LS&R 1829

Beoordelingsruimte voor het College ter beoordeling van geneesmiddelen

Rechtbank Amsterdam 14 mei 2020, LS&R 1829; ECLI:NL:RBAMS:2020:2976 (Handelsvergunning melatonineproducten), http://www.lsenr.nl/artikelen/beoordelingsruimte-voor-het-college-ter-beoordeling-van-geneesmiddelen-1

Rechtbank Amsterdam 14 mei 2020, IEF 19281, LS&R 1829; ECLI:NL:RBAMS:2020:2976 (Handelsvergunning melatonineproducten) Eiseres heeft op 28 augustus 2015 een handelsvergunning voor haar melatonineproducten aangevraagd bij verweerder, omdat de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ) het standpunt heeft ingenomen dat melatonineproducten met een dosering van 0.3 mg of meer geneesmiddelen zijn en dat voor de verhandeling van deze producten een handelsvergunning noodzakelijk is. Het College ter beoordeling van geneesmiddelen (verweerder) heeft de aanvraag primair geweigerd, omdat na onderzoek niet is gebleken dat de melatonineproducten van eiseres de gestelde therapeutische werking bezitten. Hierbij is verweerder uitgegaan van de Guideline voor insomniapatiënten met een volledige DSM-diagose. Eiseres bestrijdt dat zij om een handelsvergunning heeft verzocht voor insomniapatiënten met een volledige DSM-diagose en stelt dat het weigeren van de aanvraag en het weigeren de aanvraag buiten het beoordelingskader van de Guideline te beoordelen, grote financiële gevolgen voor haar heeft. Verweerder blijft bij zijn standpunt dat het gehanteerde insomnia-kader moet worden toegepast. Er wordt overwogen dat verweerder bij de vervulling van zijn taak beschikt over beoordelingsruimte die ervoor zorgt dat verweerder ook in dit geval de Guideline als uitgangspunt van zijn beoordeling mocht nemen.

LS&R 1828

Dubbel sluiten exclusieve licentieovereenkomst

Hof Den Haag 28 jan 2020, LS&R 1828; ECLI:NL:GHDHA:2020:1005 (Silife tegen Roka), http://www.lsenr.nl/artikelen/dubbel-sluiten-exclusieve-licentieovereenkomst

Hof Den Haag 28 januari 2020, IEF 19277, LS&R 1828; ECLI:NL:GHDHA:2020:1005 (Silife tegen Roka) Liquistone is rechthebbende van een octrooi van onder meer een octrooi dat de techniek voor het stabiliseren van siliciumzuur en de voortbrengselen van het stabiliseren van het siliciumzuur onder bescherming stelt. Liquistone en Silife Ltd. sloten op 29 mei 2010 een exclusieve licentieovereenkomst (Silife-licentieovereenkomst). Op 6 april 2013 sloten Liquistone en Roka een exclusieve licentieovereenkomst met betrekking tot hetzelfde octrooi (Roka-licentieovereenkomst). Het hof oordeelt dat de Silife-licentieovereenkomst niet rechtsgeldig ontbonden was.

LS&R 1827

HvJ EU genuanceerd over gratis verstrekking medicijnmonsters aan apothekers

11 jun 2020, LS&R 1827; ECLI:EU:C:2020:459 (Ratiopharm tegen Novartis), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-genuanceerd-over-gratis-verstrekking-medicijnmonsters-aan-apothekers

HvJ EU 11 juni 2020, IEF 19269, LS&R 1827, IEFbe 3084; ECLI:EU:C:2020:459 (Ratiopharm tegen Novartis) Het Europees Hof van Justitie beantwoordt in deze zaak prejudiciële vragen van het Bundesgerichthof over de uitleg van artikel 96 lid 1 en 2 van Richtlijn 2001/83/EG. De vraag wordt gesteld in het kader van een geding tussen Ratiopharm en Novartis, waarin Novartis verzoekt om Ratiopharm te verbieden gratis monsters van geneesmiddelen aan apothekers te verstrekken. Novartis produceert en verkoopt het geneesmiddel Voltaren Schmerzgel, dat de werkzame stof Diclofenac bevat. Ratiopharm brengt het geneesmiddel Diclo-ratiopharm-Schmerzgel in de handel, dat eveneens de stof Diclofenac bevat. Ratiopharm heeft “voor demonstratiedoeleinden” gratis verkoopverpakkingen met dat geneesmiddel verstrekt aan Duitse apotheken. Het Bundesgerichthof stelt het Hof van Justitie de vraag of artikel 96 lid 1 van de Richtlijn zo moet worden uitgelegd dat het, onder bepaalde voorwaarden, farmaceutische ondernemingen toestaat gratis monsters van geneesmiddelen ook aan apothekers te verstrekken. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord. Artikel 96 lid 1 van de Richtlijn moet zo worden uitgelegd, dat het de mogelijkheid van verstrekking van gratis monsters aan apothekers toestaat, mits dit geen geneesmiddelen zijn die zijn onderworpen aan een medisch recept. Dergelijke geneesmiddelen mogen namelijk niet worden gebruikt zonder medisch toezicht.

LS&R 1826

Cassatieberoep Fresenius verworpen

12 jun 2020, LS&R 1826; ECLI:NL:HR:2020:1036 (Fresenius tegen Eli Lilly), http://www.lsenr.nl/artikelen/cassatieberoep-fresenius-verworpen

HR 12 juni 2020, IEF 19261, LS&R 1826; ECLI:NL:HR:2020:1036 (Fresenius tegen Eli Lilly) Zie [IEF 19082], [IEF 17690] en [IEF 18534]. Zaak ziet op de (equivalente) beschermingsomvang van Europees octrooi EP (NL) 1 313 508, waarvan Lilly de houdster is. Het tweede medische indicatie octrooi speelt een rol bij een combinatietherapie gehanteerd bij de behandeling van bepaalde longkankers. Het is de vraag of het claimen van het dinatrium zout van de werkzame stof pemetrexed (in anion-vorm), een antifolaat (tegen vorming van kankercellen), ook bescherming geeft tegen een generieke producent die met pemetrexed dizuur met thromethamine komt in de betreffende combinatietherapie tegen longkanker met vitamine B12 en optioneel foliumzuur. Die combinatie vermindert de toxische bijwerkingen van het antifolaat, zonder afbreuk te doen aan de werking van de werkzame stof.
Het cassatieberoep van Fresenius wordt verworpen.

LS&R 1825

Doorgeven van meldingen bij medicatiebewakingssyteem niet onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 2 jun 2020, LS&R 1825; ECLI:NL:RBDHA:2020:4860 (Novartis tegen Teva), http://www.lsenr.nl/artikelen/doorgeven-van-meldingen-bij-medicatiebewakingssyteem-niet-onrechtmatig

Rechtbank Den Haag 2 juni 2020, IEF 19245,LS&R 1825; ECLI:NL:RBDHA:2020:4860 (Novartis tegen Teva) Kort geding. Verbodsvordering gebaseerd op het (faciliteren) van (in)directe octrooi inbreuk in Oostenrijk door de Nederlandse handelsvergunninghouder. De Nederlandse handelsvergunninghouder heeft hangende de kort geding-procedure de handelsvergunning overgedragen aan de Oostenrijkse farmaceutische vergunninghouder (Rathiopharm). Heeft overdracht van de handelsvergunningen plaatsgevonden en zo ja, is de overdracht nietig? Het toepasselijk recht is o.b.v. artikel 4 Rome I Oostenrijks recht.

LS&R 1823

Het Nederlands Octrooicongres online op 9 juni - Aanmelden nog mogelijk!

Wat goed is, komt snel, zo ook het Nederlands Octrooicongres 2020! Binnenkort gaan we alweer van start, met een gesplitst programma deze keer: op dinsdag 9 juni vindt het eerste deel plaats, online. Bij deel 2 op dinsdag 8 september hopen we u, samen met dagvoorzitters Gertjan Kuipers en Peter Blok weer ‘in het echt’ te ontmoeten.

De onderwerpen op 9 juni:

  • Jurisprudentie 2019/2020, door Gertjan Kuipers
  • De voorgenomen wijzigingen in de Rijksoctrooiwet, door Marc van der Burg (Nederlands Octrooibureau)
  • Het derde onderwerp “Wat goed is komt snel - liefde en kort geding in tijden van corona”, wordt gepresenteerd door Constant van Nispen en Anne Marie Verschuur. Daarin komen in ieder geval de afstemmingsregel, het spoedeisend belang en de belangenafweging aan de orde.

We zorgen voor een interactieve en persoonlijk gerichte online sessie. Het volledige programma van beide dagen staat op de website. Kunt u niet op één van deze dagen? Geen probleem: het is ook mogelijk om alleen in juni of september deel te nemen. Neem daarvoor rechtstreeks contact op via info@delex.nl

We kijken uit naar twee inspirerende middagen en verwelkomen u graag!

LS&R 1824

MedQ Consultants maakt geen inbreuk op merkrechten van Mediq

20 mei 2020, LS&R 1824; ECLI:NL:RBDHA:2020:4542 (Mediq tegen MedQ), http://www.lsenr.nl/artikelen/medq-consultants-maakt-geen-inbreuk-op-merkrechten-van-mediq

Rechtbank Den Haag 20 mei 2020; IEF 19224, LS&R 1824; ECLI:NL:RBDHA:2020:4542 (Mediq tegen MedQ Consultants) Mediq is als onderneming actief in de medische industrie in Nederland en een aantal andere landen. MedQ Consultants adviseert bedrijven die medische hulpmiddelen (zoals implantaten, protheses en dialyse-apparaten) produceren en binnen de Europese Unie op de markt willen brengen, op het gebied van kwaliteitsnormen en het voldoen aan Europese wet- en regelgeving. Mediq stelt dat het gebruik van de tekens ‘MedQ’, ‘MedQ Consultants’ en ‘MedQ Consultants B.V.’ zoals te zien op de website van MedQ Consultants, merkinbreuk oplevert op grond van (thans) artikel 2.20 lid 2 sub b en/of c BVIE en op grond van artikel 9 lid 2 sub b en/of c UMVo. Daarnaast stelt Mediq dat MedQ Consultants met het voeren van de handelsnaam ‘MedQ’ dan wel ‘MedQ Consultants B.V.’ jegens haar in strijd handelt met artikel 5 en 5a van de Handelsnaamwet (Hnw).
De vorderingen worden afgewezen. MedQ Consultants maakt geen inbreuk op de merkrechten van Mediq. De door MedQ Consultants gevoerde handelsnaam is niet in strijd met het verbod van artikel 5 Hnw.

LS&R 1822

Actualiteitenlunch Reclamerecht - Aanmelden nog mogelijk!

Zet lunch en laptop klaar en schuif aan tijdens de Actualiteitenlunch Reclamerecht van deLex op woensdag 27 mei! Bram Duivenvoorde (Universiteit Utrecht) en Ebba Hoogenraad (Hoogenraad & Haak) loodsen u in hoog tempo door de relevante rechtspraak en nieuwe Europese regelgeving.

De onderwerpen zijn onder meer: reclame en misleiding in games en apps, prijspersonalisering in Europa, duurzaamheidsclaims, reclame versus de vrijheid van meningsuiting, reclame in coronatijd, en nog veel meer....

Ook online zorgen we voor een persoonlijk gerichte, interactieve sessie, met ruimte voor vragen. Let op: het aantal plaatsen is beperkt.


Accreditatie: 2 opleidingspunten
Tijd: 12.15 – 14.30 uur

LS&R 1820

Nederlands Octrooicongres in twee delen

Actueel, volledig en praktijkgericht: het Nederlands Octrooicongres! Met paneldiscussies, uitgebreide jurisprudentieoverzichten, uitspraken van het EOB en diverse actuele onderwerpen.

Dit jaar verdelen we het programma over twee dagen: een online sessie op dinsdag 9 juni, gevolgd door een tweede deel op dinsdag 8 september, op een locatie in Amsterdam. Dagvoorzitters Gertjan Kuipers (De Brauw Blackstone Westbroek) en Peter Blok (Gerechtshof Den Haag, CIER) zorgen, samen met experts uit binnen- en buitenland, voor twee inspirerende middagen!

 

LS&R 1821

Webinar over het Transparantieregister Zorg

Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) organiseert in samenwerking met Axon een online training over alle aspecten van het Transparantieregister Zorg (TRZ), specifiek gericht op farmaceutische bedrijven.

Voor verdere informatie en aanmelding kijk hier.

LS&R 1819

Benelux Merkencongres op 11 juni en 6 oktober

Op 11 juni staat het Benelux Merkencongres 2020 gepland. Natuurlijk gaat dat gewoon door. Maar we pakken het dit jaar iets anders aan.
We verdelen het programma over 2 dagen: op 11 juni organiseren we een online sessie. Op 6 oktober volgt deel 2, hopelijk offline, op een locatie in Amsterdam.
Dagvoorzitters Martin Senftleben en Tobias Cohen Jehoram staan garant voor boeiende en inspirerende dagen met experts uit binnen- en buitenland. De sessies zijn interactief. We zorgen voor pauzes en natuurlijk krijgt u ruimte om vragen te stellen. U bent na afloop weer helemaal bij. 

LS&R 1816

Farmaceutische huidproducten vallen niet onder verlaagd btw-tarief

Rechtbank Den Haag 15 apr 2020, LS&R 1816; ECLI:NL:RBDHA:2020:4015 (Eiser tegen de inspecteur van de Belastingdienst), http://www.lsenr.nl/artikelen/farmaceutische-huidproducten-vallen-niet-onder-verlaagd-btw-tarief

Rechtbank Den Haag 15 april 2020, LS&R 1816; ECLI:NL:RBDHA:2020:4015 (Eiser tegen de inspecteur van de Belastingdienst)  X bv verkoopt (farmaceutische) producten, die worden toegepast in geval van huidaandoeningen zoals eczeem, acne, rosacea en andere huidirritaties zoals jeuk en roodheid waarbij de aanwezigheid van de Staphylococcus aureus-bacterie een rol speelt. X bv verzoekt om toepassing van het verlaagde btw-tarief van Tabel I, post a.6 bij de Wet OB. Er wordt geoordeeld dat de producten niet onder Tabel I, post a.6 bij de Wet OB vallen. Het is evenmin in strijd met het fiscale neutraliteitsbeginsel door niet het verlaagde tarief toe te passen. Het beroep is ongegrond.

LS&R 1814

HR: geen aanleiding tot toekenning van een proceskostenveroordeling

Hoge Raad 1 mei 2020, LS&R 1814; ECLI:NL:HR:2020:830 (Heraeus tegen Biomet), http://www.lsenr.nl/artikelen/hr-geen-aanleiding-tot-toekenning-van-een-proceskostenveroordeling

HR 1 mei 2020, IEF 19179, LS&R 1814; ECLI:NL:HR:2020:830 (Heraeus tegen Biomet) Twee producenten van botcement hadden een geschil over onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen, [LS&R 1779]. Biomet c.s. vorderen veroordeling van Heraeus in de proceskosten, te begroten op de voet van art. 1019ie Rv, tot een bedrag van € 19.980,50. Heraeus verzet zich tegen toepassing van art. 1019ie Rv.
Art. 1019ie Rv  geeft de rechter de bevoegdheid geen proceskostenveroordeling uit te spreken, maar het artikel verplicht hem niet daartoe. Daarom kan in het midden blijven of het artikel van toepassing is op een vordering of verzoek op grond van artikel 843a Rv van een partij die haar wederpartij beticht van het schenden van bedrijfsgeheimen. Er is geen aanleiding tot toekenning proceskostenveroordeling op grond van dit artikel.

LS&R 1815

HvJ EU geeft uitleg over 'van kracht zijnd basisoctrooi'

Hof van Justitie EU 30 apr 2020, LS&R 1815; ECLI:EU:C:2020:327 (Royalty Pharma tegen DPMA), http://www.lsenr.nl/artikelen/hvj-eu-geeft-uitleg-over-van-kracht-zijnd-basisoctrooi

HvJ EU 30 april 2020, IEF 19178, LS&R 1815, IEFbe 3071; ECLI:EU:C:2020:327 (Royalty Pharma tegen DPMA) Royalty Pharma Collection Trust (hierna: Royalty Pharma) is houder van een aangevraagde Europees octrooi. Deutsches Patent- und Markenamt (hierna: DPMA) is het Duits octrooi- en merkenbureau. Royalty Pharma en DPMA hebben een geschil over de weigering van een aanvullend beschermingscertificaat voor sitagliptine, een stof die wordt gebruikt voor de behandeling van diabetes mellitus. De werkzame stof was als klasse stoffen in de vorm van een functionele formule in het basisoctrooi opgenomen. De verwijzende rechter, het Bundespatentgericht, stelde daarom de vraag of (1) een product slechts beschermd is door een van kracht zijnde basisoctrooi als deze onder de beschermingsomvang van de octrooiconclusies valt in de vorm van een specifiek aan de vakman geopenbaarde vorm ("embodiment") van de stof, of dat het (2) ook beschermd kan worden als de stof onder een in de octrooiconclusies beschermde functionele formule voor een klasse van stoffen valt, maar niet individueel geclaimd is in een van de conclusies; en (3) of een product wordt beschermd door een van kracht zijnde basisoctrooi als een stof onder de in een conclusie geclaimde functionele formule valt, maar deze stof later als een eigen inventieve ontwikkeling ("independent inventive step") is ontwikkeld.

Royalty Pharma verzoekt om heropening van de mondelinge behandeling en voert twee argumenten aan. Ten eerste heeft de A-G  het verkeerde octrooi genoemd in zijn conclusie en ten tweede zou hij zijn afgeweken van het Teva-arrest. Zie [IEF 18685]. Er wordt geoordeeld dat de te herstellen feitelijke onjuistheden niet van dien aard zijn dat zij een beslissende invloed hebben op de beslissing van het HvJ EU en daarom de heropening van de mondelinge fase van de procedure rechtvaardigen. Er wordt tevens opgemerkt dat Royalty Pharma wenst te reageren op de conclusie van de A-G, terwijl dat niet mogelijk is. Volgens het Hof is er voldoende voorgelicht om de vragen van de verwijzende rechter te beantwoorden en dat partijen hun standpunten over alle argumenten op basis waarvan de onderhavige zaak moet worden beslecht, voldoende hebben kunnen uitwisselen.

De prejudiciële vragen worden als volgt beantwoord:

LS&R 1813

Octrooi op medisch hulpmiddel vernietigbaar bij gebrek aan inventiviteit

Rechtbank Den Haag 23 okt 2019, LS&R 1813; ECLI:NL:RBDHA:2019:11142 (Biolitec tegen Tobrix), http://www.lsenr.nl/artikelen/octrooi-op-medisch-hulpmiddel-vernietigbaar-bij-gebrek-aan-inventiviteit

Rechtbank Den Haag 23 oktober 2019, IEF 19163, LS&R 1813; ECLI:NL:RBDHA:2019:11142 (Biolitec tegen Tobrix) Tussenvonnis. Biolitec legt zich toe op de ontwikkeling en productie van medische lasersystemen en optische vezels. Tobrix exploiteert een groothandel in medische instrumenten en laboratoriumbenodigdheden.Tobrix produceert en verhandelt – onder meer – twee soorten radiaal fibers (radiaal vezels), de TXMF600R en de TXMF400R. Biolitec is houdster van octrooi EP 2 620 119 B1 (EP 119), dat betrekking heeft op een ‘Endoluminal laser ablation device for treating veins’. Het octrooi van Biolitic is vernietigbaar bij gebrek aan inventiviteit. Biolitic mag nog reageren op het verweer tegen subsidiaire hulpverzoeken. Een provisioneel inbreukverbod is niet toewijsbaar want die hulpverzoeken slagen voorshands niet. Zie ook [LS&R 1810].

LS&R 1812

Bevel tot vernietiging van de geretourneerde medische producten

Rechtbank Rotterdam 22 apr 2020, LS&R 1812; ECLI:NL:RBROT:2020:3961 (J&J tegen Fengh), http://www.lsenr.nl/artikelen/bevel-tot-vernietiging-van-de-geretourneerde-medische-producten

Rechtbank Rotterdam 22 april 2020, IEF 19159, LS&R 1812; ECLI:NL:RBROT:2020:3961 (J&J tegen Fengh) J&J ontwikkelt en verhandelt wereldwijd medische hulpmiddelen, waaronder hulpmiddelen voor wondhechting bij chirurgische ingrepen. Zij brengt deze hulpmiddelen via haar Ethicon-divisie op de markt. Fengh vervaardigt en verhandelt eveneens medische hulpmiddelen. Deze zaak betreft een internationaal geschil, J&J is gevestigd in Nederland en Fengh China in China. J&J stelt onder meer dat Fengh haar (Ethicon)producten nabootst en verhandelt. Fengh wordt veroordeeld tot terugroeping van alle Fengh-producten bij haar afnemers en vernietiging van de geretourneerde producten en van haar eigen voorraad. Fengh heeft door de Fengh-producten aan te bieden en te verkopen onrechtmatig gehandeld jegens J&J. Wat betreft de cartridges handelt Fengh in strijd met de wetgeving over medische hulpmiddelen.

LS&R 1810

Hoofdconclusie was niet inventief

15 apr 2020, LS&R 1810; ECLI:NL:RBDHA:2020:3414 (Biolitec tegen Tobrix), http://www.lsenr.nl/artikelen/hoofdconclusie-was-niet-inventief

Rechtbank Den Haag 15 april 2020, IEF 19145, LS&R 1810; ECLI:NL:RBDHA:2020:3414 (Biolitec tegen Tobrix) Inrichting voor laserbehandeling aderen. Biolititec benadrukt dat zij, anders dan de rechtbank in het tussenvonnis had overwogen, vasthoudt aan de geldigheid van de afhankelijke conclusies van EP 119 zoals verleend. Dat brengt de rechtbank bij de vraag of de afhankelijke conclusies van EP 119 inventief zijn. Daarnaast heeft Biolititec subsidiair nog gesteld dat de rechtbank, indien conclusie 1 volgens haar hulpverzoeken geen stand houdt en de afhankelijke conclusies van EP 119 waarop Tobrix inbreuk maakt ook niet inventief zijn, de geldigheid van de onderconclusies van de hulpverzoeken dient te beoordelen. De hoofdconclusie was niet inventief. De hulpverzoeken en afhankelijke conclusies waarop inbreuk zou zijn gemaakt, zijn ook niet inventief. De rechtbank zal de conclusies 1, 2, 3, 7, 12, 13, 14 en 15 in reconventie vernietigen omdat zij niet inventief zijn en de conclusies 4 tot en met 6 en 8 tot en met 11 in stand laten.

LS&R 1811

Rechtbank onbevoegd te kennisneming van vorderingen ten aanzien van Teva

Rechtbank Amsterdam 25 mrt 2020, LS&R 1811; ECLI:NL:RBAMS:2020:1881 (Synthon tegen Teva), http://www.lsenr.nl/artikelen/rechtbank-onbevoegd-te-kennisneming-van-vorderingen-ten-aanzien-van-teva

Rechtbank Amsterdam 25 maart 2020, IEF 19148, LS&R 1811; ECLI:NL:RBAMS:2020:1881 (Synthon tegen Teva) De zaak gaat over de handhaving van octrooien die betrekking hadden op Teva’s Copaxone® (glatirameeracetaat), een middel dat gebruikt wordt voor de behandeling van MS. Synthon wilde haar eigen glatirameeracetaat-product op de Europese markt brengen. In Tsjechië, Kroatië, Slovenië, Estland, Letland en Slowakije had Teva verboden gekregen op basis van nationale delen van Europese octrooien die achteraf door de Kamers van Beroep van het EOB vernietigd zijn.
De octrooihouder (en tevens de partij die de octrooien in die landen handhaafde) was het Israëlisch bedrijf Teva Pharmaceuticals International Ltd (Teva Ltd). TPI Ltd is door Synthon samen met de Nederlandse Teva entiteit (Teva Pharmaceuticals Europe BV; hier: Teva B.V.) bij de rechtbank in Amsterdam gedagvaard. Teva B.V. was verantwoordelijk voor het op de markt brengen van Teva’s producten op de Europese markt.

LS&R 1809

Actualiteitenlunch Reclamerecht - 27 mei 2020

Reserveer woensdag 27 mei in uw agenda voor de Actualiteitenlunch Reclamerecht online. Tijdens de lunchpauze loodsen Bram Duivenvoorde en Ebba Hoogenraad u door recente rechtspraak en nieuwe – Europese – regelgeving. U werkt daarna weer helemaal up-to-date verder.  

Bram Duivenvoorde licht de Europese actualiteiten toe, met onder meer:

  •     Belangrijke Europese wetswijzigingen, onder andere met betrekking tot prijspersonalisatie en prijsaanbiedingen
  •     De Leidraad bescherming online consument van de ACM, met daarin richtlijnen voor online reclame en beïnvloedingstechnieken
  •     De prejudiciële vragen van de Hoge Raad aan het Europees Hof in de Waternet-zaak.


Ebba Hoogenraad bespreekt onder andere:

  •     Wanneer wordt reclame misleiding?
  •     Hoe duurzaam moet duurzaam zijn?
  •     Reclame voor een denkbeeld: hoe zit het met vrijheid van meningsuiting?
  •     Corona-perikelen in reclame - en nog veel meer!

Omdat we nu niet fysiek bij elkaar kunnen komen, zorgen we voor een interactieve, online sessie. U krijgt daarvoor natuurlijk een heldere instructie. Tijdens de online-sessie ziet u de sprekers én de andere deelnemers.

Accreditatie: 2 opleidingspunten
Tijd: 12.15 – 14.30 uur

Meer informatie of inschrijven? Mail naar info@delex.nl of kijk op onze website. Graag tot 27 mei!