LS&R 1873

Hof acht het pemetrexed-octrooi van Eli Lilly geldig

Hof Den Haag 27 okt 2020, LS&R 1873; (Eli Lilly tegen Fresenius), http://www.lsenr.nl/artikelen/hof-acht-het-pemetrexed-octrooi-van-eli-lilly-geldig

Hof Den Haag 27 oktober 2020, IEF 19528, LS&R 1873; C/09/541424/ HA ZA 17-1097 (Eli Lilly tegen Fresenius) Hoger beroep van de bodemprocedure tussen Lilly en Fresenius over het pemetrexed-octrooi EP 508 waarvan Lilly houdster is. Het octrooi speelt een rol in een combinatietherapie bij de behandeling van bepaalde longkankers. Het vonnis van de rechtbank Den Haag van 19 juni 2019 [IEF 18534] is vernietigd. Het hof heeft het pemetrexed-octrooi van Lilly geldig geacht en Fresenius een permanent inbreukverbod opgelegd.

LS&R 1872

Vervallenverklaring wegens geen normaal gebruik

Rechtbank Den Haag 14 okt 2020, LS&R 1872; ECLI:NL:RBDHA:2020:10161 (Pharma tegen Glenwood), http://www.lsenr.nl/artikelen/vervallenverklaring-wegens-geen-normaal-gebruik

Rechtbank Den Haag 14 oktober 2020, IEF 19516, LS&R 1872, IEFbe 3136; ECLI:NL:RBDHA:2020:10161 (Pharma tegen Glenwood) Merkenrecht. Normaal gebruik. Pharma en Glenwood brengen beide specialistische farmaceutische producten op de markt. Glenwood is houdster van het internationale woordmerk DESEO (hierna: ‘het Glenwood-merk’) en gebruikt dit merk voor libido-verhogende capsules. Glenwood heeft het Duitse merk verkocht aan Pharma. Vervolgens is Pharma onder het teken DESEO een homeopathische vloeistof op de Duitse markt gaan brengen en heeft Pharma via een spoedinschrijving het Beneluxwoordmerk DESEO ingeschreven. Pharma vordert vervallenverklaring van het Benelux-deel van het Glenwood-merk op grond van artikel 2.27 lid 2 en artikel 2.23bis BVIE. Pharma stelt dat Glenwood binnen het territoir van de Benelux gedurende een ononderbroken tijdvak van vijf jaar geen normaal gebruik heeft gemaakt van het Glenwood-merk voor de waren waarvoor dit merk is ingeschreven.

LS&R 1863

Jurisprudentielunch Octrooirecht

De jaarlijkse update in octrooirechtspraak van Willem Hoyng en Bart van den Broek vindt dit jaar plaats op woensdag 2 december. In slechts drie uur tijd bent u weer volledig op de hoogte. Lunch mee en neem kennis van de recente en relevante jurisprudentie voor uw praktijk!

Programma
12.30 – 13.00 uur: ontvangst met lunch en intekenen
13.00 – 14.30 uur: duopresentatie
Pauze
14.45 – 16.15 uur: duopresentatie

Deze cursus biedt verdieping voor de specialist met voorkennis.
Inschrijven of meer informatie?
Kijk op www.delex.nl/shop/opleidingen of mail naar info@delex.nl. Let op: het aantal plaatsen is beperkt.

Op locatie waar mogelijk en online wanneer nodig. Bij al onze bijeenkomsten nemen we de richtlijnen van de overheid zorgvuldig in acht.

LS&R 1871

Wrakingsverzoek octrooizaak afgewezen

Rechtbank Den Haag 31 aug 2020, LS&R 1871; Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBDHA:2020:10143 (Wyeth tegen rechters), http://www.lsenr.nl/artikelen/wrakingsverzoek-octrooizaak-afgewezen

Rechtbank Den Haag 31 augustus 2020, IEF 19498, LS&R 1871; ECLI:NL:RBDHA:2020:10143 (Wyeth tegen rechters) Wraking. Octrooirecht. Verzoek tot wraking van rechters Kokke, Aalbers en Schüller bij de rechtbank Den Haag. Het betreft een octrooizaak in het VRO-regime. Belanghebbende in deze procedure is MSD. Wyeth vindt de rechters vooringenomen omdat zij de verzoeken om (1) de zaak uit het VRO-regime te verwijderen, (2) de pleittijd te verlengen en (3) de stukken van MSD te weigeren, (vooralsnog) hebben afgewezen. Naar het oordeel van de wrakingskamer zijn al deze beslissingen procedurele beslissingen. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig geen grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Dit is uitsluitend anders, indien de motivering van de (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten, niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven. Hetgeen Wyeth in dit verband in zijn wrakingsverzoek heeft gesteld, levert geen aanwijzingen op die tot dat oordeel zouden moeten leiden. De motivering bij de beslissingen is niet onbegrijpelijk en dus ook niet zozeer onbegrijpelijk dat daaruit de vooringenomenheid van de rechters blijkt. Uit de aangevoerde omstandigheden kan geen (schijn van) vooringenomenheid worden afgeleiden. Het wrakingsverzoek wordt dan ook afgewezen.

LS&R 1870

Wouter Pors: AstraZeneca held liable for additional healthcare costs

Wouter Pors heeft een noot geschreven bij het vonnis van 14 oktober 2020 inzake Menzis/AstraZeneca [IEF 19490].

‘In a judgment of 14 October 2020 the District Court The Hague ruled in a landslide decision that AstraZeneca is liable for the extra costs that health insurance companies Menzis and Anderzorg incurred because of the wrongful enforcement of AstraZeneca’s patent EP 0 907 364 (EP 364), which covers its medicinal product Seroquel, against generic quetiapine XR. This is not a landslide decision because it means a change in case law, but because it is the first Dutch judgment ever in which such claims by an insurance company have been decided. It is a very thorough judgment, which is of great importance for all life science companies that have patents for medicinal products. Of course, it can and undoubtedly will be appealed.’

Lees hier verder.

LS&R 1869

AstraZeneca aansprakelijk voor hoge prijs geneesmiddel

Rechtbank Den Haag 14 okt 2020, LS&R 1869; ECLI:NL:RBDHA:2020:10160 (Menzis tegen AstraZeneca), http://www.lsenr.nl/artikelen/astrazeneca-aansprakelijk-voor-hoge-prijs-geneesmiddel

Rechtbank Den Haag 14 oktober 2020, IEF 1940, LS&R 1869; ECLI:NL:RBDHA:2020:10160 (Menzis tegen AstraZeneca) Via Rechtspraak.nl. Het farmaceutisch bedrijf AstraZeneca heeft door de opbrengsten uit de verkoop van haar geneesmiddel Seroquel® ten onrechte winst gemaakt ten koste van zorgverzekeraar Menzis. Het gaat om tabletten Seroquel® in een vertraagde afgifte variant, waarbij het medicijn geleidelijk aan het lichaam wordt afgegeven. Door met een achteraf ongeldig bevonden octrooi concurrenten van de markt te weren, heeft AstraZeneca een exclusieve positie op de Nederlandse markt gehouden. Daardoor was het medicijn alleen beschikbaar voor een (relatief) hoge prijs. Menzis vergoedde deze hoge prijs aan haar verzekerden. Deze uitspraak betekent dat AstraZeneca ten koste van Menzis is verrijkt en daarom een nog nader te bepalen bedrag aan schade aan Menzis moet vergoeden.

LS&R 1868

Twee grensoverschrijdende verboden toegewezen

Rechtbank Den Haag 29 sep 2020, LS&R 1868; (Novartis tegen Mylan), http://www.lsenr.nl/artikelen/twee-grensoverschrijdende-verboden-toegewezen

Vzr. Rechtbank Den Haag 29 september 2020, IEF 19479, LS&R 1868; C/09/595262 / KG ZA 20-605 (Novartis tegen Mylan) Octrooirecht. Novartis ontwikkelt en verhandelt via aan haar gelieerde vennootschappen geneesmiddelen, waaronder het geneesmiddel deferasirox. Dit geneesmiddel wordt beschermd door een ABC. Novartis vordert dat de voorzieningenrechter Mylan zal verbieden inbreuk te maken op haar ABC of anderszins onrechtmatig te handelen. Voorop wordt gesteld dat Novartis uit hoofde van de aan haar verleende ABC’s (met in Nederland een beschermingsduur tot 28 februari 2022) in Nederland en in andere landen waarvoor zij een ABC heeft, anderen kan verbieden om met een generiek deferasirox op de markt te komen. Gelet daarop heeft Mylan de maatschappelijke zorgvuldigheid jegens Novartis in acht te nemen, die maakt dat zij niet welbewust inbreuk mag maken dan wel mag faciliteren. Het ligt dan ook op de weg van Mylan om aannemelijk te maken dat het ABC in Nederland en de overige betrokken landen ten onrechte is verleend en/of dat handhaving van die ABC’s jegens haar onrechtmatig is. Hierin is Mylan niet geslaagd. Mylan wordt verboden direct of indirect inbreuk te maken op het ABC tot en met 27 februari 2022 alsmede onrechtmatig te handelen door andere Mylan-vennootschappen in Europa te faciliteren in het maken van inbreuk.  

LS&R 1867

Vorderingen in vrijwaringsincident gedeeltelijk toegewezen

Rechtbank Amsterdam 9 sep 2020, LS&R 1867; ECLI:NL:RBDHA:2020:9215 (VUB en Ablynx tegen QVQ), http://www.lsenr.nl/artikelen/vorderingen-in-vrijwaringsincident-gedeeltelijk-toegewezen

Rechtbank Den Haag 9 september 2020, IEF 19469, LS&R 1867, IEFbe 3128; ECLI:NL:RBDHA:2020:9215 (VUB en Ablynx tegen QVQ) Octrooirecht. Vrijwaringsincident. Zie eerder [IEF 18996]. In de hoofdzaak vorderen de Vrije Universiteit Brussel (hierna: VUB) en Ablynx samengevat dat de rechtbank uitvoerbaar bij voorraad verklaart QVQ te verbieden de aan de octrooihouder voorbehouden handelingen te verrichten en daarnaast voor recht te verklaren dat QVQ in Nederland inbreuk heeft gemaakt op de (zogenoemde) Hamers-octrooien. QVQ vordert in incident voorwaardelijk dat haar wordt toegestaan Ablynx en het Vlaams Instituut voor Biotechnologoie (hierna: VIB) te dagvaarden in vrijwaring ten aanzien van de gepretendeerde vorderingen van de VUB, omdat Ablynx en het VIB de VUB vertegenwoordigen in alle zaken ten aanzien van de Hamers-octrooien voor zover deze niet in licentie zijn gegeven aan Unilever. Aan de voorwaardelijkheid kent de rechtbank geen betekenis toe. Een vrijwaring komt naar zijn aard pas aan de orde in geval van een veroordeling in de hoofdzaak. Het past niet in het systeem van de wet om de eisende partij in vrijwaring op te roepen. De vordering tot oproeping in vrijwaring van Ablynx stuit daarop af. QVQ wordt wel toegestaan het VIB in vrijwaring te doen dagvaarden. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van woensdag 23 september 2020.

LS&R 1866

CGR: reclame geneesmiddel Zejula is misleidend

College Geneesmiddelen Reclame 30 sep 2020, LS&R 1866; (AstraZeneca tegen GSK), http://www.lsenr.nl/artikelen/cgr-reclame-geneesmiddel-zejula-is-misleidend

GGR 30 september 2020, RB 3441, LS&R 1866; K20.004 (AstraZeneca tegen GSK) Reclamerecht. AZ en GSK houden zich bezig met de productie en verhandeling van geneesmiddelen en zijn vergunninghouders als bedoeld in de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. AstraZeneca brengt het geneesmiddel Lynparza op de Nederlandse markt. GSK brengt het geneesmiddel Zejula op de Nederlandse markt. Zejula en Lynparza zijn rechtstreeks concurrerende producten. GSK heeft tijdens een symposium en in een advertentie de navolgende tekst gebruikt: “ZEJULA® De enige PARPi met een positief CieBOM-advies voor de afzonderlijke subgroepen met een non-BRCA óf BRCA-tumor* met platinasensitief, recidiverend ovariumcarcinoom¹”. AstraZeneca klaagt dat deze uitingen in strijd zijn met de Gedragscode.

LS&R 1865

Uitlatingen Inspectie over cardiologen niet onrechtmatig

Hof Den Haag 15 sep 2020, LS&R 1865; ECLI:NL:RBDHA:2018:14015 (Cardiologen tegen de Staat), http://www.lsenr.nl/artikelen/uitlatingen-inspectie-over-cardiologen-niet-onrechtmatig

Hof Den Haag 15 september 2020, IEF 19455, LS&R 1865; ECLI:NL:RBDHA:2018:14015 (Cardiologen tegen de Staat) Mediarecht. Onrechtmatige uitlatingen. Een drietal cardiologen vormden een maatschap in een ziekenhuis. De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft een tuchtklacht ingediend tegen de cardiologen. De Inspectie heeft ten overstaan van het Regionaal Tuchtcollege in het bijzijn van de media het standpunt ingenomen dat de cardiologen ‘op alle fronten’ tekort zijn geschoten en dat patiënten zijn ‘blootgesteld aan het incompetente handelen van deze drie cardiologen’. Daarnaast heeft de Inspectie zich in de media negatief uitgelaten over de cardiologen. De cardiologen vorderen onder meer veroordeling van de Staat tot publicatie van een rectificatie op grond van art. 6:167 BW.

LS&R 1864

Geen onevenredige benadeling openbaarmaking aanvraag handelsvergunning

Raad van State 30 sep 2020, LS&R 1864; ECLI:NL:RVS:2020:2302 (Medice tegen College ter beoordeling van geneesmiddelen), http://www.lsenr.nl/artikelen/geen-onevenredige-benadeling-openbaarmaking-aanvraag-handelsvergunning

ABRvS 30 september 2020, IEF 19451, LS&R 1864; ECLI:NL:RVS:2020:2302 (Medice tegen College ter beoordeling van geneesmiddelen) Auteursrecht. Databankenrecht. Medice heeft een handelsvergunning voor het geneesmiddel Amfexa. Een derde heeft het College ter beoordeling van geneesmiddelen middels een Wob-verzoek verzocht om openbaarmaking van het registratiedossier dat is gebruikt bij het nemen van het besluit tot registratie van dit geneesmiddel. Het dossier bevat ook de aanvraag voor de handelsvergunning van Medice. Medice heeft registratiedossier geformeerd en verzet zich tegen openbaarmaking van haar aanvraag. Medice meent dat de verzameling van door haar geselecteerde wetenschappelijke gegevens, die deel uitmaakt van haar aanvraag voor de handelsvergunning, een auteursrechtelijk beschermd werk, dan wel een beschermde databank is. Objectieve wetenschappelijke gegevens komen niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking. De vraag of de verzameling van de wetenschappelijke gegevens kan worden aangemerkt als een auteursrechtelijk beschermd werk wordt daargelaten, omdat het nadeel voor Medice bij openbaarmaking van die selectie gering is in het kader van art. 10 lid 2 aanhef en onder g Wob. Daarnaast kan de verzameling niet als een beschermde (spin-off) databank worden aangemerkt. Het hoger beroep van Medice is ongegrond en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

LS&R 1862

Vacature: advocaat-medewerker IE en reclamerecht bij Holla

Holla zoekt een gevorderd advocaat-stagiair(e) / beginnend advocaat-medewerker intellectuele eigendom (IE) en reclamerecht.
Standplaats: Eindhoven.

Heb jij inmiddels enkele jaren ervaring met het rechtsgebied IE en/of het reclamerecht? Of zou je je graag willen ontwikkelen op dit gebied? We komen graag met je in contact!

De Business Unit Intellectuele Eigendom, ICT & Privacy van Holla bestaat uit een team van acht advocaten. Het team is gespecialiseerd in onder andere het merken-, auteurs- en modellenrecht, ICT-recht en nieuwe media. Jij gaat je vooral bezighouden met IE en het (geneesmiddelen) reclamerecht, maar ook met zaken op het gebied van medische hulpmiddelen, cosmetica en voedingsmiddelen. Het team is actief in zowel de adviespraktijk als de specifieke procespraktijk van het intellectuele eigendom als in het procederen voor de codecommissies van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en de Reclame Code Commissie (RCC).

Lees verder.

LS&R 1861

Verkoop desinfectiemiddel is inbreuk op auteursrecht

Rechtbank Gelderland 27 jul 2020, LS&R 1861; ECLI:NL:RBGEL:2020:4310 (Logic Chemie tegen TRENDX), http://www.lsenr.nl/artikelen/verkoop-desinfectiemiddel-is-inbreuk-op-auteursrecht

Vzr. Rechtbank Gelderland 27 juli 2020, IEF 19436, IT 3253, LS&R 1861; ECLI:NL:RBGEL:2020:4310 (Logic Chemie tegen TRENDX) Auteursrecht. Handelsnaamrecht. Kort geding. Logic Chemie verhandelt desinfectiemiddelen, waaronder het zogenaamde 'LogicSept'. TRENDX exploiteert een webshop. Partijen zijn een overeenkomst aangegaan op grond waarvan Logic Chemie 2000 liter LogicSept aan TRENDX zou verkopen en leveren en TRENDX de bevoegdheid kreeg de LogicSept onder die naam en met het ter beschikking gestelde etiket te verhandelen. Logic Chemie is haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nagekomen, maar op dat moment had TRENDX al een grote hoeveelheid van het middel verkocht en het product op haar webshop geplaatst. Vervolgens heeft TRENDX zelf een desinfectiemiddel samengesteld met gebruikmaking van het etiket van Logic Chemie en alleen de naam veranderd naar ‘LogiScept2’. Logic Chemie vordert een verbod voor TRENDX om in strijd te handelen met haar auteursrecht en handelsnaamrecht. De vordering ten aanzien van het auteursrecht wordt toegewezen. Hoewel Logic Chemie haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nakwam, stond het TRENDX niet vrij om een ander desinfectiemiddel met het etiket van LogicSept te leveren. TRENDX heeft daarmee inbreuk gemaakt op het auteursrecht van Logic Chemie. Het onderdeel van de vordering dat ziet op het handelsnaamrecht wordt afgewezen, omdat Logic Chemie niet actief is onder de handelsnaam LogicSept.  

LS&R 1860

Licentieovereenkomst rechtsgeldig opgezegd

Hof Den Haag 18 feb 2020, LS&R 1860; ECLI:NL:GHDHA:2020:1618 (Pepscan tegen Bicycle Therapeutics), http://www.lsenr.nl/artikelen/licentieovereenkomst-rechtsgeldig-opgezegd

Hof Den Haag 18 februari 2020, IEF 19435, LS&R 1860; ECLI:NL:GHDHA:2020:1618 (Pepscan tegen Bicycle Therapeutics) Uitleg licentieovereenkomst. Octrooirecht. Zie eerder [IEF 17632]. Tussentijds appel met betrekking tot het oordeel van de rechtbank dat gelet op de taalkundige uitleg van de overeenkomst, Pepscan de licentieovereenkomst niet mocht beëindigen wegens niet-nakoming van de exclusieve afnameverplichting door Bicycle Therapeutics. Bij de beoordeling van dit geschilpunt moet niet alleen worden gekeken naar de taalkundige uitleg van die bepaling, maar ook naar de bedoelingen van partijen. Uit de overeenkomst vloeit voort dat de bedoeling van partijen was dat de exclusieve afnameverplichting van Bicycle Therapeutics van kracht zou zijn gedurende de looptijd van de licentieovereenkomst. Door het aangaan en de opzegging van de serviceovereenkomst is de bedoeling van partijen, en de uit de licentieovereenkomst voortvloeiende verplichtingen, niet gewijzigd en evenmin beëindigd. Aldus heeft Pepscan de PLA rechtsgeldig opgezegd wegens niet-nakoming van de exclusieve afnameverplichting door Bicycle Therapeutics. De grieven van Pepscan slagen. Het bestreden vonnis wordt in zoverre vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor afdoening van de vorderingen die niet aan het tussentijds appel zijn onderworpen.

LS&R 1859

ACM sluit onderzoek naar geneesmiddelenfabrikant AbbVie

De ACM startte in 2019 een onderzoek naar geneesmiddelenfabrikant AbbVie vanwege mogelijk misbruik van een machtspositie. In 2018 verliep het octrooi op de werkzame stof adalimumab. AbbVie gebruikt adalimumab voor het geneesmiddel Humira. Tot die tijd was Humira het geneesmiddel met de grootste omzet in Nederland. Om haar positie op de markt te behouden, heeft AbbVie in de periode na het octrooiverloop kortingen geboden aan ziekenhuizen. Ziekenhuizen konden alleen een hoge korting krijgen als alle bestaande patiënten Humira zouden blijven gebruiken en niet zouden overstappen naar een biosimilar.

LS&R 1858

Alsnog uitvoerbaar bij voorraad proceskostenveroordeling

Hof Den Haag 16 jun 2020, LS&R 1858; ECLI:NL:GHDHA:2020:1626 (Bayer tegen Ceva), http://www.lsenr.nl/artikelen/alsnog-uitvoerbaar-bij-voorraad-proceskostenveroordeling

Hof Den Haag 16 juni 2020, IEF 19432, LS&R 1858; ECLI:NL:GHDHA:2020:1626 (Bayer tegen Ceva) Procesrecht. Hoger beroep op [IEF 18693]. Bayer maakt onderdeel uit van het internationale Duitse concern Bayer AG, dat onder meer gericht is op onderzoek naar en ontwikkeling van farmaceutische producten en diergeneesmiddelen. Ceva maakt onderdeel uit van de Ceva groep, een Frans farmaceutisch concern dat is gespecialiseerd in onder meer de ontwikkeling van medicijnen. Volgens Bayer dreigde Ceva inbreuk te maken op haar octrooi EP 496 in Nederland; de vorderingen werden afgewezen. In hoger beroep werd in het incident onder meer de eerdere veroordeling van Bayer tot vergoeding van de proceskosten van Ceva tot een bedrag van € 208.639,- uitvoerbaar bij voorraad verklaard; in de hoofdzaak wordt de zaak naar de rol verwezen.

LS&R 1857

Franse rechter acht Eli Lilly's pemetrexed-octrooi geldig

Frankrijk 11 sep 2020, LS&R 1857; (Eli Lilly tegen Frensenius), http://www.lsenr.nl/artikelen/franse-rechter-acht-eli-lilly-s-pemetrexed-octrooi-geldig

Tribunal Judiciaire de Paris 11 september 2020, IEF 19430, LS&R 1857, IEFbe 3122; 17/10421 (Eli Lilly tegen Frensenius) Zie eerder [IEF 19261], [IEF 19082], [IEF 17690], [IEF 18534]. Deze zaak ziet op de (equivalente) beschermingsomvang van Europees octrooi EP (NL) 1 313 508, waarvan Lilly houdster is. De Franse rechter acht het pemetrexed-octrooi van Lilly geldig en legt Frensenius Kabi een permanent inbreukverbod op.

LS&R 1856

Extra panel over online-zittingen tijdens het Nederlands Octrooicongres

Hoe hebben advocaten en rechter de online-zittingen tot nu toe beleefd? Morgenmiddag deelt een gemixed panel hun ervaringen met online-zittingen tijdens het Nederlands Octrooicongres 2020.
Een mooie toevoeging aan het programma met o.a. Freyke Bus (Rechtbank Den Haag), Margot Kokke (Rechtbank Den Haag) en Daan de Lange (Brinkhof)

Voor de late inschrijvers: aanmelden voor het Nederlands Octrooicongres deel 2 is nog mogelijk! Neem contact op via info@delex.nl, of meld je aan via de website.

LS&R 1854

Vernietiging octrooi Richter wegens gebrek aan nieuwheid

Rechtbank Den Haag 29 jul 2020, LS&R 1854; ECLI:NL:RBDHA:2020:7089 (Biogen c.s. tegen Richter), http://www.lsenr.nl/artikelen/vernietiging-octrooi-richter-wegens-gebrek-aan-nieuwheid

Rechtbank Den Haag 29 juli 2020, IEF 19398, LS&R 1854; ECLI:NL:RBDHA:2020:7089 (Biogen c.s. tegen Richter) Octrooirecht. Inbreuk. Nietigheid. Richter is houdster van EP 667 voor: ‘Pharmaceutical anti-TNF-alpha Antibody Formulation’. Biogen c.s. heeft later geneesmiddel Imraldi® op de Europese markt gebracht. Biogen c.s. vordert vernietiging van het Nederlandse deel van het octrooi, omdat het niet nieuw, dan wel niet inventief is ten opzichte van Manning, Bender en Humira, en het niet nawerkbaar is. Richter vordert om Biogen c.s. te verbieden inbreuk op haar octrooi te maken met de Imraldi-producten. De zaken worden samen behandeld. Conclusie 1 van EP 667 is ongeldig, wegens gebrek aan nieuwheid, ook in de voorgestelde gewijzigde vorm van de hulpverzoeken. De vordering tot vernietiging van het Nederlandse deel van het octrooi wordt toegewezen. In de inbreukzaak worden de vordering afgewezen, nu op een nietig octrooi geen inbreuk gemaakt kan worden.

LS&R 1855

Incidentele inzagevordering Biomet is 'hengeltochtje'

Rechtbank Rotterdam 2 sep 2020, LS&R 1855; ((Heraeus tegen Biomet)), http://www.lsenr.nl/artikelen/incidentele-inzagevordering-biomet-is-hengeltochtje

Rechtbank Rotterdam 2 september 2020, IEF 19399; LS&R 1855; C/10/581437 / HA ZA 19-817 (Heraeus tegen Biomet) Bedrijfsgeheimen. Vonnis in incident. Heraeus en Biomet c.s. houden zich bezig met de ontwikkeling en verkoop van botcement. Heraeus brengt het botcement onder de merknaam Palacos op de markt. Biomet c.s. hebben een botcement op de markt gebracht met eigenschappen die (nagenoeg) gelijk waren aan de eigenschappen van het Palacos botcement. Dit leidt tot een geschil over onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen. Biomet c.s. vorderen in incident Heraeus te veroordelen inzage in en afgifte van een zeer groot aantal bescheiden van diverse aard te verstrekken. Deze vordering is te beschouwen als een 'hengeltochtje', aangezien de gevorderde inzage geen betrekking heeft op ‘bepaalde’ bescheiden. Hierdoor hebben Biomet c.s. geen rechtmatig belang bij de gevorderde inzage. De incidentele vordering van Biomet c.s. wordt afgewezen.