artikelen/bewijsopdracht-gebruik-software-na-bepaalde-datum

Rechtbank Gelderland 28 februari 2020, IT 3063, LS&R; ECLI:NL:RBGEL:2020:1345 (Lizard Apps tegen Haerst c.s.) Lizard Apps is een jong IT-bedrijf en houdt zich onder andere bezig met het ontwikkelen van software. Haerst houdt zich bezig met videotechnologie en diagnostiek. Lizard Apps sluit met Haerst een samenwerkingsovereenkomst met het oog op de ontwikkeling van een diagnostische camera voor toepassing in de psychiatrie. In opdracht van Haerst heeft Lizard Apps de software voor de camera ontwikkeld. De zogenoemde Fases 0 en 1 van het project zijn door Lizard Apps uitgevoerd en opgeleverd en de camera wordt ook toegepast in de praktijk. Tijdens Fase 2 zijn problemen ontstaan, waarna Haerst de samenwerking heeft opgezegd.

LS&R 1792

Nederlands Octrooicongres

Op dinsdag 9 juni organiseert deLex voor de 12e keer het Nederlandse octrooicongres.
Ook dit jaar wordt het inhoudelijk programma samengesteld door Gertjan Kuipers (De Brauw Blackstone Westbroek) en Peter Blok (CIER, Gerechtshof Den Haag).

Meer informatie volgt binnenkort!

LS&R 1789

Prejudiciële vragen over levering geneesmiddelen aan ziektekostenverzekeraar

Buitenlandse gerechten , LS&R 1789; (Firma Z), http://www.lsenr.nl/artikelen/prejudici-le-vragen-over-levering-geneesmiddelen-aan-ziektekostenverzekeraar

Bundesfinanzhof Duitsland 6 juni 2019, LS&R 1789; C-802/19 (Firma Z) Via MinBuza. Verzoekster heeft vanuit Nederland geneesmiddelen geleverd aan Duitsland. De leveringen heeft verzoekster in rekening gebracht bij de wettelijke ziektekostenverzekeraars. Zij ging er vanuit dat de plaats van levering Nederland was, dat zij gebruik kon maken van de vrijstelling voor intracommunautaire leveringen. Voorts ging zij er vanuit dat de ziektekostenverzekeraars op intracommunautaire verwervingen binnenlandse belasting moesten betalen. Bovendien ging zij ervan uit dat de door haar gegeven prijskortingen de maatstaf van heffing voor btw hadden verlaagd. De Duitse belastingdienst ging niet mee in het standpunt van verzoekster en stelde een aanslag vast; het bezwaar van verzoekster werd afgewezen. Verzoekster heeft beroep in Revision ingesteld waarbij zij in het bijzonder aanvoert dat zij op grond van het arrest van het Hof Elida Gibbs (C-317/94), recht heeft op een belastingcorrectie op grond van een verlaging van de tegenprestatie.