LS&R 1927

HvJ EU: 'passende schadeloosstelling' is autonoom Unierechtelijk begrip

Hof van Justitie EU 12 sep 2019, LS&R 1927; ECLI:EU:C:2019:722 (Bayer tegen Richter), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-passende-schadeloosstelling-is-autonoom-unierechtelijk-begrip

HvJ EU 12 september 2019, IEF 19853, LS&R 1927, ECLI:EU:C:2019:722 (Bayer tegen Richter) Richter vordert van Bayer een vergoeding van de schade die zij stellen te hebben geleden ten gevolge van voorlopige maatregelen die zijn getroffen wegens vermeende inbreuk op een later nietig verklaard octrooi. De Hongaarse rechter heeft naar aanleiding van dit geschil een aantal prejudicële vragen gesteld aan het Hof over het begrip "passende schadeloosstelling". Het Hof oordeelt dat het begrip “passende schadeloosstelling” een autonoom Unierechtelijk begrip vormt dat een uniforme uitlegging moet krijgen. Indien een Unierechtelijke bepaling namelijk niet uitdrukkelijk naar het recht van de lidstaten verwijst, moet deze normaliter in de gehele Europese Unie autonoom en uniform worden uitgelegd. Het is aan de nationale rechterlijke instanties om te beslissen of de eiser moet worden veroordeeld tot betaling aan de verweerder van een schadeloosstelling die “passend” moet zijn, dat wil zeggen gerechtvaardigd in het licht van die omstandigheden.

LS&R 1926

Ziekenhuis hoeft identiteit zaaddonor niet prijs te geven

Rechtbank Gelderland 24 mrt 2021, LS&R 1926; ECLI:NL:RBGEL:2021:1388 (Eiseressen tegen het ziekenhuis), http://www.lsenr.nl/artikelen/ziekenhuis-hoeft-identiteit-zaaddonor-niet-prijs-te-geven

Rechtbank Gelderland 24 maart 2021, IT 3457, LS&R 1926, ECLI:NL:RBGEL:2021:1388 (Eiseressen tegen het ziekenhuis) Eiseressen, een moeder en een dochter, eisen van een ziekenhuis dat deze de identiteit van de biologische vader van de dochter bekendmaakt. De vader is zaaddonor. Hij had aanvankelijk gezegd dat zijn donorkinderen zijn identiteit mochten weten als zij dat wilden, maar bedacht zich later. De rechtbank oordeelt dat hij dit terecht heeft mogen doen. Ondanks dat in 2004 de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (WDKB) is ingesteld die anoniem doneren heeft verboden, mag de man zich bedenken omdat hij voor de invoering van deze wet heeft gedoneerd. Daarnaast zijn er veel kinderen met het zaad van de man verwekt. Een plotselinge bekendmaking van zijn identiteit kan grote gevolgen voor hem hebben, die niet goed gewogen kunnen worden door de rechtbank omdat de man geen partij is bij deze procedure.

LS&R 1925

Inhoudsopgave Jurisprudentie Geneesmiddelen (JGR)

Inhoudsopgave van het tijdschrift Jurisprudentie Geneesmiddelenrecht (JGR). Aflevering 1 – 25 maart 2021 - jaargang 22.

Apotheker
1. ‘Lidstaten kunnen nationale regels stellen aan onlineverkoop van receptvrije geneesmiddelen, mits deze aantoonbaar in het belang zijn van de volksgezondheid.’ Hof van Justitie van de Europese Unie, 1 oktober 2020, C-649/18, ECLI:EU:C:2020:764 met annotatie van mw. mr. dr. M.D.B. Schutjens.

Geheimhouding
2. ‘Beperkte kennisneming van processtukken die door College ter Beoordeling van Geneesmiddelen zijn ingebracht wordt deels toegewezen, deels afgewezen.’ Afd. bestuursrechtspraak van de Raad van State, 23 maart 2020, 201904167/4/A3, ECLI:NL:RVS:2020:827. Met annotatie van dhr. mr. drs. J.A. Lisman onder «JGR» 2021/4.
3. ‘Beperkte kennisneming van interne stukken van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen is terecht.’ Afd. bestuursrechtspraak van de Raad van State, 3 november 2020, 202003610/2/A3, ECLI:NL:RVS:2020:2584. Met annotatie van dhr. mr. drs. J.A. Lisman onder «JGR» 2021/4.
4. ‘Beperkte kennisneming van een bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen ingediende zienswijze over openbaarmaking documenten wordt afgewezen’. Afd. bestuursrechtspraak van de Raad van State, 3 december 2020, 202002708/2/A3, ECLI:NL:RVS:2020:2841. Met annotatie van dhr. mr. drs. J.A. Lisman onder «JGR» 2021/2, «JGR» 2021/3 en «JGR» 2021/4.

LS&R 1924

Jaarverslag CGR

De Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) heeft haar jaarverslag 2020 gepubliceerd.
Lees verder.

LS&R 1923

Claims Novartis ook in beroep in strijd geacht met Gedragscode

College Geneesmiddelen Reclame 1 mrt 2021, LS&R 1923; (Novartis tegen Bayer), http://www.lsenr.nl/artikelen/claims-novartis-ook-in-beroep-in-strijd-geacht-met-gedragscode

CGR 1 maart 2021, IEF 19832, RB 3495, LS&R 1923, B20.006/B20.03 (Novartis tegen Bayer) [Vervolg op IEF 19593, RB 3460, LS&R 1883]. Beroepszaak van Novartis tegen de beslissing van de Codecommissie waarmee een advertentie van Novartis voor haar geneesmiddel Beovu in strijd werd geacht met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. De Commissie van Beroep is van oordeel dat de Codecommissie hierin geen onjuiste kijk op de zaak heeft gehad. De claims die Novartis in haar advertentie maakt zijn onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd.

LS&R 1922

Commissie van Beroep volgt CGR in haar uitspraak

College Geneesmiddelen Reclame 1 mrt 2021, LS&R 1922; (Bayer tegen Novartis), http://www.lsenr.nl/artikelen/commissie-van-beroep-volgt-cgr-in-haar-uitspraak

CGR 1 maart 2021, IEF 19831, RB 3494, LS&R 1922, B20.005/B20.02 (Bayer tegen Novartis) Vervolg op [IEF 19553], [RB 3453] en [LS&R 1876]. Bayer heeft in een advertentie voor haar geneesmiddel Eylea een aantal claims gedaan die volgens de Codecommissie in strijd zijn met de Gedragscode Geneesmiddelenreclame. Bayer is tegen deze uitspraak in beroep gegaan, maar hier wederom in het ongelijk gesteld. De gemaakte claims schetsen in de gegeven context een te eenzijdig en te rooskleurig beeld, waardoor de gemiddelde beroepsoefenaar op het verkeerde been kan worden gezet, aldus de Commissie van Beroep. Deze bekrachtigt dan ook de beslissing van de Codecommissie.

LS&R 1921

Vacature: advocaat-medewerker Life Sciences & Biotechnology- EU Regulatory bij Hogan Lovells

Hogan Lovells zoekt een advocaat-medewerker Life Sciences & Biotechnology- EU Regulatory.
Ter versterking van de Life Sciences Regulatory unit zoeken wij een energieke, talentvolle advocaat-medewerker. Naast 3 tot 6 jaar relevante werkervaring, heb je bij voorkeur een achtergrond in het Europees recht en/of bestuursrecht. Ervaring met mededingingsrecht, intellectueel eigendomsrecht of verbintenissenrecht kan eveneens een goede achtergrond zijn. Kennis van geneesmiddelenrecht, biotechnologie, farmacie en gezondheidsrecht is een pre, maar geen must.
Lees verder.

LS&R 1920

ABRvS: weigering beschermingscertificaat is terecht

Raad van State 10 mrt 2021, LS&R 1920; ECLI:NL:RVS:2021:500 (Gilead Sciences tegen Octrooicentrum Nederland), http://www.lsenr.nl/artikelen/abrvs-weigering-beschermingscertificaat-is-terecht

ABRvS 10 maart 2021, IEF 19823, LS&R 1920, ECLI:NL:RVS:2021:500 (Gilead Sciences tegen Octrooicentrum Nederland) Vervolg op [IEF 18800] en [LS&R 1750]. Octrooicentrum Nederland had een verzoek van Gilead Sciences afgewezen voor een aanvullend beschermingscertificaat ten aanzien van het HIV-geneesmiddel Truvuda. Dit omdat een van de werkzame stoffen in het geneesmiddel weliswaar wel wordt beschermd door het basisoctrooi, maar de combinatie van deze stof met een andere in het geneesmiddel niet. De rechtbank stelde hierbij Octrooicentrum Nederland in het gelijk. Gilead Sciences heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart dit beroep echter ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

LS&R 1919

Vordering staking van vaccinatiecampagne afgewezen

5 mrt 2021, LS&R 1919; ECLI:NL:RBDHA:2021:1920 (Stichting Viruswaarheid tegen de Staat), http://www.lsenr.nl/artikelen/vordering-staking-van-vaccinatiecampagne-afgewezen

Vzr. Rechtbank Den Haag 5 maart 2021, LS&R 1919; ECLI:NL:RBDHA:2021:1920 (Stichting Viruswaarheid tegen de Staat) Kort geding over de campagne van de Staat om Nederlanders zich te laten vaccineren. De vordering om deze campagne te staken, wordt afgewezen. De Staat heeft een grote vrijheid om zijn beleid zo in te richten dat het doel van het realiseren van een bepaalde vaccinatiegraad wordt behaald. Dat de Staat om dat doel te behalen het belang van vaccinatie en de positieve kanten daarvan in zijn campagne benadrukt, is niet ongeoorloofd. De Staat onderschrijft daarbij zonder voorbehoud de vrije, eigen keuze van burgers om zich al dan niet te laten vaccineren. De Staat schiet niet tekort in zijn informatieverstrekking. Ook andere vorderingen, onder meer strekkend tot rectificatie, worden afgewezen.

LS&R 1918

Vacature: advocaat-medewerker IE bij Kennedy Van der Laan

Kennedy Van der Laan is op zoek naar een (senior) advocaat-medewerker IE (Life Sciences & Advanced Technologies).
Als advocaat-medewerker IE zal je focus liggen op het ondersteunen van ondernemingen en kennisinstituten die zich bezig houden met hoogwaardige technologieën. Hierbij kun je denken aan life sciences, biotechnologie en medische technologie. Je werk betreft het hele spectrum: van advisering over IE strategieën en transacties, het schrijven en uitonderhandelen van complexe R&D- en licentiecontracten tot procederen over IE en contractuele conflicten.
Lees verder.

LS&R 1917

Reactie op consultatie voor het initiatief wetsvoorstel Dwanglicenties

Rogier de Vrey plaatst enkele kanttekeningen bij het voorstel van de Tweede Kamerleden Ellemeet en Ploumen om de regels in de Rijksoctrooiwet 1995 inzake dwanglicenties te wijzigen zodat farmaceutische producten sneller en makkelijker op de markt komen.

'Zoals gezegd juich ik de ambitie toe om toegankelijkheid van farmaceutische producten in noodsituaties te waarborgen. Het probleem is echter dat gezien het bovenstaande het voorstel daar geen oplossing voor biedt. Het voorstel verandert ook niets (wezenlijks) aan de reeds bestaande dwanglicentie regeling.

De meerwaarde en de praktische uitvoerbaarheid van het voorstel wordt betwijfeld. Het is niet waarschijnlijk dat door het verlenen van een dwanglicentie de productie van farmaceutische producten zal worden versneld dan wel makkelijker wordt gemaakt. Naast het octrooirecht is ook andere wet- en regelgeving van toepassing op de productie van farmaceutische producten. Deze zullen ook moeten worden opgevolgd. Daarbij is het echte knelpunt de (bij Covid-19 extreem) hoge vraag tegenover beperkte productiecapaciteit.

LS&R 1916

Octrooihouder zat te lang stil

Rechtbank Den Haag 18 feb 2021, LS&R 1916; ECLI:NL:RBDHA:2021:1256 (Amgen tegen Accord), http://www.lsenr.nl/artikelen/octrooihouder-zat-te-lang-stil

Vzr. Rechtbank Den Haag 18 februari 2021, IEF 19770, LS&R 1916; ECLI:NL:RBDHA:2021:1256 (Amgen tegen Accord) Kort geding. Octrooi-inbreuk met generiek geneesmiddel op EP117. Eiser Amgen is een farmaceutische onderneming en brengt het geneesmiddel Mimpara® op de Europese markt. De werkzame stof van Mimpara® is cinacalcet hydrochloride. Gedaagde Accord ontwikkelt en produceert generieke geneesmiddelen. Het CBG heeft op 18 januari 2017 aan Accord marktvergunningen verleend voor Cinacalcet Accord 30 mg, 60 mg en 90 mg filmomhulde tabletten volgens de decentrale procedure. De werkzame stof van Cinacalcet Accord is, net als bij Mimpara®, cinacalcet hydrochloride. Amgen stelt dat Accord door het aanbieden, in voorraad hebben en verhandelen van Cinacalcet Accord directe dan wel indirecte inbreuk maakt op EP 117. De vorderingen worden afgewezen vanwege gebrek aan spoedeisend belang: de octooihouder heeft te lang stilgezeten. Processtrategische keuzes waardoor ervoor is gekozen om langer te wachten met het aanbrengen van het onderhavige kort geding, komen voor rekening en risico van de octrooihouder.

LS&R 1915

Inhoudsopgave Jurisprudentie Geneesmiddelen (JGR)

, LS&R 1915; http://www.lsenr.nl/artikelen/inhoudsopgave-jurisprudentie-geneesmiddelen-jgr

Inhoudsopgave van het tijdschrift Jurisprudentie Geneesmiddelenrecht (JGR). Aflevering 4 – 24 december 2020 - jaargang 21.

Mededingingsrecht
30. Paroxetine – de mededingingsrechtelijke status van pay-for-delay-overeenkomsten. Noot van dhr. mr. F.B. Muller en dhr. mu. J. Jurriëns bij Hof van Justitie van de Europese Unie, 30 januari 2020, C-307/18, ECLI:EU:C:2020:52.

Medische hulpmiddelen
31. Geen tekortkoming bij gebruik state of the art-hulpzaak. Noot van dhr. mr. C.W. Demper bij Hoge Raad, 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1082.

32. Tekortkoming en toerekening bij gebrekkige PIP-borstimplantaten. Noot van dhr. mr. C.W. Demper bij Hoge Raad, 19 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1090.

LS&R 1914

Geen inbreuk op exclusiviteit

Hof Arnhem-Leeuwarden 9 feb 2021, LS&R 1914; ECLI:NL:GHARL:2021:1227 (Dovideq tegen CB), http://www.lsenr.nl/artikelen/geen-inbreuk-op-exclusiviteit

Hof Arnhem-Leeuwarden 9 februari 2021, IEF 19760, IT 3407, LS&R 1914; ECLI:NL:GHARL:2021:1227 (Dovideq tegen CB) Kort geding. Dit geschil gaat over de vraag of Dovideq met het op de markt brengen van een door haarzelf in eigen beheer ontwikkeld medisch instrument, de zogenoemde LightControl, inbreuk maakt op een door CB bedongen exclusiviteit ten aanzien van de ontwikkeling van de daarin te plaatsen software. Dat is niet aannemelijk geworden. Zo waren de afspraken tussen de partijen uitsluitend gebaseerd op het enige endoscoopmeetsysteem dat indertijd werd ontwikkeld. Een ander systeem voor dergelijke metingen of andere functionaliteiten was in die beginperiode niet in beeld. Er kan niet zondermeer vanuit worden gegaan dat bij het aangaan van de overeenkomst voor Dovideq duidelijk had moeten zijn (of dat CB toen mocht verwachten) dat niet alleen de verdere ontwikkeling van dat specifieke apparaat onder de exclusiviteit zou vallen, maar elk door Dovideq te ontwikkelen endoscoopmeetsysteem. Het vonnis van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en de vorderingen van CB alsnog afgewezen.

LS&R 1911

Bird & Bird verwelkomt Tjibbe Douma als nieuwe IE-partner

Bird & Bird heeft per 1 februari haar Intellectual Property team in Nederland versterkt met de benoeming van Tjibbe Douma als partner.

De expertise van Tjibbe richt zich op het octrooi- en bedrijfsgeheimen recht. Tjibbe adviseert en procedeert voor bedrijven die actief zijn in de Life Sciences en Healthcare, Technology & Communications, Energy & Utilities en de Retail en Consumer sector. Medewerkers, Lucas Wolthuis Scheeres en Alexandra Michel zullen met Tjibbe de overstap maken.
Lees verder.

LS&R 1910

Coupry breidt IE-sectie uit met partner Claudia Zeri

Met trots kondigt Coupry de komst aan van Claudia Zeri als nieuwe partner IE. Haar komst versterkt het IE-team teneinde de groeiende praktijk optimaal te kunnen blijven bedienen en verder uit te bouwen. Claudia adviseert en procedeert in technologie-gerelateerde zaken met een focus op octrooirechtelijke geschillen. Ze treedt op voor cliënten in geschillen op verschillende technologische velden, waaronder life sciences & biotechnologie, food & agri, werktuigbouw en telecommunicatie.

LS&R 1909

Seminar Privacy en Franchise op donderdag 4 februari. Aanmelden nog mogelijk!

De inwerkingtreding van de nieuwe Franchisewet per 1 januari 2021 heeft aanzienlijke gevolgen voor ondernemers en voor uw rechtspraktijk. Dit betreft ook de omgang met privacy en persoonsgegevens. Hoe verhoudt de nieuwe Franchisewet zich tot bestaande privacywetgeving - en tot de ePrivacy Verordening?

Op donderdag 4 februari licht Eva de Vries (SOLV) dit toe in een verdiepend online 'flitsseminar'. In een kort en bondig seminar besteedt zij onder meer aandacht aan:
- Gegevensverwerkingen en franchiseformules
- Rolverdeling en verantwoordelijkheden van franchisegever, franchisenemer en dienstverleners
- Privacy verplichtingen en afspraken tussen franchisegever en franchisenemer

LS&R 1908

IE-symposium AIPPI op 17 maart

Het IE Symposium 2021 van AIPPI zal online plaatsvinden op woensdag 17 maart.
De programmacommissie heeft een interessant en zo interactief mogelijk programma voor u samengesteld. In de ochtend geven Jacqueline Seignette, Maarten Haak en Mark van Gardingen een overzicht van relevante ontwikkelingen binnen het auteurs, octrooi- en merkenrecht. In de middag staan twee levendige debatten op het programma met als onderwerp de Bescherming van Design en FRAND.

LS&R 1907

Questions Raised by Cost Plus Pricing in EU Pharmaceutical Law

Maarten Meulenbelt en Anne Robert publiceerden het artikel Questions Raised by Cost Plus Pricing in EU Pharmaceutical Law. In dit artikel worden ook voorbeelden uit Nederland besproken.

Abstract
Several stakeholders in the EU have called for a shift towards “cost-based” pricing for medicinal products, without thoroughly assessing the legal and economic implications. For many medicinal products, such a shift could turn the business case (net present value) negative. Such a shift raises questions of compatibility with the policy objective of fostering innovation, and questions of compatibility with EU law, especially if accompanied by a reduction in current product development incentives, or by comparisons to (or replacement by) unauthorised products.

Lees verder.