LS&R 1785

Tjibbe Douma en Alexandra Michel over de conclusie AG in de CJEU Santen-zaak

Will Neurim be a "rare wild animal"?
CJEU’s AG again tries to persuade the CJEU to abandon its famous SPC decision in Neurim, this time in Santen.

The Opinion is currently only available in a limited number of languages including French. The Opinion was eagerly awaited by those wanting to know whether after Neurim and after Abraxis an SPC can be obtained for a new indication of an old active ingredient. The AG primarily proposes to essentially abandon Neurim and treat this as an exceptional case (a new human indication following a first veterinary indication): a rare wild animal which should never surface again. Only alternatively, does the AG propose a balanced interpretation of Neurim in response to the questions posed. In that case an SPC can be obtained for a new therapeutic indication for an old active ingredient or relate to a use of that active ingredient, in which it should exert a new pharmacological, immunological or metabolic action of its own.

Lees hier het hele artikel van Tjibbe Douma en Alexandra Michel.

LS&R 1784

Vorderingen inzage afgewezen

21 jan 2020, LS&R 1784; ECLI:NL:RBMNE:2020:214 (VUB c.s. tegen QVQ), http://www.lsenr.nl/artikelen/vorderingen-inzage-afgewezen

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 21 januari 2020, IEF 18996, LS&R 1784, IEFbe 3033; ECLI:NL:RBMNE:2020:214 (VUB c.s. tegen QVQ) Vrije Universiteit Brussel (hierna: VUB) is houdster van de basis octrooifamilie voor de zware-keten antilichamen, de VHH’s (hierna: de Hamers-octrooien). Ablynx is een biofarmaceutisch bedrijf en tevens eigenaar van een sublicentie voor de Hamers-octrooien met het doel de Nanobody technologie te kunnen exploiteren voor medische toepassingen. QVQ is een serviceonderneming die zich bezighoudt met het ontwikkelen en produceren van VHH’s voor andere ondernemingen op het gebied van medische producten, farmaceutische processen en voeding.

LS&R 1783

Terugbetalingsregeling van Boehringer Ingelheim is ontoelaatbaar

Rechtbank Midden-Nederland 29 jan 2020, LS&R 1783; ECLI:NL:RBMNE:2020:295 (Novo Nordisk tegen Boehringer Ingelheim), http://www.lsenr.nl/artikelen/terugbetalingsregeling-van-boehringer-ingelheim-is-ontoelaatbaar

Vzr. Rechtbank Midden-Nederland 29 januari 2020, LS&R 1783, RB 3378; ECLI:NL:RBMNE:2020:295 (Novo Nordisk tegen Boehringer Ingelheim) Novo Nordisk en Boehringer Ingelheim zijn producenten van geneesmiddelen en brengen allebei geregistreerde geneesmiddelen voor de behandeling van diabetes type 2 op de Nederlandse markt. Het draait in deze zaak om de beantwoording van de vraag of de terugbetalingsregeling van Boehringer Ingelheim toelaatbaar is. Geoordeeld wordt dat dit niet zo is. De terugbetalingsregeling van Boehringer Ingelheim moet worden aangemerkt als reclame in de zin van de Geneesmiddelenwet. Het is op grond van artikel 84 lid 3 Geneesmiddelenwet verboden om reclame te maken die het rationele gebruik van een geneesmiddel niet bevordert wegens het ontbreken van een objectieve voorstelling van zaken. Boehringer Ingelheim heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hun reclame is gebaseerd op rationele gronden, waardoor hun reclame over de terugbetalingsregeling ontoelaatbaar is.

LS&R 1782

HvJ EU verduidelijkt criteria farmaceutisch octrooi in mededingingsrecht

Hof van Justitie EU 30 jan 2020, LS&R 1782; ECLI:EU:C:2020:52 (Generics UK e.a.), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-verduidelijkt-criteria-farmaceutisch-octrooi-in-mededingingsrecht
hamer CC0

HvJ EU 30 januari 2020, IEF 18991, LS&R 1782, IEFbe 3032; ECLI:EU:C:2020:52 (Generics UK e.a.) De Competition Appeal Tribunal heeft het Hof een prejudiciële vraag gesteld over de wettigheid van een besluit van de Competition and Markets Authority betreffende overeenkomsten tot schikking van een octrooigeschil gericht aan een aantal fabrikanten van generieke geneesmiddelen en aan de farmaceutische groep GlaxoSmithKline (hierna: GSK). Samenvattend gaan de vragen over de criteria aan de hand waarvan beoordeeld kan worden of een overeenkomst tot schikking van een geschil tussen de houder van een farmaceutisch octrooi en een fabrikant van generieke geneesmiddelen in strijd is met het mededingingsrecht van de Unie.

LS&R 1781

HvJ EU: toegang tot rapporten toegewezen

Hof van Justitie EU 22 jan 2020, LS&R 1781; ECLI:EU:C:2020:24 (MSD Animal Health Innovation en Intervet International tegen EMA), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-toegang-tot-rapporten-toegewezen

HvJ EU 22 januari 2020, LS&R 1781, IEFbe 3030; ECLI:EU:C:2020:24 (MSD Animal Health Innovation en Intervet International tegen EMA) In deze zaak heeft het Hof, vergelijkbaar met [LS&R 1780], de kwestie onderzocht van toegang tot documenten van de Europese Unie die zijn ingediend in het kader van aanvragen voor een vergunning voor het in de handel brengen (VHB). MSD Animal Health Innovation en Intervet International, rekwiranten in deze zaak, hadden hogere voorzieningen ingesteld tegen het arrest van het Gerecht, inhoudende de verwerping van hun beroep tot nietigverklaring van het besluit waarbij het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) toegang had verleend tot documenten die informatie bevatten die was overgelegd in het kader van VHB-aanvraagprocedures voor geneesmiddelen. De documenten waar het in casu om ging waren toxicologische testrapporten en een klinisch onderzoeksrapport, die rekwiranten hadden overgelegd bij hun VHB-aanvragen voor een geneesmiddel voor diergeneeskundig gebruik.

LS&R 1780

HvJ EU: toegang tot rapporten van PTC Therapeutics toegewezen

Hof van Justitie EU 22 jan 2020, LS&R 1780; ECLI:EU:C:2020:23 (PTC Therapeutics International/EMA), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-toegang-tot-rapporten-van-ptc-therapeutics-toegewezen

HvJ EU 22 januari 2020, LS&R 1780, IEFbe 3029; ECLI:EU:C:2020:23 (PTC Therapeutics International tegen EMA) In deze zaak heeft het Hof voor het eerst de kwestie onderzocht van toegang tot documenten van de Europese Unie die zijn ingediend in het kader van aanvragen voor een vergunning voor het in de handel brengen (VHB). PTC Therapeutics International, rekwirant in deze zaak, had hogere voorzieningen ingesteld tegen het arrest van het Gerecht, inhoudende de verwerping van haar beroep tot nietigverklaring van het besluit waarbij het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) toegang had verleend tot documenten die informatie bevatten die was overgelegd in het kader van VHB-aanvraagprocedures voor geneesmiddelen. De documenten waar het in casu om ging waren toxicologische testrapporten en een klinisch onderzoeksrapport, die rekwirant had overgelegd bij haar VHB-aanvragen voor een geneesmiddel voor menselijk gebruik.

LS&R 1779

Conclusie A-G inzake inzagevordering van Heraeus

3 jan 2020, LS&R 1779; ECLI:NL:PHR:2020:10 (Heraeus tegen Biomet c.s.), http://www.lsenr.nl/artikelen/conclusie-a-g-inzake-inzagevordering-van-heraeus
hamer CC0

Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020, LS&R 1779; ECLI:NL:PHR:2020:10 (Heraeus tegen Biomet) Twee producenten van botcement hebben een geschil over onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen. Heraeus is eiseres tot cassatie en Biomet c.s. zijn verweersters in cassatie. Hereaus had in een eerdere beschikking verlof gekregen conservatoir bewijsbeslag te leggen ten laste van Biomet c.s. De deurwaarder had een groot deel van de administratie van Biomet c.s. gekopieerd, maar het merendeel van de data was nog niet doorzocht op de aanwezigheid van onder het beslag vallende bescheiden. De onderhavige conclusie bij het parket gaat om de vordering van Heraeus om inzage te krijgen in deze data (hierna: inzagevordering). De voorzieningenrechter en het hof hebben deze vordering beide afgewezen.

LS&R 1778

Geen wilsonbekwaamheid van patiënt

21 jan 2020, LS&R 1778; ECLI:NL:TGZRAMS:2020:11 (Wilsbekwaamheid patiënt), http://www.lsenr.nl/artikelen/geen-wilsonbekwaamheid-van-pati-nt
Tuchtrecht

Regionaal tuchtcollege voor de gezondheidszorg 21 januari 2020, LS&R 1778 ECLI:NL:TGZRAMS:2020:11 (Wilsbekwaamheid patiënt) Verweerster heeft aan klager geen inzage gegeven in het dossier van patiënt. Klager beweert als gemachtigde van patiënt recht te hebben op inzage in haar dossier. Uit de brief die patiënt aan verweerster heeft gestuurd blijkt geen wilsonbekwaamheid, waardoor de klacht van klager niet ontvankelijk wordt verklaard.

LS&R 1776

Zaans Medisch Centrum moet persbericht rectificeren

21 jan 2020, LS&R 1776; ECLI:NL:RBNHO:2020:367 (ZMC tegen eiser), http://www.lsenr.nl/artikelen/zaans-medisch-centrum-moet-persbericht-rectificeren

Vrz. Rechtbank Noord-Holland 21 januari 2020, IEF 18969; LS&R 1776; ECLI:NL:RBNHO:2020:367 (ZMC tegen eiser) In september 2019 heeft het Zaans Medisch Centrum (ZMC) een persbericht geplaatst omtrent maatregelen tegen NDM-bacteriën in het ziekenhuis. Dit bericht was gebaseerd op een advies van een door het ziekenhuis ingesteld team van experts. De leverancier van het afvalverwerkingssysteem was het er op diverse punten inhoudelijk niet mee eens. Zij stelden dat het persbericht onterecht schade brengt aan hun reputatie en haar producten. Geoordeeld wordt dat het ziekenhuis onterecht de rol van het rioolstelsel in de problematiek niet benoemd. Ten aanzien van de mededelingen in het bericht omtrent het gebruik van gerecycled water en het gebruik van vermalers wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van onrechtmatige uitlatingen. ZMC wordt veroordeeld tot het plaatsen van een rectificatie. 

LS&R 1775

Schadevergoeding bij beëindiging overeenkomst Pimbio en Axxicon

Hof 's-Hertogenbosch 14 jan 2020, LS&R 1775; ECLI:NL:GHSHE:2020:84 (Pimbio tegen Axxicon), http://www.lsenr.nl/artikelen/schadevergoeding-bij-be-indiging-overeenkomst-pimbio-en-axxicon

Hof ’s-Hertogenbosch 14 januari 2020, LS&R 1775; ECLI:NL:GHSHE:2020:84 (Pimbio tegen Axxicon) Partijen zijn een samenwerkingsovereenkomst aangegaan voor het IPC project. Op een gegeven moment willen ze deze samenwerking beëindigen. Hierbij stelt Pimbio onder andere dat Axxicon hem volledig schadeloos moet stellen voor de extra kosten die Pimbio moet maken als gevolg van de verbreking van de samenwerking van partijen. Volgens Pimbio is Axxicon hier stilzwijgend mee akkoord gegaan. Axxicon betwist deze stelling en acht Pimbio juist schadeplichtig omdat het Pimbio is geweest die zich eenzijdig uit de samenwerking in het IPC project heeft teruggetrokken.

LS&R 1774

Preferentiebeleid CZ niet in strijd met Besluit zorgverzekeringen

Hof 's-Hertogenbosch 10 dec 2019, LS&R 1774; ECLI:NL:GHSHE:2019:4471 (CZ en Mylan tegen Teva), http://www.lsenr.nl/artikelen/preferentiebeleid-cz-niet-in-strijd-met-besluit-zorgverzekeringen

Hof 's-Hertogenbosch 10 december 2019, LSR 1774; ECLI:NL:GHSHE:2019:4471 (CZ en Mylan tegen Teva) Verzekeraar CZ voert ten aanzien van een door Mylan in de handel gebracht geneesmiddel Glatirameeracetaat een preferentiebeleid. Dit heeft tot gevolg dat een door Teva in handel gebracht geneesmiddel genaamd Copaxone in beginsel niet meer voor vergoeding in aanmerking komt. Nu rijst de vraag of dit in strijd is met artikel 2.8 lid 3 van het Besluit zorgverzekering. Uit dit artikel volgt “dat van alle werkzame stoffen die voorkomen in de bij ministeriële regeling aangewezen geneesmiddelen ten minste een geneesmiddel voor de verzekerde beschikbaar is.” Teva meent dat dit niet het geval is. In kort geding vorderde Teva het preferentiebeleid buiten werking te stellen. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat onvoldoende gesteld is dat het preferentiebeleid onrechtmatig is.

LS&R 1772

Geen beperkte aanspraak op Enbrel door voorkeursbeleid

Rechtbank Den Haag 24 dec 2019, LS&R 1772; ECLI:NL:RBDHA:2019:14242 (Pfizer tegen Zilveren Kruis), http://www.lsenr.nl/artikelen/geen-beperkte-aanspraak-op-enbrel-door-voorkeursbeleid

Vzr. Rechtbank Den Haag 24 december 2019, LS&R 1772; ECLI:NL:RBDHA:2019:14242 (Pfizer tegen Zilveren Kruis) Pfizer stelt in deze zaak de voorgenomen afspraken tussen zorgverzekeraar Zilveren Kruis en zorgaanbieders over de vergoeding voor het geneesmiddel Enbrel en de biosimilars ter discussie. Hoewel het Zilveren Kruis in beginsel vrij staat om met zorgaanbieders de vergoedingen overeen te komen die haar goeddunken, kunnen de afspraken daarover onder omstandigheden jegens derden, zoals Pfizer, in strijd zijn met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Pfizer beroept zich op het Nutricia-arrest en betoogt dat de aanspraak van verzekerden op Enbrel wordt beperkt door het voorkeursbeleid van Zilveren Kruis. Anders dan in het Nutricia-arrest gaat het in deze zaak om onderlinge uitwisselbare geneesmiddelen. Enbrel en de biosimilars bevatten dezelfde werkzame stof, namelijk etanercept. De aanspraak op etanercept wordt niet beperkt door het voorkeursbeleid van Zilveren Kruis, nu deze aanspraak ook bij het voorschrijven van de biosimilars blijft bestaan.

LS&R 1771

Alexander Tsoutsanis: desire 20.20 – van minder naar meer evenwicht in octrooidebat

1. Onlangs verscheen een reactie van mijn hand [IEF 18805] op het in BIE verschenen commentaar van Kleemans en Drok op een vonnis van de rechtbank Den Haag tussen Eli Lilly en Fresenius Kabi (ECLI:NL:RBDHA:2019:6107) [IEF 18534]. Kleemans c.s. [IEF 18824] en Hoyng [IEF 18547] hebben daar onlangs op gereageerd.

2. De zaak gaat over een geschil tussen twee farmaceuten, waarbij de vraag is of een generiek geneesmiddel tegen kanker inbreuk maakt op een octrooi. Meer specifiek gaat het om de vraag of de beschermingsomvang van het octrooi, mede gelet op de uitvindingsgedachte, verder strekt dan de bewoordingen van de octrooiconclusies, gelezen in het licht van de beschrijving, die
uitsluitend op één specifieke toedieningsvorm zien.

3. Al sinds de jaren ’70 is krachtens het Protocol bij de bepaling van beschermingsomvang een ‘redelijk’ evenwicht het  uitgangspunt, waarbij het ‘midden’ wordt gehouden tussen een billijke bescherming van de octrooiaanvrager en een redelijke mate van rechtszekerheid voor derden.

Lees hier het gehele artikel van Alexander Tsoutsanis.

LS&R 1770

Wim Maas: reactie op AD-artikel 'Studenten TU/e moeten rechten van uitvinding afstaan'

, LS&R 1770; http://www.lsenr.nl/artikelen/wim-maas-reactie-op-ad-artikel-studenten-tu-e-moeten-rechten-van-uitvinding-afstaan

De artikelen Studenten TU/e moeten rechten van uitvinding afstaan en TU/e wil uitvindingen claimen, gepubliceerd in het Algemeen Dagblad resp. het Eindhovens Dagblad vragen om een reactie. De teneur van zowel deze bijdragen als van het tv-programma 'NOS op 3' geeft blijk van een miskenning van de publieke taken van een universiteit. Ook de (in de artikelen aangehaalde) masterscriptie van Frank Rutgers getuigt van een beperkte kijk op wat de taak van een universiteit is.

Laten we in de eerste plaats vaststellen dat universiteiten grotendeels worden gefinancierd met ons belastinggeld (de  Rijksbijdrage). Het collegegeld dat de studenten moeten betalen is – zeker vergeleken met het publieke geld dat jaarlijks naar universiteiten gaat – maar een beperkte bron van inkomsten. Kortom, wij betalen met zijn allen voor wetenschappelijk onderwijs. Ik denk dat iedereen het erover eens is dat goed wetenschappelijk onderwijs voor onze maatschappij van groot belang is, en dat we daar dus graag voor zouden moeten willen betalen via de belastingen. Het maakt echter wel extra duidelijk dat de universiteit publieke taken heeft.

Lees hier het gehele artikel van Wim Maas.

LS&R 1768

Internetconsultatie: naar een mkb-vriendelijke Rijksoctrooiwet 1995

Op 18 december 2019 is de consultatie gestart over beleid in voorbereiding met betrekking tot modernisering van de Rijksoctrooiwet 1995. De voorstellen die ter consultatie worden aangeboden zijn een eerste stap om de Rijksoctrooiwet 1995 toegankelijker te maken voor met name het mkb. Daarmee wordt opvolging gegeven aan aanbevelingen uit de Evaluatie va het Intellectuele Eigendomsbeleid uit 2018. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat beoogt met de voorstellen de drempel te verlagen om te kiezen voor octrooi-bescherming in het nationale systeem. Dat kan bijvoorbeeld door procedures te vereenvoudigen, de waarde van een rijksoctrooi te vergroten en de mogelijkheden voor handhaving te verbeteren. Tegelijkertijd wordt gekeken waar administratieve lasten kunnen worden verlaagd door bijvoorbeeld onnodige vormvoorschriften te schrappen.

LS&R 1762

Laatste plaatsen Nationaal Reclamerechtcongres

Klagers en influencers, purposewashing, rebranding, online reclame en het Nationaal Preventie-akkoord: allemaal onderwerpen die aan de orde komen tijdens het Nationaal Reclamerechtcongres van deLex!

Met het jaarlijkse overzicht van rechterlijke hits and misses door Ebba Hoogenraad, een terugblik van Anne-Jel Hoelen (ACM), Madeleine de Cock Buning (UU) over online en de huidige stand van de regelgeving, en de volgende onderwerpen en sprekers:

  • Waarom is klagen leuk?  Otto van der Harst (Stichting Reclame Code) licht toe, en vertelt over het nut van klagen.
  • De #Ad campagne Nationale betutteling of niet: het Nationaal Preventieakkoord bestaat nu een jaar. Sarah Arayess licht de juridische kaders toe, en neemt samen met Otto van der Harst, Theo Heere (VBZ), Eva Knipscheer (Albert Heijn) en Peter de Wolf (Stiva) deel aan de paneldiscussie.
  • Van Nuon naar Vattenfall: Melle van Diepen (Vattenfall) schetst de praktische ervaringen bij dit rebrandingtraject.
  • Commercie en duurzaamheid: een goede combinatie? Willem van der Schoot, CEO bij Havas Lemz, kiest voor de positieve invalshoek en geeft aan hoe creativiteit ten goede kan worden ingezet in een commerciële omgeving.

Ebba Hoogenraad (Hoogenraad & Haak) en Willem Leppink (Ploum) staan garant voor een inspirerend en nieuw programma. Waar en wanneer? Op donderdag 12 december 2019 in het West-Indisch Huis. Het volledige programma is hier bijgevoegd. Meteen inschrijven kan ook.

We zien u graag tegemoet op 12 december!

LS&R 1767

Klachten omtrent medisch advies arbeidsongeschiktheid falen

3 dec 2019, LS&R 1767; (Accountant tegen verzekeringsarts), http://www.lsenr.nl/artikelen/klachten-omtrent-medisch-advies-arbeidsongeschiktheid-falen

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 3 december 2019, IT 2964, LS&R 1767; (Accountant tegen verzekeringsarts) Klaagster is accountant en heeft sinds juli 2015 diverse artsen bezocht vanwege maag-, darm-, gewrichts- en spierklachten. Zij was/is werkzaam als zelfstandig ondernemer, maar was arbeidsongeschikt. Om deze reden is er een claim bij haar arbeidsongeschiktheidsverzekeraar ingediend. Die verzekeraar heeft een medisch adviesbureau ingeschakeld voor de medische beoordeling van de arbeidsongeschiktheidsclaim. Verweerder is werkzaam voor dit medisch adviesbureau. Uit het schriftelijke advies, uitgebracht door de verzekeringsarts en zijn collega onder wiens verantwoordelijkheid hij werkte en tegen wie eveneens klachten aanhangig zijn, blijkt dat er volgens verweerder geen aanleiding bestaat om de arbeidsongeschiktheid vanaf de claimdatum niet kan worden vastgesteld. Klaagster heeft vervolgens haar klacht aanhangig gemaakt, inhoudende onder andere dat verweerder een onjuiste rapportage heeft uitgebracht, die gebaseerd is op onjuiste feiten en die verweerder weigert te corrigeren. De verwijten die klaagster verweerder maakt, zijn volgens het college ongegrond. De conclusies die verweerder heeft getrokken, zijn onderbouwd en de gegevens die deze aannames steunen, zijn vermeld in het rapport van het adviesbureau.

LS&R 1766

Laatste plaatsen beschikbaar voor Jurisprudentielunch Octrooirecht

Weer volledig op de hoogte na de jaarlijkse Jurisprudentielunch Octrooirecht van deLex, op woensdag 11 december 2019. Bart van den Broek en Willem Hoyng presenteren tijdens de lunch het complete overzicht van actuele uitspraken die relevant zijn voor uw praktijk.

Aanmelden is nog mogelijk, via info@delex.nl, of via de website. Let op: er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar!

LS&R 1763

HvJ EU over verlenging van vergunning voor parallelimport

Hof van Justitie EU 14 nov 2019, LS&R 1763; ECLI:EU:C:2019:968 (Vaselife en Chrysal tegen Ctgb), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-over-verlenging-van-vergunning-voor-parallelimport

HvJ EU 14 november 2019, IEF 18859, LS&R 1763, IEFbe 3001; ECLI:EU:C:2019:968 (Vaselife en Chrysal tegen Ctgb) Aan Vaselife is een vergunning verleend voor de parallelimport van gewasbeschermingsmiddel Vaselife UB. Het Ctgb heeft het verzoek om de aan Vaselife toegekende vergunning te verlengen, geweigerd. Vervolgens is de toelating overgeschreven op Chrysal. Chrysal heeft bezwaar ingediend tegen het besluit over de verlenging van de vergunning. Dit bezwaar van Chrysal is door het Ctgb gedeeltelijk gegrond verklaard. Tegelijkertijd heeft het Ctgb het verzoek tot verlenging van de vergunning afgewezen. Vaselife heeft hiertegen beroep ingesteld bij het CBb, zie [LS&R 1626]. Het Ctgb heeft het verzoek van Chrysal om de naam van het middel te veranderen in Chrysal BVB, ingewilligd, en de respijtperiode verruimd waardoor ook de bestaande voorraad van het middel Vaselife UB mocht worden afgeleverd en opgebruikt. Hiertegen heeft Chrysal beroep ingesteld bij het CBb. Het CBb heeft vervolgens het HvJ EU verzocht om beantwoording van enkele prejudiciële vragen.

LS&R 1764

Inbreukverbod afgewezen wegens gebrek aan inventiviteit

Hof Den Haag , LS&R 1764; ECLI:NL:GHDHA:2019:3155 (Icos tegen Teva), http://www.lsenr.nl/artikelen/inbreukverbod-afgewezen-wegens-gebrek-aan-inventiviteit

Hof Den Haag 27 augustus 2019, IEF 18862, LS&R 1764; ECLI:NL:GHDHA:2019:3155 (Icos tegen Teva) Teva en Icos zijn twee ondernemingen die zich bezighouden met de productie, distributie en verhandeling van geneesmiddelen. Icos is houdster van een octrooirecht van een geneesmiddel voor de behandeling van seksuele disfuncties. De verbinding is 'tadalafil', als opvolger van Viagra, onder de naam Cialis op de markt gebracht voor de behandeling van erectiestoornissen. Op de stof tadalafil rust eveneens octrooirecht waarvan Icos houdster is, voor de behandeling van impotentie. Tijdens de ontwikkeling van tadalafil als geneesmiddel zijn klinische studies uitgevoerd, waarin diverse doseringen zijn getest. Teva heeft vervolgens eveneens een geneesmiddel met tadalafil op de markt gebracht. Icos vordert een inbreukverbod ten aanzien van haar octrooi op de stof tadalafil. Conclusie 10 van het octrooi is niet inventief. Omdat de inventiviteit van de overige conclusies los van conclusie 10 onvoldoende zijn gemotiveerd, volgen deze het lot van conclusie 10 en heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat alle conclusies niet inventief zijn. De vorderingen worden afgewezen.